'A xel Witsel ... Boem ... O, Axel Witsel ... We zeiden het, hij is Europees niveau, hij bewijst het vanavond weer. Wat een klasse! Prachtig!'
...

'A xel Witsel ... Boem ... O, Axel Witsel ... We zeiden het, hij is Europees niveau, hij bewijst het vanavond weer. Wat een klasse! Prachtig!' Marc Delire is het delirium nabij. Hij voorziet Standard-Club Brugge op Belgacom TV van commentaar op de zevende speeldag in de play-offs 2010/11. De toestand is explosief, want Standard raast als een TGV door de play-offs: 16 punten op 18 tot de dag van de clash met Brugge op 7 mei. De commentator zinspeelt erop bij het begin van het liveverslag: 'Als u van voetbal houdt, moet u hier zijn vanavond. Op Sclessin, in een stadion dat klaar is om te ontploffen.' Aan zijn zijde zit Benoît Thans als analist. Ben merkt op: 'Voorin staat het duo Aloys Nong en Mémé Tchité, dat de vlam in de pan doet slaan, zoals ze hier zeggen.' De lofzang van Marc Delire volgt in de 32e minuut. Axel Witsel krijgt de bal op 30 meter van het doel, rukt op tot 20 meter en verstuurt vanaf daar een raket naar de winkelhaak van Geert De Vlieger, in allerijl op zijn 39e weer opgetrommeld in het Brugse doel, omdat Colin Coosemans met klierkoorts kampt. 1-0, de enige goal van de match. Standard is nu met 19 punten op 21 verzekerd van deelname aan de Europacup. Witsel, met een jong engelengezicht, bootst zoals gewoonlijk een vlinder na om zijn doelpunt te vieren. Zijn tiende van het seizoen in de competitie, zijn derde in de play-offs. En vooral - maar dat weet niemand op dat moment - zijn allerlaatste goal in de Belgische competitie. De teller stopt definitief bij 33. Op het secretariaat van Sclessin hebben ze voor de wedstrijd heel wat mooie ticketaanvragen binnengekregen. Onder de clubs die voor een van hun scouts een uitnodiging hebben aangevraagd, bevinden zich AC Milan, Bayern, Sevilla, Arsenal en Manchester City. Er staan twee jongens op het scheidsrechtersblad die hotter zijn en een hogere marktwaarde hebben dan de rest: kapitein Steven Defour en vicekapitein Axel Witsel. Defour verschijnt niet aan de aftrap, hij komt uit blessure terug. Hij zal in de loop van de match invallen. In de bestuurskamers weten ze het haast zeker: de rijke Europese grootmachten zijn vooral geïnteresseerd in Witsel. Het bestuur probeert alle twee de spelers langer vast te leggen. Witsel ligt nog drie jaar onder contract, voor wat het waard is. Luciano D'Onofrio weet: hoe langer het contract, hoe hoger de verkoopprijs. In een interview 's avonds na de overwinning tegen Brugge laat de speler zijn tanden zien: 'Ik weet niet of ik ga verlengen of niet. Ik las alleen in de pers dat Standard wil dat ik dat al doe. Het enige wat ik weet, is dat ik aan het eind van dit seizoen weg wil. Ik voel me klaar om mezelf te testen op een hoger niveau.' En inderdaad: een paar weken later trekt hij naar Benfica. Terug naar die individueel en collectief perfect afgeronde prestatie. De eerste helft van het Standard van Dominique D'Onofrio is fenomenaal. Een Vlaamse krant noemt het de beste helft die in België te zien was sinds de zomer van 2010. Het Brugge van Adrie Koster ligt op de keien. De veelzeggende reactie van Daan Van Gijseghem bij het opstappen in de bus: 'Aan de rust had het 10-0 kunnen staan.' Geert De Vlieger doet zijn job, maar verder staan er verschillende Bruggelingen op het verkeerde been. Een krant schrijft op maandag, twee dagen na de match: ' Mehdi Carcela maakte Peter Van der Heyden compleet gek. Carl Hoefkens kon nooit Mbaye Leye controleren. Karel Geraerts werd langs alle kanten mee op wandel genomen. Eliaquim Mangala en Kanu lieten Dorge Kouemaha, nochtans niet de eerste de beste, gras eten. En in vergelijking met Daniel Opare liep Nabil Dirar - normaal nochtans snel - als een oudje. Zelden zagen we in een topmatch zo'n dominantie. En het kon niet eens verklaard worden door de zwakte van Club.' Koster vat het samen: 'We konden niet meer doen.' Sérgio Conceição, de T2 van DD, plaatst zijn pijl: 'We zijn de beste ploeg van België.' Wanneer het tijd is om van antenne te gaan, laat Delire zich ontvallen: '19 op 21 in deze play-offs, het is ongelooflijk.' Waar Thans op inhaakt met: 'Deze ploeg heeft veel maturiteit, en zonder druk ... blijft ze Genk onder druk zetten.' Het is het seizoen van de beruchte beslissende match in Genk. Standard-Club Brugge wordt exact tien dagen voor de historische thriller gespeeld, met de onvrijwillige aanslag van Chris Mavinga op Mehdi Carcela, de surrealistische reddingen van Thibaut Courtois en de titel voor de jongens van Frankie Vercauteren. Axel Witsel is op het toppunt van zijn kunnen. Nog sterker, zo heet het, dan in het jaar dat hij de Gouden Schoen kreeg. Steven Defour kent een moeilijke campagne, overschaduwd door een schouderblessure. Witsel nam de gelegenheid te baat om, behalve de kapiteinsband, de rol over te nemen van patron van de ploeg en beste speler van Standard. Aan het eind van de avond becommentarieert hij zijn laatste juweeltje op de Belgische competitievelden: 'Het is het soort doelpunt dat je kunt zien in de Engelse competitie. Ik weet niet of het de mooiste goal uit mijn carrière is, maar het is zeker de mooiste die ik dit seizoen gemaakt heb. Er zijn zo van die dagen dat het lukt. Dat ik geen medelijden had met een doelman van bijna 40? We spelen niet in dezelfde ploeg. Op het veld hebben we geen vrienden.' Enkele dagen later verklaart De Vlieger: 'Wat een goal! Toen ik het schot van Witsel zag vertrekken, wist ik al dat alleen het doelhout me eventueel kon redden. Of de bal moest enkele centimeters naast gaan. Dat schot was live al fantastisch. Maar het was nog mooier toen ik het op tv terugzag.'