Het Belgisch verhaal van Kaveh Rezaei begint als een familiesaga. 'De eerste die mij over hem vertelde, was mijn vader', zei Mehdi Bayat onlangs. Als groot voetballiefhebber aarzelt vader Bayat nooit om zijn zoon een of ander talent te tippen dat rondloopt op de Iraanse velden. Doorgaans bedankt Mehdi hem beleefd. Maar op aandringen van zijn vader besloot de algemeen directeur van Charleroi het dossier-Rezaei toch maar wat aandachtiger te bekijken. Enkele maanden en tien doelpunten later is de jongste van de broers Bayat ongetwijfeld bereid aan iedereen te verklaren dat je altijd naar je ouders moet luisteren.

Ik zou geen topscorer willen zijn als het team zich niet zou kunnen ontwikkelen.

Kaveh Rezaei

Hoewel voor Iraanse talenten de overgang van hun thuisland naar Europa vaak een te hoge klip is, lijkt Rezaei er vlot omheen te varen. 'Het was zeker een risico', vertelt de spits in de perszaal van Mambourg. 'Van team veranderen binnen dezelfde competitie is soms al moeilijk, en ik ben van continent veranderd. In het begin heb ik wat moeilijkheden gekend, maar de club liet me geleidelijk aanpassen. De scouts van Charleroi hadden me al een heel seizoen lang geanalyseerd. Ze kenden me door en door en wisten wat de positieve en negatieve punten van mijn spel waren. Ze hebben me gevraagd om de positieve te blijven verbeteren en aan de negatieve te werken. Ook de tips van de coach waren waardevol. Door aandachtig naar hen te luisteren kon ik me zo snel aanpassen. Na ongeveer twee maanden in België voelde ik me binnen mijn nieuwe omgeving geïntegreerd.'

Tussen gewichtheffers en worstelaars

Als Rezaei het Belgisch voetbal moet uitleggen aan zijn Iraanse vrienden, zou hij zeggen: 'Het is erg tactisch en vooral erg fysiek! Je moet klaar zijn om drie wedstrijden in zes dagen te spelen, en in elk van die wedstrijden leg ik twaalf of dertien kilometer af. Maar ik ben heel blij dat ik voor de Belgische competitie gekozen heb. Ze is heel interessant en ook een ideale springplank naar de grootste Europese competities.'

Rezaei diende zich niet alleen aan te passen aan een ander voetbal, maar ook aan een ander leven. 'Je zou kunnen denken dat het voor een Iraniër, die uit een compleet andere cultuur komt, moeilijk is om zich in Europa te ontplooien', aldus het nummer 9 van de Zebra's. 'Maar de wereld wordt kleiner, de landen liggen steeds dichter bij elkaar. Ikzelf bijvoorbeeld kwam in het verleden al naar Europa. Voor het voetbal, met de nationale ploeg, maar ook voor het plezier. Iraniërs reizen veel. Ik wist wat ik kon verwachten, daardoor voelde alles meteen min of meer vertrouwd aan.'

De spits van de Carolo's groeide op in Eslamabad-e Gharb, een stad in het westen van Iran, dicht bij de Iraakse grens. 'Het is een regio waar de Koerden in de meerderheid zijn', vertelt hij. 'Door de oorlog kende de stad een moeilijk verleden, maar beetje bij beetje gaat het er in de regio beter aan toe. Het is trouwens een plek met veel sporttalent. Kianoush Rostami bijvoorbeeld ( gewichtheffer die goud behaalde in Rio, nvdr). Er zijn nogal wat gewichtheffers en worstelaars in de streek. Maar het is ook een voetbalregio! Mocht er een beetje geïnvesteerd worden in de streek, zou er ongetwijfeld heel wat talent worden gevonden voor Iraanse of zelfs buitenlandse clubs. Maar de acht jaar oorlog tussen Iran en Irak heeft de jeugd en de sportinfrastructuur erg verzwakt. Zelf had ik het geluk dat ik op mijn elfde opgepikt werd door Foolad, een club in het zuiden van het land met een heel goeie infrastructuur. Het ging er heel professioneel aan toe. Het jaar voor ik er arriveerde, was de eerste ploeg trouwens voor het eerst in de geschiedenis kampioen gespeeld. Zelfs bij de jeugd werkten ze voor het merendeel met buitenlandse trainers. Om progressie te maken was dat voor mij echt de perfecte omgeving. Ik besef vandaag dat ik geluk heb gehad, want het is dankzij deze opleiding dat ik een plek in eerste afdeling kon bemachtigen.'

'Het Belgisch voetbal is erg tactisch en fysiek', vertelt Rezaei steevast aan zijn Iraanse vrienden., BELGAIMAGE
'Het Belgisch voetbal is erg tactisch en fysiek', vertelt Rezaei steevast aan zijn Iraanse vrienden. © BELGAIMAGE

100.000 fans voor derby

Eenmaal prof doet Rezaei algauw van zich spreken. Hij is gewild door de twee grote clubs van Teheran, Esteghlal en Persepolis. Zijn keuze doet in de pers veel stof opwaaien. 'In die situatie, welke keuze je ook maakt, ga je sowieso kritiek krijgen uit het kamp van de tegenstander, omdat ze je stokken in de wielen willen steken. Dus worden er dingen over je geschreven om je vertrouwen te ondermijnen. Dat is niet eigen aan Iran, dat gebeurt overal in de wereld. Eerlijk gezegd was dat niet moeilijk voor mij, het was heel normaal om daar doorheen te moeten. Het voetbal is zo: je speelt een slechte match en de media hebben kritiek op je. Trouwens, als je de waarheid wilt weten, ik lees het niet eens.'

Als klein jongetje was het mijn droom om in Europa te spelen, om me te testen en uit te zoeken wat mijn ware niveau is.' Kaveh Rezaei

Rezaei kiest uiteindelijk voor Esteghlal. Hij speelt de Surkhabi, de fameuze derby van Teheran, vaak omschreven als een van de meest verhitte voetbalduels ter wereld. 'Echt een grote derby', beaamt de speler. 'Het soort wedstrijd dat niet alleen de dagen voordien wordt voorbereid. Zodra de kalender verschijnt, kijken de fans op welke datum de derby plaatsvindt en gaat dat niet meer uit hun hoofd. De supporters van beide ploegen jagen elkaar heel vlug het harnas in, maar altijd in een goeie sfeer, zonder te veel uitspattingen. Het is moeilijk vergelijken voor mij met elders in de wereld, maar het is zeker een van de grootste derby's van Azië. Je moet weten dat er soms meer dan 100.000 toeschouwers in het stadion plaatsnemen. In zulke omstandigheden moet je met de druk weten om te gaan, maar dat is eerlijk gezegd nooit een probleem geweest voor mij. Integendeel, die druk, die stress rond zo'n wedstrijd: ik hield daar echt van. Uiteindelijk liet het me toe om me nog beter voor te bereiden, om heel geconcentreerd te zijn op training, omdat ik absoluut klaar wilde zijn voor die match.'

Topscorer

Zijn prestaties wekken op een gegeven moment ook interesse in Qatar. 'Drie jaar op rij kreeg ik aanbiedingen uit Qatar', vervolgt Rezaei. 'En uit China ook. Maar dat heeft me nooit echt geïnteresseerd. Ik wilde naar Europa komen om mijn kans te wagen. Als klein jongetje was het mijn droom om in Europa te spelen, om me te testen en uit te zoeken wat mijn ware niveau is. En ik ben niet de enige in dat geval: in Iran zitten veel spelers alleen maar daarop te wachten. Daarom wilde ik naar hier komen, ook al lagen de aanbiedingen van andere Aziatische of zelfs Iraanse clubs hoger.'

Het leek een gewaagde gok, maar uiteindelijk staat Rezaei met Charleroi tweede in de competitie en scoorde hij evenveel goals als Isaac Thelin, de aanvoerder in de topschuttersstand. Een verrassing voor hemzelf? 'Niet per se, neen. Ik behoorde al tot de beste doelpuntenmakers bij Esteghlal, en ik was twee keer topschutter op de Asian Cup. In elke nieuwe fase van mijn carrière doe ik er alles aan om mijn ambities waar te maken.'

Is topscorer worden een van die ambities? 'Ik zou zeker graag topscorer worden, maar dat is voor mij niet het belangrijkste. Eigenlijk wil ik vooral dat mijn ploeg wint. Ik zou geen topscorer willen zijn als het team zich niet zou kunnen ontwikkelen. Ik denk dat je dat kunt zien aan mijn manier van spelen: mijn doel is mijn ploeg te laten winnen. Ik ben hier niet om individueel te winnen. Als de ploeg wint, win ik ook. En op dit moment wint de ploeg heel vaak. Ik ben echt heel blij met onze prestaties sinds het begin van het seizoen. We zijn nog steeds in koers om te mogen hopen op de titel.'

© BELGAIMAGE

Goalgetter

'Ik heb de stijl van een goalgetter', zo omschreef Kaveh Rezaei zichzelf als kersverse Carolo op de persconferentie tijdens de stage voor aanvang van het seizoen. Een uitlating die op nogal wat scepsis werd onthaald, gezien zijn statistieken in zijn laatste seizoen in Iran, dat hij afsloot met meer beslissende passes (acht) dan goals (zeven). Maar eenmaal hij door Felice Mazzu in het elftal van de Zebra's werd gedropt, deed de Iraanse spits de reputatie die hij zichzelf had toebedeeld eer aan.

Rezaei manifesteert zich als een akelig precieze spits. Niet het soort dat uithaalt bij de minste kans, zoals Dodi Lukebakio op de flank. De Iraniër telt zijn cartouches. De nieuwe parel in de spits van de Zebra's schiet niet zo vaak op doel, maar haart een hoog scoringspercentage, rond de vier procent. Erg indrukwekkend gezien de tomeloze energie die hij in elke wedstrijd steekt.

Een blik op de belangrijkste Europese competities bevestigt dat er weinig topscorers rondlopen met een beter saldo dan één goal per vier pogingen. Mohamed Salah, Robert Lewandowski en Lionel Messi duiken niet onder deze symbolische lat, Mauro Icardi en Edinson Cavani wel.

Het Belgisch verhaal van Kaveh Rezaei begint als een familiesaga. 'De eerste die mij over hem vertelde, was mijn vader', zei Mehdi Bayat onlangs. Als groot voetballiefhebber aarzelt vader Bayat nooit om zijn zoon een of ander talent te tippen dat rondloopt op de Iraanse velden. Doorgaans bedankt Mehdi hem beleefd. Maar op aandringen van zijn vader besloot de algemeen directeur van Charleroi het dossier-Rezaei toch maar wat aandachtiger te bekijken. Enkele maanden en tien doelpunten later is de jongste van de broers Bayat ongetwijfeld bereid aan iedereen te verklaren dat je altijd naar je ouders moet luisteren. Hoewel voor Iraanse talenten de overgang van hun thuisland naar Europa vaak een te hoge klip is, lijkt Rezaei er vlot omheen te varen. 'Het was zeker een risico', vertelt de spits in de perszaal van Mambourg. 'Van team veranderen binnen dezelfde competitie is soms al moeilijk, en ik ben van continent veranderd. In het begin heb ik wat moeilijkheden gekend, maar de club liet me geleidelijk aanpassen. De scouts van Charleroi hadden me al een heel seizoen lang geanalyseerd. Ze kenden me door en door en wisten wat de positieve en negatieve punten van mijn spel waren. Ze hebben me gevraagd om de positieve te blijven verbeteren en aan de negatieve te werken. Ook de tips van de coach waren waardevol. Door aandachtig naar hen te luisteren kon ik me zo snel aanpassen. Na ongeveer twee maanden in België voelde ik me binnen mijn nieuwe omgeving geïntegreerd.' Als Rezaei het Belgisch voetbal moet uitleggen aan zijn Iraanse vrienden, zou hij zeggen: 'Het is erg tactisch en vooral erg fysiek! Je moet klaar zijn om drie wedstrijden in zes dagen te spelen, en in elk van die wedstrijden leg ik twaalf of dertien kilometer af. Maar ik ben heel blij dat ik voor de Belgische competitie gekozen heb. Ze is heel interessant en ook een ideale springplank naar de grootste Europese competities.' Rezaei diende zich niet alleen aan te passen aan een ander voetbal, maar ook aan een ander leven. 'Je zou kunnen denken dat het voor een Iraniër, die uit een compleet andere cultuur komt, moeilijk is om zich in Europa te ontplooien', aldus het nummer 9 van de Zebra's. 'Maar de wereld wordt kleiner, de landen liggen steeds dichter bij elkaar. Ikzelf bijvoorbeeld kwam in het verleden al naar Europa. Voor het voetbal, met de nationale ploeg, maar ook voor het plezier. Iraniërs reizen veel. Ik wist wat ik kon verwachten, daardoor voelde alles meteen min of meer vertrouwd aan.' De spits van de Carolo's groeide op in Eslamabad-e Gharb, een stad in het westen van Iran, dicht bij de Iraakse grens. 'Het is een regio waar de Koerden in de meerderheid zijn', vertelt hij. 'Door de oorlog kende de stad een moeilijk verleden, maar beetje bij beetje gaat het er in de regio beter aan toe. Het is trouwens een plek met veel sporttalent. Kianoush Rostami bijvoorbeeld ( gewichtheffer die goud behaalde in Rio, nvdr). Er zijn nogal wat gewichtheffers en worstelaars in de streek. Maar het is ook een voetbalregio! Mocht er een beetje geïnvesteerd worden in de streek, zou er ongetwijfeld heel wat talent worden gevonden voor Iraanse of zelfs buitenlandse clubs. Maar de acht jaar oorlog tussen Iran en Irak heeft de jeugd en de sportinfrastructuur erg verzwakt. Zelf had ik het geluk dat ik op mijn elfde opgepikt werd door Foolad, een club in het zuiden van het land met een heel goeie infrastructuur. Het ging er heel professioneel aan toe. Het jaar voor ik er arriveerde, was de eerste ploeg trouwens voor het eerst in de geschiedenis kampioen gespeeld. Zelfs bij de jeugd werkten ze voor het merendeel met buitenlandse trainers. Om progressie te maken was dat voor mij echt de perfecte omgeving. Ik besef vandaag dat ik geluk heb gehad, want het is dankzij deze opleiding dat ik een plek in eerste afdeling kon bemachtigen.' Eenmaal prof doet Rezaei algauw van zich spreken. Hij is gewild door de twee grote clubs van Teheran, Esteghlal en Persepolis. Zijn keuze doet in de pers veel stof opwaaien. 'In die situatie, welke keuze je ook maakt, ga je sowieso kritiek krijgen uit het kamp van de tegenstander, omdat ze je stokken in de wielen willen steken. Dus worden er dingen over je geschreven om je vertrouwen te ondermijnen. Dat is niet eigen aan Iran, dat gebeurt overal in de wereld. Eerlijk gezegd was dat niet moeilijk voor mij, het was heel normaal om daar doorheen te moeten. Het voetbal is zo: je speelt een slechte match en de media hebben kritiek op je. Trouwens, als je de waarheid wilt weten, ik lees het niet eens.' Rezaei kiest uiteindelijk voor Esteghlal. Hij speelt de Surkhabi, de fameuze derby van Teheran, vaak omschreven als een van de meest verhitte voetbalduels ter wereld. 'Echt een grote derby', beaamt de speler. 'Het soort wedstrijd dat niet alleen de dagen voordien wordt voorbereid. Zodra de kalender verschijnt, kijken de fans op welke datum de derby plaatsvindt en gaat dat niet meer uit hun hoofd. De supporters van beide ploegen jagen elkaar heel vlug het harnas in, maar altijd in een goeie sfeer, zonder te veel uitspattingen. Het is moeilijk vergelijken voor mij met elders in de wereld, maar het is zeker een van de grootste derby's van Azië. Je moet weten dat er soms meer dan 100.000 toeschouwers in het stadion plaatsnemen. In zulke omstandigheden moet je met de druk weten om te gaan, maar dat is eerlijk gezegd nooit een probleem geweest voor mij. Integendeel, die druk, die stress rond zo'n wedstrijd: ik hield daar echt van. Uiteindelijk liet het me toe om me nog beter voor te bereiden, om heel geconcentreerd te zijn op training, omdat ik absoluut klaar wilde zijn voor die match.' Zijn prestaties wekken op een gegeven moment ook interesse in Qatar. 'Drie jaar op rij kreeg ik aanbiedingen uit Qatar', vervolgt Rezaei. 'En uit China ook. Maar dat heeft me nooit echt geïnteresseerd. Ik wilde naar Europa komen om mijn kans te wagen. Als klein jongetje was het mijn droom om in Europa te spelen, om me te testen en uit te zoeken wat mijn ware niveau is. En ik ben niet de enige in dat geval: in Iran zitten veel spelers alleen maar daarop te wachten. Daarom wilde ik naar hier komen, ook al lagen de aanbiedingen van andere Aziatische of zelfs Iraanse clubs hoger.' Het leek een gewaagde gok, maar uiteindelijk staat Rezaei met Charleroi tweede in de competitie en scoorde hij evenveel goals als Isaac Thelin, de aanvoerder in de topschuttersstand. Een verrassing voor hemzelf? 'Niet per se, neen. Ik behoorde al tot de beste doelpuntenmakers bij Esteghlal, en ik was twee keer topschutter op de Asian Cup. In elke nieuwe fase van mijn carrière doe ik er alles aan om mijn ambities waar te maken.' Is topscorer worden een van die ambities? 'Ik zou zeker graag topscorer worden, maar dat is voor mij niet het belangrijkste. Eigenlijk wil ik vooral dat mijn ploeg wint. Ik zou geen topscorer willen zijn als het team zich niet zou kunnen ontwikkelen. Ik denk dat je dat kunt zien aan mijn manier van spelen: mijn doel is mijn ploeg te laten winnen. Ik ben hier niet om individueel te winnen. Als de ploeg wint, win ik ook. En op dit moment wint de ploeg heel vaak. Ik ben echt heel blij met onze prestaties sinds het begin van het seizoen. We zijn nog steeds in koers om te mogen hopen op de titel.'