Hij kan het zelf wellicht ook niet helpen, maar wie naar Chris O'Loughlin kijkt en luistert, moet onwillekeurig denken aan een geslagen hond. Vreugde spat er niet af, strijdlust of charisma evenmin. Een groter contrast met Yannick Ferrera is nauwelijks denkbaar, al heeft de 37-jarige Noord-Ier met zijn voorganger wel zijn grote beschikbaarheid gemeen. Daags voor hij met 3-0 ten onder zal gaan tegen Club Brugge, gaat O'Loughlin geen onderwerp uit de weg op de wekelijkse persconferentie. Geduldig beantwoordt hij vragen over de vrije val die STVV nog onverwacht in degradatiegevaar bracht. Zorgvuldig formulerend, het ene woord niet luider dan het andere, alles op dezelfde monotone toon.
...

Hij kan het zelf wellicht ook niet helpen, maar wie naar Chris O'Loughlin kijkt en luistert, moet onwillekeurig denken aan een geslagen hond. Vreugde spat er niet af, strijdlust of charisma evenmin. Een groter contrast met Yannick Ferrera is nauwelijks denkbaar, al heeft de 37-jarige Noord-Ier met zijn voorganger wel zijn grote beschikbaarheid gemeen. Daags voor hij met 3-0 ten onder zal gaan tegen Club Brugge, gaat O'Loughlin geen onderwerp uit de weg op de wekelijkse persconferentie. Geduldig beantwoordt hij vragen over de vrije val die STVV nog onverwacht in degradatiegevaar bracht. Zorgvuldig formulerend, het ene woord niet luider dan het andere, alles op dezelfde monotone toon. Iets feller wordt hij wanneer hij in de catacomben van Stayen samen met Sport/Voetbalmagazine de trap afdaalt en halt houdt bij het hoofdterrein. Wijzend naar alle hoeken van de grasmat roept hij fases in herinnering uit wedstrijden waarin punten te grabbel werden gegooid. Over een verklaring hoeft hij niet lang na te denken: een gebrek aan ervaring. Het plotse vertrek van Ferrera naar Standard in september een cruciaal keerpunt noemen, vindt hij te ver gaan. 'Hij vertrok na de zesde speeldag. Wel, na vijftien speeldagen stonden we nog altijd zesde. Wel is het zo dat hij twee maanden eerder een heleboel spelers had overtuigd om voor STVV te kiezen. Als je samen aan een reis begint, maar nog voor de wielen van de bus één keer hebben rondgedraaid ben je weg, dan heeft dat impact. Maar het bleven wel spelers voor wie dit een unieke kans op voetbal in eerste klasse was, vanwaar ze ook kwamen.' O'Loughlin heeft gelijk. Vanuit zijn perspectief toch. Even waar is dat er bij die spelers iets was gebroken. Velen waren niet gevallen voor STVV, maar voor Ferrera. Zeker de Spaanstaligen. Toen hun mentor vertrok, taande ook hun focus. Junior Edmilson en Jean-Luc Dompé trokken in zijn spoor naar Luik, van enkele anderen werden de contracten ontbonden. Toen jonge wisselspelers van Standard werden aangetrokken om de gevallen gaten te vullen, hield ook aanvoerder Rob Schoofs het voor bekeken. Het kwaliteitsverlies was enorm. Onvermijdelijk ook, vooral omdat Ferrera niet werd vervangen in zijn officieuze rol als sportief manager. Hij was het die op Whyscout bekeek wat makelaars aanbrachten - het eigen scoutingsapparaat was door voorzitter Bart Lammens opgedoekt - waarna algemeen manager Philippe Bormans over het financiële plaatje ging. Lammens zette het licht daarna op groen, of niet. Met Ferrera verdween met andere woorden de kwaliteitscontrole aan het begin van de keten. Er viel nog meer weg: de discipline. Zowel tactisch als naast het veld. Ferrera zat zijn spelers kort op de huid, O'Loughlin is losser in de aanpak. Communiceren met de vele anderstalige spelers vormt een probleem. Teammanager Peter Delorge moest noodgedwongen mee het trainingsveld op om te tolken voor de Franstaligen. Tijdens de winterstage in Spanje, waarnaar met een minimale omkadering was afgereisd, regelde hij bij gebrek aan alternatief ook de perscontacten. Spelers schoven lang niet altijd als groep aan bij de maaltijden, William Dutoit zonderde zich af. Toch kreeg uitgerekend de doelman de aanvoerdersband na het vertrek van Schoofs, ondanks zijn keer op keer genadeloze kritiek aan het adres van de ploegmaats na weer eens een nederlaag. Allemaal tekenen dat het collectief verbrokkeld was. 'Discipline? Nee, die was er echt wel, hoor', antwoordt O'Loughlin stilaan moedeloos en verdwijnt dan tussen hotel en tribune richting het witte villaatje achter Stayen, waar vóór hem Roland Duchâtelet woonde. Een eenzame man, in een wat slobberig trainingspak. Haalt O'Loughlin het niet in de vergelijking met Ferrera, ook de kleine Spaanse Brusselaar ging het lang niet altijd voor de wind op Stayen. Na zijn eerste seizoen strandde hij in de eindronde van tweede klasse en miste de promotie naar de Jupiler Pro League. Hij klopte aan bij voorzitter Lammens voor een contractverlenging, maar Roland Duchâtelet - jawel, hij - verzette zich. Duchâtelet had Karel Fraeye, de onbekende Oost-Vlaming die hij als assistent van José Riga naar Charlton had gehaald, het hoofdtrainerschap bij STVV beloofd. Toen dat laatste uitlekte in een krant, schoot Lammens in een colère. Uit rebellie tegen zijn politieke vader verlengde hij terstond het contract van Ferrera. Duchâtelet probeerde Fraeye nog aan KVK Tienen te slijten, wat niet lukte, en Bob Peeters werd zijn nieuwe T1 in Londen. Ferrera had de handen vrij bij STVV. Een sportief directeur is er niet. Voor de dagelijkse werking rekent Lammens op algemeen manager Bormans en communicatieman Alain Coninx. Coninx is een voormalig VRT-journalist, Bormans komt uit het bemiddelde paardenmilieu en schoof als goedkope oplossing door vanuit de ticketing. Stan Niesen is de commercieel directeur, maar hij staat op de payroll van de NV Stayen van Duchâtelets partner Marieke Höfte. Hetzelfde geldt voor zowat een half dozijn medewerkers die voor STVV actief zijn. Ook het secretariaat en de fanshop van de club worden waargenomen door de receptie van het hotel. Op het eerste gezicht een mooie besparing voor STVV, maar wel een die haar zelfstandigheid aantast. STVV's afhankelijkheid van de NV Stayen - indirect van Duchâtelet dus - leidde meer dan eens tot ergernis bij Ferrera. Wilde hij trainen op het kunstgras van het hoofdterrein, bleek het te zijn verhuurd aan een of andere vriendengroep of vereniging die er de dag van hun leven beleefde. Avondwedstrijden kunnen nooit voor 20.30 uur aanvangen wegens het sluitingsuur van de vele winkels op de site. Na de spektakelzege tegen Club Brugge op de openingsspeeldag regende het aangetekende brieven van de handelszaken. En altijd is de bottomline: het voetbal past zich aan aan de commercie. Voor de NV Stayen is STVV slechts een van de vele huurders. Stayen is geen voetbalstadion en echt thuis voelt STVV zich er niet. Maar veel verhaal heeft de club niet: het krijgt de accommodatie zo goed als gratis ter beschikking. Daarnaast is er ook nog altijd de dirécte afhankelijkheid van Duchâtelet. Toen de gefortuneerde ondernemer STVV aan Lammens verkocht, liet hij een schuld van 7 miljoen euro vallen in ruil voor 10 procent van de tv-gelden, plus de transferrechten op een aantal spelers, en dat zeven jaar lang. Straks zullen er vijf jaar verstreken zijn. Nog altijd is STVV dus niet helemaal zijn eigen baas - en al helemaal niet in eigen huis, want dat heeft het niet. Verklaart dit misschien waarom Duchâtelet in januari onverwacht opdook in de transfersoap rond Edmilson, een soap waarin hij op het eerste gezicht geen enkele rol te spelen had? Midden december zagen Ivan De Witte en Michel Louwagie op Stayen hun AA Gent met 0-2 winnen van STVV. Aan tafel met hun Truiense collega's Lammens en Bormans was het ook over Edmilson gegaan. In de weken die volgden zouden er ook daadwerkelijk onderhandelingen plaatsvinden om de aanvaller naar Gent te halen. Beide clubs raakten het eens over een transferbedrag van 1,5 miljoen euro. Eén man echter zag dat niet zitten. Nog tijdens de onderhandelingen kreeg De Witte telefoon van Duchâtelet. Die klonk niet bepaald vriendelijk, veeleer dwingend: Edmilson moest 2,5 miljoen euro kosten, of de deal ging niet door. 's Anderendaags al hing Lammens bij De Witte aan de lijn: hij had machteloos gestaan tegenover Duchâtelets demarche, hoe graag hij het ook anders had gezien. Excuses volgden. Duchâtelet, vandaag meervoudig clubeigenaar, onder meer van de Engelse tweedeklasser Charlton, geeft geen interviews meer over zijn voetbalactiviteiten, maar over dat bewuste telefoontje wil hij toch graag de puntjes op de i zetten tegenover Sport/Voetbalmagazine. 'Junior is een speler in wie Charlton zéér geïnteresseerd was', schrijft hij in een korte e-mail. 'Hij had en heeft volgens ons Premier Leagueniveau. Ik was daarover in contact met STVV. Gent echter speelde het helemaal niet proper en dat heb ik Ivan De Witte gezegd. Zij waren gaan onderhandelen met de speler zonder dat ze een akkoord hadden met STVV. Dat is niet reglementair.' Nog voor de deadline tot wanneer het Gentse bod gold was verstreken - tijd die de landskampioen nodig dacht te hebben om eruit te geraken met de veeleisende makelaars van de speler - zat Edmilson al in Luik. Ook dát is niet vreemd. In de wandelgangen circuleert het hardnekkige verhaal dat Duchâtelet in het kader van de verkoop van Standard aan Bruno Venanzi nog vier jaarlijkse afbetalingen van elk ongeveer 2 miljoen euro tegoed heeft van Venanzi. Dat zou verklaren waarom Edmilson en Dompé (over wie door AA Gent nooit echt is onderhandeld) in de wintermercato naar Standard verkasten. Van de meerwaarde op hun doorverkoop zal Standard zijn schuld aan Duchâtelet kunnen inlossen. Aannemelijk, maar waar? Duchâtelet bevestigt noch ontkent: 'Hierover is al voldoende relevante communicatie beschikbaar, die geen revisie of aanvulling behoeft.' In Sint-Truiden meent men te weten dat de schuldaflossingen de reden zijn waarom Bob Claes, de Limburgse rechterhand van Duchâtelet destijds op Sclessin, in Luik is blijven zitten: om toe te zien op de correcte naleving van de gemaakte afspraken. Overigens verhuisde Edmilson voor 1,2 miljoen euro naar de Maasoever, maar STVV zou dat geld pas volgende zomer zien. Dat verminderde dan ook aanzienlijk zijn slagkracht om het elftal weer op niveau te brengen. Ter compensatie kreeg het twee overbodige jonge spelers uit Luik, Alexis de Sart en Damien Dussaut. Niet de beloofde kwaliteitsinjectie, vond Rob Schoofs, waarna ook hij zijn club ontgoocheld de rug toekeerde. Met de ploeg ging het van kwaad naar erger. Maar niemand in het indrukwekkende complex dat Stayen heet, die zich zorgen scheen te maken. Terwijl het degradatiegevaar almaar reëler werd, schakelde STVV een versnelling hoger in het organiseren van persconferenties met 'commerciële partners' die het ene na het andere 'unieke concept' voorstelden dat 'de beleving in de stadia (sic) tot een nieuwe hoogte zal brengen'. Als een soort van voorprogramma leek het Chris O'Loughlin nog net gegund de hoofdact met zijn wekelijkse perspraatje te mogen voorafgaan. Om de een of andere reden schikte hij zich in die nevenrol. Haast onmerkbaar had zich zo bij de voetbalclub die STVV toch is een omkering der prioriteiten voltrokken. Of was het nooit anders geweest? Vroeg in het seizoen introduceerde het ook al zijn Griekse crowdfundingspits Panagiotis Kynigopoulos. Supporters konden mee investeren in de aanwerving van een - uiteraard - uiterst beloftevolle speler, van wie achteraf een seizoen lang helaas niets meer is vernomen. Een primeur was het, die voortvloeide uit de gesprekken die Lammens vorige zomer voerde met potentiële overnemers voor zijn club. 'De tussenpersonen die die partijen aanbrengen zijn belangrijk voor mij', zei hij hierover toen aan Sport/Voetbalmagazine. 'Zij leveren mij spelers aan of brengen er weg. Ik heb die mensen nodig in mijn netwerk, dus ga ik het gesprek met hen aan.' Dat levert dan een Griekse crowdfundingspits op, of enkele huurlingen van het handelshuis Chelsea, van wie Victorien Angban zeker geen tegenvaller was. Afgeleiden waren het dus van pogingen tot overname, die uiteindelijk niet doorgingen. 'We hebben aan mekaar gesnuffeld, maar er was geen love sense', aldus Lammens toen. 'Alles sprong af en ik ga dat zo houden. Die mensen waren gewoon op zoek naar een juridisch en politiek rustig klimaat met een goede voetbalcompetitie waar ze zonder veel gehakketak aan spelershandel kunnen doen. Ze zijn meer daarop uit dan op het uitbouwen van een stabiele eersteklasser in Sint-Truiden. Drie gesprekken later, als er al een derde gesprek van komt, heb je ook door dat ze al bij andere clubs zijn langs geweest ook.' Vier miljoen euro stak de voorzitter uit eigen zak toe tijdens het driejarig verblijf van STVV in de tweede klasse. Zonder de promotie vorig jaar was hij gedwongen geweest investeerders toe te laten. Nu kon hij die boot afhouden. Verkopen om te verkopen doet hij niet. 'Waarom is Roland (Duchâtelet, nvdr) zo vermogend? Niet door de cash op zijn rekening, maar door de beurswaarde van Melexis. Clubs zijn voor een stuk een rijkemensenhobby geworden. Clubs zonder een rijke eigenaar proberen te overleven met een beperkt budget uit eigen inkomsten en een beetje transfers. Zo ook STVV. In de 92-jarige geschiedenis van deze club zijn we een keer of drie, vier door de knieën gegaan voor geld van buitenaf. Roland was de laatste.' Ondertussen is diezelfde Roland Duchâtelet zo gedegouteerd van het voetbal, dat hij zou overwegen eruit te stappen. Zowat een maand geleden trok hij dan toch naar Londen om er de crisis bij zijn Charlton Athletic het hoofd te bieden. Een van de verwijten die de Belgische clubeigenaar er treft, is dat hij zich er uiterst zelden laat zien. Met zijn bezoek hoopte hij die kritiek te counteren: hij gaf één kranteninterview en was te zien en te beluisteren op de clubwebsite. Veel zoden zette het allemaal niet aan de dijk, de sfeer in en rond de Londense club blijft vijandig. Hiervan zo geschrokken zou de 69-jarige ondernemer te kennen hebben gegeven zijn voetbalactiviteiten te willen staken uit vrees voor een nieuw Standardscenario. In Luik werd hij op het eind ook fysiek belaagd, waardoor hij en zijn gezin zich er niet langer veilig voelden. Het was de spreekwoordelijke druppel die hem deed besluiten de club te verkopen. Maar er is meer dan de agressie ten aanzien van zijn persoon. De slag die Duchâtelet toch nog sloeg in Luik, lijkt vandaag ver weg bij zijn huidige voetbalinvesteringen. Ze brachten hem de afgelopen twee jaar immers niets op. Bij Alcorcón, een Spaanse tweedeklasser nabij Madrid, verloopt alles rustig, maar in- of uitgaande transferactiviteit is er niet. In zijn Duitse vierdeklasser Carl Zeiss Jena is geen hond geïnteresseerd. En ook bij Charlton, zijn mankende paradepaardje, is het na zes transferperiodes zoeken met het vergrootglas naar return. Zelfs break-even draaien wordt er een heksentoer. Aan Bart Lammens zou Duchâtelet al hebben laten weten dat STVV niet meer op hem moet rekenen. De STVV-voorzitter zou vervolgens al in Spanje en Turkije zijn gesignaleerd in zijn aanhoudende zoektocht naar investeerders. Op de vraag van Sport/Voetbalmagazine of dit klopt, wenste hij niet in te gaan vorige week. Zeker is in ieder geval dat Lammens zichzelf en zijn club niet in roekeloze avonturen zal storten. Hij mikt op een stabiel aandeelhouderschap tegen 2024, wanneer STVV zijn honderdjarig bestaan viert. 'Zo staat het in ons mission statement', zei hij afgelopen zomer. 'We moeten ervoor zorgen dat we in 2024 meerdere stabiele aandeelhouders hebben, zodat als er één wegvalt, de club niet wordt benadeeld. Zover zijn we niet: ik heb die mensen nog niet gevonden en ben nog altijd alleen. Maar ik mag mezelf ook niet tekortdoen. Ik heb geen buffer, dus neem ik geen enkel risico.'