26/05/1965 - Standard - Anderlecht 2-3 - Finale beker van België - Doelpunten: 17' Paul Van Himst (0-1), 25' Roger Claessen (1-1), 27' Wilfried Puis (1-2), 51' Roger Claessen (2-2), 112' Paul Van Himst (2-3)
...

Tijdens de bekerfinale van 1965 regent het primeurs. Het is de eerste finale tussen de twee rivalen, Anderlecht wint voor het eerst de beker én pakt de eerste dubbel in de clubgeschiedenis. De match zelf verloopt in een turbulente sfeer. Met een Roger Claessen die zijn bijnaam Roger la Honte helemaal rechtvaardigt. In de aanvangsfase van de verlengingen zet Claessen de Rouches op een 3-2 voorsprong met zijn derde goal van de dag. Tot de scheidsrechter op aanraden van zijn assistent Frans Van Hellemont de goal afkeurt. Claessen stormt richting de assistent-scheidsrechter en vanaf dat moment lopen de versies uiteen. Volgens de Luikenaars wrijft Claessen de schedel van Van Hellemont schoon en laat hij blijken dat zijn hersenpan niet veel voorstelt. Het scheidsrechterskorps beweert dat Claessen een tik heeft uitgedeeld. Paul Van Himst maakt na het incident de winnende treffer en Roger Claessen wordt beloond met een schorsing van zes maanden... Roger Petit, de big boss van Standard, roept een term in het leven om de periode eind jaren zestig te beschrijven: de anderlechtisering van het Belgische voetbal. Hij verwijt de media, althans een deel ervan, dat ze systematisch de kant kiezen van RSCA. Het spel van de Brusselaars noemt hij laatdunkend 'voetbal voor tuberculosepatiënten'. Eén specifieke spelfase zal lang blijven nazinderen. Een corner van Léon Semmeling wordt binnengekopt door Roger Claessen. Doelman Jean Trappeniers is geklopt, maar mandekker Jean Cornelis trapt de bal in extremis weg. De arbiter ziet er geen doelpunt in en laat doorspelen. Sport 67, de voorloper van Sport/Voetbalmagazine, publiceert niet veel later een belastend document. Huisfotograaf Franz Lebrun, die net naast het doel geposteerd stond, heeft hét plaatje getrokken waarop te zien is dat de bal de doellijn heeft overschreden vóór de interventie van Cornelis. Veel maakt het niet meer uit. Voor Roger Petit is het een bijkomende reden om zich op te winden over alles wat er fout loopt in België. Het Instituut staat in brand. Anderlecht eindigt ver van de eerste plaatsen en moet de bekerfinale winnen om niet naast een Europees ticket te grijpen. In de finale moet het wel voorbij Standard geraken. Vier dagen voor de wedstrijd halen de Brusselaars een Hongaar binnen die door zijn fratsen persona non grata is geworden bij Feyenoord. Attila Ladinszky, die om politieke redenen zijn land is moeten ontvluchten, heeft een bijnaam: de zigeuner. Standard is torenhoog favoriet, maar mist Léon Semmeling en Wilfried Van Moer. Na drie minuten valt Georges Heylens uit en wordt youngsterFrançois Van der Elst ingebracht. Na afloop van de krachtmeting is er maar een held: Ladinszky. Hij scoort de twee Brusselse doelpunten en kwalificeert de club voor de Beker voor Bekerwinnaars. Een jaar later kroont hij zich ook tot topschutter van de competitie. Maar in Brussel ontdekken ze snel dat hij er een losbandige levensstijl op nahoudt. Bijna veertig jaar na datum wordt er nog altijd gesproken over de 'match van de schande'. Raymond Goethals is net op Sclessin geland en voor hem is het duel tegen zijn voormalige werkgever niets minder dan een staatszaak. Dat geldt evenzeer voor Arie Haan, die Anderlecht net heeft ingeruild voor de gezworen vijand uit Luik. Het seizoen ervoor was Anderlecht met veel overmacht kampioen geworden dankzij Tomislav Ivic, het nieuwe tactische genie van het Belgische voetbal. Goethals trekt er zich niets van aan - ook hij is een meester in het schaken. Waar iedereen voor vreesde, komt uit: de toeschouwers krijgen een veredelde schaakwedstrijd te zien. Anderlecht kiest voor hoge pressing, Standard hanteert een systeem waarbij de buitenspelval telkens wordt opengezet. Een groot deel van het publiek zit met afgrijzen te kijken naar het bedroevende schouwspel, maar de liefhebbers van tactische steekspelletjes zitten op het puntje van hun stoel te genieten. Er vallen geen doelpunten. Strafschoppen beslissen uiteindelijk over winst en verlies. Maar bij het verlaten van het stadion voelt iedereen zich bekocht. Anderlecht finisht derde na kampioen Genk en nummer twee Brugge, maar de kloof met de Limburgers is slechts drie punten. Binnen het Belgische voetbalbestel heerst er eensgezindheid: het Anderlecht van Jean Dockx had zeker de titel gepakt mocht het kampioenschap iets langer geduurd hebben. Met de meet in zicht is paars-wit namelijk onhoudbaar. De 0-6 bij Standard, de grootste zege van Anderlecht op Sclessin, is de tweede van vijf opeenvolgende zeges. Na Standard spelen Radzinski en co ook demonstratiematchen tegen Gent (4-0) en Genk (2-5). De opstelling van Anderlecht in die fameuze clasico is er een om bij weg te dromen. Bertrand Crasson, Lorenzo Staelens, Enzo Scifo, Pär Zetterberg, Walter Baseggio, Tomasz Radzinski, Bart Goor. Anderlecht rolt als een pletwals door de competitie. Bij het ingaan van de twaalfde speeldag kunnen de Brusselaars een zo goed als perfect rapport voorleggen: tien zeges en een draw. En er is een jonge kerel die zich week na week manifesteert: Vincent Kompany. Maar die dag zetten de pijlsnelle Emile Mpenza en Almani Moreira de verdediging van Anderlecht helemaal in de fik en in de zestien rondt Alexandros Kaklamanos alle aanvallen af. Kompany heeft een offday tegen de Rouches. Enkele dagen daarvoor was Vince ook compleet de mist ingegaan op het veld van Celtic in de Champions League. Na twee matige vertoningen gooit de trainer, Hugo Broos, zijn analyse over Kompany in de openbaarheid. 'Op technisch vlak is hij klaar voor de top. Op mentaal vlak moet hij nog stappen zetten.' Broos wordt tijdens de match zelf afgemaakt door de eigen aanhang. In het stadion weerklinken er met ironie doorspekte gezangen. Merci Hugo. Het antwoord van Broos? 'Dat is nu typisch Anderlecht.' Er wordt gezegd dat de aanwezigheid van Zinédine Zidane, die opgetrommeld werd om voor de aftrap de Gouden Schoen te overhandigen aan Steven Defour, de spelers van Anderlecht nagenoeg verstijfd heeft. Wat had Zizou te zoeken op Standard? De Rouches begonnen met een psychologisch voordeel aan de match die moest uitmonden in de eerste titel in 25 jaar. Het weekend begon slecht voor Anderlecht want de dag ervoor had Constant Vanden Stock zijn laatste adem uitgeblazen. Na enkele matchen in het nieuwe seizoen had Herman Van Holsbeeck al profetische woorden uitgesproken. ' Dieumerci Mbokani is momenteel heel goed bezig, maar hij moet nu bevestigen. Mocht hij Standard de titel schenken, zou dat willen zeggen dat we een blunder hebben begaan.' Dieu heeft de woorden van zijn ex-manager goed gelezen want er valt die 20e april niets tegen te beginnen. Hij scoort twee keer en hij doet Standard inderdaad de titel cadeau. Van Holsbeeck voelt zich achteraf verplicht om andermaal zijn mening te geven over het Mbokani. 'Het was geen gemakkelijke jongen. Je moest er dag en nacht mee bezig zijn. Maar misschien hadden we geduldiger moeten zijn met hem. We kunnen hier enkel lessen uit trekken.' De woensdag voor de topper pakt Sport/Voetbalmagazine uit met een cover over de match. De titel luidt: de open oorlog tussen Anderlecht en Standard. De titel is aantrekkelijk, de match zou door en door rot blijken. Na 25 minuten scheurt Jan Polak zijn kruisbanden af en hij zal maanden aan de kant staan. Het is het begin van een triestige avond. In de 33e minuut volgt er een clash tussen Axel Witsel en Marcin Wasilewski. De Pool maakt er een gewoonte van om tijdens de clasico's een paar Rouches neer te knuppelen. Op die vermaledijde 30e augustus maakt Witsel zich niet uit de voeten. Het resultaat: een dubbele beenbreuk voor Wasyl en een akelige sfeer in het stadion. Later zou Silvio Proto toegeven dat hij nog het meest onder de indruk was van het geschreeuw van Wasilewski. 'Tijdens de rust hoorden we hem roepen alsof hij alle normbesef was verloren.' Alle initiatieven om de twee mannen samen te brengen, draaien op niets uit. Wasilewski, die traditiegetrouw niet met de Belgisch pers praatte, zou drie jaar later in een Pools magazine het stilzwijgen doorbreken. 'Ik heb anderhalf jaar nodig gehad om weer op niveau te komen. Een voetballer kent zijn beste jaren van zijn 29e tot zijn 31e en door hem heb ik die niet mogen meemaken.' Tijdens het interview zal Wasilewski geen enkele keer de naam van Witsel uitspreken. Op de vraag of hij Witsel ooit heeft vergeven, is het antwoord van de verdediger duidelijk. 'Nee, ik kan hem niet vergeven. Hij heeft mijn droom kapotgemaakt. Ik heb even overwogen om hem voor de rechter te slepen, maar ik had dat idee laten varen toen duidelijk werd dat ik gewoon kon blijven voetballen.' Iedereen lijkt zijn best te doen om er een klotedag van te maken. Er wordt een eerste spandoek ontrold gericht aan Steven Defour, de ex-captain van de Rouches. Defour, welkom in de hel. Hier ben je niet meer thuis. Tijdens de opwarming moet Silvio Proto een paar voetzoekers ontwijken en de stadionspeaker doet er een schep bovenop door de naam van Defour als laatste af te roepen. Kwestie van de fluiters nog meer op te jutten. Het bedenkelijke hoogtepunt moet dan nog komen. In de T3 komt een banner tevoorschijn die Standard in een klap bekend zal maken in heel Europa. De slogan Red or dead valt best mee. Het beeld van Defour die letterlijk een kopje kleiner wordt gemaakt, is minder ludiek. In tijden waarin onschuldige mensen echt onthoofd worden is het not done om dat soort illustraties in een tifo te gieten. Defour staat stijf van de stress en wordt uitgesloten omdat hij twee keer de bal wegtrapt. Gelukkig zorgt Laurent Ciman voor een teder moment in een wedstrijd die stikt van het testosteron. Ciman opent de score in wat zijn laatste match moet zijn op Belgische bodem voor zijn vertrek naar Canada. Na negentig minuten staat er een 2-0 op het scorebord. Maar de gelegenheidsmafkezen zijn er in geslaagd om de afscheidsmatch van Ciman te overschaduwen. Achteraf heeft niemand het over het doelpunt van Carlinhos, die de kwalificatie oplevert. Er wordt vooral gepalaverd over de vele voorvallen rond het veld. In het begin van de tweede helft moet de scheidsrechter het bekerduel stilleggen omdat enkele heethoofden Christian Luyindama bekogelen terwijl hij verzorging krijgt. Daarna blikt Ricardo Sa Pinto een historische scène in. Hij laat zich voor dood op de grond vallen wanneer vanuit een tribune een plastic beker, half gevuld met bier, op een meter van hem valt. De camera's zoomen in op het trio Bruno Venanzi - Alexandre Grosjean - OlivierRenard en registreert hoe ze verbijsterd en bijna gegeneerd naar het tafereel zitten te gluren. Door de opwinding is Sa Pinto wellicht vergeten dat het Belgische voetbalpubliek te weten zal komen dat hij niet geraakt is geweest door een projectiel. Wat Marcel Javaux ertoe verleidt om te suggereren dat de Portugees niet alleen op vitamine C slikt. Standard wint bijna de dubbel, maar de trainer wordt toch ontslagen. Een sluitend motief heeft het bestuur niet. Al geeft voorzitter Venanzi halvelings toe dat Sa Pinto 'iets' pakte.