De achttien Belgische teams uit 1A en drie 1B-clubs (Union, Westerlo en Lommel) hebben vorig seizoen een gezamenlijk verlies van 53,6 miljoen euro laten noteren. Dat is wel een verbetering ten opzichte van het jaar daarvoor - toen het totaalverlies bijna 88 miljoen euro bedroeg. Waar in het seizoen 2018-2019 vijf clubs met een positief resultaat pronkten, zijn dat er nu zes. Dat het totaalverlies minder is, hebben de profclubs weliswaar vooral te danken aan twee clubs. Genk is de primus (29 miljoen euro), gevolgd door Club Brugge (24,2 miljoen euro). Ook Sporting Charleroi (5,4 miljoen euro), KV Oostende (2,6 miljoen euro), KV Mechelen (436.000 euro) en Waasland-Beveren (340.000 euro) bleven uit de rode cijfers.

Aan de andere kant van de tabel is Anderlecht net als vorige keer de slechtste leerling van de klas, met een verlies van 34,9 miljoen euro, gevolgd door Antwerp (14,9 miljoen euro) en Oud-Heverlee Leuven (14,3 miljoen euro). Dit drietal zakte ook bij het vorige cijferrapport van de Licentiecommissie het diepst.

Fair Play

Ondanks de rode cijfers stelde de Licentiecommissie geen inbreuken vast op de FFP-regels. Die zijn sinds 2018-2019 van kracht in onze competitie. Belgische profclubs mogen over een periode van drie seizoenen maximaal dertig miljoen meer uitgeven dan dat ze ophalen via de dagelijkse werking. Wie zich daar niet aan houdt riskeert sancties, zoals een puntenaftrek. De Pro League versoepelde de bepalingen wel om de coronapandemie financieel te kunnen overbruggen.

Bij RSCA, dat het dichtst bij die bovengrens van 30 miljoen euro aanleunt, werd dit jaar al een kapitaalsverhoging doorgevoerd om aan de FFP-regels te voldoen. Om uit de rode cijfers te geraken, werden er bij heel wat clubs forse kapitaalverhogingen doorgevoerd in het vorig boekjaar. In die statistiek spant Antwerp de kroon met net geen 50 miljoen euro. Ook OHL haalde 18,6 miljoen euro op, gevolgd door Cercle Brugge (14 miljoen euro). Oostende (de 8,9 miljoen euro) volgt hier op de vierde plaats. Nadien komen Eupen (7,9 miljoen euro), Standard (3,9 miljoen euro), Lommel (1,7 miljoen euro), KV Mechelen (1 miljoen euro), Beerschot (500.000 euro) en STVV (440.000 euro). Het wijst er bij die clubs mogelijk op dat de kosten er te hoog zijn, en dan wordt er vooral gekeken naar lonen, infrastructuur, leningen en commissies.

De achttien Belgische teams uit 1A en drie 1B-clubs (Union, Westerlo en Lommel) hebben vorig seizoen een gezamenlijk verlies van 53,6 miljoen euro laten noteren. Dat is wel een verbetering ten opzichte van het jaar daarvoor - toen het totaalverlies bijna 88 miljoen euro bedroeg. Waar in het seizoen 2018-2019 vijf clubs met een positief resultaat pronkten, zijn dat er nu zes. Dat het totaalverlies minder is, hebben de profclubs weliswaar vooral te danken aan twee clubs. Genk is de primus (29 miljoen euro), gevolgd door Club Brugge (24,2 miljoen euro). Ook Sporting Charleroi (5,4 miljoen euro), KV Oostende (2,6 miljoen euro), KV Mechelen (436.000 euro) en Waasland-Beveren (340.000 euro) bleven uit de rode cijfers. Aan de andere kant van de tabel is Anderlecht net als vorige keer de slechtste leerling van de klas, met een verlies van 34,9 miljoen euro, gevolgd door Antwerp (14,9 miljoen euro) en Oud-Heverlee Leuven (14,3 miljoen euro). Dit drietal zakte ook bij het vorige cijferrapport van de Licentiecommissie het diepst. Ondanks de rode cijfers stelde de Licentiecommissie geen inbreuken vast op de FFP-regels. Die zijn sinds 2018-2019 van kracht in onze competitie. Belgische profclubs mogen over een periode van drie seizoenen maximaal dertig miljoen meer uitgeven dan dat ze ophalen via de dagelijkse werking. Wie zich daar niet aan houdt riskeert sancties, zoals een puntenaftrek. De Pro League versoepelde de bepalingen wel om de coronapandemie financieel te kunnen overbruggen. Bij RSCA, dat het dichtst bij die bovengrens van 30 miljoen euro aanleunt, werd dit jaar al een kapitaalsverhoging doorgevoerd om aan de FFP-regels te voldoen. Om uit de rode cijfers te geraken, werden er bij heel wat clubs forse kapitaalverhogingen doorgevoerd in het vorig boekjaar. In die statistiek spant Antwerp de kroon met net geen 50 miljoen euro. Ook OHL haalde 18,6 miljoen euro op, gevolgd door Cercle Brugge (14 miljoen euro). Oostende (de 8,9 miljoen euro) volgt hier op de vierde plaats. Nadien komen Eupen (7,9 miljoen euro), Standard (3,9 miljoen euro), Lommel (1,7 miljoen euro), KV Mechelen (1 miljoen euro), Beerschot (500.000 euro) en STVV (440.000 euro). Het wijst er bij die clubs mogelijk op dat de kosten er te hoog zijn, en dan wordt er vooral gekeken naar lonen, infrastructuur, leningen en commissies.