'Ik was wat nerveuzer dan anders, maar het ging wel', vertelt Defour over die tumultueuze Standard-Anderlecht van 25 januari, waarin hij met rood naar de kleedkamers verdween. 'Alleen voelde de arbiter de match niet aan. Hij was onvoldoende psycholoog. Ik heb gewelddadiger clásicos gespeeld, Benfica-Porto bijvoorbeeld, met vliegende tackles en rode kaarten, maar de scheids voelde die aan. Had meneer Boucaut zo'n Benfica-Porto gefloten, dan had hij vijf of zes rode kaarten getrokken. Frank De Bleeckere bijvoorbeeld, die praatte op het veld. Na drie, vier overtredingen, zei hij: de volgende is een kaart. Deze zei niks. Dat is geen verwijt, dat is een vaststelling.'

'Ik heb me voor die twee gele kaarten verontschuldigd bij mijn medespelers, de coach, de voorzitter. Ze zeiden dat ik mezelf niks hoefde te verwijten, maar dat deed ik toch', gaat Defour verder. 'Ik vind het vooral klote omdat Standard met elf tegen elf die match nooit gewonnen had. Misschien zouden we niet gescoord hebben, maar we waren zeker met een punt vertrokken.'

Tifo

Niet enkel was er discussie over de uitsluiting van Defour bij zijn terugkeer naar Sclessin, de headlines waren voorbehouden voor de wansmakelijk tifo voor de aftrap. Aan wat dacht de Rode Duivel toen hij het spandoek met zijn afgehakte hoofd zag?

'Aan niet veel... ik herinner me dat ik er eens mee moest lachen. Pas na de wedstrijd realiseerde ik me de draagwijdte ervan. Ik wist voor de match al wel dat ze een spandoek over mij zouden gemaakt hebben. En voor de rest is het aan de bevoegde instanties en aan de arbiter om een beslissing te nemen.'

Ergens toont de ex-aanvoerder van Standard begrip voor de reactie van de supporters die hem ooit bezongen, maar tegelijkertijd waarschuwt hij. 'Als ik supporter was van Standard en een van mijn idolen tekende bij Anderlecht, dan zou ik ook kwaad zijn. Maar ik merk een escalatie van geweld in de maatschappij - niet alleen in het voetbal op zich. Men overschrijdt grenzen tegenwoordig, men gaat alsmaar verder. Vroeger werden spelers uitgefloten, nadien uitgescholden, vervolgens kregen ze voorwerpen naar hun hoofd gegooid... Tegenwoordig gooien ze met bommetjes.'

Lees het volledige interview met Defour deze week in Sport/Voetbalmagazine.

'Ik was wat nerveuzer dan anders, maar het ging wel', vertelt Defour over die tumultueuze Standard-Anderlecht van 25 januari, waarin hij met rood naar de kleedkamers verdween. 'Alleen voelde de arbiter de match niet aan. Hij was onvoldoende psycholoog. Ik heb gewelddadiger clásicos gespeeld, Benfica-Porto bijvoorbeeld, met vliegende tackles en rode kaarten, maar de scheids voelde die aan. Had meneer Boucaut zo'n Benfica-Porto gefloten, dan had hij vijf of zes rode kaarten getrokken. Frank De Bleeckere bijvoorbeeld, die praatte op het veld. Na drie, vier overtredingen, zei hij: de volgende is een kaart. Deze zei niks. Dat is geen verwijt, dat is een vaststelling.' 'Ik heb me voor die twee gele kaarten verontschuldigd bij mijn medespelers, de coach, de voorzitter. Ze zeiden dat ik mezelf niks hoefde te verwijten, maar dat deed ik toch', gaat Defour verder. 'Ik vind het vooral klote omdat Standard met elf tegen elf die match nooit gewonnen had. Misschien zouden we niet gescoord hebben, maar we waren zeker met een punt vertrokken.'Niet enkel was er discussie over de uitsluiting van Defour bij zijn terugkeer naar Sclessin, de headlines waren voorbehouden voor de wansmakelijk tifo voor de aftrap. Aan wat dacht de Rode Duivel toen hij het spandoek met zijn afgehakte hoofd zag? 'Aan niet veel... ik herinner me dat ik er eens mee moest lachen. Pas na de wedstrijd realiseerde ik me de draagwijdte ervan. Ik wist voor de match al wel dat ze een spandoek over mij zouden gemaakt hebben. En voor de rest is het aan de bevoegde instanties en aan de arbiter om een beslissing te nemen.'Ergens toont de ex-aanvoerder van Standard begrip voor de reactie van de supporters die hem ooit bezongen, maar tegelijkertijd waarschuwt hij. 'Als ik supporter was van Standard en een van mijn idolen tekende bij Anderlecht, dan zou ik ook kwaad zijn. Maar ik merk een escalatie van geweld in de maatschappij - niet alleen in het voetbal op zich. Men overschrijdt grenzen tegenwoordig, men gaat alsmaar verder. Vroeger werden spelers uitgefloten, nadien uitgescholden, vervolgens kregen ze voorwerpen naar hun hoofd gegooid... Tegenwoordig gooien ze met bommetjes.'