Het was midden november 2016. De Kuip was de laatste halte van een tweedaagse rit langs kreken, windmolens en polders. Rotterdam, eindelijk beschaving. Dat dacht Ruud Vormer in de zomer van 2012, toen hij Roda JC voor Feyenoord ruilde, ook. Meer zelfs, hij sprak het uit. 'Ik zit bij de beste club van Nederland en woon weer in de bewoonde wereld.' Ongeremd, zeker als zijn enthousiasme het wint van de rede. Zoals midden december na de 5-0 tegen Anderlecht, voor de camera van PlaySports: 'Tijdens de rust zeiden we het tegen elkaar: 'We moeten doorgaan, ze kapot maken!''
...

Het was midden november 2016. De Kuip was de laatste halte van een tweedaagse rit langs kreken, windmolens en polders. Rotterdam, eindelijk beschaving. Dat dacht Ruud Vormer in de zomer van 2012, toen hij Roda JC voor Feyenoord ruilde, ook. Meer zelfs, hij sprak het uit. 'Ik zit bij de beste club van Nederland en woon weer in de bewoonde wereld.' Ongeremd, zeker als zijn enthousiasme het wint van de rede. Zoals midden december na de 5-0 tegen Anderlecht, voor de camera van PlaySports: 'Tijdens de rust zeiden we het tegen elkaar: 'We moeten doorgaan, ze kapot maken!''In De Kuip hadden ze die Vormer nooit gezien. Hij had de Bronzen Schoen gewonnen - na Theo Janssen (FC Twente) en Wesley Verhoek (ADO Den Haag) -, ging transfervrij als een van de beste middenvelders van de Eredivisie naar Rotterdam en wás zelfverzekerd - welke Nederlander niet? -, maar ze vonden hem... lief. 'Hij mocht', zo zei teammanager Bas van Noortwijk, 'best wat harder van zich afbijten.' Hij was als basisspeler aan het seizoen begonnen, als tweede verdedigende middenvelder naast Jordy Clasie, maar Ronald Koeman vond het te weinig. De T1 schoof en bleef schuiven. Kelvin Leerdam en (later) Tonny Vilhena gingen in de pikorde voorbij Ruudje, Clasie was helemáál untouchable: 'Jordy was een pitbull die in de poot van zijn tegenstander zou bijten. Ruud kon ook wel eens bijten, maar niet zo hard.' Vormer kreeg de kruimels. Wedstrijden voor de KNVB Beker, op bezoek bij onder anderen NEC en Xerxes, of in de beloftencompetitie met Jong Feyenoord. Ellendige maandagavonden, op een kunstgrasveldje in Almelo of Apeldoorn, voor geen honderd toeschouwers. Daar wordt niemand vrolijk van. Ook de 24-jarige Nederlander niet, maar hij had jaren mediatraining achter de rug en hield het voorzichtig op 'eens praten met de clubleiding'. Zo kenden ze hem wél in Rotterdam. Lief. Ook toen hij in zijn tweede seizoen amper méér kansen kreeg. Liet hij zijn onvrede dan nooit blijken?, wilden we van Martin van Geel - de technisch directeur - weten. Een lastige vraag, vond persvoorlichter Samuël Sanches, die niet 'zomaar iemand van de directie kon storen'. Hij zou de vraag wel voorleggen. Geen dag later belde Van Geel ons zélf. Hij en Vormer gingen ver terug. Tot in Alkmaar, toen de middenvelder kapitein van de U15 van AZ was en door de technisch directeur geregeld tot de orde werd geroepen. 'We hebben eindeloze gesprekken gevoerd over zijn vetpercentage.' Later kwamen ze elkaar opnieuw tegen. Eerst bij Roda, daarna bij Feyenoord. Van Geel had het wel voor hem. Gedreven, ambitieus en altijd vol passie. En hij herinnerde zich een aandoenlijk moment. De middenvelder had zich kort voor de winterstop eindelijk in de basis geknokt en was, in de laatste wedstrijd van 2013 tegen PEC Zwolle, 'fantastisch aan de zijde van Clasie'. 3-0. De Kuip danste, maar de middenvelder had een scheurtje in de lies opgelopen. Zijn ploegmaats vertrokken op vakantie, hij moest verplicht op de club revalideren. Van Geel: 'Ik zie hem nog binnenkomen in mijn kantoortje: 'Mag ik alstublieft naar Dubai vertrekken? De reis is al geboekt en ik wil mijn vriendin ten huwelijk vragen.' Dat konden we niet weigeren...' Roos America, dokter/spoedarts-in-opleiding én moeder van hun zoontje Valente, zou 'ja' zeggen. Ze was enkele jaren ouder en had sterke schouders. Moeder, carrière en een vriend die twijfelde aan zijn voetbaltoekomst, nadat hij weer eens diep in de nacht met de jonkies van het tweede elftal van een verre verplaatsing terugkeerde. Feyenoord, waar hij nog een contract voor een seizoen had, dat zou het niet worden. Tot spijt van Van Geel. 'Ik was nochtans overtuigd van zijn voetballende kwaliteiten en had hem liever in Rotterdam gehouden.' Vormer zelf vond het 'zonde'. Ruud Vormer werd geboren in Hoorn, een stadje van 70.000 inwoners in West-Friesland met de allures van een dorp. Oer-Hollands en gelegen aan het vaak onstuimige Markermeer. Na een koffietje in café 't Schippershuis, waar Vader Abraham in 1975 Het kleine café aan de haven neerpende, mochten we op bezoek bij de familie Vormer. Het was januari 2015. Barkoud en de wind striemde, maar ten huize Vormer was de ontvangst warmer dan warm. Moeder, Mieke, had voor verse appeltaart, belegde broodjes en koffie gezorgd. Een glaasje water of een wijntje kon ook. Vader, ook een Ruud, keek geamuseerd toe. Ruud senior en Ruud, moeder vond het 'hopeloos ouderwets', maar in de lentemaand (mei) van 1988 had ze geen andere naam. Kim was er al en het zou opnieuw een meisje worden, dat wist ze wel zeker. 'Kim en Kelly, dat vonden we leuk.' Maar het werd een jongetje. Ruudje. Hun roots lagen in Amsterdam, in de Jordaan, de gezellige volksbuurt van Tante Leen, Manke Nelis en Johnny Jordaan. Vader werkte in de drukkerij van De Telegraaf, maar de familie verhuisde kort na de geboorte van Kim naar Hoorn, 45 kilometer noordwaarts. Een grootstad, vonden ze, was geen ideale plek om op te groeien. Maar, vertelden ze die avond: 'Hij is wel Amsterdams opgevoed. Veel assertiever dan de andere jongetjes. Altijd zeggen wat hij denkt. Direct, zonder arrogant te zijn.' Je kunt de mens uit Amsterdam halen, Amsterdam nooit uit de mens... Terwijl het tweede stukje appeltaart op tafel kwam, gingen de boeken met foto's en krantenknipsels open. Voetbal! Eerst op het strand - amper twee jaar oud -, dollend met zijn zuster, op zijn vijfde in het rood-witte shirt van de Hoornse Voetbalvereniging Hollandia. Hij was nog een jaartje te jong, maar mocht meteen meespelen. Vader wist het toen al. 'Hier zit iets in.' In 1999, op zijn elfde, werd hij kampioen met de D1-pupillen. Zijn ploegmaatjes werden naar de hogere categorie doorgeschoven, Ruudje niet. Te klein, vond de trainer. Bij Voetbalvereniging De Blokkers, het andere amateurclubje van de stad, mag de middenvelder wél een reeks hoger (C1) spelen en wordt hij tijdens een jeugdtoernooi voor de B-jeugd tot beste speler uitgeroepen. Vader herinnerde zich nog de prijs. 'Hij kreeg een trainingspak waar ik zelfs in kon.' Hij hield ook van de trainingen en wedstrijdjes met Hoornsche Veerhuys, de zaalvoetbalclub, een ideale leerschool. Goede voetjes, vista en sterk op de kleine ruimte, zagen ze ook bij de KNVB, die hem uitnodigde voor de regioselectie West-Friesland. De andere uitverkorenen voetbalden voor een Betaald Voetbal Organisatie, een profclub, de kleine middenvelder dartelde nog in een zwart-geel shirt van De Blokkers. 'Plots kregen we het ene telefoontje na het andere', herinnerde Mieke zich. Ze wees naar een pagina in het knipselboek, waarin Ruud de logo's van zes clubs had gekleefd, met daarnaast in chronologische volgorde een handgeschreven tekstje. Brief van AZ. Telefoontje van Utrecht. Brief van Ajax. Brief van Vitesse. Telefoontje van Volendam. Brief van HFC Haarlem. AZ was de eerste, in februari 2000, negen maanden erna volgde Ajax, de club van vader. War for talent, ook toen al. Bij AZ, waar hij niet moest testen, waren ze categoriek: 'Als je bij Ajax op proef gaat, dan hoef je niet meer naar Alkmaar te komen.' Het werd A(lkmaar) Z(aanstreek), 25 kilometer westwaarts, de gemakkelijkste oplossing. De familie wilde geen gedoe met gastgezinnen. In de zomer van 2001, dertien jaar jong, begon het grote avontuur. Het waren lange dagen. 's Morgens om zeven uur opgehaald worden door een busje van de club, pas twaalf uur erna opnieuw thuis en vaak meteen met vader naar het park, om balletjes met de mindere linkervoet naar de lantaarnpalen te mikken. Het schoolwerk boeide hem minder, hij was een buitenkind dat weende als trainingen werden afgelast... Hij zou profvoetballer worden, had hij op de lagere school en thuis gezegd. Moeder: 'Toen ik zei dat het misschien niet zou lukken, antwoordde hij meteen: 'Ik wil het wel proberen, mama.'' Daar deed hij alles voor. De kapitein, die elk jaar probleemloos de stap naar een hogere categorie kon zetten en ook daar aanvoerder werd, ging elke avond om negen uur naar bed. Een drukke jongen, dat wel, maar geen rebel. Ook niet in de puberjaren. Of toch, één keer, toen hij zonder rijbewijs (!) een brommer perte totale reed. Het was zijn laatste ritje... Na meer dan twee uur praten in de gezellige woonkamer knipte vader de televisie aan. De wedstrijd tegen KV Mechelen zou beginnen. Kijken naar zijn zoon en na de wedstrijd meteen bellen, net zoals hij dat altijd had gedaan. Want, zei vader: 'Hij wilde ook altijd weten wat wij van de wedstrijd vonden. Nog altijd trouwens.' Als ze vrij waren, dan gingen ze graag naar het Jan Breydelstadion, vertelden ze aan de voordeur. Om verschillende redenen. Moeder: 'Weet je wat ik daar zo leuk vind? Dat je bij een koffie meestal zo'n lekker glaasje advocaat krijgt.' Vader: 'En de benzine is lekker goedkoop. Als we eens naar Brugge rijden, dan tank ik mijn wagentje vol, hoor.' Net als in De Kuip waren ze ook op het AFAS Trainingscomplex in Wijdewormer, sinds april 2016 de thuisbasis van de jeugd en het eerste elftal van AZ, verbaasd over de ontwikkeling van de Clubmiddenvelder. Martin Haar, bijna 25 jaar aan de club verbonden, zag honderden talentjes passeren op 't Lood - het oude oefencentrum -, waar onder anderen Phillip Cocu, Ron Vlaar en Jeremain Lens gevormd werden. Vormertje, zoals Haar hem die dag met veel affectie noemde, werd er 'nooit als een toptalent beschouwd'. Een spelertje voor de subtop van de Eredivisie, meer niet. Een dag voor zijn 18e verjaardag - begin mei 2006 - haalde Louis van Gaal, die de middenvelder bij de A1 bijna wekelijks aan het werk zag, hem naar het eerste elftal. De concurrentie op het middenveld was groot - Mousa Dembélé, David Mendes da Silva, Stijn Schaars, Maarten Martens en Demy de Zeeuw -, maar de pocketmiddenvelder hield zich op training goed staande tussen de namen. Mét enkele kanttekeningen: gebrek aan duelkracht, niet al te snel, soms iets te veel breed spelend en af en toe een brutaaltje dat moeilijk met kritiek overweg kon. Maar hij mocht ook het seizoen erna bij het eerste blijven. 'Louis was heel erg gecharmeerd door Ruud. Balvast, goede verre pass en een intelligente voetballer die het spel goed las.' Hij debuteerde in december 2006 op het veld van FC Twente, als controleur voor de verdediging, al kon hij volgens Van Gaal ook hoger - zoals in Brugge - voetballen. 'Hij speelde goed tussen de linies, kon fanatiek naar voren verdedigen, koos vaak het goede moment om voor de goal te komen en had scorend vermogen.' Maar ook in zijn tweede volledige seizoen werd hij geen basisspeler. Vormer vertrok transfervrij naar Roda JC. Sportief een flinke stap terug, bijna drie uur rijden naar het diepe zuiden van Limburg en voor het eerst op eigen benen. Zijn vriendin Roos reed alleen in het weekend naar Born, een kerkdorpje in de buurt van Sittard waar ze samen een huisje hadden gekocht, met in haar koffer een vracht maaltijden die ze voor hem had bereid. Om de tijd te doden haalde hij een hond in huis, Max, en gaf hij twee keer per week training bij een clubje in de buurt. Davy De fauw, die later ook in Brugge zijn ploegmaat zou worden, schrok zich een bult toen de 19-jarige Vormer in de zomer van 2008 voor het eerst de kleedkamer op Kaalheide binnenstapte. 'Een snotaap met een matje in de nek.' Hij stapte met de armen breed open, alsof er twee krachtballen onder de oksels zaten. Toegankelijk, dat wel, maar ook druk en zelfbewust. Want: in AZ had hij met de grote Louis van Gaal gewerkt. Wie zou hem in Kerkrade iets over voetbal kunnen leren? Roda was de snelweg naar volwassenheid, merkte Van Gaal járen later op, toen hij met veel plezier van Portugal naar Nederland reisde om zijn ex-leerling de Bronzen Schoen te overhandigen. 'Ik zie een jongetje dat man is geworden. Een man in het voetbal. Hij staat open voor zijn coach en wil nog aan zichzelf werken. Veel succes!' Hij was populair in zijn vier Limburgse seizoenen, vertelde Harm van Veldhoven, zijn derde trainer in zijn eerste seizoen, die vooral aan zijn snelheid werkte. Honderden sprintjes over tien meter, na drie maanden sprintte hij er iedereen af. De T1 probeerde hem op de rechterkant, maar dat werd niets. Na het vertrek van Marcel Meeuwis, de nummer 6, mocht hij centraal naast Willem Janssen voetballen. 'Soms liep Ruud nog eens uit positie, maar als je dat aangaf, dan pikte hij dat heel snel op. Door ons overtal op het middenveld begon hij - zonder echt explosief te zijn - steeds meer te infiltreren.' Die kwaliteiten waren Michel Preud'homme, in 2010-2011 trainer bij bekerwinnaar FC Twente, óók opgevallen. Toen Vormer in 2014, na twee moeilijke Feyenoordjaren, een opportuniteit voor Club Brugge was, gaf de Luikenaar zijn zegen. Hij zou er op de 8 spelen, een positie waarop hij nog maar zelden had gevoetbald. Een openbaring. Voor iedereen. Ook voor zij die zich afvroegen wat 'een bankzitter van Feyenoord in Brugge zou komen doen.' Ruudje rende en verdeelde, samen met Hans Vanaken. Onvermoeibaar, groot volume, dirigeren en controleren, aanjagen en infiltreren. De man van assists en (steeds meer) doelpunten. 'Een heerlijke rol', gaf hij zelf aan. Vincent Mannaert blonk: 'Met een slecht transferbeleid kan je geen kampioen worden. Neem Ruud Vormer, onze kapitein. We kochten hem voor 500.000 euro.' Preud'homme ging, Ivan Leko kwam. En hij werd en voelde zich als aanvoerder nog belangrijker. Nóg meer goals (10), nóg meer assists (18). Onmisbaar radertje in de aanvallende machine, die Club steeds meer geworden is. Van de supporters kreeg hij twee jaar na elkaar de Blauwe Schoen, straks ook een blinkend exemplaar?