Dit stuk verschijnt ook in Sport/Voetbalmagazine van 3 maart. Koop hier de recentste editie.
...

De film van de voorbije weken en maanden van RE Mouscron lijkt op die van de afgelopen seizoenen. Net als de afgelopen jaren bevindt de grensclub zich bij het ingaan van de laatste rechte lijn van de competitie vol in degradatiegevaar. Echt verwonderlijk is dat niet. De snel opeenvolgende verkopen en het telkens wisselen van eigenaar maken dat de club zich in een permanente periode van onstabiliteit en onzekerheid ophoudt. Eerst was Lille de eigenaar, dan Pini Zahavi of verwanten, en later Pairoj Piempongsant, tot op den duur niemand meer wist wie precies aan het roer stond. Dit keer leek dat anders te zullen gaan, toen de club afgelopen zomer werd gekocht door een onderneming van Gérard Lopez, op dat moment nog voorzitter van de Franse eersteklasser Lille, de club die een aantal jaar geleden al eens eigenaar was van Mouscron. Bij zijn voorstelling in juli beloofde de Luxemburger spelers 'die de club zich in normale omstandigheden nooit zou kunnen veroorloven'. Maar ondanks de inbreng van Imad Faraj, Jean Onana, Hervé Koffi, Serge Tabekou en Xadas staat Mouscron er na meer dan driekwart competitie onveranderd slecht voor. Na zijn gedwongen vertrek bij Lille (door een niet-terugbetaling van een vooraf afgesproken som ten tijde van zijn aankoop van de Franse club) beklemtoonde Gérard Lopez dat hij aan het hoofd van de Henegouwse club wilde blijven, op zijn minst tot het einde van dit seizoen. Vandaag blijft de toekomst onzeker. Welk belang heeft Lopez er straks nog bij om een ploeg te bezitten die geen satellietclub van 'zijn' Lille meer is? Zelf is hij nooit aanwezig bij de thuiswedstrijden en zijn inspanningen tijdens de wintermercato waren niet van dien aard dat ze de indruk gaven dat hij alles wilde bovenhalen om het behoud koste wat kost af te dwingen. In januari haalde Mouscron twee spelers, die allebei gratis waren: Hamdi Harbaoui en Christophe Lepoint. Voorlopig is de club nog een eersteklasser, maar de vraag is: hoelang nog? Op dit moment ziet het er niet goed uit. Vraag is of de grensclub nog eens een zoveelste sportief mirakel kan opbrengen. In dat opzicht is het puntenverlies van afgelopen weekend een slechte zaak, niet alleen mathematisch, maar vooral ook op moreel vlak. Het is al de derde keer dat de spelers van trainer Jorge Simão (die voor deze wedstrijd geschorst was en verkoos om de match vanuit zijn hotel te volgen) na de volle negentig minuten een voorsprong nog uit handen geven. Dat gebeurde eerder dit seizoen tegen Anderlecht en Waasland-Beveren. Tel die zes punten die men in de extra tijd weggaf erbij en Mouscron is vandaag quasi gered, en aan de Portugese coach wordt niet meer getwijfeld. Sinds hij door sportief directeur Diego Lopez werd gehaald, tapt de ploeg uit een heel ander vaatje dan voorheen. Simão bracht grinta, meer aanvallend voetbal maar vooral meer punten dan zijn voorganger Fernando Da Cruz die een magere 3 op 27 als balans liet optekenen. Een maand geleden leek de redding nog een zo goed als uitgemaakte zaak, maar daarna zwaaiden nederlagen tegen KV Kortrijk, KAA Gent en Cercle Brugge opnieuw twijfel over de afloop. Een gunstige kalender wacht het team niet. De komende tegenstanders zijn niet de rechtstreekse kandidaten in de strijd om het behoud, maar ploegen die nog vol aan de bak moeten willen ze zich plaatsen voor de play-offs: Standard, Oostende, Charleroi en Antwerp. Club Brugge heeft dat doel al bereikt, maar wordt evenmin een makkelijke hap. Met de zure smaak en de ontgoocheling van één op twaalf moet Mouscron in eerste instantie komend weekend een getergd Standard bekampen dat zijn laatste troeven uitspeelt wil het nog de beoogde play-off 1 halen. Mouscron moet dan weer in de komende vijf wedstrijden tonen dat het 1A waard is. Een degradatie naar 1B zou niet alleen sportieve, maar ook zware extrasportieve gevolgen kunnen hebben.Door Arthur Gosset