De financiering van de renovatie van het Koning Boudewijnstadion zou volledig aan de belastingbetaler worden aangerekend. Er was veel kritiek op wat de belastingbetaler vooral via stad en gewest had moeten ophoesten voor het Eurostadion, maar de constructie zelf werd wel bekostigd door bouwer Ghelamco. Nu zou de hele renovatie dus door overheidsgeld worden gedragen. Dat vergt veel meer overheidsmiddelen dan er voor de bouw van het Eurostadion nodig waren geweest. En het druist zeker in tegen het principe van Bart Verhaeghe dat de overheid geen voetbaltempels voor professionele clubs mag financieren.

Een grote vraag blijft wie er concreet wat zal betalen.

'Renovatieplan Koning Boudewijnstadion lijkt vooral wishful thinking'

Zowel de stad Brussel als het Brussels Gewest hebben heel andere katten te geselen. Het gewest stopt de komende jaren het gros van zijn infrastructuurmiddelen in de metro, in tunnels, fietsvoorzieningen en andere mobiliteitstoestanden. En 200 miljoen euro is niet meteen een som die de volgende federale minister van Begroting vlotjes uit de schatkist kan lichten voor een project dat zijn maatschappelijke relevantie nog moet bewijzen. Zeker voor de rest van het land.

Stel dat die overheidsfinanciering toch wordt binnengerijfd. En een Brusselse topclub - vul maar in - maakt werk van een verhuizing naar een nieuw stadion of van een écht grondige renovatie van zijn huidige accommodaties. Dat laatste is bijzonder twijfelachtig in het parkje en de woonwijken waar Huize Coucke nu gevestigd is. Een nieuwbouw dus - Joost mag weten waar, als Parking C niet kan - maar de Brusselse kassa voor voetbaltempels zal tot op de bodem geledigd zijn. Terwijl Marc Coucke voor faciliteiten qua bereikbaarheid wel moet rekenen op de overheden. En terwijl twee grote, moderne stadions in Brussel commercieel allicht van het goede te veel wordt.

Als de overheid betaalt, maalt men blijkbaar minder om het terugverdienen van de investering.

Een voetbalstadion mét atletiekpiste was volgens studies en bevindingen van internationale deskundigen, onder wie een topadviseur van de UEFA inzake geschiktheid van stadions, noch veilig genoeg noch rendabel te maken. Maar als de overheid betaalt, maalt men blijkbaar minder om het terugverdienen van de investering.

Bij het Eurostadion was een voetbalploeg van niveau met zijn thuisbasis erin onontbeerlijk om de zaak rendabel te kunnen maken. Dat soort rekenwerk is aan dit project niet besteed. De Rode Duivels, de Red Flames, enkele atletiekevents en wat andere events moeten volstaan.

En dan is er die locatie.

Het huidige stadion vleit zich langs een paar zijden tegen woonwijken aan. In de toekomst zal de ontwikkeling van het Neoproject op de Heizelvlakte het stadion nog veel nauwer insluiten met onder meer woningen, winkels, een hotel en een congrescentrum. Voetbalsupporters met een auto zullen nog altijd vanaf de kale Parking C naar hun tribunezitje moeten lopen. Dat is niet bepaald een modernisering.

Voor parkeerruimte aan het stadion is niks gepland. En dat terwijl de buurt volgens de huidige regels slechts tienmaal per jaar mag worden verstoord door een groot evenement in het stadion. Benieuwd wat de mobiliteitsstudie zal uitwijzen. Die is vereist voor de renovatievergunning.

Het is nog maar de vraag of het stadion UEFA-geschikt te maken is, op deze locatie en binnen het voorziene budget.

Het is nog maar de vraag of het stadion UEFA-geschikt te maken is, op deze locatie en binnen het voorziene budget.

Qua veiligheid en zichtbaarheid van het veld voor alle toeschouwers zijn de vereisten vrij streng voor interlands en finales van Europese bekercompetities.

Om de beleving te verbeteren zouden de tribunes steiler worden gemaakt, maar dat houdt in dat er dan quasi vanaf de grond nieuwe moeten worden gebouwd. Dat wordt heel veel beton breken en weer opbouwen. Kent men echt het kostenplaatje?

Tijdens die werken zal de Memorial Ivo Van Damme er niet kunnen plaatsvinden. Als die tijdelijk verhuist, komt die dan ooit nog terug? Is de atletiekpiste, die men nu wil redden, dan nog wel nodig?

De stad Brussel staat welwillend tegenover de renovatie, wat strookt met haar standpunten sinds het burgermeesterschap van Philippe Close, maar zij engageert zich nog niet tot een concreet investeringsbedrag. Zij slaat wel de gerechtelijke weg in om van de erfpachtregeling met Ghelamco op Parking C verlost te geraken. Maar dat wordt nog een fikse juridische kluif en mogelijk een verhaal met een staartje in de vorm van een boete. Desgevallend ook door deze overheidsinstantie op te hoesten.

De initiatiefnemers van de stadionrenovatie gaan prat op de steun van alle te betrekken overheden. Dan mogen ze hopen dat de zaken heel anders lopen dan toen het Eurostadion werd gelanceerd. Toen drumden de toppolitici zelfs om op de foto te staan bij de plechtige ondertekening van een soort totaalakkoord dat tot in de puntjes was uitgewerkt. Toen de politieke figuren uit hun sleutelposities verdwenen, zakte de steun van meerdere instanties als een pudding in elkaar. Vandaag is er geen spoor van zo'n akkoord dat iedereen zijn verantwoordelijkheid geeft.

Politiek gaat niemand in verkiezingsmodus kritiek uiten, maar er zijn ook geen harde engagementen genomen.

Maakt dit project dan geen kans op slagen?

Een aantal hinderpalen uit het Eurostadiondossier zijn geruimd. Vlaanderen hoeft er niet meer bij betrokken te worden, tenzij het nu ook parkeren op Parking C onmogelijk zou maken.

De voetbalbond krijgt een grondig vernieuwd stadion, zonder complicaties met een club, wat natuurlijk ook Bart Verhaeghe wel ziet zitten. Er zijn geen grote investeringen nodig voor openbaar vervoer of toegangswegen.

Opmerkelijk is ten slotte dat volgens een welingelichte bron zeker al het Brussels stadsbestuur, RSC Anderlecht en het Brussels Gewest door de aankondiging van deze plannen compleet werden verrast. De ene had met de initiatiefnemers over deze intenties hooguit een losse babbel gehad, terwijl Marc Coucke zelfs helemaal uit de lucht viel.

Wat nu?

Politiek gaat niemand in verkiezingsmodus kritiek uiten, maar er zijn ook geen harde engagementen genomen. Daardoor heeft het plan veel weg van een luchtkasteel. Een Golden Generation Dream, zeg maar. Het plan lijkt vooral wishful thinking.

Zoals ik in de conclusie van het boek 'Dossier Stadion' al aangaf, zijn de bedrijfs- en voetbalclubleiders Bart Verhaeghe, Marc Coucke en Paul Gheyssens met hun stadionplannen op meer dan één manier objectieve bondgenoten van elkaar. Of ze dat nu graag hebben of haten. Dit renovatieplan in Brussel helpt hun geblokkeerde plannen en vooruitzichten niet vooruit. Gheyssens zit klem op Parking C, Coucke in het Astridpark en Verhaeghe met zijn Brugse plannen bij de Raad van State. Ze kunnen best als volwassen en verantwoordelijke leiders elkaar het licht van de zon gunnen. Dàt zou pas ons voetbal ten goede komen. En de belastingbetaler gunstig stemmen.

Toch blijft het bouwen van stadions ook een maatschappelijk probleem. De wetgeving is véél te complex, waardoor er voor initiatiefnemers geen rechtszekerheid te geven is. En het voetbal kan dezer dagen door de geur van schandalen die het uitwasemt nog heel moeilijk verantwoorden dat de samenleving er veel geld in pompt. Ook het uitmesten van hun stal is een taak die de voetballeiders het best samen aanpakken alvorens ze veel geld gaan vragen, voor wat dan ook.

Willem De Bock is auteur van het bij Lannoo uitgegeven boek Dossier Stadion , waarvoor hij research deed met steun van het Fonds Pascal Decroos.