Met veel zin om zijn flow te etaleren grijpt Romelu Lukaku naar de micro. De aanvaller van de Rode Duivels, de man die in de campagne richting Rusland het meest beslissend was (zestien goals en drie assists), is zeker goed geplaatst om te spreken over de metamorfose die sinds twee jaar heeft plaatsgevonden onder Roberto Martínez. Voordat hij immers het spel van de Rode Duivels aanpakte, boog hij zich over dat van Big Rom, die hij bij Everton als diepe spits had opgesteld. 'Martínez zei me: ik weet dat je sterk bent over zeventig meter en dat niemand je op snelheid of kracht kan afstoppen', vertelt Romelu. Hij herhaalt het discours van zijn trainer bij de Toffees: 'Hij vroeg me of ik beslissend kon zijn in de voorste dertig meter wanneer de verdediging teruggeplooid is. Of ik de juiste ruimte wist te vinden. Daar wilde hij me bij helpen.'

Lukaku groeit in de rechthoek en vreet steeds vaker de achterhoede van de tegenstander op.

Wanneer de tegenstander zich verschanste rond zijn grote rechthoek, leek België even weinig geïnspireerd als Lukaku in zijn jonge jaren. Onder de leiding van Marc Wilmots was de ideale actie een lange bal van Thibaut Courtois, gedevieerd door Christian Benteke in de loop van Kevin De Bruyne. Vervolgens breed en weinig geïnspireerd balbezit in de aanloop naar het EK in Frankrijk, dat vaak eindigde met een voorzet van Toby Alderweireld die in een overvolle zestien meter het voorhoofd zocht van Marouane Fellaini. Te weinig uitgewerkt om echt efficiënt te zijn. In Frankrijk trapten de Rode Duivels 28,8 voorzetten per match, maar slechts in 23 procent van de gevallen bereikten ze ook een Belg. Alsof het werk om een verdediging uiteen te rijten verplicht diende afgerond te worden met een voorzet door de lucht.

Het spel bij balbezit, waar de balverliefde Duivels zo naar verlangen, mocht pas beginnen op de helft van de tegenstander. Bevel van de baas. 'Risico's nemen dicht bij je eigen doel, dat kun je met mij wel vergeten', vertelde Wilmots voor het EK. 'Als je daar de bal verliest, is het fataal. Ik vind dat je de bal ver naar voren moet trappen.'

Courtois werd dus opgedragen om de bal naar een zone te katapulteren waar de nationale talenten zich voor de voeten liepen. Lukaku schetst nogmaals de omstandigheden waarin Roberto Martínez arriveerde: 'Onder Wilmots deden we wat we wilden in de voorste dertig meter. Daar hadden we de totale vrijheid.' België had dan wel twee (teleurstellende) kwartfinales achter de rug, het wist nog altijd niet hoe het nu eigenlijk speelde. 'Wat is het keurmerk van het Belgisch voetbal?', vroeg Dries Mertens zich af, voor hij de vraag zelf beantwoordde: 'Ik zie er geen. In België hebben we niet echt een voetbalstijl.'

Roberto Martínez heeft bij de Rode Duivels voor heldere ideeën gezorgd., belgaimage
Roberto Martínez heeft bij de Rode Duivels voor heldere ideeën gezorgd. © belgaimage

Drie man en een bal

'Deze generatie weet wat ze moet doen als ze de bal heeft', bevestigt de Catalaanse bondscoach voor de afreis naar Rusland. Het resultaat van goed werk op de werf van het balbezit, samen met het gelukkige toeval dat de Duivels in hun kwalificatiecampagne veel lage blokken tegenover zich kregen. Het beste voorbeeld daarvan was het behoudend spelende en cynische Griekenland, altijd heldhaftig wanneer het erop aankomt om zijn rechthoek hermetisch af te grendelen.

Maar voor iets met de bal te doen, moesten de Duivels ervan overtuigd worden dat ze de bal moesten hébben. Bij elke geslaagde omschakeling van verdediging naar aanval, bleven sommigen herhalen dat België vooral een counterploeg was. Nochtans moesten de Belgen in de eerste match onder Martínez, tegen Spanje, negentig minuten achter de bal lopen (37 procent balbezit) en was het verdict duidelijk: de zogezegde koningen van de counter wisten geen enkele keer van binnen de backlijn op doel te schieten. Jan Vertonghen oordeelde: 'Wat de Spanjaarden toonden, dat is precies wat wij hadden willen doen.'

Heersen met de bal, dat is exact de opdracht die de Belgische voetbalbond aan Roberto Martínez heeft meegegeven. De man bekijkt zoveel voetbal dat hij het zich permitteert om er quasi wetenschappelijke wetten uit te distilleren: 'Ik ben van één ding overtuigd: als je ploeg 600 passes geeft in een match en ze geraakt 40 tot 60 keer in de voorste 20 meter, dan wint ze altijd.'

De Catalaan dweept met het Barça van Johan Cruijff en hij neemt elke gelegenheid te baat om die te citeren. Voor de trip naar Cyprus kiest hij dus voor een driemansverdediging. Dat fetisjsysteem van zijn grote voorbeeld, dat hij al eens toepaste bij Wigan, wordt aangewend met een dubbel doel: Eden Hazard verlossen van zijn beperkingen op de flank en een oplossing bieden voor het probleem van twee specifieke profielen in de nationale ploeg, te weten: flankverdedigers en creatieve middenvelders. 'De wedstrijd tegen Spanje heeft me geleerd dat we een structuur moesten opbouwen, een systeem vinden dat past bij de kwaliteiten van onze spelers', zou de bondscoach later verklaren.

Eden en Kevin

Bevrijd van de flank en van de aandacht van de vijandelijke flankverdediger - ook door de alomtegenwoordigheid van Yannick Carrasco, met wie hij meteen een heel sterk duo vormt - stelt Hazard de wet tussen de linies. Door de passes te ontvangen van Jan Vertonghen, laat hij België toe om zich op de helft van de tegenstander te nestelen zonder een beroep te hoeven doen op zijn middenveld, samengesteld uit Axel Witsel en Marouane Fellaini. Die zijn belast met het veroveren van de bal en het optrekken van de wacht voor de verdediging. Om te scoren doen de nationale dribbelaars de rest.

De nationale ploeg heeft ook leren draaien zonder kapitein Eden Hazard., belgaimage
De nationale ploeg heeft ook leren draaien zonder kapitein Eden Hazard. © belgaimage

Het plan voert de Belgen naar Amsterdam voor een vriendschappelijke Derby der Lage Landen, waar Martínez nog een moeilijkheid toevoegt aan de Belgische oefening door Dries Mertens in de punt te plaatsen, een gelijkaardige rol als die hij bij Napoli bekleedt. Het is een manier om zijn manschappen het verbod op te leggen om bij de opbouw naar de lange bal te grijpen of om voortdurend voorzetten te trappen zoals ze te vaak deden. Het experiment is geen succes, maar geeft de bondscoach wel een nieuw signaal: zijn middenveld heeft nood aan een kwaliteitsinjectie.

Kevin De Bruyne, bij Manchester City getransformeerd tot centrale middenvelder door Pep Guardiola, schuift een rij achteruit op het schaakbord. Bij de Rode Duivels kwam hij voordien geregeld in de problemen wanneer hij met de rug naar het doel moeilijke ballen kreeg in de buurt van de vijandelijke verdediging. Nu staat hij naast Axel Witsel, een rij lager dan Eden Hazard. De twee virtuozen, die het vaak lastig hadden om samen te spelen in het rode shirt oefenen nu impact uit op twee verschillende plaatsen in de nationale ploeg: Kevin schept orde tot aan de voorste dertig meter en vanaf daar creëert Eden wanorde. 'Ik dribbel erg weinig, ik ben niet zoals Eden dat is niet mijn stijl', vatte De Bruyne in een interview samen. Wat die verschillen betreft, treedt Martínez hem bij: 'Kevin kan de precisie bewaren wanneer het spel snel gaat. Hij moet een impact hebben op het spel, veel aan de bal zijn. Eden is anders, die houdt van provoceren, van één-tegen-éénsituaties.'

Het plan kent een climax tegen Estland, dat compleet kopje onder gaat. De Rode Duivels sluiten het jaar 2016 af met een 8-1, duidelijk in de cijfers en ook overtuigend in de manier waarop. Op rechts sluiten Mertens en Thomas Meunier direct een natuurlijk verbond dat aan de basis zal liggen van heel wat goals in de kwalificatiecampagne. Telkens op dezelfde wijze: één speler (De Bruyne, Hazard of Alderweireld) sluit zich bij hen aan om een driehoek te vormen en de actie wordt besloten met een bal in de diepte, die de vijandelijke verdediging uit evenwicht brengt en tenslotte dood doet met een pass achteruit naar wie gevolgd is. Met respectievelijk negen en zeven assists onder Martínez zijn de Napolitaan en de Parijzenaar de beste passeurs in de WK-voorronde. 'Een ploeg bouwen, dat is je spelers doen samenspelen', zegt de bondscoach stellig.

Het leven zonder Hazard

Het lot lijkt de progressie van de nationale ploeg dan een handje te helpen. Eden Hazard, de voornaamste bestaansreden van de nieuwe spelwijze van de Duivels, staat in 2017 gedurende 94 dagen aan de kant met blessures aan de kuit en de enkel. Van het begin van het jaar tot aan het laatste fluitsignaal van de slotmatch in de voorronde, tegen Cyprus, staat de Belgische maestro slechts 260 minuten op het veld in acht interlands. Dat is amper 36 procent van de tijd. Nadat de ploeg heeft leren draaien rond de kapitein - en beter dan ooit - moet ze nu leren winnen zonder hem.

De eerste kans wordt geboden aan Radja Nainggolan. De sterke man van de laatste maanden onder Wilmots, met vijf goals en drie assists gedurende de Franse campagne, weet zich echter geen plaats te verwerven in het meer geduldige spel van Roberto Martínez. Op de plaats van Hazard tegen Griekenland, en nadien als nummer 10 achter het spitsenduo tegen Rusland en Tsjechië, had de Romein het moeilijk in dat systeem, waarin hij vaker de bal moet krijgen met de rug naar het doel en tussen de linies dan met het gezicht richting doel gericht en met de ruimte vóór hem. In Estland schoof uiteindelijk De Bruyne een rij op, waardoor de ideeën met Witsel en Fellaini rond de middencirkel werden opgegeven. Dat spel is minder flamboyant, maar de overwinningen blijven komen. 'Voordien moesten we het hebben van een klasseflits om eruit te komen', verklaart Nacer Chadli, de held van Tallinn. 'Nu creëren we veel meer kansen dankzij ons combinatiespel.'

Nu hij eindelijk bediend wordt door voorzetten in volle beweging groeit Lukaku in de rechthoek en vreet hij steeds vaker de achterhoede van de tegenstander op. De kolos van Old Trafford heeft een voet in zeven van de laatste twaalf goals die de Duivels onder Martínez hebben gemaakt (vóór de match tegen Portugal). Het steeds defensievere spel van de tegenstanders, die zich op het einde van de voorronde dikwijls terugtrokken in een 6-3-1 bij balverlies om de impact van de uitbraken van Meunier en Carrasco te beperken, veranderde uiteindelijk niet zo heel veel: de Duivels sloten de kwalificatievoorronde af met het gemiddelde van 1 goal om de 21 minuten.

Flexibiliteit en filosofie

November met zijn vriendenmatchen luidt niettemin de alarmbel over een weinig stabiele verdediging. Gewend om in die vriendschappelijke duels een en ander uit te testen lijkt Martínez aan zijn spelers te vragen om lager te verdedigen en bij balverlies het blok met vijven achteraan te sluiten. De pressing verliest daarmee aan efficiëntie en Mexico profiteert daarvan om de Belgen de bal te ontfutselen, voor het eerst sinds de pijnlijke ervaring tegen Spanje. Het resultaat is dat Kevin De Bruyne door het dak gaat en professor Martínez een nieuwe constante kan afleiden: 'Verdedigend moeten we homogener spelen en vooral weten wat we moeten doen. Maar je neemt nu eenmaal niet deel aan een groot toernooi als het WK zonder wat uit te proberen. Daar dienen vriendschappelijke wedstrijden voor.'

Zes maanden en twee zeges zonder tegendoelpunt later bevindt België zich op de drempel van de wereldbeker met de ervaring van een 3-4-2-1, getest met en zonder vaste waarde in de punt, maar met ook enkele extra troeven in de bagage: een 3-5-2 en zelfs een terugkeer naar de viermansverdediging, uitgetest tijdens de tweede helft in Bosnië. Nu moet die flexibiliteit nog ten dienste gesteld worden van een filosofie die steeds duidelijker wordt. 'Martínez heeft een visie', verzekert Dries Mertens. Hij wordt bijgetreden door Romelu Lukaku: 'Iedereen kent zijn rol nu. Wanneer een speler de bal heeft, zijn er vijf of zes opties. Hallucinant!'

Voor de eerste keer sinds de Belgische nationale ploeg weer helemaal op het voorplan is gekomen, schijnt heel de wereld te weten wat voor voetbal België zal spelen. De Rode Duivels willen hun wet dicteren en zich slechts zijdelings aanpassen aan de tegenstanders. Dat zal lukken of mislukken, maar in elk geval zal iedereen dan weten waarom. Roberto Martínez heeft voor heldere ideeën gezorgd. Ideeën van een coach die, toen hij nog in de Premier League werkte, al zei: 'Je wint geen wedstrijden meer door van stijl te veranderen, maar simpelweg door heel goed te zijn in wat je doet.' Dat zal misschien niet volstaan om het WK te winnen, maar in elk geval neemt België nu een identiteitskaart mee naar het toernooi.

Met veel zin om zijn flow te etaleren grijpt Romelu Lukaku naar de micro. De aanvaller van de Rode Duivels, de man die in de campagne richting Rusland het meest beslissend was (zestien goals en drie assists), is zeker goed geplaatst om te spreken over de metamorfose die sinds twee jaar heeft plaatsgevonden onder Roberto Martínez. Voordat hij immers het spel van de Rode Duivels aanpakte, boog hij zich over dat van Big Rom, die hij bij Everton als diepe spits had opgesteld. 'Martínez zei me: ik weet dat je sterk bent over zeventig meter en dat niemand je op snelheid of kracht kan afstoppen', vertelt Romelu. Hij herhaalt het discours van zijn trainer bij de Toffees: 'Hij vroeg me of ik beslissend kon zijn in de voorste dertig meter wanneer de verdediging teruggeplooid is. Of ik de juiste ruimte wist te vinden. Daar wilde hij me bij helpen.' Wanneer de tegenstander zich verschanste rond zijn grote rechthoek, leek België even weinig geïnspireerd als Lukaku in zijn jonge jaren. Onder de leiding van Marc Wilmots was de ideale actie een lange bal van Thibaut Courtois, gedevieerd door Christian Benteke in de loop van Kevin De Bruyne. Vervolgens breed en weinig geïnspireerd balbezit in de aanloop naar het EK in Frankrijk, dat vaak eindigde met een voorzet van Toby Alderweireld die in een overvolle zestien meter het voorhoofd zocht van Marouane Fellaini. Te weinig uitgewerkt om echt efficiënt te zijn. In Frankrijk trapten de Rode Duivels 28,8 voorzetten per match, maar slechts in 23 procent van de gevallen bereikten ze ook een Belg. Alsof het werk om een verdediging uiteen te rijten verplicht diende afgerond te worden met een voorzet door de lucht. Het spel bij balbezit, waar de balverliefde Duivels zo naar verlangen, mocht pas beginnen op de helft van de tegenstander. Bevel van de baas. 'Risico's nemen dicht bij je eigen doel, dat kun je met mij wel vergeten', vertelde Wilmots voor het EK. 'Als je daar de bal verliest, is het fataal. Ik vind dat je de bal ver naar voren moet trappen.' Courtois werd dus opgedragen om de bal naar een zone te katapulteren waar de nationale talenten zich voor de voeten liepen. Lukaku schetst nogmaals de omstandigheden waarin Roberto Martínez arriveerde: 'Onder Wilmots deden we wat we wilden in de voorste dertig meter. Daar hadden we de totale vrijheid.' België had dan wel twee (teleurstellende) kwartfinales achter de rug, het wist nog altijd niet hoe het nu eigenlijk speelde. 'Wat is het keurmerk van het Belgisch voetbal?', vroeg Dries Mertens zich af, voor hij de vraag zelf beantwoordde: 'Ik zie er geen. In België hebben we niet echt een voetbalstijl.' 'Deze generatie weet wat ze moet doen als ze de bal heeft', bevestigt de Catalaanse bondscoach voor de afreis naar Rusland. Het resultaat van goed werk op de werf van het balbezit, samen met het gelukkige toeval dat de Duivels in hun kwalificatiecampagne veel lage blokken tegenover zich kregen. Het beste voorbeeld daarvan was het behoudend spelende en cynische Griekenland, altijd heldhaftig wanneer het erop aankomt om zijn rechthoek hermetisch af te grendelen. Maar voor iets met de bal te doen, moesten de Duivels ervan overtuigd worden dat ze de bal moesten hébben. Bij elke geslaagde omschakeling van verdediging naar aanval, bleven sommigen herhalen dat België vooral een counterploeg was. Nochtans moesten de Belgen in de eerste match onder Martínez, tegen Spanje, negentig minuten achter de bal lopen (37 procent balbezit) en was het verdict duidelijk: de zogezegde koningen van de counter wisten geen enkele keer van binnen de backlijn op doel te schieten. Jan Vertonghen oordeelde: 'Wat de Spanjaarden toonden, dat is precies wat wij hadden willen doen.' Heersen met de bal, dat is exact de opdracht die de Belgische voetbalbond aan Roberto Martínez heeft meegegeven. De man bekijkt zoveel voetbal dat hij het zich permitteert om er quasi wetenschappelijke wetten uit te distilleren: 'Ik ben van één ding overtuigd: als je ploeg 600 passes geeft in een match en ze geraakt 40 tot 60 keer in de voorste 20 meter, dan wint ze altijd.' De Catalaan dweept met het Barça van Johan Cruijff en hij neemt elke gelegenheid te baat om die te citeren. Voor de trip naar Cyprus kiest hij dus voor een driemansverdediging. Dat fetisjsysteem van zijn grote voorbeeld, dat hij al eens toepaste bij Wigan, wordt aangewend met een dubbel doel: Eden Hazard verlossen van zijn beperkingen op de flank en een oplossing bieden voor het probleem van twee specifieke profielen in de nationale ploeg, te weten: flankverdedigers en creatieve middenvelders. 'De wedstrijd tegen Spanje heeft me geleerd dat we een structuur moesten opbouwen, een systeem vinden dat past bij de kwaliteiten van onze spelers', zou de bondscoach later verklaren. Bevrijd van de flank en van de aandacht van de vijandelijke flankverdediger - ook door de alomtegenwoordigheid van Yannick Carrasco, met wie hij meteen een heel sterk duo vormt - stelt Hazard de wet tussen de linies. Door de passes te ontvangen van Jan Vertonghen, laat hij België toe om zich op de helft van de tegenstander te nestelen zonder een beroep te hoeven doen op zijn middenveld, samengesteld uit Axel Witsel en Marouane Fellaini. Die zijn belast met het veroveren van de bal en het optrekken van de wacht voor de verdediging. Om te scoren doen de nationale dribbelaars de rest. Het plan voert de Belgen naar Amsterdam voor een vriendschappelijke Derby der Lage Landen, waar Martínez nog een moeilijkheid toevoegt aan de Belgische oefening door Dries Mertens in de punt te plaatsen, een gelijkaardige rol als die hij bij Napoli bekleedt. Het is een manier om zijn manschappen het verbod op te leggen om bij de opbouw naar de lange bal te grijpen of om voortdurend voorzetten te trappen zoals ze te vaak deden. Het experiment is geen succes, maar geeft de bondscoach wel een nieuw signaal: zijn middenveld heeft nood aan een kwaliteitsinjectie. Kevin De Bruyne, bij Manchester City getransformeerd tot centrale middenvelder door Pep Guardiola, schuift een rij achteruit op het schaakbord. Bij de Rode Duivels kwam hij voordien geregeld in de problemen wanneer hij met de rug naar het doel moeilijke ballen kreeg in de buurt van de vijandelijke verdediging. Nu staat hij naast Axel Witsel, een rij lager dan Eden Hazard. De twee virtuozen, die het vaak lastig hadden om samen te spelen in het rode shirt oefenen nu impact uit op twee verschillende plaatsen in de nationale ploeg: Kevin schept orde tot aan de voorste dertig meter en vanaf daar creëert Eden wanorde. 'Ik dribbel erg weinig, ik ben niet zoals Eden dat is niet mijn stijl', vatte De Bruyne in een interview samen. Wat die verschillen betreft, treedt Martínez hem bij: 'Kevin kan de precisie bewaren wanneer het spel snel gaat. Hij moet een impact hebben op het spel, veel aan de bal zijn. Eden is anders, die houdt van provoceren, van één-tegen-éénsituaties.' Het plan kent een climax tegen Estland, dat compleet kopje onder gaat. De Rode Duivels sluiten het jaar 2016 af met een 8-1, duidelijk in de cijfers en ook overtuigend in de manier waarop. Op rechts sluiten Mertens en Thomas Meunier direct een natuurlijk verbond dat aan de basis zal liggen van heel wat goals in de kwalificatiecampagne. Telkens op dezelfde wijze: één speler (De Bruyne, Hazard of Alderweireld) sluit zich bij hen aan om een driehoek te vormen en de actie wordt besloten met een bal in de diepte, die de vijandelijke verdediging uit evenwicht brengt en tenslotte dood doet met een pass achteruit naar wie gevolgd is. Met respectievelijk negen en zeven assists onder Martínez zijn de Napolitaan en de Parijzenaar de beste passeurs in de WK-voorronde. 'Een ploeg bouwen, dat is je spelers doen samenspelen', zegt de bondscoach stellig. Het lot lijkt de progressie van de nationale ploeg dan een handje te helpen. Eden Hazard, de voornaamste bestaansreden van de nieuwe spelwijze van de Duivels, staat in 2017 gedurende 94 dagen aan de kant met blessures aan de kuit en de enkel. Van het begin van het jaar tot aan het laatste fluitsignaal van de slotmatch in de voorronde, tegen Cyprus, staat de Belgische maestro slechts 260 minuten op het veld in acht interlands. Dat is amper 36 procent van de tijd. Nadat de ploeg heeft leren draaien rond de kapitein - en beter dan ooit - moet ze nu leren winnen zonder hem. De eerste kans wordt geboden aan Radja Nainggolan. De sterke man van de laatste maanden onder Wilmots, met vijf goals en drie assists gedurende de Franse campagne, weet zich echter geen plaats te verwerven in het meer geduldige spel van Roberto Martínez. Op de plaats van Hazard tegen Griekenland, en nadien als nummer 10 achter het spitsenduo tegen Rusland en Tsjechië, had de Romein het moeilijk in dat systeem, waarin hij vaker de bal moet krijgen met de rug naar het doel en tussen de linies dan met het gezicht richting doel gericht en met de ruimte vóór hem. In Estland schoof uiteindelijk De Bruyne een rij op, waardoor de ideeën met Witsel en Fellaini rond de middencirkel werden opgegeven. Dat spel is minder flamboyant, maar de overwinningen blijven komen. 'Voordien moesten we het hebben van een klasseflits om eruit te komen', verklaart Nacer Chadli, de held van Tallinn. 'Nu creëren we veel meer kansen dankzij ons combinatiespel.' Nu hij eindelijk bediend wordt door voorzetten in volle beweging groeit Lukaku in de rechthoek en vreet hij steeds vaker de achterhoede van de tegenstander op. De kolos van Old Trafford heeft een voet in zeven van de laatste twaalf goals die de Duivels onder Martínez hebben gemaakt (vóór de match tegen Portugal). Het steeds defensievere spel van de tegenstanders, die zich op het einde van de voorronde dikwijls terugtrokken in een 6-3-1 bij balverlies om de impact van de uitbraken van Meunier en Carrasco te beperken, veranderde uiteindelijk niet zo heel veel: de Duivels sloten de kwalificatievoorronde af met het gemiddelde van 1 goal om de 21 minuten. November met zijn vriendenmatchen luidt niettemin de alarmbel over een weinig stabiele verdediging. Gewend om in die vriendschappelijke duels een en ander uit te testen lijkt Martínez aan zijn spelers te vragen om lager te verdedigen en bij balverlies het blok met vijven achteraan te sluiten. De pressing verliest daarmee aan efficiëntie en Mexico profiteert daarvan om de Belgen de bal te ontfutselen, voor het eerst sinds de pijnlijke ervaring tegen Spanje. Het resultaat is dat Kevin De Bruyne door het dak gaat en professor Martínez een nieuwe constante kan afleiden: 'Verdedigend moeten we homogener spelen en vooral weten wat we moeten doen. Maar je neemt nu eenmaal niet deel aan een groot toernooi als het WK zonder wat uit te proberen. Daar dienen vriendschappelijke wedstrijden voor.' Zes maanden en twee zeges zonder tegendoelpunt later bevindt België zich op de drempel van de wereldbeker met de ervaring van een 3-4-2-1, getest met en zonder vaste waarde in de punt, maar met ook enkele extra troeven in de bagage: een 3-5-2 en zelfs een terugkeer naar de viermansverdediging, uitgetest tijdens de tweede helft in Bosnië. Nu moet die flexibiliteit nog ten dienste gesteld worden van een filosofie die steeds duidelijker wordt. 'Martínez heeft een visie', verzekert Dries Mertens. Hij wordt bijgetreden door Romelu Lukaku: 'Iedereen kent zijn rol nu. Wanneer een speler de bal heeft, zijn er vijf of zes opties. Hallucinant!' Voor de eerste keer sinds de Belgische nationale ploeg weer helemaal op het voorplan is gekomen, schijnt heel de wereld te weten wat voor voetbal België zal spelen. De Rode Duivels willen hun wet dicteren en zich slechts zijdelings aanpassen aan de tegenstanders. Dat zal lukken of mislukken, maar in elk geval zal iedereen dan weten waarom. Roberto Martínez heeft voor heldere ideeën gezorgd. Ideeën van een coach die, toen hij nog in de Premier League werkte, al zei: 'Je wint geen wedstrijden meer door van stijl te veranderen, maar simpelweg door heel goed te zijn in wat je doet.' Dat zal misschien niet volstaan om het WK te winnen, maar in elk geval neemt België nu een identiteitskaart mee naar het toernooi.