KAA Gent had het maanden moeilijk om de leemte die Jonathan David liet op te vullen. De blessureproblemen van Vadis Odjidja en de knotsgekke trainerskeuzes hielpen uiteraard ook niet, maar met het vertrek van de Canadees was de missing link in de zone achter de spitsen weg. Met Tarik Tissoudali werd daar tijdens de winterstop wat aan gedaan. De Nederlander stond op het punt om onze competitie te verlaten, toen Gent zich meldde. Na een lastig parcours met veel omwegen belandde Tissoudali daar waar hij gezien zijn talent thuishoort: bij een Belgische topclub.
...

KAA Gent had het maanden moeilijk om de leemte die Jonathan David liet op te vullen. De blessureproblemen van Vadis Odjidja en de knotsgekke trainerskeuzes hielpen uiteraard ook niet, maar met het vertrek van de Canadees was de missing link in de zone achter de spitsen weg. Met Tarik Tissoudali werd daar tijdens de winterstop wat aan gedaan. De Nederlander stond op het punt om onze competitie te verlaten, toen Gent zich meldde. Na een lastig parcours met veel omwegen belandde Tissoudali daar waar hij gezien zijn talent thuishoort: bij een Belgische topclub. Waarom koos je voor deze club? Tarik Tissoudali: 'Eén: dicht bij de familie. Twee: een grotere club dan Beerschot, waar ik me nog meer zal ontwikkelen. En drie: een beter uitzicht op kansen voor de nationale ploeg van Marokko. Hier zal ik meer in beeld komen dan in een verder buitenland.' Dan bij pakweg DC United, want Losada wilde je meenemen, of in het Midden-Oosten? Tissoudali: 'Precies.' Was het een moeilijke beslissing? Tissoudali: 'Eerlijk gezegd wel. Gent kwam een beetje laat, net voor ik de knoop doorhakte. Ik had tegen mijn zaakwaarnemer gezegd dat ik graag in België wilde blijven bij een aanbod van een club uit de top vijf. En daar reken ik Gent bij. Toen zij kwamen, hadden we net een club uit Saoedi-Arabië afgezegd. Die bleven ons bestoken met nieuwe voorstellen. 'Toen we hier voor de deur van het stadion stonden, moest ik even op mijn zaakwaarnemer wachten. Plots kwam hij met het bericht dat hij ook Beerschot nog had gesproken. Ik dacht eerst nog dat ze de transfer zouden afketsen, maar het bleek een nog beter voorstel dan dat van Gent. Ook teamgenoten probeerden me te overhalen, op emotioneel vlak. 'Hier ga je toch altijd spelen', 'iedereen houdt van je', 'je mag doen wat je wil'. Dat soort dingen. Maar ik vond de move van de club te laat komen. Ze hadden daarvoor al eens serieus met me kunnen praten. Voor mij was een nieuwe omgeving, een andere uitdaging met een nieuwe trainer beter. Met kwalitatief sterkere spelers om me heen ga ik individueel iets beter worden. En vooral dat nationale team van Marokko, dat blijft een droom. Het is gewoon gemakkelijker om opgeroepen te worden voor Marokko bij Gent dan bij Beerschot.' Speelde de vacante positie na het vertrek van Jonathan David mee? Tissoudali: 'Eigenlijk niet echt. Eerlijk gezegd keek ik vroeger niet heel veel naar Gent. Ik kende maar een paar spelers, in het algemeen volg ik meer het Nederlandse voetbal. Van de Belgische bekijk ik samenvattingen.' Waarom duurde het zo lang vooraleer we jou op het hoogste niveau zagen? Tissoudali: 'Tja... Ik kon ooit, na een goed seizoen bij Telstar, naar Heracles of Willem II, maar koos voor Frankrijk met Le Havre. Achteraf bekeken sportief niet de beste keuze. Ik kwam pas laat in de voorbereiding. De Amerikaanse trainer die me haalde had met mij een plan, maar vertrok begin oktober naar Swansea City. Zijn opvolger, de Fransman Oswald Tanchot sprak geen woord Engels en opteerde voor een ander systeem. Puur sportief bleek de stap van Telstar naar de Franse tweede klasse veel te groot. Het blijft een onderschatte competitie, met veel fysieke duels. 'Uiteindelijk keerde ik voor een half seizoen terug naar Cambuur, om weer fit te worden. Dat lukte, ik deed het goed en koos toen voor Venlo. Dat team was evenwel, echt niet normaal, heel verdedigend ingesteld. Ze waren pas gepromoveerd en elk punt telde. Vanwege de lengte op standaardfases pakten we best wat punten, maar we speelden het slechtste voetbal van Nederland. 'Daarna vertrok ik naar De Graafschap, waar we kampioen werden in de eerste divisie. Ze wilden me aanvankelijk houden, maar kozen uiteindelijk voor een andere speler. Daarop koos ik voor Beerschot. Opnieuw het tweede niveau, maar wel met de intentie zo snel mogelijk te promoveren. Het eerste jaar lukte dat niet, het tweede gelukkig wel.' Waarom zag Ajax niks in jou? Tissoudali: 'Dat kan ik niet zeggen.' Had je er graag gevoetbald? Tissoudali: 'Ja, tuurlijk. Wie niet? Iedereen uit Amsterdam wil uitkomen voor Ajax. Ik hoopte altijd op 'iets'. Op mijn zeventiende zat ik in de hoogste reeks van het amateurvoetbal, in een competitie met allemaal profclubs. Ik werd tweede of derde bij de topscorers, maar nooit mocht ik ergens stage lopen. Toen dacht ik bij mezelf: als er nu niets komt, geef ik het op en zoek ik een bijbaantje. Er gebeurde niks en zo kwam ik bij de senioren terecht, in de tweede amateurreeks.' Had het ook te maken met relaties? Noa Lang had via zijn stiefpapa als ex-prof een snelle entree. Tissoudali: 'Ik had geen familie die hoger voetbalde, maar al mijn vrienden - de jongens met wie ik op straat voetbalde - kregen wél kansen. Maar ook dat opende voor mij geen deuren. Niemand van die groep deed ergens een goed woordje. Ze snapten niet waarom ik niet bij een profteam aan de bak raakte, klonk het. Tja... Veel blabla, alleen maar praatjes. Uiteindelijk moet je het toch vooral zelf afdwingen.' Frustreerde dat? Tissoudali: 'Bij sommige jongens had ik soms een gevoel van: pfff, hoe kan jij nu bij een profclub zitten en ik niet? Mijn weg was anders, maar nu zit ik hier wel lekker.' Te laat? Tissoudali: 'Het is nooit te laat, ook al ben ik 27. ' Wat als... je op je 20e bij Gent was gekomen? Tissoudali: 'Dan kon het mooier, maar ook slechter zijn. Er valt onderweg veel talent weg. Al mijn jeugdvrienden die bij een profclub zaten op jongere leeftijd, spelen nu bij een amateurploeg of zelfs helemaal niet meer. Dat sterkt me, dat het via de lange omweg óók kan. ( flauw lachje) Ik zág het echte leven, weet je. Ik werkte al als pizzakoerier, bij McDonalds, in een supermarkt, ...' Had je de naam een moeilijke jongen te zijn? Tissoudali: 'Met geen enkele coach had ik ooit ruzie. Daar lag het zeker niet aan.' Waarom loopt er zoveel talent in Amsterdam? Tissoudali: 'We tellen bijzonder veel pleintjes, waarop ook toernooien worden afgewerkt. Het wordt steeds minder, maar de jeugd voetbalt nog vaak. Wie verliest, moet lang wachten om er weer in te komen. Dat maakt dat de gretigheid er vanaf spat. Pleintjesvoetbal is niet voor het plezier, maar om te winnen. Bikkelhard. 'Sommigen trokken daarna de zaal in, anderen naar het veld. Die combinatie is niet vanzelfsprekend. Je mag niet te veel straat zijn, snap je. Om het echt ver te schoppen, moet je meer dan enkel in de bal komen of het balletje in de voet willen.' Je broer Omar (33) werd Nederlands international zaalvoetbal. Waar ligt het verschil? Tissoudali: 'Hij is meer verdedigend ingesteld. Het diep gaan, de lange afstanden, dat leer je op het veld. Het spelen op de korte ruimte en een mannetje passeren, dat komt van de straat. Die opleiding kan je niet krijgen bij een voetbalclub. Het is vaak ook iets natuurlijks, de techniek.' Profiteert Ajax van die achtergrond? Tissoudali: 'Ik denk het wel. Ook gewoon van het lef. Dat zit gewoon in hun hele jeugdopleiding. Die komen ergens toe en zeggen: we zijn er en gáán gewoon vandaag. De straat is een harde leerschool. Hun opleiding ook. Je mannetje staan, leergierig zijn, altijd gretig en vooral willen winnen. 'Noa Lang wordt door de buitenwereld vaak afgeschilderd als arrogant en brutaal. Ik zie dat zo niet. In Amsterdam zijn er honderden van die jongens, precies dezelfde, met net zoveel talent. Sommigen doen er iets goeds mee, anderen verknallen het. Lang toont zijn potentieel. Hij komt dan wel uit Rotterdam, maar is eigenlijk een Amsterdammertje.' Jij lijkt wat meer timide. Tissoudali: 'Buiten het voetbal ben ik wel heel rustig. Maar op het veld of tijdens de training kan ik te keer gaan. Dan komt een andere persoon boven, de winnaar. Toen ik eind vorig seizoen terugkeerde naar Amsterdam en we nog eens samen speelden, haalden mijn vrienden het spontaan weer boven. Als iemand bij een partijtje zijn mannetje laat lopen en die scoort, kan ik lastig worden. Zeg je meteen sorry, dan is het geen probleem. Maar doe je het niet...' ( lacht) Zou Noa Lang jou kunnen dribbelen? Tissoudali: 'Ja, omdat ik niet zo'n goede verdediger ben. Maar op een pleintje zal hij nooit van mij winnen. Hij mag met zijn beste team komen! In Rotterdam weten ze het nog altijd, dat we daar eens als Amsterdammers op het grootste plein zegevierden. We mochten de naam van onze ploeg in graffiti op de grond spuiten. Om aan te tonen dat we het plein 'veroverd' hadden. Toen vroegen wat Rotterdammers: zijn jullie gek worden? We beslisten dan maar wijselijk dat het voor ons niet hoefde...' Wie wint, als je met Omar één tegen één speelt? Tissoudali: 'Moeilijk te zeggen. Hij is één van de weinigen die altijd doorheeft wat ik zal doen.' De NOS maakte een reportage over Amsterdam-West, waarbij zijn werk als straathoekwerker werd belicht. Vanwaar komt zijn engagement in een buurt met een niet al te beste reputatie? Tissoudali: 'Net als Antwerpen is Amsterdam een drugsstad. Zeg je Amsterdam, denk je ook meteen aan coffeeshops en hoeren. De verlokkingen zijn groot, maar ik ben toch blij dat ik er opgroeide. Omar helpt als begeleider jongeren met school en thuis. Hij heeft dat van nature, want het is niet dat hij lang en hoog studeerde. Omar kan diepgaande gesprekken voeren en betrekt de ouders erbij, wat ze kunnen doen. Vaak begint het gesprek met wat gepraat rond voetbal. Door zijn inspanningen gaat het veel beter met heel wat jongeren. Ik ben fier op wat hij realiseert. Als ik in Amsterdam ben, ga ik met plezier langs. Ik woon aan een pleintje en af en toe zie je de jongens voetballen. Die dagen uiteraard graag uit om mee te doen. Dan denk je: oké, een minuutje, maar dat minuutje worden er snel tien.' Zegt hij nostalgisch. Tissoudali: ' Tuurlijk. Amsterdam blijft altijd een beetje arrogant hé. Die gasten dagen uit: 'durf je niet?' of 'kan je het niet meer dan?'' In die reportage zit ook een dealertje dat zich afvroeg waarom hij zich een hele dag zou afpeigeren als hij met de verkoop van vijf pakjes cocaïne ook veel geld kon verdienen. Tissoudali: 'Die verleiding. Het blijft een heel moeilijk verhaal, want dit gebeurt zeer veel.' Tracht dan maar, zoals Omar probeert, jongens te wijzen op het belang van school en werk? Tissoudali: 'Het zijn vaak oudere jongens die de jongeren meetrekken, door te pronken met hun mobiele telefoon en te zeggen dat ze die even mogen gebruiken. Of rondrijden in mooie wagens. Je kan snel kapitaal vergaren. Als ik door Amsterdam loop, zie ik in één oogopslag welke jongens niet goed bezig zijn. Staan ze op het pleintje, worden ze gebeld, gaan ze even weg, en tien minuten later komen ze al terug om daarna weer snel te vertrekken. Dan weet je dat ze met duistere zaken bezig zijn. Ik heb nog contact met twee tot drie leeftijdsgenoten, bij wie ik wel eens langs loop of met wie ik een koffie drink. Eentje is taxichauffeur. Toeristen vragen zonder complexen of hij drugs bij zich heeft. Als hij dan negatief antwoordt, klinkt gejammer. Elders kunnen ze die drugs wél krijgen. De realiteit van Amsterdam.' In je auto met Belgische nummerplaat kreeg je vroeger ook vaak controles, zei je al. Tissoudali: 'Ja, omdat ze dachten dat er weer eentje drugs kwam halen. Met die van Beerschot werd ik een tijdje voortdurend tegengehouden. Op zich nooit lang, telkens maximaal vijf tot tien minuten, maar toch vervelend. Zeker als dat twee- tot driemaal per dag voorvalt. Vooral 's avonds. Later viel dat weg. Ik vertelde het een keer en wellicht maakte iemand ergens een notitie, dat die auto veilig was. Nu heb ik een nieuwe, van Gent, ik ben benieuwd.' Je komt uit een grote en hechte Marokkaans-Nederlandse familie. Tissoudali: 'Ik heb vijf broers, drie zussen en één jonger zusje nog. Een heel warm gezin. Ondertussen met al heel wat kleinkinderen. Toen het nog mocht kwam op zondag iedereen samen bij mijn ouders. Dan wordt er uitgebreid gekookt en veel bijgepraat. Ideaal om de batterijen weer op te laden en, in mijn geval, met een goed gevoel terug te keren naar België.' Gingen jullie in de zomer ook elk jaar op vakantie naar Marokko? Tissoudali: 'Ja! Met een busje, vader aan het stuur, richting Tarifa ( in het zuiden van Spanje, nvdr). Wij hadden niet voldoende geld om voor iedereen vliegtickets te betalen. Dat waren leuke vakanties. Dan ging het naar Tétouan ( in het noorden van Marokko, nvdr). Warm, zon, strand. En je zag Nederlandse vrienden terug die er ook waren. Soms mis ik dat. Mijn vakanties zijn nu anders. Maar de afgelopen jaren ontdekte ik mooie plekken: Thailand, de Verenigde Staten, Dubai.' Je spreekt Arabisch. Mocht je opgeroepen worden voor de Marokkaanse nationale ploeg, dan is de taal alvast geen probleem. Tissoudali: 'Ik speelde al voor de beloften van Marokko, samen met Sofyan Amrabat. Die verstond bijna niks. Hij sprak wat Berbers, maar dat is helemaal anders dan het Arabisch. Mijn ouders behoren nog tot de oudere generatie, daarom ken ik de taal. Maar dat gaat er langzaam uit. De meeste jongens zijn hier geboren, gingen hier naar school, ze krijgen nog weinig van het Arabisch mee. Mijn kinderen leren ook nog enkel de basis, door het bezoek aan hun grootouders. En mijn broers spreken ook Nederlands met hun kinderen.' Koester jij plannen om ooit naar Marokko te verhuizen? Tissoudali: 'Nee. Dat leeft vooral bij de ouderen. Ik zou daar niet permanent kunnen wonen. Mijn vader zegt altijd dat hij er vaker heen zal gaan als hij met pensioen is, drie keer per jaar in plaats van nu een keer. Maar niet definitief. Het overgrote deel van zijn familie woont nu in Nederland. Op den duur verwatert de band daar, doordat een generatie er stilaan wegvalt.'