Een waanzinnig idee leek het toen Michel Platini, met de hem eigen dedain, in 2012 aankondigde een EK te willen organiseren in twaalf steden, verspreid over heel Europa. Niet iedereen leek daarvoor gewonnen. Er werd gevreesd voor organisatorische en structurele problemen. Maar uiteindelijk zette de voormalige voorzitter van de UEFA zijn voornemen door, ook al kreeg hij intern de nodige tegenwind. Tweeëndertig landen waren kandidaat om, toen nog, in dertien steden wedstrijden in te richten. Later werd dit aantal teruggebracht naar eerst twaalf en uiteindelijk elf steden.
...

Een waanzinnig idee leek het toen Michel Platini, met de hem eigen dedain, in 2012 aankondigde een EK te willen organiseren in twaalf steden, verspreid over heel Europa. Niet iedereen leek daarvoor gewonnen. Er werd gevreesd voor organisatorische en structurele problemen. Maar uiteindelijk zette de voormalige voorzitter van de UEFA zijn voornemen door, ook al kreeg hij intern de nodige tegenwind. Tweeëndertig landen waren kandidaat om, toen nog, in dertien steden wedstrijden in te richten. Later werd dit aantal teruggebracht naar eerst twaalf en uiteindelijk elf steden. In het Olympisch Stadion van Rome wordt volgende week vrijdag, 11 juni, het EK op gang getrapt met een wedstrijd tussen Italië en Turkije. In een eerste fase zou Brussel als officieuze hoofdstad van Europa en zetel van verschillende Europese instanties in aanmerking komen voor deze ouverture, maar alle plannen voor een nieuw stadion bleven steken in provinciale denkbeelden en politiek gehakketak. Een blamage voor ons land. Het toonde nog maar eens dat België qua sportieve infrastructuur een onderontwikkeld land is en blijft. Zo beginnen de Rode Duivels zonder thuisvoordeel aan dit toernooi, ook al zal het aantal toeschouwers beperkt zijn. Deze generatie is het aan zijn status verplicht om eindelijk een prijs te pakken, maar dat verwachtingspatroon was bij vorige gelegenheden niet anders. Sinds het WK van 2014 borrelde het optimisme voor elk groot toernooi in alle hevigheid op. De Rode Duivels waren het nationaal product bij uitstek en toen in 2018 de derde plaats werd behaald op het WK in Rusland was het hele land in extase. De intrede van de internationals in Brussel leek toen op de intocht van de gladiatoren. Zijn dergelijke vreugdetaferelen na de finale van 11 juli realistisch? Het optimisme blijft, maar de toon is hier en daar wat gedempter. Er zijn dubbele gevoelens. Een aantal Rode Duivels hebben in hun ontwikkeling een stap vooruit gezet. Kevin De Bruyne voetbalt nog dominanter maar is wel aangeslagen na de finale van de Champions League, Romelu Lukaku groeide definitief uit tot een onvervalste killer en Youri Tielemans verlegde bij Leicester City al helemaal zijn grenzen. Maar veel vraagtekens zorgen voor scepticisme. Zoals de blessuregevoelige Eden Hazard bijvoorbeeld van wie je je afvraagt of hij binnen een maand zeven wedstrijden na elkaar kan spelen, in de veronderstelling dat de Rode Duivels naar de finale doorstoten. En hoe staat het met de paraatheid van Axel Witsel, de aangever en aanjager op het middenveld, door Roberto Martínez zijn belangrijkste pion genoemd? En blijft de verdediging, waarin het nog altijd zoeken is naar een leider met de allure van Vincent Kompany, overeind? Vragen die voorlopig zonder antwoorden blijven. Roberto Martínez staat tegen de achtergrond van al die onzekerheden voor een grote uitdaging. Meer dan ooit. Dit EK moet de voorbode zijn voor een schitterende sportzomer en langzaam maar zeker een streep trekken onder een traumatisch voetbalseizoen, zonder toeschouwers en voor vele clubs met dieprode cijfers. Het is alsof we op het einde zijn gekomen van een donkere tunnel en het leven weer normaal wordt. Maar de veiligheidsmaatregelen zullen strikt blijven. Ook dat zal van dit EK een bijzonder toernooi maken. Met in organiserende steden minder mensen, waardoor de indruk dat sport verbroedert er amper zal zijn. Het is niet anders. Sport, gezondheid en commercie, het zijn niet altijd geslaagde huwelijken, ze vallen moeilijk onder dezelfde noemer te brengen. Zoals ook nu weer blijkt bij de organisatie van de Olympische Spelen in Tokio. Moeten die wel doorgaan? Het is een vraag die in Japan voor tweespalt zorgt.