Wat houdt de term in?

Voor vele voetbalvolgers is het misschien een term waarmee ze opgegroeid zijn, maar onze jongste lezers zullen er zelden een hebben zien spelen: de libero. Het Italiaanse woord voor vrij, omdat hij geen man moest dekken, duidt op de vrije speler die alles opkuist achter de verdediging en/of de vrijheid heeft om in balbezit mee naar voor te gaan.

De rol van de libero bevat dus twee elementen. Zijn verdedigende taak bestaat eruit dekking te bieden aan de verdedigers, die meestal mandekking spelen, en te hulp te schieten wanneer één van hen een aanvaller laat ontsnappen. In Duitsland hebben ze voor dat verdedigende aspect een aparte naam: een Ausputzer, een opruimer. Bij ons, niet in het minst in het cafévoetbal, bekend als 'de laatste man'.

In balbezit verzorgt de libero de opbouw en mag hij ook mee inschuiven om het middenveld te versterken en eventueel zelfs voor doel op te duiken. Uit deze beschrijving blijkt al dat een libero niet meer past bij het hedendaagse voetbal. Toch heeft de libero een belangrijke invloed gehad op een aantal recente evoluties en blijven er ook vandaag nog restanten van zichtbaar.

Twee opstellingen met een libero, links in een viermansverdediging, rechts in een driemansverdediging. De libero ruimt het gevaar op achter de mandekkers en kan bij balbezit inschuiven om een overtalsituatie te creëren op het middenveld., Redactie
Twee opstellingen met een libero, links in een viermansverdediging, rechts in een driemansverdediging. De libero ruimt het gevaar op achter de mandekkers en kan bij balbezit inschuiven om een overtalsituatie te creëren op het middenveld. © Redactie

Een Italiaans begin en einde

Hoewel Franz Beckenbauer bekendstaat als het archetype van een libero, vooral dan door zijn successen in de jaren zeventig, was de intussen bijna 75-jarige Kaiser zeker niet de uitvinder van het concept. In zijn boeiende boek Inverting the pyramid over de geschiedenis van voetbaltactiek legt Jonathan Wilson uit dat de vroegste vormen van de libero te vinden waren in Zwitserland en de Sovjet-Unie kort voor en na de Tweede Wereldoorlog.

Toch raakte de libero vooral bekend door de invloed van het Italiaanse calcio, waar het ook zijn naam aan dankt. Nog voor de 'uitvinding' van het hyperverdedigende catenaccio in de jaren 1960, speelden er al een aantal ploegen met een 'vrije' verdediger.

Ivano Blason, die furore maakte bij Triestina en Inter in de jaren 40 en 50, kreeg het etiket van de eerste echte libero. Hij moest achterin alle ballen ver wegtrappen en zette zo ook veel counters in gang.

Datzelfde Inter zou een decennium later onder de Argentijnse coach Helenio Herrera drie keer de landstitel en twee keer Europacup I binnenhalen dankzij hun extreem verdedigende manier van voetballen, met Armando Picchi als libero. Hij opereerde als de vrije man in een driemansverdediging, waar de twee andere verdedigers mandekking speelden op de spitsen van de tegenstander.

Een erg succesvol recept tegen het gangbare 4-4-2-systeem van toen. Zo diende de libero achterin als extra man en bij balbezit zorgde hij voor een overtal op het middenveld door in te schuiven.

Waar de libero tot op dat moment vooral als een efficiënt verdedigend wapen gold, zorgde Beckenbauer voor een revolutie van het concept. De vrije speler in de laatste linie, was ook vrij om aan te vallen. In feite had de Duitser meer de eigenschappen van een creatieve middenvelder, die graag met de bal aan de voet ten aanval trok.

Maar als zijn ploeg de bal niet had, moest hij achterin alle steken oprapen die de mandekkers lieten vallen. Dat werkte zo goed dat zelfs het Nederlandse Totaalvoetbal in de finale van het WK '74 het onderspit moest delven. Meer dan tien jaar later paste Beckenbauer die strategie ook toe als (bonds)coach. Met Klaus Augenthaler in de rol van libero, wonnen de (West-)Duitsers in 1990 opnieuw de wereldbeker.

Franz Beckenbauer geldt als een van de beste libero's ooit., GETTY
Franz Beckenbauer geldt als een van de beste libero's ooit. © GETTY

Achteraf gezien was dat de laatste grote triomf van de libero als tactisch concept. Eind jaren 80 begon namelijk de mandekking geleidelijk plaats te maken voor zoneverdediging, vooral door het succes van AC Milan onder Arrigo Sacchi. In die nieuwe tactiek had de libero geen plaats meer, want verdedigers moesten niet langer elk een man, maar een zone dekken. Dan verviel het voordeel van de libero, die nooit een specifieke aanvaller moest volgen.

Sacchi wou dat zijn twee centrale verdedigers, onder wie de legendarische Franco Baresi, elk de rol van mandekker of libero konden invullen naar gelang de situatie.

In de jaren negentig kende België wel nog een aantal uitstekende libero's, onder wie Philippe Albert en Lorenzo Staelens, beiden oorspronkelijk middenvelders, en in zekere zin ook Eric Van Meir. Zij zorgden met hun infiltraties voor heel wat dreiging, pikten regelmatig hun doelpunt mee en hielpen achterin de boel dicht te houden dankzij hun fysieke kracht en spelinzicht. Maar de evoluties in het voetbal bedreigden de libero toen al met uitsterven.

Bekijk hieronder een compilatie van Philippe Albert, met duidelijke voorbeelden van zijn infiltraties als verdediger en natuurlijk zijn fenomenale goal tegen Manchester United.

Leven na de dood

In het hedendaagse voetbal bestaat de rol van libero in de meest zuivere betekenis niet meer. Toch zijn er ook nu nog spelers en ploegen die er een aantal eigenschappen van bezitten. Door de recente terugkeer van de driemansdefensies kan bijvoorbeeld de middelste verdediger zich aanvallend meer uitleven.

David Luiz deed dat bij het Chelsea van Antonio Conte in hun kampioenenjaar 2017. De Braziliaan beschikt over het voetballend vermogen om de opbouw van achteruit te verzorgen of te infiltreren met de bal aan de voet. Verdedigend bood hij rugdekking aan zijn twee collega's, die tegelijk zijn verdedigende foutjes compenseerden.

Een typische viermansdefensie vandaag de dag bestaat meestal uit een meer voetballende verdediger en een meer krachtige mandekker, ook al moeten ze allebei die rollen kunnen vervullen. Maar het is niet de gewoonte dat één van de twee centrale mannen echt inschuift in balbezit.

Onder Hansi Flick durft voormalig linksachter David Alaba van Bayern München dat dit seizoen wel. Dankzij zijn surplus aan voetballend vermogen rukt hij zo ver op met de bal, dat hij bijna een extra middenvelder wordt. In tegenstelling tot een systeem met een echte libero, wordt zijn positie dan wel overgenomen, in dit geval door verdedigende middenvelder Joshua Kimmich.

Het opleidingsmodel van de Belgische voetbalbond gaat zelfs nog verder. Van een jonge centrale verdediger wordt er verwacht een infiltratie te maken op het geschikte moment, zonder dat iemand zijn plaats overneemt, een beetje zoals een ouderwetse libero dus.

Maar terug naar de driemansverdediging, die de afgelopen jaren een sterke opmars kende. Bij de meeste ploegen, zoals dit seizoen Atalanta Bergamo of Sheffield United, is het niet de meest centrale, maar net de buitenste spelers van het verdedigende trio die zorgen voor de opbouw en aanvallend hun steentje bijdragen. De middelste verdediger moet dan de ruimte achter hen beheersen, eventueel met de hulp van een meevoetballende doelman à la Neuer of Ter Stegen. Zo is de oorspronkelijke rol van de libero in het hedendaagse voetbal verspreid over verschillende spelers en posities. De libero is dus niet uitgestorven. Hij leeft verder, maar dan in een andere vorm.

Voor vele voetbalvolgers is het misschien een term waarmee ze opgegroeid zijn, maar onze jongste lezers zullen er zelden een hebben zien spelen: de libero. Het Italiaanse woord voor vrij, omdat hij geen man moest dekken, duidt op de vrije speler die alles opkuist achter de verdediging en/of de vrijheid heeft om in balbezit mee naar voor te gaan.De rol van de libero bevat dus twee elementen. Zijn verdedigende taak bestaat eruit dekking te bieden aan de verdedigers, die meestal mandekking spelen, en te hulp te schieten wanneer één van hen een aanvaller laat ontsnappen. In Duitsland hebben ze voor dat verdedigende aspect een aparte naam: een Ausputzer, een opruimer. Bij ons, niet in het minst in het cafévoetbal, bekend als 'de laatste man'.In balbezit verzorgt de libero de opbouw en mag hij ook mee inschuiven om het middenveld te versterken en eventueel zelfs voor doel op te duiken. Uit deze beschrijving blijkt al dat een libero niet meer past bij het hedendaagse voetbal. Toch heeft de libero een belangrijke invloed gehad op een aantal recente evoluties en blijven er ook vandaag nog restanten van zichtbaar.Hoewel Franz Beckenbauer bekendstaat als het archetype van een libero, vooral dan door zijn successen in de jaren zeventig, was de intussen bijna 75-jarige Kaiser zeker niet de uitvinder van het concept. In zijn boeiende boek Inverting the pyramid over de geschiedenis van voetbaltactiek legt Jonathan Wilson uit dat de vroegste vormen van de libero te vinden waren in Zwitserland en de Sovjet-Unie kort voor en na de Tweede Wereldoorlog.Toch raakte de libero vooral bekend door de invloed van het Italiaanse calcio, waar het ook zijn naam aan dankt. Nog voor de 'uitvinding' van het hyperverdedigende catenaccio in de jaren 1960, speelden er al een aantal ploegen met een 'vrije' verdediger. Ivano Blason, die furore maakte bij Triestina en Inter in de jaren 40 en 50, kreeg het etiket van de eerste echte libero. Hij moest achterin alle ballen ver wegtrappen en zette zo ook veel counters in gang.Datzelfde Inter zou een decennium later onder de Argentijnse coach Helenio Herrera drie keer de landstitel en twee keer Europacup I binnenhalen dankzij hun extreem verdedigende manier van voetballen, met Armando Picchi als libero. Hij opereerde als de vrije man in een driemansverdediging, waar de twee andere verdedigers mandekking speelden op de spitsen van de tegenstander. Een erg succesvol recept tegen het gangbare 4-4-2-systeem van toen. Zo diende de libero achterin als extra man en bij balbezit zorgde hij voor een overtal op het middenveld door in te schuiven.Waar de libero tot op dat moment vooral als een efficiënt verdedigend wapen gold, zorgde Beckenbauer voor een revolutie van het concept. De vrije speler in de laatste linie, was ook vrij om aan te vallen. In feite had de Duitser meer de eigenschappen van een creatieve middenvelder, die graag met de bal aan de voet ten aanval trok. Maar als zijn ploeg de bal niet had, moest hij achterin alle steken oprapen die de mandekkers lieten vallen. Dat werkte zo goed dat zelfs het Nederlandse Totaalvoetbal in de finale van het WK '74 het onderspit moest delven. Meer dan tien jaar later paste Beckenbauer die strategie ook toe als (bonds)coach. Met Klaus Augenthaler in de rol van libero, wonnen de (West-)Duitsers in 1990 opnieuw de wereldbeker.Achteraf gezien was dat de laatste grote triomf van de libero als tactisch concept. Eind jaren 80 begon namelijk de mandekking geleidelijk plaats te maken voor zoneverdediging, vooral door het succes van AC Milan onder Arrigo Sacchi. In die nieuwe tactiek had de libero geen plaats meer, want verdedigers moesten niet langer elk een man, maar een zone dekken. Dan verviel het voordeel van de libero, die nooit een specifieke aanvaller moest volgen. Sacchi wou dat zijn twee centrale verdedigers, onder wie de legendarische Franco Baresi, elk de rol van mandekker of libero konden invullen naar gelang de situatie.In de jaren negentig kende België wel nog een aantal uitstekende libero's, onder wie Philippe Albert en Lorenzo Staelens, beiden oorspronkelijk middenvelders, en in zekere zin ook Eric Van Meir. Zij zorgden met hun infiltraties voor heel wat dreiging, pikten regelmatig hun doelpunt mee en hielpen achterin de boel dicht te houden dankzij hun fysieke kracht en spelinzicht. Maar de evoluties in het voetbal bedreigden de libero toen al met uitsterven.Bekijk hieronder een compilatie van Philippe Albert, met duidelijke voorbeelden van zijn infiltraties als verdediger en natuurlijk zijn fenomenale goal tegen Manchester United.In het hedendaagse voetbal bestaat de rol van libero in de meest zuivere betekenis niet meer. Toch zijn er ook nu nog spelers en ploegen die er een aantal eigenschappen van bezitten. Door de recente terugkeer van de driemansdefensies kan bijvoorbeeld de middelste verdediger zich aanvallend meer uitleven. David Luiz deed dat bij het Chelsea van Antonio Conte in hun kampioenenjaar 2017. De Braziliaan beschikt over het voetballend vermogen om de opbouw van achteruit te verzorgen of te infiltreren met de bal aan de voet. Verdedigend bood hij rugdekking aan zijn twee collega's, die tegelijk zijn verdedigende foutjes compenseerden.Een typische viermansdefensie vandaag de dag bestaat meestal uit een meer voetballende verdediger en een meer krachtige mandekker, ook al moeten ze allebei die rollen kunnen vervullen. Maar het is niet de gewoonte dat één van de twee centrale mannen echt inschuift in balbezit. Onder Hansi Flick durft voormalig linksachter David Alaba van Bayern München dat dit seizoen wel. Dankzij zijn surplus aan voetballend vermogen rukt hij zo ver op met de bal, dat hij bijna een extra middenvelder wordt. In tegenstelling tot een systeem met een echte libero, wordt zijn positie dan wel overgenomen, in dit geval door verdedigende middenvelder Joshua Kimmich. Het opleidingsmodel van de Belgische voetbalbond gaat zelfs nog verder. Van een jonge centrale verdediger wordt er verwacht een infiltratie te maken op het geschikte moment, zonder dat iemand zijn plaats overneemt, een beetje zoals een ouderwetse libero dus.Maar terug naar de driemansverdediging, die de afgelopen jaren een sterke opmars kende. Bij de meeste ploegen, zoals dit seizoen Atalanta Bergamo of Sheffield United, is het niet de meest centrale, maar net de buitenste spelers van het verdedigende trio die zorgen voor de opbouw en aanvallend hun steentje bijdragen. De middelste verdediger moet dan de ruimte achter hen beheersen, eventueel met de hulp van een meevoetballende doelman à la Neuer of Ter Stegen. Zo is de oorspronkelijke rol van de libero in het hedendaagse voetbal verspreid over verschillende spelers en posities. De libero is dus niet uitgestorven. Hij leeft verder, maar dan in een andere vorm.