Al meer dan een half jaar wordt er gevoetbald in quasi lege stadions. Valt dat een beetje mee qua beleving?

Nicolas De Brabander: 'Omdat ik vaak beneden sta tussen de spelers, hoor ik bijna alles wat wordt gezegd. Tijdens AA Gent-Club Brugge hoorde je het verschil tussen de eerste en de tweede helft. Hoe Ruud Vormer na rust de rest op sleeptouw nam, aanmoedigde, zijn keel openzette. Maar een week later was er tijdens Club-Antwerp niemand die opstond. Alleen al het contrast in beleving tussen die twee matchen van Club zegt veel. Dat heeft ook te maken met een gebrek aan adrenaline. Club was na rust tegen Antwerp redelijk machteloos, en dat gebrek aan volume in de beleving hoorde je. Als dat stadion vol zit, gaan ze er waarschijnlijk wél nog vol voor, opgezweept door het publiek.'

Michael Van Vaerenbergh : 'Soms heb ik, nu we alles zo duidelijk horen, een aha-erlebnis. Wat die mannen roepen, verschilt niet zoveel van wat wij in het cafévoetbal of bij de amateurs in het weekend ook roepen.'

Peter Vandenbempt: 'Tijdens Atalanta-Real riep de Nederlandse scheidsrechter naar de Italianen: hé, Atalanta! Terwijl hij de spelers van Real met de voornaam aansprak.'

Van Vaerenbergh: 'In België spreken de scheidsrechters de spelers ook met de voornaam aan, horen we nu. Wat ik in het stadion hoor, geef ik mee. Je pikt veel meer op dan vroeger: ruzies, trainers die tegen mekaar te keer gaan, maar dat extra piment weegt niet op tegen het desolate kader waarin voetbal in coronatijden doorgaat. Spektakelrijke wedstrijden blijven niet hangen, door gebrek aan beleving. Mijn meest spectaculaire beleving dit seizoen was toen Waasland-Beveren tegen Genk in de laatste minuut 1-1 gelijkmaakte en in een stadion waar zo'n 500 man zat de Beverse spionkop uit zijn dak ging. Dat was de enige ontlading die ik dit seizoen meemaakte. De 5-5 van Beerschot op Kortrijk was ook sensationeel, maar in een vol stadion heeft dat een andere impact.'

Vandenbempt: 'Ik wou dat ik nooit had geweten wat een coach tegen zijn spelers zei. Dat had betekend dat we dit vermaledijde jaar niet hadden meegemaakt. Als je ons in april had voorspeld dat we een jaar in een leeg stadion commentaar zouden geven, had niemand dat geloofd. Ik hoed er mij voor om daarover te zeuren, maar nu we er toch over bezig zijn: ik vind het een nachtmerrie.

'Voor mij was het dieptepunt Real-Inter toen ik in de commentaarcabine het gepiep van een achteruit rijdende vrachtwagen hoorde. In een sport waar ik me laaf aan de sfeer en het kabaal in een stadion, moet het nu allemaal vanuit jezelf komen, en dat lukt maar moeilijk. De allereerste match live, de bekerfinale Antwerp-Club Brugge, was het achtergrondgeluid dat ik in mijn koptelefoon hoorde zo goed gemonteerd dat ik helemaal in die match zat. Tot ik die koptelefoon afzette en schrok hoe akelig stil het was.

'Nee, ik wen er maar niet aan. Ook na pakweg 120 matchen vind ik het een drama. Het is doods, voetballen op een kerkhof. Heel anders dan met 28.000 man op de tribunes, betwisting bij elke fout, elke fase, een ploeg die in de slotfase lange ballen naar de zestien meter speelt. Het is als de Muur van Geraardsbergen op fietsen in je eentje. Als daar 5000 man staat, is dat toch iets anders.'

Lees het volledig interview met de Eleven Sports-commentatoren in Sport/Voetbalmagazine van 31 maart of in onze Plus-zone.

Al meer dan een half jaar wordt er gevoetbald in quasi lege stadions. Valt dat een beetje mee qua beleving?Nicolas De Brabander: 'Omdat ik vaak beneden sta tussen de spelers, hoor ik bijna alles wat wordt gezegd. Tijdens AA Gent-Club Brugge hoorde je het verschil tussen de eerste en de tweede helft. Hoe Ruud Vormer na rust de rest op sleeptouw nam, aanmoedigde, zijn keel openzette. Maar een week later was er tijdens Club-Antwerp niemand die opstond. Alleen al het contrast in beleving tussen die twee matchen van Club zegt veel. Dat heeft ook te maken met een gebrek aan adrenaline. Club was na rust tegen Antwerp redelijk machteloos, en dat gebrek aan volume in de beleving hoorde je. Als dat stadion vol zit, gaan ze er waarschijnlijk wél nog vol voor, opgezweept door het publiek.' Michael Van Vaerenbergh : 'Soms heb ik, nu we alles zo duidelijk horen, een aha-erlebnis. Wat die mannen roepen, verschilt niet zoveel van wat wij in het cafévoetbal of bij de amateurs in het weekend ook roepen.'Peter Vandenbempt: 'Tijdens Atalanta-Real riep de Nederlandse scheidsrechter naar de Italianen: hé, Atalanta! Terwijl hij de spelers van Real met de voornaam aansprak.'Van Vaerenbergh: 'In België spreken de scheidsrechters de spelers ook met de voornaam aan, horen we nu. Wat ik in het stadion hoor, geef ik mee. Je pikt veel meer op dan vroeger: ruzies, trainers die tegen mekaar te keer gaan, maar dat extra piment weegt niet op tegen het desolate kader waarin voetbal in coronatijden doorgaat. Spektakelrijke wedstrijden blijven niet hangen, door gebrek aan beleving. Mijn meest spectaculaire beleving dit seizoen was toen Waasland-Beveren tegen Genk in de laatste minuut 1-1 gelijkmaakte en in een stadion waar zo'n 500 man zat de Beverse spionkop uit zijn dak ging. Dat was de enige ontlading die ik dit seizoen meemaakte. De 5-5 van Beerschot op Kortrijk was ook sensationeel, maar in een vol stadion heeft dat een andere impact.'Vandenbempt: 'Ik wou dat ik nooit had geweten wat een coach tegen zijn spelers zei. Dat had betekend dat we dit vermaledijde jaar niet hadden meegemaakt. Als je ons in april had voorspeld dat we een jaar in een leeg stadion commentaar zouden geven, had niemand dat geloofd. Ik hoed er mij voor om daarover te zeuren, maar nu we er toch over bezig zijn: ik vind het een nachtmerrie. 'Voor mij was het dieptepunt Real-Inter toen ik in de commentaarcabine het gepiep van een achteruit rijdende vrachtwagen hoorde. In een sport waar ik me laaf aan de sfeer en het kabaal in een stadion, moet het nu allemaal vanuit jezelf komen, en dat lukt maar moeilijk. De allereerste match live, de bekerfinale Antwerp-Club Brugge, was het achtergrondgeluid dat ik in mijn koptelefoon hoorde zo goed gemonteerd dat ik helemaal in die match zat. Tot ik die koptelefoon afzette en schrok hoe akelig stil het was. 'Nee, ik wen er maar niet aan. Ook na pakweg 120 matchen vind ik het een drama. Het is doods, voetballen op een kerkhof. Heel anders dan met 28.000 man op de tribunes, betwisting bij elke fout, elke fase, een ploeg die in de slotfase lange ballen naar de zestien meter speelt. Het is als de Muur van Geraardsbergen op fietsen in je eentje. Als daar 5000 man staat, is dat toch iets anders.'Lees het volledig interview met de Eleven Sports-commentatoren in Sport/Voetbalmagazine van 31 maart of in onze Plus-zone.