Al heel zijn leven lang toeft Raoul Lambert het liefst in de luwte. Een paar jaar geleden wees hij de vraag van een journalist om een boek over hem te maken resoluut af. Ook al was die journalist zijn buurman. Raoul Lambert houdt het graag onopvallend. Dat zal ook zondag zo zijn als hij 73 wordt. Dan trekt hij allicht gewoon naar het Jan Breydelstadion om Club aan het werk te zien tegen Antwerp.
...

Al heel zijn leven lang toeft Raoul Lambert het liefst in de luwte. Een paar jaar geleden wees hij de vraag van een journalist om een boek over hem te maken resoluut af. Ook al was die journalist zijn buurman. Raoul Lambert houdt het graag onopvallend. Dat zal ook zondag zo zijn als hij 73 wordt. Dan trekt hij allicht gewoon naar het Jan Breydelstadion om Club aan het werk te zien tegen Antwerp.Nog altijd hangt er een aureool van onsterfelijkheid rond Raoul Lambert die achttien jaar (1962-1980) de aanval van blauw-zwart leidde. Hij is Clubs beste speler aller tijden, een spits met een enorme explosiviteit en het vermogen om in volle snelheid nog eens te versnellen. En met legendarische inworpen waarbij hij met een combinatie van kracht en een perfecte lendenslag de bal tot in het strafschopgebied kreeg. Die kracht ontleende hij aan een periode waarin hij in een brouwerij werkte en altijd met vaten boven zijn hoofd stond.Raoul Lambert was blij dat hij voor Club Brugge mocht spelen. In het begin durfde hij geen opslag te vragen omdat hij dacht dat hij anders zijn plaats in de ploeg zou verliezen. En memorabel is het verhaal van Lambert die in zijn voortuin wat stond te werken en plots Constant Vanden Stock zag passeren. Hij vroeg de toenmalige voorzitter van Anderlecht of die toevallig voor hem kwam, maar Vanden Stock zei Raoul lachend dat hij wist dat hij niet te koop was, omdat er anders onder de supporters een revolutie zou uitbreken. Vervolgens stuurde Lambert de Anderlechtbaas 500 meter verder. Daar woonde de man die hij zocht: Rob Rensenbrink.Raoul Lambert is altijd heel snel tevreden geweest. Terwijl hij van de andere kant alles voor zijn sport deed. Hij dronk nooit alcohol, tenzij voor een belangrijke Europacupmatch, dan goot hij snel een slok whiskey binnen om de zenuwen onder controle te houden. Maar los daarvan was zijn leven een en al soberheid. Hij moest om tien uur in zijn bed liggen. Als er bezoek kwam en de mensen bleven zitten, dan excuseerde hij zich en ging slapen. En als ze lawaai bleven maken, pakte hij een borstelsteel en klopte op de grond.Nog altijd is Raoul Lambert in Brugge een levende legende. Als het met blauw-zwart minder gaat, dan willen de mensen hem weleens vragen of hij zijn schoenen niet weer uit de kast zou halen. Dan lacht Raoul Lambert, de volksjongen die nooit extreme eisen aan het leven stelde en zijn populariteit haalde uit zijn eenvoud. Zo werd hij ook opgevoed: gewoon doen en hard werken. En vooral: iedereen met respect behandelen. Die levenswijsheid heeft Raoul Lambert nooit verlaten.