Twee keer kwam Marc Brys bij KRC Genk de voorbije jaren in beeld als trainer. De eerste keer ging dat niet door omdat Genk niet zijn hele team wilde binnenhalen. Een compromis wilde Brys daar niet over sluiten: 'Als een club de beste Marc Brys wil, is dat mét mijn hele team', zei hij daar vorig jaar over.

De tweede keer deed OH Leuven hem na een nacht bedenktijd een tegenvoorstel dat hij aanvaardde. Wat toen mee heeft gespeeld in zijn eindbeslissing - al zal hij dat nooit expliciet zeggen omdat dat deel uitmaakt van het menselijke aspect van het voetbal - was dat de club uit Leuven hem verzekerde dat Bart Van Lancker, die toen al erg ziek was, de beste zorgen zou krijgen in het Leuvense ziekenhuis, niet ver van het trainingscomplex in Oud-Heverlee. Toen Marc Brys dat hoorde, was zijn beslissing helemaal genomen.

Werken voor drie

Eind september vorig jaar bracht Sport/Voetbalmagazine de drie assistenten van Brys samen om over de trainer én hun eigen rol te praten, en vroeg het de T1 naar de kwaliteiten van elk van zijn teamleden. Van Lancker, die ooit nog Kortrijk trainde toen Karim Belhocine geen trainersdiploma had, voegde zich als laatste bij het team.

Vijf jaar geleden belandde hij bij wat toen nog Beerschot Wilrijk heette in eerste nationale amateurklasse. Daar kon men de dataspecialist en voormalig topsportcoördinator bij de KBVB wel gebruiken, al zocht Brys toen vooral een fysiektrainer. Later volgde Van Lancker Brys, Issame Charaï en Bram Verbist naar STVV en vervolgens naar OHL. Hij leerde Brys kennen toen die de trainersopleiding bij de KBVB volgde, waar hij zelf bij die trainersopleiding betrokken was.

'Bart focust op details en schakelt enorm snel', omschreef Brys de impact van de West-Vlaming. 'Hij werkt niet voor twee, maar voor drie. Zo verkrijgen wij veel informatie die anderen niet hebben. Bart is goud voor ons.'

'Wij zijn goed op elkaar ingespeeld',' verklaarde Van Lancker toen het succes van het team. 'Zo goed dat één blik vaak volstaat. Bij ons is één plus één altijd drie. Mochten we allemaal ergens apart werken, zijn we nooit zo sterk als samen.'

Niet-Antwerpenaar

Tijdens het interview leed Van Lancker al aan lymfeklierkanker. Daarna kreeg hij het moeilijker, maar nooit haakte hij op de club helemaal af. Tot het laatst bleef hij actief in zijn job, plichtbewust, zoals de anderen hem kenden.

Van Lancker keek om het zacht uit te drukken op geen inspanning, en daarmee paste hij perfect in het groepje workaholics die allemaal als eerste wilden aankomen 's ochtends en als laatste vertrekken. Dat is een strijd die de West-Vlaming vaak won. Als zijn werk niet af was, bleef hij wel eens op het trainingscomplex in een hoek slapen om geen tijd onderweg te verliezen en om zijn bijdrage klaar te hebben wanneer de anderen arriveerden.

Zijn data-analyses maakten dat OHL altijd perfect voorbereid was en vaak de tegenstander kon verrassen. Als enige niet-Antwerpenaar was hij ook wel eens het middelpunt van spot van de anderen. Hij kon dat wel hebben omdat hij wist dat het respect voor hem als persoon en voor zijn werk enorm groot was. Dat zal ook na zijn overlijden nog lang zo blijven.

Twee keer kwam Marc Brys bij KRC Genk de voorbije jaren in beeld als trainer. De eerste keer ging dat niet door omdat Genk niet zijn hele team wilde binnenhalen. Een compromis wilde Brys daar niet over sluiten: 'Als een club de beste Marc Brys wil, is dat mét mijn hele team', zei hij daar vorig jaar over. De tweede keer deed OH Leuven hem na een nacht bedenktijd een tegenvoorstel dat hij aanvaardde. Wat toen mee heeft gespeeld in zijn eindbeslissing - al zal hij dat nooit expliciet zeggen omdat dat deel uitmaakt van het menselijke aspect van het voetbal - was dat de club uit Leuven hem verzekerde dat Bart Van Lancker, die toen al erg ziek was, de beste zorgen zou krijgen in het Leuvense ziekenhuis, niet ver van het trainingscomplex in Oud-Heverlee. Toen Marc Brys dat hoorde, was zijn beslissing helemaal genomen.Eind september vorig jaar bracht Sport/Voetbalmagazine de drie assistenten van Brys samen om over de trainer én hun eigen rol te praten, en vroeg het de T1 naar de kwaliteiten van elk van zijn teamleden. Van Lancker, die ooit nog Kortrijk trainde toen Karim Belhocine geen trainersdiploma had, voegde zich als laatste bij het team. Vijf jaar geleden belandde hij bij wat toen nog Beerschot Wilrijk heette in eerste nationale amateurklasse. Daar kon men de dataspecialist en voormalig topsportcoördinator bij de KBVB wel gebruiken, al zocht Brys toen vooral een fysiektrainer. Later volgde Van Lancker Brys, Issame Charaï en Bram Verbist naar STVV en vervolgens naar OHL. Hij leerde Brys kennen toen die de trainersopleiding bij de KBVB volgde, waar hij zelf bij die trainersopleiding betrokken was.'Bart focust op details en schakelt enorm snel', omschreef Brys de impact van de West-Vlaming. 'Hij werkt niet voor twee, maar voor drie. Zo verkrijgen wij veel informatie die anderen niet hebben. Bart is goud voor ons.''Wij zijn goed op elkaar ingespeeld',' verklaarde Van Lancker toen het succes van het team. 'Zo goed dat één blik vaak volstaat. Bij ons is één plus één altijd drie. Mochten we allemaal ergens apart werken, zijn we nooit zo sterk als samen.'Tijdens het interview leed Van Lancker al aan lymfeklierkanker. Daarna kreeg hij het moeilijker, maar nooit haakte hij op de club helemaal af. Tot het laatst bleef hij actief in zijn job, plichtbewust, zoals de anderen hem kenden.Van Lancker keek om het zacht uit te drukken op geen inspanning, en daarmee paste hij perfect in het groepje workaholics die allemaal als eerste wilden aankomen 's ochtends en als laatste vertrekken. Dat is een strijd die de West-Vlaming vaak won. Als zijn werk niet af was, bleef hij wel eens op het trainingscomplex in een hoek slapen om geen tijd onderweg te verliezen en om zijn bijdrage klaar te hebben wanneer de anderen arriveerden.Zijn data-analyses maakten dat OHL altijd perfect voorbereid was en vaak de tegenstander kon verrassen. Als enige niet-Antwerpenaar was hij ook wel eens het middelpunt van spot van de anderen. Hij kon dat wel hebben omdat hij wist dat het respect voor hem als persoon en voor zijn werk enorm groot was. Dat zal ook na zijn overlijden nog lang zo blijven.