Als het van Robert Jeurissen, de baas van de scheidsrechters, afhangt, mogen arbitrale beslissingen nog tijdens de match worden aangevochten. "Maar ik maak me geen illusies, dat is een persoonlijk standpunt dat er nooit zal doorkomen."

De schwalbe van Maxime Lestienne waar scheidsrechter Alexandre Boucaut intrapte, zet de discussie rond het gebruik van televisiebeelden weer scherp in de actualiteit.

Robert Jeurissen, de baas van de Belgische scheidsrechters, reageert daar verrassend op. Niet de plaatsing van de vijfde en zesde scheidsrechter achter doel moet worden herzien, maar de manier van beoordelen en het kunnen aanvechten van zo'n beoordeling middels een uit andere sporten bekende challenge.

Jeurissen: "Toen UEFA ging experimenteren met scheidsrechters achter doel, stonden ze aanvankelijk aan de andere kant. Maar daar raakten ze in 'conflict' met de scheidsrechter op het veld, die van jongs af wordt geleerd, zeg maar gedrild, om zijn diagonaal te volgen. Ze stonden met twee man dicht bij mekaar, terwijl aan de overkant de assistent het buitenspel in de gaten moest houden én of een bal al dan niet over de doellijn ging én de fouten in die zone. Te veel voor een man, was de analyse, terwijl je aan de andere kant te veel mensen had. Daarom werd de vijfde scheidsrechter aan de kant van de assistent geplaatst en werden de taken scherp afgelijnd. De lijnrechter is er voor buitenspel, fouten in het strafschopgebied aan die kant van het veld zijn voor de man achter doel, van opleiding een scheidsrechter en daarvoor in principe beter geschikt. De scheidsrechter op het veld heeft de zone aan de linkerkant. Als Lestienne zich laat vallen, is het aan de scheidsrechter op het veld om te beoordelen. Dat is zijn kant. De vijfde man achter het doel treft in deze geen verwijt."

Zes scheidsrechters op één match en tóch nog discussie, terwijl overal camera's staan.. Voor Jeurissen is het niet van deze tijd. Hij verrast: "Waarom voeren we niet een systeem in dat de twee ploegen een beperkt aantal beslissingen kunnen aanvechten? Zoals in het hockey." Zogenaamde challenges bestaan ook in het tennis, als spelers menen dat er een foute beslissing is genomen.

Wordt daar over gedebatteerd? Jeurissen: "Er wordt gedacht aan de invoer van doellijntechnologie. Dat is een dure investering voor amper wat cases, op een WK in 2000 wedstrijden, amper 4 à 5 twijfelgevallen. Over dit voorstel wordt niet gepraat, dat is mijn persoonlijke mening. Maar ik denk dat het eenvoudig kan, een beslissing waar twijfel mogelijk is, kan worden geverifieerd."

Als het van Robert Jeurissen, de baas van de scheidsrechters, afhangt, mogen arbitrale beslissingen nog tijdens de match worden aangevochten. "Maar ik maak me geen illusies, dat is een persoonlijk standpunt dat er nooit zal doorkomen." De schwalbe van Maxime Lestienne waar scheidsrechter Alexandre Boucaut intrapte, zet de discussie rond het gebruik van televisiebeelden weer scherp in de actualiteit. Robert Jeurissen, de baas van de Belgische scheidsrechters, reageert daar verrassend op. Niet de plaatsing van de vijfde en zesde scheidsrechter achter doel moet worden herzien, maar de manier van beoordelen en het kunnen aanvechten van zo'n beoordeling middels een uit andere sporten bekende challenge. Jeurissen: "Toen UEFA ging experimenteren met scheidsrechters achter doel, stonden ze aanvankelijk aan de andere kant. Maar daar raakten ze in 'conflict' met de scheidsrechter op het veld, die van jongs af wordt geleerd, zeg maar gedrild, om zijn diagonaal te volgen. Ze stonden met twee man dicht bij mekaar, terwijl aan de overkant de assistent het buitenspel in de gaten moest houden én of een bal al dan niet over de doellijn ging én de fouten in die zone. Te veel voor een man, was de analyse, terwijl je aan de andere kant te veel mensen had. Daarom werd de vijfde scheidsrechter aan de kant van de assistent geplaatst en werden de taken scherp afgelijnd. De lijnrechter is er voor buitenspel, fouten in het strafschopgebied aan die kant van het veld zijn voor de man achter doel, van opleiding een scheidsrechter en daarvoor in principe beter geschikt. De scheidsrechter op het veld heeft de zone aan de linkerkant. Als Lestienne zich laat vallen, is het aan de scheidsrechter op het veld om te beoordelen. Dat is zijn kant. De vijfde man achter het doel treft in deze geen verwijt." Zes scheidsrechters op één match en tóch nog discussie, terwijl overal camera's staan.. Voor Jeurissen is het niet van deze tijd. Hij verrast: "Waarom voeren we niet een systeem in dat de twee ploegen een beperkt aantal beslissingen kunnen aanvechten? Zoals in het hockey." Zogenaamde challenges bestaan ook in het tennis, als spelers menen dat er een foute beslissing is genomen. Wordt daar over gedebatteerd? Jeurissen: "Er wordt gedacht aan de invoer van doellijntechnologie. Dat is een dure investering voor amper wat cases, op een WK in 2000 wedstrijden, amper 4 à 5 twijfelgevallen. Over dit voorstel wordt niet gepraat, dat is mijn persoonlijke mening. Maar ik denk dat het eenvoudig kan, een beslissing waar twijfel mogelijk is, kan worden geverifieerd."