Ooit, in een lang vervlogen verleden, lukte het Club Brugge nog wel eens om het Oekraïense Sjachtar Donetsk uit te schakelen in de kwalificaties voor de Champions League. Maar dan moeten we al terug naar 2002, bijna twee decennia geleden.
...

Ooit, in een lang vervlogen verleden, lukte het Club Brugge nog wel eens om het Oekraïense Sjachtar Donetsk uit te schakelen in de kwalificaties voor de Champions League. Maar dan moeten we al terug naar 2002, bijna twee decennia geleden. Daarna overvleugelde de ploeg uit de mijnregio van het land, zwaar getroffen door de oorlog met Rusland, altijd haar Belgische tegenstanders. Overwegend met gemak. Anderlecht, KAA Gent, Club Brugge nog twee keer en nu ook KRC Genk: altijd waren de duels tegen Sjachtar een Europees eindstation.De uitschakeling van KRC Genk mag dus niet verrassen. Het technische en fysieke niveau van de Oekraïners ligt voor de Belgische tegenstand vaak net iets te hoog. John van den Brom greep gisteren terug naar de ploeg die indruk maakte tijdens de play-offs in april en mei, maar ook dat team moest het hoofd buigen.Net niet goed genoeg in defensief opzicht: Muñoz knoeide tot twee keer toe bij de tweede goal in het wegwerken, terwijl Bongonda na balverlies bij de eerste goal gewoon zijn mannetje liet lopen. Net niet goed genoeg offensief aan de overkant: Heynen kreeg een dot van een kans, Onuachu ook - in zijn geval besliste pech (de lat) er anders over. Europees is dat voor Belgische ploegen vaak een terugkerend fenomeen: Gent, Antwerp, Standard, Anderlecht, Cub Brugge ook (zie De Ketelaere vorig jaar in Rome): vaak is het net niet zuiver genoeg in het omzetten van de kansen. En dus is de exit logisch. Jammer, maar niet onverwacht.De Oekraïners hanteren een gelijkaardig model als de Belgische teams: talent van eigen bodem koppelen aan jonge buitenlandse import. Bij Genk komen die een beetje van overal: uit de eigen regio maar ook uit Japan (het probleem van KRC Genk was ook dat Ito maar een schaduw is van de flitsende flankaanvaller in mei), Colombia, Mexico of de VS. Sjachtar zet al jaren in op Brazilië, gisteren liepen er ook weer acht over het veld.Die keuze maakte Mircea Lucescu, jarenlang trainer van de ploeg. Toen hij er in dienst kwam, net na de duels tegen Club Brugge twee decennia geleden, was het team maar een meeloper, ook in eigen land. Hij stuurde de ploeg en zijn rekrutering overzee. Met veel succes voor de kas van het team, voor Braziliaanse jongeren (Elano, Jadson, Willian, Fernandinho, Luiz Adriano) én voor de sportieve resultaten. De ploeg werd een Europese subtopper.Gevreesd mocht worden dat de oorlog in de Krim en de gedwongen verhuis uit de Donbass Arena, waar in 2012 nog een halve finale van het EK werd afgewerkt, een einde zou maken aan het sportieve succes. Sjachtar moest eerst uitwijken naar Lviv, dan naar Charkov om uiteindelijk in Kiev terecht te komen. Dat scheelt in supporters.Bovendien deed de eigenaar, Rinat Achmetov, weinig om de Oekraïners te steunen in hun strijd tegen de Russische bezetter. Dat scheelt in populariteit. Ook de link met Brazilië droogde op, er kwam geen verse aanvoer meer. Dat scheelt in continuïteit. Het model leek dood.In 2018 keerde het tij. Beseffende dat in tijden van crisis opleiding en doorverkoop de enige weg naar succes bleef en de Braziliaanse markt daarbij broodnodig was, haalde de ploeg bij Benfica een topscout weg. Die bewandelde opnieuw de weg van vroeger en ging speuren naar talent. Op het Zuid-Amerikaanse kampioenschap U20 van 2019 stelde Brazilië teleur met 'slechts' een vijfde plaats (zo miste het land het WK U20), maar vier spelers uit de kern van toen zitten nu wel bij de Oekraïners. En drie van die jongens, aanvaller Tetê, middenvelder Marcos Antonio en verdediger Vitão blonken gisteren uit tegen KRC Genk. Missie van 2019 geslaagd. Ook opmerkelijk: Donetsk rekruteert in het land bij allerhande ploegen, met vaak een selectie voor de nationale jeugdploegen als criterium. Het is niet zo dat er een vaste band is met één team.Daarbij valt dit op: ja, ze zijn nog jong, de nieuwe talenten van Donetsk, maar de ploeg heeft wel héél veel geduld met hen (gehad). Net dat is iets waar Belgische ploegen misschien nog iets meer oog voor moeten hebben. Vaak moeten buitenlandse talenten - late tieners nog voor het eerst op eigen benen - hier vrijwel onmiddellijk renderen.In Oekraïne niet. Gemiddeld zijn de Brazilianen die naar Oekraïne komen nog geen twintig jaar bij de overgang. Vergelijkbaar met Afrikanen of Zuid-Amerikanen hier. Met dat verschil: in hun eerste seizoen in Oekraïne doen ze amper mee. Speeltijd van Tetê in zijn eerste seizoen (hij was achttien): 412 minuten. Dodo: 94 minuten, gevolg door een uitleenbeurt aan het Portugese Vitória. Marcos Antonio: 652 minuten. De sterren van nu zijn de eerste jaren randfiguren die tijd krijgen om zich aan te passen. Geduld is het kernwoord bij de ploeg. Geduld met de integratie, humaan en sportief. Een wijze les voor Belgische teams.