Iedereen herinnert zich nog wel de sprints van Odilon Kossounou in het Parc des Princes van PSG begin november. Hij liep het volledige veld zo snel af dat hij meteen vergeleken werd met Kylian Mbappé, een van de snelste voetballers in het Europees voetbal.

Vier dagen later staat Antwerp-Club Brugge op de planning. De herinneringen aan de wonderlijke sprints zitten nog fris in het geheugen, maar Kossounou is misschien wat minder fris. Onder het toeziend oog van zijn coach bezorgt Lamkel Zé de Ivoriaan in de eerste helft een mentale dreun van jewelste. De arme Bruggeling lijkt een wanhopige pendelaar die op het perron zijn vertrekkende trein alsnog probeert in te halen. Lamkel Zé speelt met de Ivoriaan en brengt de bal voor doel waar Koji Miyoshi de bal na een paar capriolen binnentikt.

'Lamkel Zé charmeert de toeschouwers gemakkelijker dan de statistici.'

Alles wat Lamkel Zé kan, zit in die fase. En ook in de viering na het doelpunt, gek en alleen. Hij was noch de doelpuntenmaker, noch de assistgever, maar die goal was eigenlijk van hem. Dankzij die actie wordt hij een van de meest gevreesde vleugelspelers van de competitie.

Het ritme van de doelpuntenmaker

Op het eerste gezicht charmeert Lamkel Zé de toeschouwers gemakkelijker dan de statistici. De tribunes houden van zijn klasseflitsen, maar uit de tabellen concluderen we net dat die heel zeldzaam zijn. De vergelijking met de andere vleugelaanvallers uit de linkerkolom van het klassement is pijnlijk voor de nummer 7 van Antwerp.

Qua doelpunten is hij bij de beste leerlingen van de klas, maar als het op beslissende passes aankomt, is het de grote leegte. Lamkel Zé is maar 0,25 keer beslissend per 90 minuten.

Maar ontegenzeggelijk heeft de Kameroener een neus voor goals. Zijn hartslag neemt niet toe wanneer hij op vijandelijk terrein komt. Of hij nu scoort na een solitaire raid of na een voorzet van de rechterkant, steeds is hij ijzig kalm. Lamkel Zé maakt zo'n 6 doelpunten tegenover de 4,68 'expected goals' die hij zou moeten maken. Slechts eentje scoorde hij van buiten de zestien.

null, Belga Image
null © Belga Image

Coach László Bölöni posteerde hem op de linkerflank. Daar loopt hij niet in de weg van de hyperactieve rechtsback Aurelio Buta, de speler die het vaakst de bal aanraakt van de 11 Antwerpspelers. Geïsoleerd en bijna gedeconnecteerd is Lamkel Zé een speler van flitsen. Hij is het plan-B voor Antwerp wanneer de drietand Buta, Refaelov en Mbokani moeilijkheden kent. Hij is een enkeling buiten de collectieve automatismen in het team. En hij is evengoed met als zonder de bal, want Lamkel Zé vecht slechts 3,5 verdedigende duels per match uit. Daarmee is hij op dat vlak een van de minst actieve spelers in eerste klasse.

Run baby run

Het actiegebied van Lamkel Zé heeft wat weg van dat van vleugelaanvallers in het rugby. Zijn grootte, meer dan 1,90 meter, zorgt voor een bijzondere stijl en een verbazingwekkend arsenaal aan kunstjes. Daar waar de meeste flankaanvallers meestal in twee groepen verdeeld kunnen worden, zij die buitenom gaan en zij die recht naar het doel lopen, begint de Kameroener meestal met buitenom gaan om dan recht op het doel af te gaan.

Aangezien het vijandig doel geen effect lijkt te hebben op zijn zenuwen, verhoogt de kwaliteit van zijn dribbels in de zone van de waarheid. Gemiddeld zijn 47% van zijn 7,12 dribbels per match geslaagd. Maar als we ons focussen op de dribbels in het laatste deel van het veld, stijgt zijn ratio naar 68%. 1 keer op 3 eindigt een dribbel in een schot. En die zijn ook vaak precies, want 31% van zijn schoten belandt tussen de palen.

De belangrijkste troef van Lamkel Zé is net dat vermogen om met de bal aan de voet de gevaarlijke zone in te lopen. In België is hij de koning van de 'progressive runs', de dribbels die een grote terreinwinst boeken (minstens 10 meter op het andere veld, 15 meter over beide helften of 30 meter op het eigen veld). In vergelijking met zijn concurrenten doet niemand beter dan de Kameroener of boekt niemand meer terreinwinst met de bal aan de voet.

Lamkel Ze is koploper in progressive runs in de Belgische competitie, Belga Image
Lamkel Ze is koploper in progressive runs in de Belgische competitie © Belga Image

Didier solo

Op de rechterflank combineert Antwerp, op links doet Lamkel Zé het op zijn eentje. En beide kanten zijn bijna even gevaarlijk. 'Hij bevestigt iedere week dat hij capabel is om het verschil helemaal op zijn eentje te maken', vertelt Romain Grange, zijn ex-ploegmaat bij Chamois Niortais, aan L'Avenir. Het is een van de weinige uitspraken die over het voetbal van de Kameroener gaan en niet over zijn bijzondere persoonlijkheid.

Gentspeler Mikael Lustig brengt beide eigenschappen zelfs samen in Het Laatste Nieuws: 'Hij is niet enkel een uitstekende voetballer, maar hij voegt ook iets extra toe aan een match. Hij maakt sfeer.'

Misschien is Didier het soleren soms beu en maakt hij ambiance om zijn medespelers bij zijn optredens te betrekken. Maar aan het einde van zijn progressive runs verliest Lamkel Zé de bal één keer op twee en schiet hij één keer op tien op doel. Dat zijn geen cijfers die veel ruimte laten voor de ploegmaats.

Iedereen herinnert zich nog wel de sprints van Odilon Kossounou in het Parc des Princes van PSG begin november. Hij liep het volledige veld zo snel af dat hij meteen vergeleken werd met Kylian Mbappé, een van de snelste voetballers in het Europees voetbal.Vier dagen later staat Antwerp-Club Brugge op de planning. De herinneringen aan de wonderlijke sprints zitten nog fris in het geheugen, maar Kossounou is misschien wat minder fris. Onder het toeziend oog van zijn coach bezorgt Lamkel Zé de Ivoriaan in de eerste helft een mentale dreun van jewelste. De arme Bruggeling lijkt een wanhopige pendelaar die op het perron zijn vertrekkende trein alsnog probeert in te halen. Lamkel Zé speelt met de Ivoriaan en brengt de bal voor doel waar Koji Miyoshi de bal na een paar capriolen binnentikt. Alles wat Lamkel Zé kan, zit in die fase. En ook in de viering na het doelpunt, gek en alleen. Hij was noch de doelpuntenmaker, noch de assistgever, maar die goal was eigenlijk van hem. Dankzij die actie wordt hij een van de meest gevreesde vleugelspelers van de competitie.Op het eerste gezicht charmeert Lamkel Zé de toeschouwers gemakkelijker dan de statistici. De tribunes houden van zijn klasseflitsen, maar uit de tabellen concluderen we net dat die heel zeldzaam zijn. De vergelijking met de andere vleugelaanvallers uit de linkerkolom van het klassement is pijnlijk voor de nummer 7 van Antwerp. Qua doelpunten is hij bij de beste leerlingen van de klas, maar als het op beslissende passes aankomt, is het de grote leegte. Lamkel Zé is maar 0,25 keer beslissend per 90 minuten.Maar ontegenzeggelijk heeft de Kameroener een neus voor goals. Zijn hartslag neemt niet toe wanneer hij op vijandelijk terrein komt. Of hij nu scoort na een solitaire raid of na een voorzet van de rechterkant, steeds is hij ijzig kalm. Lamkel Zé maakt zo'n 6 doelpunten tegenover de 4,68 'expected goals' die hij zou moeten maken. Slechts eentje scoorde hij van buiten de zestien.Coach László Bölöni posteerde hem op de linkerflank. Daar loopt hij niet in de weg van de hyperactieve rechtsback Aurelio Buta, de speler die het vaakst de bal aanraakt van de 11 Antwerpspelers. Geïsoleerd en bijna gedeconnecteerd is Lamkel Zé een speler van flitsen. Hij is het plan-B voor Antwerp wanneer de drietand Buta, Refaelov en Mbokani moeilijkheden kent. Hij is een enkeling buiten de collectieve automatismen in het team. En hij is evengoed met als zonder de bal, want Lamkel Zé vecht slechts 3,5 verdedigende duels per match uit. Daarmee is hij op dat vlak een van de minst actieve spelers in eerste klasse.Het actiegebied van Lamkel Zé heeft wat weg van dat van vleugelaanvallers in het rugby. Zijn grootte, meer dan 1,90 meter, zorgt voor een bijzondere stijl en een verbazingwekkend arsenaal aan kunstjes. Daar waar de meeste flankaanvallers meestal in twee groepen verdeeld kunnen worden, zij die buitenom gaan en zij die recht naar het doel lopen, begint de Kameroener meestal met buitenom gaan om dan recht op het doel af te gaan.Aangezien het vijandig doel geen effect lijkt te hebben op zijn zenuwen, verhoogt de kwaliteit van zijn dribbels in de zone van de waarheid. Gemiddeld zijn 47% van zijn 7,12 dribbels per match geslaagd. Maar als we ons focussen op de dribbels in het laatste deel van het veld, stijgt zijn ratio naar 68%. 1 keer op 3 eindigt een dribbel in een schot. En die zijn ook vaak precies, want 31% van zijn schoten belandt tussen de palen.De belangrijkste troef van Lamkel Zé is net dat vermogen om met de bal aan de voet de gevaarlijke zone in te lopen. In België is hij de koning van de 'progressive runs', de dribbels die een grote terreinwinst boeken (minstens 10 meter op het andere veld, 15 meter over beide helften of 30 meter op het eigen veld). In vergelijking met zijn concurrenten doet niemand beter dan de Kameroener of boekt niemand meer terreinwinst met de bal aan de voet.Op de rechterflank combineert Antwerp, op links doet Lamkel Zé het op zijn eentje. En beide kanten zijn bijna even gevaarlijk. 'Hij bevestigt iedere week dat hij capabel is om het verschil helemaal op zijn eentje te maken', vertelt Romain Grange, zijn ex-ploegmaat bij Chamois Niortais, aan L'Avenir. Het is een van de weinige uitspraken die over het voetbal van de Kameroener gaan en niet over zijn bijzondere persoonlijkheid.Gentspeler Mikael Lustig brengt beide eigenschappen zelfs samen in Het Laatste Nieuws: 'Hij is niet enkel een uitstekende voetballer, maar hij voegt ook iets extra toe aan een match. Hij maakt sfeer.'Misschien is Didier het soleren soms beu en maakt hij ambiance om zijn medespelers bij zijn optredens te betrekken. Maar aan het einde van zijn progressive runs verliest Lamkel Zé de bal één keer op twee en schiet hij één keer op tien op doel. Dat zijn geen cijfers die veel ruimte laten voor de ploegmaats.