'Sander Berge vangt het vertrek van Wilfred Ndidi geruisloos op.' Zo stond het onlangs in een Vlaamse krant. Sinds KRC Genk afgelopen winter Ndidi verkocht aan het Engelse Leicester City, oogst zijn Noorse opvolger meer lof dan goed is voor een jongen van negentien. Alsof er helemaal niets veranderd is, daar vlak voor de centrale verdediging van de Limburgers. Maar is dat ook zo?
...

'Sander Berge vangt het vertrek van Wilfred Ndidi geruisloos op.' Zo stond het onlangs in een Vlaamse krant. Sinds KRC Genk afgelopen winter Ndidi verkocht aan het Engelse Leicester City, oogst zijn Noorse opvolger meer lof dan goed is voor een jongen van negentien. Alsof er helemaal niets veranderd is, daar vlak voor de centrale verdediging van de Limburgers. Maar is dat ook zo? Kjetil Rekdal was de hoofdtrainer van Valerengen toen die Noorse eersteklasser Sander Berge in de winter van 2015 wegplukte bij Asker Futboll, een derdeklasser. 'Het eerste halfjaar gaven we Sander de tijd om zich aan te passen', vertelt de ex-Liersetrainer. 'Wanneer een jonge speler debuteert, is het belangrijk dat hij merkt dat hij het niveau aankan. Toen ik Sander de eerste keer opstelde, was hij meteen goed genoeg om elke week aan de aftrap te komen.' 'Sander speelde bij ons centraal op het middenveld, net zoals hij nu in Genk doet. Week na week krikte hij zijn niveau op. Onlangs zag ik beelden van zijn match tegen Charleroi en merkte ik dat hij exact deed wat hij hier ook al deed: de bal oppikken, ermee naar voren lopen, zich altijd aanspeelbaar opstellen, verantwoordelijkheid nemen.' 'Veel jongens verstoppen zich als het even minder goed loopt, Sander doet dat nooit. Als hij een bal verliest, laat hij dat gewoon achter zich en begint hij opnieuw. Zijn speloverzicht kan soms wel nog iets beter. Zijn eigen problemen op het veld lost hij goed op, maar af en toe zou hij ploegmaats beter kunnen helpen door het spel sneller te lezen. En als de tegenstander oprukt, mag Sander zich niet beperken tot het afdekken van ruimte, maar moet hij ook een mannetje oppikken. Dat komt allemaal wel. Het zou vreemd zijn mocht hij op zijn leeftijd geen verbeterpunten meer hebben.' De prestaties van Berge in Noorwegen bleven niet onopgemerkt. Begin vorig jaar mocht hij gaan testen bij West Ham en eind vorig jaar probeerde Everton de middenvelder los te weken bij Valerengen. Rekdal, op dat moment sportief directeur van de Noorse club, voerde de onderhandelingen. 'Natuurlijk wilde Sander graag naar de Premier League. Maar Everton wilde niet genoeg geld op tafel leggen. KRC Genk bood meer. Ik zei tegen Patrick Janssens (CEO bij KRC Genk, nvdr) en Dimitri de Condé (sportief directeur, nvdr) dat Berge hun beste transfer zou worden. Ik denk dat ik hen overtuigde om hun laatste centen op tafel te leggen. Volgens mij zijn ze nu tevreden dat ze dat deden.' Of KRC Genk werkelijk zijn laatste euro op tafel legde, valt te betwijfelen: met de verkoop van Ndidi en flankspeler Leon Bailey ving de Limburgse club afgelopen winter meer dan 30 miljoen euro. Volgens Rekdal is het goed dat Berge niet meteen in de Premier League aan de slag ging. 'De stap naar een nog grotere competitie komt nog. Belangrijk wordt dan wel dat Sander assists gaat geven en gaat scoren. Maar als hij een normale ontwikkeling doormaakt, wordt het voor KRC Genk moeilijk om hem te houden voor het seizoen 2018/19. Ik denk niet dat hij komende zomer al opnieuw vertrekt. Dat zou te vroeg zijn. Volgens mij ziet hij dat zelf ook in. Sander is een rustige, vernuftige jongen en komt uit een goede familie, ook zijn vader vindt zijn ontwikkeling heel belangrijk. En ik ken de Noorse makelaars van Sander, Mike Kjølø en Morten Wivestad. Ook dat zijn geen mensen die Sander gaan pushen om een stap te zetten waar hij nog niet klaar voor is.' Wivestad zelf reageert tactvol op de vraag of het mogelijk is dat Berge deze zomer Genk al verlaat, ondanks zijn contract tot medio 2021: 'Daar antwoord ik noch ja noch neen op. Zijn voornaamste focus ligt nu op KRC Genk. Hij is er heel gelukkig. Maar alles gaat duidelijk heel snel voor hem. Sander maakte intussen al naam in Europa, wij voelen de interesse van verschillende clubs en staan voor alles open.' Intussen erkent ook Wivestad dat Berge nog werkpunten heeft. Zo noemde KRC Genk zijn Noorse aanwinst bij diens voorstelling nog 'sterk in de lucht met zijn 1m93', maar Wivestad stipt het kopspel van zijn speler net aan als een verbeterpunt. 'Zowel in defensief als in offensief opzicht kan hij zijn potentieel in de lucht nog beter benutten. Intussen zie ik hem wel al beter koppen dan bij zijn aankomst in Genk.' 'Zo vreemd is het overigens niet dat zijn kopspel niet denderend is: in Noorse jeugdteams moet je niet zo vaak omgaan met één-tegen-éénsituaties in de lucht. Wél atypisch voor zo'n atletische jongen is dat Berge toch heel snel en mobiel is. In man-tegen-manduels haalt hij het vaak door zijn loopvermogen. Hij beschikt over genoeg snelheid om het gebied vóór de centrale verdedigers goed af te dekken. En in offensief opzicht heeft hij een prima pass in de voeten.' Analist Eddy Snelders zag Berge aan het werk in de Europa Leaguewedstrijden van KRC Genk tegen FC Astra Giurgiu en Celta de Vigo. Hij vindt dat een goede basis om Berge op te beoordelen.'De kwestie is dat je vooral overeind moet blijven in wedstrijden waarin de ploeg alles moet geven. Dan merk je of zo'n jongen het team mee kan dragen. Dat vind ik nog niet het geval voor Berge. Op dit moment is hij nog gewoon een van de elf. Zeker in topmatchen is hij niet betrokken bij de belangrijkste defensieve en offensieve acties. Wat mij betreft zijn de statements rond hem dus voorlopig overroepen. Bij de tegengoals in Roemenië zat hij er bijvoorbeeld niet snedig genoeg tussen.' 'En na de match tegen Celta in Spanje gaf een krant hem een 8 op 10, maar ik heb geen idee hoe hij daaraan kwam. Positioneel stond hij wel goed, maar in de tweede helft raakte hij misschien vier ballen. Dat neemt niet weg dat hij over veel kwaliteiten beschikt en dat hij een heel goede en talentvolle speler kan worden. Maar dat Berge het gewoon heeft overgenomen van Ndidi, is snel geschreven en wel héél kort door de bocht.' Waar liggen dan de verschillen tussen Berge en Ndidi? 'Berge speelt vooral op anticipatie', zegt Snelders. 'Het rechtstreekse duel mijdt hij. Berge probeert een ruimte te dekken, maar dekt niet echt naar de man toe. Op fysiek vlak was Ndidi meer aanwezig in de man-tegen-mansituaties. Berge zie je niet gauw zo'n duel aangaan, er winnend uitkomen, een pass naar voren geven en mee volgen om in het aanvallend compartiment een man-meersituatie te creëren. Ndidi durfde dat wel.' 'Berge is nochtans zeker voetbalkundig genoeg om in balbezit eruit te komen. Ik denk dat hij zelfs betere voeten heeft dan Ndidi. Maar ik zie Berge zelden eens echt een sprint naar voren trekken. Alles gaat bij hem wat in hetzelfde ritme, op en neer, als de golven van de zee. Ik mis wat explosiviteit in zijn spel, wat niets afdoet aan de vaststelling dat hij vaak in balbezit komt en dan ook goede oplossingen biedt. Meestal zijn dat wel laterale passes, maar goed, de bal blijft dan wel in de ploeg en Berge is op dat moment een soort van bindmiddel. Alleen zie ik op die positie graag iemand die eens een pass geeft waarmee meteen een aanval wordt opgezet of waarmee een man-meersituatie wordt gecreëerd. Bij Berge is het meestal de speler na hem die zo'n pass moet geven. Berge wil in de eerste plaats geen balverlies lijden. Ndidi durfde meer risico te leggen in zijn passing. Daar was weleens een verkeerde pass bij, maar bij een verticale pass is dat niet zo erg.' 'Maar goed, we spreken nu niet over een beperking van de kwaliteiten van Berge, dat zijn allemaal dingen die de ouderdom en de ervaring met zich kunnen meebrengen en waaraan gewerkt kan worden. Als al die dingen erbij komen, kun je écht over een opvolger van Ndidi spreken. Nu is het nog te vroeg.' Sowieso staat Sander Berge er wel sneller dan verwacht, zeker omdat hij in oktober nog een operatie aan de meniscus onderging en maandenlang geen wedstrijd had gespeeld toen hij begin dit jaar in Genk aankwam. Mede gezien zijn leeftijd was het idee toch vooral dat hij pas 'op termijn' de opvolger kon worden van Ndidi. 'Zijn grootste manco in het begin was het gebrek aan wedstrijdritme', vertelt Jos Daerden, assistent-trainer bij KRC Genk, 'en de aanpassing aan de snelheid van uitvoering. Maar de vraag is altijd: als je een speler iets aanreikt, wat gebeurt er dan? Veel jongens knikken en doen er vervolgens niks mee. Bij Sander is het net andersom. Dat merk je in alle kleine dingen. Als de coach na een training nog even met hem werkt, bijvoorbeeld op snel voetenwerk, dan is Sander héél geconcentreerd. En zijn allergrootste kwaliteit is dat hij een enorm goed zelfbeeld heeft. Sander weet waar hij goed in is en wat hij nog moet verbeteren.' 'Hij denkt ook mee na over ons spel. Dat viel onmiddellijk op, zelfs al tijdens de winterstage in Spanje, toen hij nog maar pas bij de groep was. Zelfs daar kwam hij al aan het woord. Sander is heel bewust met voetbal bezig. En hij reageert goed als mensen hem de opvolger van Ndidi willen noemen. Je ziet dan die koele, typisch Scandinavische benadering. Hij wil niet het spiegelbeeld of een kloon worden van Ndidi, hij wil Sander Berge zijn. Daar slaagt hij prima in. Iets heel specifieks van Sander is bijvoorbeeld dat je hem soms het veld ziet oversteken en dat hij met de bal aan de voet toch nog een versnelling in de benen heeft. Dat zag ik nog niet veel spelers doen. Zonder echt te dribbelen schakelt hij zo mensen uit.' Zelf zei Berge bij zijn aankomst dat zijn kwaliteiten meer in de opbouw liggen dan in de recuperatie. 'Alles hangt wat af van hoe je kijkt naar zo'n nummer 6. Andrea Pirlo is toch ook niet dé grote balveroveraar? En ballen veroveren kun je ook doen door positioneel goed te staan. Dat doet Sander prima. Maar met dat grote lichaam kan hij zeker nog agressiever worden in één-tegen-éénsituaties. En een agressief kantje zou ik ook graag zien in de defensieve omschakeling. Na balverlies moet je de eerste drie seconden sprinten, niet in één tempo teruglopen, anders kun je in sommige situaties te laat komen. Ook aan zijn kopspel werken we. Zeker op zijn positie is dat belangrijk. Als we de tegenstander dwingen om naar de lange bal te grijpen, moet hij vlak voor onze centrale verdedigers luchtduels kunnen winnen, zodat die verdedigers niet onmiddellijk zelf in duel moeten gaan.' Ook Daerden merkte hoe Berge de voorbije maanden snel werd opgehemeld. 'Maar als er één jongen daar rustig onder blijft, dan is het wel Sander Berge. Hij is een schitterende kerel met een fantastische ingesteldheid. Hem maak je niet zo snel gek.'