Het kerstfeest heeft ook in Oostenrijk een heilige betekenis. Meer dan elders hangt er dan een sfeer van melancholie in de straten. Het is een moment van rust, van bezinning, van warmte. De familie verzamelt zich op kerstavond rond de kerstboom en er worden geschenken uitgedeeld. Nadien volgen er gezelschapsspelletjes. Een traditie. Net zoals het bezoek aan de grootouders, de dag nadien.
...

Het kerstfeest heeft ook in Oostenrijk een heilige betekenis. Meer dan elders hangt er dan een sfeer van melancholie in de straten. Het is een moment van rust, van bezinning, van warmte. De familie verzamelt zich op kerstavond rond de kerstboom en er worden geschenken uitgedeeld. Nadien volgen er gezelschapsspelletjes. Een traditie. Net zoals het bezoek aan de grootouders, de dag nadien. Raphael Holzhauser zal het dit jaar allemaal moeten missen. De Oostenrijkse strateeg van Beerschot woont alleen in Antwerpen, in een rustige omgeving aan de boorden van de Schelde. Zijn ouders leven in Baden, een stadje op 30 kilometer van Wenen. En zijn vrouw verblijft op dit moment in Frankfurt waar ze als stewardess voor Lufthansa werkt. 'Ze moet nu niet zo veel vliegen, het zou kunnen dat ze een paar dagen naar hier komt', zegt Holzhauser. Zelf is hij na de start van de competitie niet één keer naar huis geweest. Want de focus ligt bij hem altijd op het voetbal. Ook nu: dinsdag was er de wedstrijd op STVV, volgend weekend thuis tegen Cercle Brugge en op 27 december de verplaatsing naar Anderlecht. De middenvelder kijkt er zoals naar iedere match naar uit. Voetballen doet hij in de eerste plaats om te genieten. Daar heeft hij matchen voor nodig. Veel meer dan trainingen. Veel heimwee heeft Raphael Holzhauser ook in deze periode niet. En eenzaam is hij zeker niet. De Duits sprekende Oekraïner Denis Prisjinenko is zijn ploegmaat en boezemvriend, beiden wonen op vijf minuten stappen van elkaar en trekken vaak samen op. Bovendien heeft Holzhauser al langer geleerd om op eigen benen te staan. Hij vloog al op zijn zestiende weg uit het ouderlijke nest om bij VfB Stuttgart zijn kinderdroom - profvoetballer worden en ooit in de Duitse Bundesliga spelen - te realiseren. Het gaf hem een grote mate van zelfstandigheid en het vormde zijn persoonlijkheid. Raphael Holzhauser: 'Mijn ouders hadden er moeite mee dat ik toen naar Duitsland vertrok. Logisch natuurlijk, zeker ook omdat ik enig kind ben. Maar uiteindelijk steunden ze me wel, zoals ze dat altijd deden: ze brachten me naar iedere training en wedstrijd. Maar evident is het niet om vanaf dan niet meer naar school te gaan en in een stad terecht te komen op achthonderd kilometer van huis. Ik zat eerst een dik jaar op het clubinternaat en woonde vanaf mijn achttiende alleen. Zelf eten maken, zelf poetsen, zelf voor alles instaan. Maar ik sloeg me daar door en dat verhoogde dan weer mijn zelfbewustzijn. Hoewel, vertrouwen in mezelf had ik al als kleine jongen.' Waarop was dat gebaseerd? Holzhauser: 'Ik voelde al in de jeugdreeksen dat ik een bepaald overzicht had, dat ik gewoon voelde waar de bal naartoe moest. Dat is toch een bepaalde kwaliteit, dat kun je niet aanleren. Ik kan heel snel denken, tenminste op een voetbalveld. Op school was ik maar een gewone leerling: niet slecht maar ook niet echt goed. 'En dan had ik natuurlijk al vroeg die traptechniek, al heb ik daar wel hard aan gewerkt. Telkens met mijn linker; mijn rechter gebruikte ik nooit. Ook nu nog amper, dat is mijn zwak punt. Als kleine jongen ging ik haast dagelijks in de tuin van mijn oma en opa samen met mijn neef voetballen. Ze hadden daarin een doel gemaakt. Dan werd er bijvoorbeeld op de lat een glas gezet dat we eraf moesten schieten. Ontelbare keren hebben we dat gedaan, het werd bijna een obsessie om dat glas te raken. 'Tot in zekere mate kan je die traptechniek verbeteren. Je moet het allemaal vooral onderhouden. Ik heb dat nu nog: twee dagen voor iedere wedstrijd ga ik na de training met een paar ploegmaats nog even door. Dan schiet ik op doel. Ik heb dat nodig, om op de een of andere manier dat gevoel te behouden.' Je wordt straks 28 jaar. Heb je in je carrière op het juiste moment de juiste stappen gezet? Holzhauser: 'Dat denk ik wel. Ik debuteerde op mijn achttiende in de Bundesliga, bij VfB Stuttgart nadat ik eerst in het tweede elftal had gespeeld. Mijn eerste wedstrijd was op Schalke 04, 70.000 toeschouwers in het stadion, dat vergeet je niet. Mijn eerste seizoen was goed, nadien werd het wat minder en leenden ze me uit aan Augsburg. Daar had ik pech: na een goeie start liep ik een spierblessure op en viel drie maanden uit. Vervolgens moest ik terug naar Stuttgart, maar daar was er voor mij geen perspectief meer, de toenmalige trainer, Armin Veh, liet me dat duidelijk horen. 'Zo belandde ik bij Austria Wien waar trainer Thorsten Fink me heel veel vertrouwen gaf en me verder vormde. In mijn houding op het veld bijvoorbeeld: altijd voetballen met het hoofd rechtop. Ik vond het bij Austria fantastisch, ook al omdat ik weer thuis kon wonen. Ik heb daar drie jaar gespeeld en net zoals nu bij Beerschot was ik de vormgever op het middenveld. Dat was een beetje op dezelfde manier samengesteld, met een vrije rol en in mijn rug heel veel werkkracht en defensief vermogen. 'Binnen zo'n concept kan ik mijn kwaliteiten optimaal gebruiken: het spel versnellen, mijn ploegmaats in stelling brengen, beslissende voorzetten geven, zelf scoren. Alleen moet je dus de mogelijkheid krijgen om zo te mogen functioneren, in een ploeg die technisch verzorgd wil voetballen en die beweegt. Dat was zo bij Austria Wien, ik speelde daar echt op dezelfde manier als nu. En in dezelfde clubkleuren. Het moet zijn dat paars me goed staat. 'Maar toen Thorsten Fink naar Grasshoppers Zürich trok, nam hij me mee. Dat werd een tegenvaller, het klikte niet zo goed met mijn ploegmaats, er was totaal geen chemie. Fink werd ontslagen, ze wilden drastisch verjongen, ik paste niet meer in het plaatje.' En dan beland je bij Beerschot, in tweede klasse. Holzhauser: 'Er waren ook aanbiedingen uit Griekenland en Turkije, maar ik was drie keer naar Beerschot gaan kijken, de club en de beleving spraken me aan. Maar het was natuurlijk niet de bedoeling om in tweede te spelen; toen ik tekende ging ik ervan uit dat ze in eerste zouden uitkomen, anders was ik niet gekomen. Toen dit toch niet zo bleek te zijn, was dit voor mij een grote schok. Anderzijds is dat jaar in 1B voor mij niet zo slecht geweest; je wordt robuuster, lichamelijk sterker, je leert meer van je afbijten. Voor mijn ontwikkeling is dat seizoen niet slecht geweest.' Terwijl het in het begin niet zo goed liep. Holzhauser: 'De spelers kenden me niet en ik kende hen niet. Dan is het niet gemakkelijk om tot bepaalde automatismen te komen, om de puzzel in mekaar te laten passen. Stijn Vreven, de trainer, deed zijn best, maar het had tijdig nodig, ook al omdat we telkens weer tegen een muur dienden op te boksen en niet altijd oplossingen vonden. Ik vind Vreven best een geschikte trainer, het is voor een voetballer trouwens niet slecht als je met verschillende trainers werkt, je pikt van iedereen wel iets mee. Die ervaringen wil ik later gebruiken want ik wil absoluut in de voetbalsport blijven. 'De ommekeer is er met Hernán Losada gekomen, al zette hij me in zijn eerste match als trainer op de bank. Daar kon ik best mee leven, tot dusver had ik nog niet echt voor een meerwaarde gezorgd. Nadien liep het dan beter, al hebben we ons heel snel geconcentreerd op die dubbele barragewedstrijd tegen OH Leuven.' Maar dan kwam corona en was het onduidelijk op welk niveau Beerschot zou uitkomen. Dat moet in de voorbereiding op dit seizoen heel moeilijk geweest zijn: voetbal je op Lommel of op Anderlecht? Holzhauser: 'Misschien klinkt dat vreemd, maar de groep is daar nooit mee bezig geweest. Gewoon omdat we zeker waren dat we in 1A zouden spelen. Er was niemand die eraan twijfelde dat we beter waren dan OH Leuven. Er zat toen al een heel groot zelfvertrouwen in de groep. En een fantastisch gevoel van verbondenheid, van kameraadschap.' Dat trekt zich dit seizoen door. Holzhauser: 'De kracht van Beerschot is dat iedereen op het veld heel goed weet wat hij moet doen. Maar ook: wat hij niet moet doen. We zijn tot een manier van voetballen gekomen die de groep eigenlijk wilde. Losada speelde hier tot drie jaar geleden nog zelf, hij wist heel goed wat er in de hoofden leefde. Daar heeft hij duidelijk rekening mee gehouden. Hij praat heel veel met de spelers, hij wil echt weten hoe er gedacht wordt. En hij luistert ook als er hem iets gezegd wordt. Ik denk dat deze ploeg echt aan een proces bezig is en verschillende systemen leert beheersen. We kunnen zelf het initiatief nemen, maar net zo goed scherp counteren.' Maar de verdediging is niet de meest secure van 1A. Holzhauser: 'Dat heeft met de hele ploeg te maken. We moeten wat dat betreft nog stappen zetten. Met meer soevereiniteit voetballen. Anderzijds hebben we ook verdedigers die scoren. Het is maar zoals je het bekijkt.' Bijna alle aanvallen worden door jou geparafeerd. Bijna niemand in 1A heeft zoveel balcontacten als jij. Holzhauser: 'Sinds ik wat hoger sta op het middenveld krijg ik al die ballen. Eigenlijk heb ik al op verschillende posities gespeeld, op de zes, op de acht, nu op de tien. Maar zoals nu ben ik op mijn best. Ik moet gewoon centraal staan. Ik ben blij dat ik van de trainer die vrijheden krijg. Maar misschien is het ergens ook een geluk geweest dat Losada als voetballer ook liefst in die rol speelde. Met veel vrijheid.' Anderzijds ben je zeker niet de snelste voetballer. Holzhauser: 'Zo traag ben ik nu ook weer niet, al kom ik met mijn 1,94 meter misschien zo over. Natuurlijk leg ik niet de meeste meters af, dat is nu eenmaal zo als je centraal op het middenveld staat. Los daarvan: belangrijker dan de snelheid op zich is snelheid in je hoofd, dat blijf ik herhalen. Eigenlijk voetbal ik puur op instinct. En ik voel me steeds zekerder: 150 matchen in de Oostenrijkse eerste klasse, tegen de 40 matchen in de Bundesliga, 20 duels in de Europa League.' En intussen twee interlands. Holzhauser: 'Dat was toch een moment van ontroering: je staat in het stadion en je hoort het volkslied.' Was het anders voetballen dan bij Beerschot? Holzhauser: 'Ik voelde dat niet zo aan. Ik stond centraal op het middenveld. En ik kreeg de nodige vrijheid.' Je verlengde je contract bij Beerschot tot 2023 op een moment dat je beter lijkt dan ooit te voren. Intussen word je naam gelinkt aan een aantal buitenlandse clubs. Holzhauser: 'Het was het moment om bij te tekenen, vind ik. Ik ben hier gewoon heel graag. Los daarvan kijk ik niet zo ver vooruit. Dat heeft zeker in het voetbal geen zin. Als je me vraagt waar ik nu aan denk, dan is het antwoord heel simpel: aan de volgende wedstrijd. Intussen probeer ik verder aan mijn spel te werken. En aan mijn lichaam.' Wil je dan zelf niet je grenzen aftasten, nagaan of je niet op een hoger niveau kan meedraaien? Opnieuw in de Bundesliga bijvoorbeeld. Holzhauser: 'Pas op, je moet de Belgische competitie niet onderschatten. Het niveau is echt goed.' Maar de snelheid ligt een stuk lager dan in de Bundesliga, zoals de dubbele confrontatie tussen Borussia Dortmund en Club Brugge toonde. Holzhauser: 'Maar Dortmund is samen met Bayern München dan ook de top in Duitsland. Bij FC Augsburg is de snelheid al een stuk minder. Ik zie wel wat op me afkomt, ik ben niet iemand die met een plan werkt. Ook wat dat betreft volg ik een bepaald instinct. Als ik voetbal, wil ik vooral genieten. Dat was al als kleine jongen zo en dat is niet veranderd. En om te genieten is het belangrijk dat je het spel kan brengen dat je het best ligt. En dat is bij Beerschot zo.' Intussen heb je in verschillende mooie steden gespeeld: Wenen, Zürich, nu Antwerpen. Holzhauser: 'Vergeet ook Stuttgart niet, een stad met zuidelijke invloeden. In het district Schwaben.' Schwaben, zoals de inwoners daar genoemd worden, zijn wel extreem gierige mensen. Holzhauser: 'Ik denk dat ik daar beter niet op antwoord. Mijn vrouw komt namelijk uit Schwaben.'