Zijn periode bij Club Brugge begon met de welkomstwoorden van Timmy Simons. 'Hello, how are you? Welcome at Club Brugge.'

"En ik begreep amper Engels", lacht Rozehnal. "Toen ik de eerste keer met mijn vriendin en Paul Courant, de Brugse spelersmakelaar die mij enorm veel geholpen heeft, de stad verkende, zei hij dat ik zo snel mogelijk Engels moest leren. Dat deed ik."

"Ik vond het een eer dat ik naar Club kon. Bruges en Anderlecht, dat waren de enige clubs die ik in België kende. Ik speelde bij een middenmoter in Tsjechië, die elk jaar Europees voetbal probeerde te halen maar daar nooit in slaagde. Ik was jong en kende er alleen Marek Spilar, met wie ik in Olomouc zes maanden had samengespeeld en die een jaar ervoor naar Club was vertrokken."

Verheyen: de echte leider

De Tsjechische verdediger kende twee succesvolle seizoenen (2003-2005) bij Club. Met een landstitel, bekerwinst en een Europese topcampagne. Wat was het geheim?

Rozehnal: "We hadden een ideale mix van Belgen - Timmy, Gert Verheyen, Philippe Clement, Dany Verlinden - en goede buitenlanders - Rune Lange, Marek, Nastja Ceh, ik... -, die bereid waren om voor elkaar te vechten. Het werkte, ook al kan je dat niet altijd verklaren. Soms haalt een club betere spelers en zijn de resultaten toch slechter."

"Iedereen volgde Timmy, voor de jonge spelers een voorbeeld omdat hij altijd hard werkte en gedisciplineerd was. Daarom is het niet verrassend dat hij op zijn leeftijd, 39 jaar, nog altijd speelt. Gert vond ik nog net iets meer de leider, die alleen iets zei als het nodig was. Een stille leider in een groep waarin amper ego's zaten. Anders dan de huidige generatie voetballers, zonder te willen veralgemenen."

Niet roteren

In de Champions League mocht Rozehnal ervaring opdoen tegen Borussia Dortmund, AC Milan en Ajax. "Een goede campagne", herinnert hij zich. "Gewonnen in Milaan, thuis tegen Ajax...En, opvallend: de trainer roteerde niet, terwijl we toen ook al heel veel wedstrijden speelden. Vermoeidheid zit vooral in je hoofd. Zondag, woensdag, zondag: ideaal, denk ik, want spelers moeten elkaar voelen op het veld. Een team dat goed speelt, moet je laten staan, ook al is dat allesbehalve leuk voor de jongens die op de bank zitten", geeft de Tsjech een kleine kwinkslag naar het huidige Club Brugge, dat hij komend weekend in de ogen kijkt.

"Ik zou net hetzelfde zeggen mocht ik níét spelen. Spelers die na een mindere wedstrijd mogen blijven staan, krijgen meer vertrouwen. En wie niet in de ploeg stond, moest harder werken en geduldig zijn."

(Chris Tetaert)

Lees het volledige interview met David Rozehnal in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 10 februari.

Zijn periode bij Club Brugge begon met de welkomstwoorden van Timmy Simons. 'Hello, how are you? Welcome at Club Brugge.'"En ik begreep amper Engels", lacht Rozehnal. "Toen ik de eerste keer met mijn vriendin en Paul Courant, de Brugse spelersmakelaar die mij enorm veel geholpen heeft, de stad verkende, zei hij dat ik zo snel mogelijk Engels moest leren. Dat deed ik.""Ik vond het een eer dat ik naar Club kon. Bruges en Anderlecht, dat waren de enige clubs die ik in België kende. Ik speelde bij een middenmoter in Tsjechië, die elk jaar Europees voetbal probeerde te halen maar daar nooit in slaagde. Ik was jong en kende er alleen Marek Spilar, met wie ik in Olomouc zes maanden had samengespeeld en die een jaar ervoor naar Club was vertrokken."De Tsjechische verdediger kende twee succesvolle seizoenen (2003-2005) bij Club. Met een landstitel, bekerwinst en een Europese topcampagne. Wat was het geheim?Rozehnal: "We hadden een ideale mix van Belgen - Timmy, Gert Verheyen, Philippe Clement, Dany Verlinden - en goede buitenlanders - Rune Lange, Marek, Nastja Ceh, ik... -, die bereid waren om voor elkaar te vechten. Het werkte, ook al kan je dat niet altijd verklaren. Soms haalt een club betere spelers en zijn de resultaten toch slechter.""Iedereen volgde Timmy, voor de jonge spelers een voorbeeld omdat hij altijd hard werkte en gedisciplineerd was. Daarom is het niet verrassend dat hij op zijn leeftijd, 39 jaar, nog altijd speelt. Gert vond ik nog net iets meer de leider, die alleen iets zei als het nodig was. Een stille leider in een groep waarin amper ego's zaten. Anders dan de huidige generatie voetballers, zonder te willen veralgemenen."In de Champions League mocht Rozehnal ervaring opdoen tegen Borussia Dortmund, AC Milan en Ajax. "Een goede campagne", herinnert hij zich. "Gewonnen in Milaan, thuis tegen Ajax...En, opvallend: de trainer roteerde niet, terwijl we toen ook al heel veel wedstrijden speelden. Vermoeidheid zit vooral in je hoofd. Zondag, woensdag, zondag: ideaal, denk ik, want spelers moeten elkaar voelen op het veld. Een team dat goed speelt, moet je laten staan, ook al is dat allesbehalve leuk voor de jongens die op de bank zitten", geeft de Tsjech een kleine kwinkslag naar het huidige Club Brugge, dat hij komend weekend in de ogen kijkt."Ik zou net hetzelfde zeggen mocht ik níét spelen. Spelers die na een mindere wedstrijd mogen blijven staan, krijgen meer vertrouwen. En wie niet in de ploeg stond, moest harder werken en geduldig zijn."(Chris Tetaert)Lees het volledige interview met David Rozehnal in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 10 februari.