Het was ergens in het begin van de jaren negentig dat België de dienstplicht opschortte en we de facto een beroepsleger kregen. Meteen het einde van een militaire voetbalploeg op hoog niveau, met beroepsvoetballers die van een gunstig regime konden genieten. Ze moesten amper in de kazerne zijn. In ruil werd van hen één tegenprestatie gevraagd: hun best doen in de Kentishbeker, een tornooi met Frankrijk, Engeland en later ook Nederland. Het was daar dat we Régis Genaux voor het eerst van dichtbij leerden kennen. Op trip naar Portsmouth, logerend in de kazerne van het Britse Aldershot. Philippe Léonard was er ook bij, zijn collega-musketier. Michaël Goossens was de derde. Glen De Boeck en Geert De Vlieger waren ook mee naar Engeland. Een guitige bende, waarbij de ene al wat meer beroepsernst toonde dat de ander. Hun coach kreeg er grijze haren van, zij van de gebrekkige organisatie van die trip - inclusief een defect vliegtuig - ook.

In de tien jaar die volgden zouden we Genaux, begaafd als rechtsachter en ooit gezien als dé opvolger van Erik Gerets bij Standard, geregeld tegen het lijf lopen. Soms nukkig, als het lijf weer eens niet mee wilde of de kritiek ongenadig. Concurrentie genoeg immers voor het opvolgen van Gerets, ook in de nationale ploeg: Jacky Peeters, Dirk Medved, Eric Deflandre, Bertrand Crasson, ... Vaak waren de ontmoetingen memorabel. Eén keer keerde hij na een lange interviewsessie in een Brussels restaurant - Anderlecht-Standard kwam eraan - na een paar minuten terug op zijn stappen. Telefoon in de hand. Of we aan zijn vriendin konden zeggen dat ons gesprek nog wel een tijdje zou duren. Hij wilde nog even met Gilles De Bilde de nacht in...

Op een andere keer stonden er minstens tien berichten op ons antwoordapparaat. Op weg naar Udinese waren we in een gigantische kettingbotsing verzeild geraakt. Wij waren ongedeerd, maar de batterij van onze telefoon was leeg. We konden dus niemand bereiken. Achteraf bleek dat Genaux, ongerust geworden door de beelden van de ravage, ons had proberen te bellen.

Te vroeg eindigde zijn carrière met knieproblemen, net voor zijn 30e. Te vroeg ook zijn leven, vijf jaar later. Twee weken voordien had hij zich nog medisch laten testen. Zijn trainerscarrière was net in de steigers gezet, de plannen voor een Pro Licence opgestart. Een falend hart besliste er anders over.

Het was ergens in het begin van de jaren negentig dat België de dienstplicht opschortte en we de facto een beroepsleger kregen. Meteen het einde van een militaire voetbalploeg op hoog niveau, met beroepsvoetballers die van een gunstig regime konden genieten. Ze moesten amper in de kazerne zijn. In ruil werd van hen één tegenprestatie gevraagd: hun best doen in de Kentishbeker, een tornooi met Frankrijk, Engeland en later ook Nederland. Het was daar dat we Régis Genaux voor het eerst van dichtbij leerden kennen. Op trip naar Portsmouth, logerend in de kazerne van het Britse Aldershot. Philippe Léonard was er ook bij, zijn collega-musketier. Michaël Goossens was de derde. Glen De Boeck en Geert De Vlieger waren ook mee naar Engeland. Een guitige bende, waarbij de ene al wat meer beroepsernst toonde dat de ander. Hun coach kreeg er grijze haren van, zij van de gebrekkige organisatie van die trip - inclusief een defect vliegtuig - ook. In de tien jaar die volgden zouden we Genaux, begaafd als rechtsachter en ooit gezien als dé opvolger van Erik Gerets bij Standard, geregeld tegen het lijf lopen. Soms nukkig, als het lijf weer eens niet mee wilde of de kritiek ongenadig. Concurrentie genoeg immers voor het opvolgen van Gerets, ook in de nationale ploeg: Jacky Peeters, Dirk Medved, Eric Deflandre, Bertrand Crasson, ... Vaak waren de ontmoetingen memorabel. Eén keer keerde hij na een lange interviewsessie in een Brussels restaurant - Anderlecht-Standard kwam eraan - na een paar minuten terug op zijn stappen. Telefoon in de hand. Of we aan zijn vriendin konden zeggen dat ons gesprek nog wel een tijdje zou duren. Hij wilde nog even met Gilles De Bilde de nacht in... Op een andere keer stonden er minstens tien berichten op ons antwoordapparaat. Op weg naar Udinese waren we in een gigantische kettingbotsing verzeild geraakt. Wij waren ongedeerd, maar de batterij van onze telefoon was leeg. We konden dus niemand bereiken. Achteraf bleek dat Genaux, ongerust geworden door de beelden van de ravage, ons had proberen te bellen. Te vroeg eindigde zijn carrière met knieproblemen, net voor zijn 30e. Te vroeg ook zijn leven, vijf jaar later. Twee weken voordien had hij zich nog medisch laten testen. Zijn trainerscarrière was net in de steigers gezet, de plannen voor een Pro Licence opgestart. Een falend hart besliste er anders over.