"We hebben een heel goeie coach en KV Mechelen heeft niet de gewoonte om te panikeren als de resultaten niet meteen volgen", vertelt Renard. En hij verwijst daarbij naar zijn eigen ervaringen bij de club: "Ik herinner me nog een periode onder Peter Maes toen ik hier nog speler was. We zetten een rampzalige serie neer, maar niemand stelde hem in vraag en uiteindelijk speelden we nog de bekerfinale."

"Je moet pas ingrijpen als er uit de kleedkamer negatieve geluiden komen, maar daar is bij ons geen sprake van. Er zijn trainers die hun spelers vier uur per dag op het veld houden en dan zeggen ze dat die goed werken. Jankovic is niet zo'n coach, maar je ziet dat onder hem iedereen vooruitgang boekt. En dat is belangrijk voor ons. Als je trainer 90 tot 95 procent van de spelers achter zich heeft, wil dat zeggen dat het een goeie is! Dat is heel belangrijk omdat de sfeer in de kleedkamer gecreëerd wordt door zij die niet spelen. De basisspelers zijn sowieso positief, maar van die tweede groep zijn er meer."

Als het een kwalitatief probleem is, ligt de zaak evenmin eenvoudig, want Renard is gebonden aan een strikt budget, legt hij verder uit: "De fans die de club gered hebben na het faillissement bezitten een derde van de aandelen en zij hebben het dus mee voor het zeggen. Zij mogen onze balansen inkijken. Het loon van speler X of Y kennen ze niet, maar ze hebben wel een zicht op de totale loonlast."

"Dat is goed, maar aan de andere kant kunnen we zo nooit eens een slag proberen te slaan, een kleine gok wagen. Ik kan een bepaalde speler niet kopen met in het achterhoofd de som die een andere speler zes maanden later zal opbrengen. Ik heb een budget, en daar moet ik het mee doen, ik mag daar niet over gaan."

Lees de volledige 5 vragen aan Olivier Renard in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 7 oktober.

"We hebben een heel goeie coach en KV Mechelen heeft niet de gewoonte om te panikeren als de resultaten niet meteen volgen", vertelt Renard. En hij verwijst daarbij naar zijn eigen ervaringen bij de club: "Ik herinner me nog een periode onder Peter Maes toen ik hier nog speler was. We zetten een rampzalige serie neer, maar niemand stelde hem in vraag en uiteindelijk speelden we nog de bekerfinale.""Je moet pas ingrijpen als er uit de kleedkamer negatieve geluiden komen, maar daar is bij ons geen sprake van. Er zijn trainers die hun spelers vier uur per dag op het veld houden en dan zeggen ze dat die goed werken. Jankovic is niet zo'n coach, maar je ziet dat onder hem iedereen vooruitgang boekt. En dat is belangrijk voor ons. Als je trainer 90 tot 95 procent van de spelers achter zich heeft, wil dat zeggen dat het een goeie is! Dat is heel belangrijk omdat de sfeer in de kleedkamer gecreëerd wordt door zij die niet spelen. De basisspelers zijn sowieso positief, maar van die tweede groep zijn er meer."Als het een kwalitatief probleem is, ligt de zaak evenmin eenvoudig, want Renard is gebonden aan een strikt budget, legt hij verder uit: "De fans die de club gered hebben na het faillissement bezitten een derde van de aandelen en zij hebben het dus mee voor het zeggen. Zij mogen onze balansen inkijken. Het loon van speler X of Y kennen ze niet, maar ze hebben wel een zicht op de totale loonlast." "Dat is goed, maar aan de andere kant kunnen we zo nooit eens een slag proberen te slaan, een kleine gok wagen. Ik kan een bepaalde speler niet kopen met in het achterhoofd de som die een andere speler zes maanden later zal opbrengen. Ik heb een budget, en daar moet ik het mee doen, ik mag daar niet over gaan."Lees de volledige 5 vragen aan Olivier Renard in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 7 oktober.