Individuele fouten in Manchester en op KRC Genk, haperingen in het spel: het is alsof er barsten zijn gekomen in het pantser van Club Brugge. De 5-0-nederlaag op Manchester United leek te tonen waar de Europese grenzen van blauw-zwart liggen. Als het tempo de hoogte in gaat worden Belgische clubs vertrappeld, heette het. Dat is geen nieuwe constatering. Voor de exodus van onze beste voetballers naar het buitenland bleek het herhaaldelijk ook bij de Rode Duivels. Al heeft Club wat dat betreft op sommige vlakken een inhaalbeweging gemaakt.
...

Individuele fouten in Manchester en op KRC Genk, haperingen in het spel: het is alsof er barsten zijn gekomen in het pantser van Club Brugge. De 5-0-nederlaag op Manchester United leek te tonen waar de Europese grenzen van blauw-zwart liggen. Als het tempo de hoogte in gaat worden Belgische clubs vertrappeld, heette het. Dat is geen nieuwe constatering. Voor de exodus van onze beste voetballers naar het buitenland bleek het herhaaldelijk ook bij de Rode Duivels. Al heeft Club wat dat betreft op sommige vlakken een inhaalbeweging gemaakt. Voetbal leeft bij de waan van de dag. Kennelijk vergeten zijn de uitstekende wedstrijden van Club Brugge op Real Madrid en PSG, het bij momenten overrompelende voetbal dat tijdens deze competitie op de grasmat werd gelegd. Het wordt nu ook verdrongen door de zoektocht naar een nieuwe diepe spits. Lang, te lang speurde Club Brugge in het verleden ook naar een doelman. De komst van Simon Mignolet, vorige zomer, is de met afstand beste transfer van dit seizoen. Het overwicht van blauw-zwart zou zonder de doelman nooit zo groot zijn geweest. Mignolet doet wat zijn voorgangers niet vermochten: punten pakken. Soms met wereldsaves, zoals een paar weken geleden in een op dat moment niet onbelangrijk duel op KAA Gent. Simon Mignolet past binnen de cultuur van Club Brugge. Hij is bescheiden en klopt zichzelf nooit op de borst. Zo is de Limburger altijd geweest. Hij moest bij Liverpool tevreden zijn met een status van bankzitter, maar klaagde daar nooit over. Op training werkte hij verder aan zijn ontwikkeling, meermaals werd hij door trainer Jürgen Klopp geprezen voor zijn professionalisme. De pech van Mignolet is dat er altijd betere doelmannen voor hem stonden: de Braziliaan Alisson Becker bij Liverpool en Thibaut Courtois bij de Rode Duivels. Ook dat laatste aanvaardde hij zonder mokken. Om nu bij Club Brugge volop zijn talent te tonen. Simon Mignolet haalt zijn kracht als het ware uit zijn bescheidenheid. Net zoals ook Philippe Clement zijn aandeel in het spel van de ploeg nooit zal accentueren. Maar de trainer die successen het meest relativeert is Karim Belhocine bij Sporting Charleroi. Na de 2-0-zege van afgelopen zaterdag tegen Standard wimpelde hij het compliment af dat hij van de Zebra's de beste ploeg van Wallonië heeft gemaakt. Het is de verdienste van de spelers, benadrukte hij. Dat het raderwerk van Sporting Charleroi bij vervangingen niet wordt verstoord, schrijft hij ook alleen aan de spelers toe. Hij had, zo zei hij, toch niet zelf op het veld gestaan. Dat is geen façade, Belhocine meent wat hij vertelt. Hij feliciteerde na deze zege de hele club. Geen woord van lof voor zichzelf. Terwijl Belhocine wel degelijk de architect is van de uitstekende campagne van Charleroi. Hij legde eigen accenten, bijvoorbeeld door de Japanner Ryota Morioka een rij achteruit te schuiven en als verdedigende middenvelder te posteren. Karim Belhocine kwam bij Sporting Charleroi terecht nadat Hein Vanhaezebrouck een overstap naar het Zwarte Land niet zag zitten en zijn vroegere assistent voorstelde. Belhocine is de openbaring van dit seizoen. Maar ook door zijn afkomst - hij werkte als metser, sloper en stond aan de band - houdt hij de voeten stevig op de grond. Nooit is hij zijn jeugd vergeten toen ze het thuis niet breed hadden en hij schoenen droeg tot die helemaal waren versleten. Het vormde zijn karakter. Belhocine lijkt te huiveren als hij een compliment krijgt. Lange interviews heeft hij tot dusver nog niet gegeven. Dan zou hij te veel over zichzelf moeten praten. Dat is opmerkelijk in een soms opgeblazen wereldje. Karim Belhocine wil zichzelf niet verkopen. Maar alleen heel geconcentreerd werken.