Half januari hopen zo'n 900 Vlaamse clubs in provinciale en 71 in de nationale amateurreeksen de voetbalactiviteiten te hervatten. Vraag is hoeveel er van die brede piramide straks overleven, en of het verdwijnen van clubs alleen de schuld zal zijn van het coronavirus.
...

Half januari hopen zo'n 900 Vlaamse clubs in provinciale en 71 in de nationale amateurreeksen de voetbalactiviteiten te hervatten. Vraag is hoeveel er van die brede piramide straks overleven, en of het verdwijnen van clubs alleen de schuld zal zijn van het coronavirus. Een rondvraag in de vijf Vlaamse provincies leert dat de problemen dieper zitten, maar dat de coronacrisis, hoe raar het ook klinkt, een eyeopener kan zijn en een mentaliteitsverandering teweeg kan brengen. Hoe kan het amateurvoetbal gered worden? Een handleiding.In het amateur- en provinciale voetbal ontvangen spelers vaak nog exuberante bedragen. Pieter Jacobs, zoon van Ariël Jacobs en sportief manager van Diegem Sport (2e amateurklasse), getuigt: 'Toen vorig jaar de nieuwe financiële licentievoorwaarden in het amateurvoetbal werden ingevoerd, schrok ik toen ik hoorde dat sommige clubs meer dan 100.000 euro moesten besparen aan spelerslonen voor het eerste elftal. Dat vind ik een enorm hoog bedrag: is dat nog amateurvoetbal?' Bij KVV Zelzate (2e amateur) hebben ze dat probleem niet. Voorzitter Stefaan Luca legt uit: 'Financieel hebben wij amper kosten omdat we geen profs of semiprofs hebben. Wij werken enkel met prestatiegerichte contracten. De clubs die het nu moeilijk hebben, zijn zij die op het einde van elk seizoen activiteiten moeten organiseren om hun spelers correct te kunnen betalen. Zo redeneren wij niet meer. Toen ik hier begon in 2014, moesten de lidgelden van de jeugd betaald worden in juni om de puntenoogst van de spelers uit de eerste ploeg te vergoeden. Zo zijn er vandaag nog heel wat clubs.' Vaste vergoedingen voor spelers, dat moet eruit in het amateurvoetbal, vindt ook Steven Van Geeteruyen. Hij is naast voorzitter van KFC Heur-Tongeren (2e amateur) eveneens woordvoerder van een vereniging van zestig amateurclubs uit hogere afdelingen. Hij spreekt dus niet alleen voor zichzelf wanneer hij zegt: 'Die vaste vergoedingen zijn privileges die je niet zomaar afschaft, dat vraagt tijd. Een systeem waarbij je enkel nog wordt vergoed in functie van de prestaties, zou veel beter zijn. Meer dan voor een salarisplafond pleiten we dus voor echte kanscontracten, altijd in functie van de prestaties. Ik vind dat een club die veel supporters en veel inkomsten heeft zijn spelers meer mag betalen, maar het principe zou hetzelfde moeten zijn. Het zal niet alle problemen in het amateurvoetbal oplossen, maar wel de mentaliteit veranderen, ook bij spelers.' Van Geeteruyen wil zelfs nog verder gaan: 'Sinds dit jaar betalen wij ook geen tekengelden meer. Je wil niet weten hoeveel clubs vandaag overwegen om het ook zo te doen. Alleen heeft men schrik van een gebrek aan solidariteit. We zouden naar het einde van dit jaar naar een gentleman's agreement moeten gaan dat bepaalt: het zal zo zijn en niet anders.' Of de hoge vergoedingen die nog steeds circuleren in het amateurvoetbal ook daadwerkelijk zullen verdwijnen, is nog maar de vraag. Oud-bondsvoorzitter François De Keersmaecker, nu aan het hoofd van KRC Mechelen (3e amateur), betwijfelt het: 'Ik durf er niet op te speculeren dat de hoge bedragen die betaald worden aan spelers in het amateurvoetbal door de coronacrisis zullen afnemen.' Maar, zo klinkt hij hoopvol: 'Ik ga er wel van uit dat spelers zullen begrijpen dat de mogelijkheden van de clubs minder groot zullen zijn. Op korte termijn kan het dus wel zijn invloed hebben.' Volgens Pieter Jacobs zal het weldra afgelopen zijn met voetballers die ook in de amateurreeksen voltijds van hun sport willen leven. 'De afgelopen decennia na het Bosmanarrest waren de spelers keizer. Zij kregen op financieel vlak altijd wat ze wilden. Was het niet bij de ene club, dan zeker bij de volgende. Dat is straks voorbij.' Jacobs vervolgt: 'Wij betalen ook al een aantal jaar principieel geen vaste bedragen meer. We hebben dat systeem een tijd geleden langzaam laten uitdoven. We geven ook niets aan managers.' De clubs in het amateurvoetbal die het vroeger te groot zagen, zien hun financiële problemen nu verergeren door de coronacrisis. Daarom pleiten verschillende van onze gesprekspartners voor een werkbaar, realistisch budget. Steven Van Geeteruyen: 'Wij hebben bij KFC Heur-Tongeren financieel de tering naar de nering gezet en duidelijk gezegd met welk budget we werken. Voor de eerste ploeg is dat zo'n 150.000 euro per jaar. Dat is bijzonder weinig, maar dat krijgen we in een normaal seizoen rond. Toeschouwers, evenementen en de omzet in de kantine vormen een percentage inkomsten dat erg wordt onderschat. Bij ons is dat de helft van ons budget, de andere helft is sponsoring. Bijpassen doet niemand van ons bestuur.' Dat beperkte budget heeft wel een aantal consequenties, legt Van Geeteruyen uit. 'Spelers die hier komen voor het geld, ontmoedigen we. Al onze spelers betalen lidgeld, ook die van de eerste ploeg. Wat wij wel doen, is onze spelers volledige transparantie bieden: ze mogen weten wat er binnenkomt en wat er buitengaat. Wij hebben hen gezegd: wij kunnen jullie maar betalen in functie van wat er binnenkomt, maar jullie kunnen ook meehelpen met acties. De eerste actie was er één waarbij de kernspelers ijsjes zijn gaan verkopen. Dat was een groot succes.' Met een realistisch budget vermijd je ook dat je in het rood moet gaan en schulden opbouwt. Dat overkwam KSK Steenbrugge enkele jaren geleden. De ex-club van Club Brugge-icoon Raoul Lambert zat toen in de lift in het provinciale voetbal, maar verbrandde haar vleugels. Een drastische maatregel drong zich op: de club zakte in 2018 vrijwillig terug van eerste naar derde provinciale. Voorzitter Koen Astaes is daar nu niet rouwig om: 'Toen we in eerste provinciale zaten, werden er financieel té zware inspanningen geleverd. We leefden boven onze stand. KSK Steenbrugge was een ploeg met twee besturen: eentje voor de eerste ploeg, de andere voor de jeugd. De middelen van die laatste categorie werden gebruikt voor de vergoeding van de volwassenen. Met de clubleiding kozen we dan maar twee jaar geleden voor een radicale koerswijziging, door terug te keren naar de basis. We zakten vrijwillig naar derde provinciale. Het vergde moed om alles op dezelfde golflengte te krijgen, maar het lukte. We moesten absoluut weer een financieel gezonde vereniging worden. 'Vandaag ben ik blij dat we die ingreep deden. Met trots kan ik zeggen dat wij geen schulden meer hebben aan externen of aan vroegere bestuurders. Die achterstallige betalingen werden allemaal in orde gebracht tijdens het eerste jaar dat ik voorzitter was. Een sportclub is maar leefbaar als de rekening klopt.' Sportief loopt het wel wat minder bij de club. Astaes: 'Op het einde van het seizoen 2018/19 zakten we naar vierde provinciale. Exact twee spelers van de kern bleven ons toen trouw, de rest koos voor meer geld elders. Geen probleem voor ons. Zolang ik voorzitter ben, zal die strategie worden gevolgd. Want onze club kreeg een nieuwe drive. Andere ploegen uit het Brugse feliciteerden ons al. Heel wat ploegen rondom ons gingen ondertussen immers failliet en zitten nog altijd op een schuldenberg. Ik ben fier dat wij de tering naar de nering hebben kunnen zetten maar vrees dat heel wat clubs, waar nu het water tot de lippen komt, zware gevolgen zullen dragen.' Om het nodige geld in het laatje te brengen, moet je als club in het amateurvoetbal tegenwoordig origineel uit de hoek komen. Stefaan Luca (KVV Zelzate) omschrijft het als volgt: 'Clubs die rekenen op grote events, mosselsoupers voor 700 aanwezigen, hebben het nu moeilijk. Met die acties ga je er niet meer komen.' Je moet het dus over een andere boeg gooien. François De Keersmaecker heeft een paar suggesties: 'Aangezien alles plat ligt, houden we met het bestuur om de veertien dagen een vergadering via Zoom, onder meer om via nieuwe initiatieven middelen te genereren: verkoop nieuwe shirts, verkoop van een boek over onder meer het Vankesbeeckstadion, verkoop van Gouden Caroluskistjes,...' Als er gesnoeid is in de lonen en het budget is ingekrompen, kan de redding van eigen jeugd komen. Want, zo voorspelt Steven Van Geeteruyen, 'in de toekomst zal het niveau waarop een amateurclub uitkomt bepaald worden door wat de jeugdwerking waar kan maken. Wenst zij sterke jeugd, dan mag men hoog mikken. Is de jeugdwerking geen prioriteit, dan ga je niet ver geraken.' Het is een filosofie waar Diegem Sport al een hele tijd van doordrongen is. Pieter Jacobs: 'Wij doen dat hier al 25 jaar. Ons budget bedraagt 225.000 euro per jaar voor de eerste ploeg en 245.000 euro voor de jeugd. Met eigen jeugd worden we misschien tiende, en met een bijeen gekocht elftal zevende. Wat is dan het verschil, behalve het financiële kostenplaatje? Sinds 1997 hebben wij minstens één speler per jaar vast in het eerste elftal gezet. Dat blijft onze ambitie, én 50 procent van de kern bevolken met jeugdspelers. Misschien kunnen we over een paar jaar naar 60 procent gaan. Daardoor moet je weinig spelers op een ander halen. Dat scheelt qua uitgaven.' Jacobs vervolgt: 'Ook trainers van de eerste ploeg moeten daarin meegaan. Coaches die zelf vier spelers mee willen brengen, moeten niet bij ons zijn. Clubs die onze weg willen volgen, moeten beseffen dat het minstens vijf tot tien jaar duurt eer dat drie of vier spelers voor het eerste elftal oplevert.' Diegem kent weinig verloop bij zijn jeugdspelers. 'Ze weten dat ze hier hun kans zullen krijgen', zegt Jacobs. Wie te goed is voor groen-wit, kan terecht bij Club Brugge, waarmee Diegem Sport drie jaar geleden een samenwerkingsakkoord sloot. Ook KFC Heur-Tongeren werkt samen met een eersteklasser zodat spelers die meer talent hebben, toch hogerop kunnen. In het geval van de Limburgse club is dat Anderlecht, dat wel honderd kilometer verderop ligt. 'Het wegvallen van events door de coronacrisis is voor ons een financiële aderlating, maar wij hebben het geluk dat we over heel wat loyale sponsors beschikken. Onze sponsors betalen de eerste ploeg', zegt Stefaan Luca van KVV Zelzate. Sponsoring is nog steeds een belangrijke bron van inkomsten voor veel clubs uit het amateurvoetbal. Daarom is het ook van belang om met een geloofwaardig verhaal naar hen te stappen, vindt Steven Van Geeteruyen. 'De sponsors die wij nu hebben bij KFC Heur-Tongeren zijn niet bereid om mee te gaan in een sportief verhaal met profvoetballers. Die vinden het juist leuk om bij te dragen aan een club waar jeugd centraal staat en waar het financiële ondergeschikt is aan het sportieve.' Een grote pleitbezorger voor een samenwerking tussen amateurclubs is Steven Van Greeteruyen. Hij is de woordvoerder van VACHA, een vereniging van 60 nationale amateurclubs uit hogere afdelingen. De vereniging ging op tafel kloppen bij Voetbal Vlaanderen. 'Corona was de druppel die de emmer deed overlopen, maar ons ongenoegen was er voordien al. Dat dateert van toen de profliga een nieuw recordbedrag aan tv-gelden binnenhaalde, en in ruil de speeldag over het hele weekend spreidde, waardoor wij helemaal weggedrukt werden. Toen we bij Voetbal Vlaanderen gingen aankloppen met de vraag wat zij daar tegen gingen doen, begrepen we al snel wat het antwoord was: helemaal niets. Wij werden niet gehoord, en daarom zijn we gaan samenwerken. Een aantal clubs overwoog zelfs een afscheiding van Voetbal Vlaanderen. Nu worden we wel gehoord, nadat we naar aanleiding van de coronaperikelen met 60 van de 71 Vlaamse amateurclubs in nationale een charter tekenden.' Niet iedereen is echter overtuigd van die aanpak. Een charter om veranderingen af te dwingen, daar gelooft Pieter Jacobs niet in. 'Laat elke club eerst maar eens voor eigen deur vegen. Ik heb op die vraag tot frontvorming mails zien passeren van clubs die een salarisplafond voorstelden, maar die zelf hun spelers flink vergoeden. Eén stelde voor de vergoeding in de amateurklassen te beperken tot 40.000 euro per jaar per speler, all-in. Dat noem ik geen amateurclub meer. Met dat bedrag betalen wij vier, zelfs vijf spelers. Ik weet dat er in eerste nationale, de hoogste amateurreeks, veel profs rondlopen. Clubhoppers die elk jaar verhuizen naar wie nog meer biedt. Spelers met die ingesteldheid willen we hier niet.' Maar Van Greeteruyen is ervan overtuigd dat de coronacrisis de hefboom kan zijn om zaken te veranderen. 'Als het financiële in het amateurvoetbal blijft primeren op het sportieve, wordt het één groot slagveld en blijft over vijf jaar nog de helft van het huidige aantal clubs over. Maar als we nu een mentaliteitswijziging kunnen realiseren, zal corona uiteindelijk een positieve impact gehad hebben.'