Allemaal journalisten met een das, in de zomer: dit moet de jaarlijkse persconferentie van Royal Sporting Club Anderlecht zijn. Noblesse oblige. Roger Vanden Stock, breed lachend, zit ook mooi in het pak voor wat zijn laatste persvoorstelling bij Anderlecht zal worden.

Het dragen van dassen bij de pers was al een gewoonte toen Rogers vader Constant voorzitter was. Het was een raad die je van de oudere generatie meekreeg, als je voor het eerst op Anderlecht uitgenodigd was. 'Draag maar een das.'

Jan Mulder, voormalig topspits bij paars-wit, nu analist, moet even lachen als hij dat hoort. 'Dat is toch een klein misverstand, hoor. Anderlecht is een club van het Pajottenland. Veeboeren. Het is niet de high society. Union was chiquer. Het chique was te zien op het veld, te beginnen met Jef Mermans. Ook dat champagnevoetbal kwam niet van de voorzitters. Dat was van de hand van trainer Pierre Sinibaldi die daarvoor kon rekenen op Paul Van Himst, Jef Jurion en LaurentVerbiest. Dat waren de Busby babes van Anderlecht. Daar kwam ik in, daar werd ik beter. Ik heb alles te danken aan Van Himst en Jurion.'

Roger een te goed mens? Ja, zeg, wat is daar verkeerd mee, een goed mens te zijn?'

Jan Mulder

In 1968 stopt Constant Vanden Stock als selectieheer bij de Rode Duivels. Constant is een echte Anderlechtenaar, oud-speler van de club en na zijn carrière vooral actief met het uitbouwen van de brouwerij die uiteindelijk in 1989 zal verkocht worden aan Interbrew. Er wordt in 1968 van verschillende kanten aan zijn mouw getrokken. Union, net naar tweede klasse gezakt en de ploeg waar hij zijn eersteklassecarrière als speler beëindigde, wil hem graag. Daring wil hem als voorzitter, maar Constant kiest voor Club Brugge, ook omdat hij net een buitenverblijf had gebouwd in Knokke. Al na één jaar neemt hij echter afscheid. Dat de vergaderingen in het voor hem onbegrijpelijke Brugse dialect worden gevoerd, stoort hem. En vooral dat Club weigert Wilfried Van Moer te halen, ook al is Constant bereid een deel van de transfersom zelf te betalen, zit hem hoog. Maar dé aanleiding voor zijn vertrek is de overname van een paar kleinere Brusselse brouwerijen, waardoor zijn aanwezigheid in de hoofdstad bijna onafgebroken vereist is.

Het is voorzitter Albert Roosens die Vanden Stock in 1969 terugvraagt bij de club waar hij op zijn tiende een aansluitingskaart had getekend. Anderlecht zit financieel krap, en Vanden Stock brengt geld binnen, wat op dat moment meer dan welkom is.

De spelers schrikken wanneer Constant Vanden Stock arriveert bij Anderlecht. Mulder: 'Hij kwam van Club Brugge! Wij vonden dat vreemd. Roosens was toen voorzitter, maar de club werd geleid door Eugène Steppé. Dat was de grote man van Anderlecht. Die deed dat op een ouderwetse manier, vriendelijk, met een hart voor Anderlecht. En met een netwerk. Steppé was de ziel van de club. Toen ik daar kwam, traden The Kinks op in het Astridpark voor een Europacupmatch.'

Maar tussen Vanden Stock senior en Steppé klikt het niet. De secretaris had de nieuwkomer uit de hoogte behandeld toen die met een blanco cheque van 450.000 frank (een goeie 11.000 euro) zijn bureau binnenstapte, en meteen weer weggestuurd. Vanden Stock van zijn kant vond dat de ideeën van Steppé veel geld kostten. 'De man had een gat in zijn hand.'

Zelf rekent Constant uit dat Anderlecht ongeveer 25 miljoen frank (625.000 euro) te kort heeft bij zijn komst. Maar een mecenas is hij nooit geweest. 'Ik stond borg, maar dat heb ik altijd teruggekregen. Mijn mensen weten dat er geen frank buiten gaat zonder dat hij opbrengt.'

Twee jaar nadat hij in april 1971 voorzitter wordt, maakt Constant komaf met de invloed van de 1200 leden van de vzw die in ruil voor 100 frank (2,5 euro) een abonnement en zeggenschap in het beleid kregen. Wie met hem in zee wil, moet bereid zijn financieel bij te dragen. Amper 33 man blijven over. Daardoor kan Anderlecht de stap zetten naar het professioneel voetbal, dat in België in 1974 wordt opgestart.

In tranen

Voor Paul Van Himst is het in 1971 de derde keer dat hij Constant op zijn weg tegenkomt. De eerste keer was toen hij als negenjarig menneke met zijn neefje meeging naar de training. Constant liet hem gauw een aansluitingskaart tekenen. Later krijgt Van Himst hem als selectieheer bij de nationale ploeg, en in 1971 als voorzitter. 'Constant is de man die Anderlecht financieel gered heeft. Een van de weinigen die voetbal en zaken kon combineren, die van beide veel kende.'

De eerste keer dat Constant in de kleedkamer komt, is als vicevoorzitter in 1970 na de Europese wedstrijd in Newcastle, waar Anderlecht met 3-1 verliest, maar zich in extremis voor de volgende ronde plaatst met een uitgoal van Thomas Nordahl. Mulder: 'Hij kwam de kleedkamer binnen, en weende om dat wonder in de laatste minuut. Toen zag ik opeens zijn grote liefde voor ons allemaal. Constant was als voorzitter een persoonlijkheid, maar hij bleef gewoon. Hij kwam niet met de allerduurste Mercedes aanrijden. Hij was een erg sober persoon, maar ook niet echt een man van de wereld. Altijd keek hij op naar Europese topclubs. Een soort bescheidenheid waarvan ik wel eens dacht: gooi dat nu eens van je af. Hij hield wel van lachen, Constant lachte graag. Een voornaam mens, zonder uitspattingen, met weggemoffelde humor.'

Een sterk duo en onwrikbare twee-eenheid: Roger Vanden Stock, bijna 22 jaar voorzitter, en Herman Van Holsbeeck., belgaimage
Een sterk duo en onwrikbare twee-eenheid: Roger Vanden Stock, bijna 22 jaar voorzitter, en Herman Van Holsbeeck. © belgaimage

'De spelers pak ik nooit aan uit de hoogte', zegt Constant over de omgang met voetballers. 'Een voorzitter mag er ook niet te kort bij zitten, maar als ge er met uw neus op staat als er iets gebeurt, moet ge direct ingrijpen. Dat is gevaarlijk, omdat er geen tijd is voor bezinning. Dat heb ik altijd gezocht, zo'n beetje afstand nemen om de zaken beter te overpeinzen. Soms kook je van binnen, maar je kan je toch niet altijd laten gaan? Dat is trouwens ook geen voorbeeld voor de spelers. Iemand die bepaalde verantwoordelijkheden draagt, moet zich kunnen beheersen. Er zullen niet veel mensen zijn die mij ooit hebben weten roepen of tieren.'

Mulder bevestigt dat: 'Constant in de kleedkamer, dat was geen groot redenaar, hoor. Dat was meer in de trant van: ' Allez mannen, dit kan niet langer.' Waarop trainer Georg Kessler dan heel plechtig zei: 'Dank u, president!' ( lacht) Dat-ie daar even verscheen, was wel voldoende. Dat gebeurde één, twee keer per seizoen. Soms passeerde hij doordeweeks op training. Dan gaf hij je zo'n tip mee, aan de kant van het trainingsveld: 'Iets minder dribbelen, Jan!' Je voelde dat hij er verstand van had. Hij gaf handige tips, waar je als speler iets aan had. Vanden Stock was een kenner, als oud-eersteklassespeler. Een voormalige linksback, maar gek genoeg hield hij van aanvallers. Vooral van Robbie Rensenbrink. Ik heb hem eens op de man af gevraagd wat hij zo geweldig vond aan Robbie. 'Zijn overzicht in het strafschopgebied, en zijn beheersing in een scrimmage. Iedereen in paniek, behalve Robbie, die zag dat gaatje en schoot die bal er gewoon in.''

Maar nog voor een andere speler had Constant een zwak: 'Iemand die ik altijd diep heb bewonderd, is Jan Mulder. Die speelde toen al het voetbal van de toekomst.' Mulder aanhoort het gelaten: 'In die tijd hadden wij geen spelershome, je had na de wedstrijd een receptie waar wij passeerden. Zei hij terwijl ik voorbijliep tegen de voorzitter van Luik: quelle belle plante! Had-ie het over mij.'

Transfers

In 1980 pikt Vanden Stock onder de neus van Standardbaas Roger Petit Michel Verschueren weg, toen nog manager van aartsrivaal RWDM. De manager stroopt na onderling overleg de mouwen op, de voorzitter kijkt goedkeurend toe. Wekelijks gaat Constant tafelen met Raymond Goethals. Telkens Verschueren een speler aanprijst, vraagt de voorzitter aan Goethals of dat wel een goeie investering is. 'Als ik 'prendre' zei, wist hij hoe laat het was', zei Goethals daarover. Op een dag vroeg hij Goethals of hij niets gezien had in tweede klasse. 'Ik zei dat ik er één van 17 gezien had bij Winterslag, maar dat hij zich moest haasten, want PSV zat erachter. Bij de volgende thuismatch had Constant een ticket van 100 frank gekocht voor de staanplaatsen achter de goal. Hoewel het 30 graden was had hij een hoed op om niet herkend te worden. Hij kocht Luc Nilis voor 17,7 miljoen frank ( 440.000 euro, nvdr) en verkocht hem acht jaar later voor het zesvoudige.'

Af en toe mist het duo Vanden Stock-Goethals een topper. Uiteindelijk wil de voorzitter niet de tien miljoen frank (250.000 euro) betalen die Lierse vraagt voor Jan Ceulemans, en die Club Brugge wel ophoest. 'Raymond Goethals had een aantal bezwaren, maar het moet toch zijn dat ik ook een beetje getwijfeld heb. Uiteindelijk heb ik gezegd: nee, we nemen Ceulemans niet. Een vergissing, geef ik toe.'

De affaire

Op 20 juni 1996 poseren vader en zoon lachend met een glas champagne in de hand, maar veel redenen om te lachen heeft paars-wit niet wanneer Roger, opgegroeid in Anderlecht, de vijfde voorzitter wordt in de clubgeschiedenis. Anderlecht is tweede geworden, op tien punten van kampioen Club. Nog harder was de dreun van het Bosmanarrest een half jaar eerder in december 1995. Plots willen de spelers die eind contract zijn hun kersverse vrijheid verzilveren. Bertrand Crasson kiest voor Napoli, John Bosman keert terug naar Nederland. Roger probeert doelman Filip De Wilde te overtuigen om te blijven door hem 'de Jan Ceulemans van Anderlecht' te noemen, maar die wist wat hij bij Sporting Lissabon kon verdienen. Roger reageert ontgoocheld: 'Spelers worden huurlingen.'

Geen gebrek aan succes voor Constant Vanden Stock: tien keer kampioen, zeven keer de Belgische beker, twee keer Europacup II, één keer de UEFA Cup., andré barányi
Geen gebrek aan succes voor Constant Vanden Stock: tien keer kampioen, zeven keer de Belgische beker, twee keer Europacup II, één keer de UEFA Cup. © andré barányi

Zijn doel is simpel: 'Ik zou heel blij zijn als ik dezelfde resultaten zou halen als mijn vader: één keer op twee kampioen worden. Een van mijn ambities is aan de Europese top terugkeren. Mijn internationale doelstellingen zullen moeilijker te bereiken zijn dan de nationale.'

In februari 1997 krijgt de familie Vanden Stock een nieuwe klap wanneer 'de affaire' in de pers komt. In 1991 vernam Roger van zijn vader dat Anderlecht gechanteerd werd, met betrekking tot de halve finales van de UEFA Cup tegen Nottingham Forest in 1984. Roger dient klacht in wanneer de bemiddelaars in 1995 terug geld eisen. 'Ik vond die hele chantage zo moreel verkeerd dat ik niet anders kon dan alles opbiechten. Maar mijn vaders imago lag aan diggelen en hij heeft daar voor de rest van zijn leven onder geleden.'

Optimist

Als voorzitter komt Roger, in tegenstelling tot zijn vader, elke wedstrijd in de kleedkamer. Even iedereen een hand geven. Niets meer.

Ariël Jacobs, van 2007 tot 2012 bij paars-wit, noemde Roger 'de ideale voorzitter om als trainer mee te werken. Iemand die erin slaagt om in een club waar altijd druk is redelijk wat rust te bewaren. Ik vind trouwens dat Roger in gesprekken over spelers en prestaties toonde veel van voetbal te kennen. Hij heeft ook een goed luisterend oor.'

Communicatiedirecteur David Steegen herinnert zich een wedstrijd, toen hij anderhalf uur voor de aftrap een ploegopstelling aan de voorzitter gaf. 'Die wierp er één blik op en riep: enfin, is hij nu zot geworden? We gaan hier verliezen!' We hébben die match met 3-0 verloren. Ook al deed men in het begin smalend over zijn voetbalkennis, ik durf te zeggen dat hij een geweldige voetbalkenner is. Zijn analyses na een wedstrijd zijn top. Hij ziet het.' Toch zal hij nooit aan de trainer zeggen wat hij moet doen. 'De voorzitter laat mensen werken. Hij luistert altijd, dringt zijn wil niet op.'

Constant was een van de weinigen die ik ken die voetbal en zaken kon combineren, die van beide veel kende.

Paul Van Himst

Dat betekent niet dat hij geen ruggengraat heeft. Na het incident met Witsel-Wasilewski wil Roger de hand schudden van Luciano D'Onofrio. Steegen: 'Iedereen raadde hem dat af, zijn eigen vrouw inbegrepen. We zijn dan gaan eten en hij zei: overtuig me om het niet te doen. Na dat etentje zei hij: ik ga het toch doen.'

In de biografie van zijn vader, geschreven door Hugo Camps, gaf Roger aan wat hij zelf het verschil vond tussen vader en zoon: 'De mensen denken dat Constant Vanden Stock een geboren optimist is. Een misverstand. Hij neigt naar een zekere zwaarmoedigheid. Ik ben wel een optimist. Vanuit die houding geef ik mensen vertrouwen. Als mijn vader naar een voetbalwedstrijd gaat, denkt hij altijd dat we zullen verliezen. Ik denk altijd dat we zullen winnen.'

Wel bracht Constant zijn zoon de kunst van het relativeren bij. 'Mijn vader zei altijd: 'Als het goed gaat, gaat het minder goed dan je denkt. En als het slecht gaat, gaat het heus niet zo slecht als je denkt. Wees niet te vlug euforisch of depressief.''

Het is een uitspraak die hij ook intern doet na de 5-0-pandoering op Club Brugge eerder dit seizoen. 'We moeten nu niet denken dat alles slecht is.'

Respect en trouw

Aan het weekblad Humo biecht Roger in 2013 op wat het leven hem geleerd heeft: 'Respect en trouw. Ik weet dat het een beetje afgezaagde waarden zijn, maar ik houd mij eraan. Je moet de ander, je tegenstander, zelfs je vijand, altijd in zijn waarde laten. Wie respect toont, krijgt dat respect meestal terug. En trouw vind ik nog belangrijker. Een woord is een woord. Ik geloof niet in eendagsvliegen, ik geloof in mensen op wie je een huis kan bouwen.'

David Steegen: 'Roger is iemand met een zeer goeie inborst. Een goed mens. Dat is erg belangrijk in dit milieu van geld en macht. Zijn allergrootste verdienste is dat hij altijd aan het algemeen belang denkt. Dat heeft hij geleerd van zijn vader. Constant besefte ook dat de clubs mekaar nodig hadden.' Maar die kocht wel telkens de beste spelers van de concurrentie weg, net zoals hij als zakenman de kleinere brouwerijen opkocht. 'Dat is juist, maar hij betaalde voor die spelers ook veel geld. Roger gunt anderen iets. Zijn motto is: wat heb je aan één groot Anderlecht in een competitie met nog vijftien kleintjes? Zijn toegevoegde waarde is dat hij altijd compromissen heeft kunnen sluiten, ook intern, en daarbij altijd zichzelf is gebleven.'

Op de fandag in juli 2011 wordt algemeen manager Herman Van Holsbeeck genadeloos uitgefloten door de fans, en stapt helemaal aangedaan binnen. Van Holsbeeck: 'Als je door 15.000 man uitgefloten wordt en de voorzitter daarna zegt: 'Trek het je niet aan. Zolang ik hier voorzitter ben, mag heel België je uitspuwen. Ik ben tevreden over jou en wil dat je blijft', dan ga je voor die man door het vuur. Roger Vanden Stock is iemand met veel emotionele intelligentie, die bij mensen altijd op zoek gaat naar hun kwaliteiten in plaats van naar hun gebreken. Ik heb van hem geleerd dat het in het leven altijd geven en nemen is, en niet alleen maar nemen.'

Geen gebrek aan succes voor Roger Vanden Stock: tien keer kampioen, één keer de Belgische beker., belgaimage
Geen gebrek aan succes voor Roger Vanden Stock: tien keer kampioen, één keer de Belgische beker. © belgaimage

De laatste jaren krijgt Vanden Stock steeds meer moeite met bepaalde aspecten van het voetbal: de rauwheid op de tribunes, het gebrek aan normen en waarden. Maar dat hij de laatste jaren niet met zijn tijd is meegegaan, vindt Steegen niet. 'Hij heeft toch maar gekozen om de vzw om te vormen tot een nv, en andere stemmen toe te laten in het beleid. Daarmee heeft hij de moeilijkste weg gekozen. Hij besliste zelf om de macht te delen, iets wat hij niet moest doen. Net zoals hij beslist heeft te stoppen toen hij merkte dat zijn kinderen het niet wilden overnemen.'

Schaatsjes

Paul Van Himst leerde Roger Vanden Stock goed kennen sinds hij als ambassadeur van paars-wit de Europese wedstrijden volgt. 'Roger is een van de meest correcte mensen die ik ken. Ik vind dat hij het ook niet zo slecht gedaan heeft in die 22 jaar. Er is toch veel gebeurd, onderweg, met die affaire, met de overgang van Michel Verschueren, die toch een speciaal karakter heeft, naar Van Holsbeeck. Dat heeft Roger goed aangepakt, vind ik.'

Jan Mulder: 'Constant kon soms afstandelijk zijn. Roger is iets zwieriger dan Constant. Ik hoorde wel eens dat hij een soort fils à papa was: nooit iets van gemerkt. Integendeel. Zijn achting voor zijn vader, dat vond ik zo mooi. Roger heeft die club toch ook op een heel beschaafde manier geleid, vooral de laatste jaren. Geduld, zich niet gek laten maken. Ook met René Weiler bleef hij heel geduldig. Zo van: iedereen blaft, maar ik blijf rustig. Dat vond ik knap.'

Is de voorzitter ook niet een té goed mens om voorzitter te zijn van een profclub. Mulder blaast: 'Ja zeg, wat is daar op tegen, een goed mens te zijn? Sorry, hoor.'

'Je kan ook niet zeggen dat de zoon het veel slechter heeft gedaan dan de vader. Roger is in een stroomversnelling van het voetbal beland waar je weerloos bent. Leuk vond ik dat hij bij de spelers zijn lievelingen had met Pär Zetterberg, net zoals Constant Robbie had. Dat is een goed teken, als een president zo'n affectie voor zijn spelers heeft. Al hadden die voor zijn vader meer vrees dan voor Roger. Roger heeft de club met zachte hand geleid. Jaap van Praag deed dat destijds ook met Ajax. Die vertelde graag Amsterdamse moppen. Ik hoor Roger ook graag praten, net als Constant, met dat Brusselse accent. Geweldig toch, een club al die jaren geleid door mensen uit Anderlecht zelf?'

'Uiteindelijk', besluit Mulder, 'is Anderlecht onder vader en zoon Vanden Stock altijd gebleven wat het sinds Jef Mermans was: de beste club van België. Dat zou ook mijn streven zijn, vooral in deze financiële onzintijd. Je moet houden van wat goed is. Dat hebben de Vanden Stocks voorbeeldig gedaan: houden van Frankie Vercauteren, van Ludo Coeck.

Mulder vindt Marc Coucke een verandering die op deze tijd toegesneden is. 'Op voorwaarde dat hij er geld in stopt. Anders gaat het mis, hoor.' Maar het liefst had hij gezien dat één van de dochters van Roger de club had overgenomen. 'Op een dag klampte Constant me aan. Of ik uit Nederland geen schaatsjes mee kon nemen voor zijn kleindochter. Zo ééntje met twee ijzers. Het heeft haar niet kunnen overtuigen om Anderlecht over te nemen.'

47 jaar Vanden Stock: de cijfers

0 jaar zonder Europees voetbal

3 Europabekers gewonnen (twee keer Europacup II, in 1976 en 1978, één keer de UEFA Cup in 1983)

7 Europabekerfinales gespeeld (4 keer Europacup II, 2 keer UEFA Cup, 1 keer Jaarbeursstedenbeker)

8 Belgische bekers van de 9 in totaal (7 onder Constant, 1 onder Roger)

20 landstitels van de 34 in totaal (10 onder Constant, 10 onder Roger)

Vader en zoon: elk tien keer kampioen., belgaimage
Vader en zoon: elk tien keer kampioen. © belgaimage

Vader en zoon

In 1933 debuteert Constant Vanden Stock, aangesloten sinds zijn tiende, als rechtsvoetige linksback in het eerste elftal van paars-wit. Zijn eerste wedstrijd is tegen Tubantia Borgerhout, het niveau is tweede klasse. Zijn kwaliteiten zijn een behoorlijke basissnelheid en een goed kopspel. Twee jaar later maakt hij als basisspeler de promotie naar eerste klasse mee, maar een open beenbreuk op Cercle houdt hem anderhalf jaar van het veld. Na zijn comeback verhuist hij in 1938 voor 35.000 frank (ongeveer 900 euro) naar Union, toen dé topclub in België, waar hij nog vier jaar voetbalt.

In 1951 keert hij terug naar Anderlecht om er twee jaar met de veteranen te spelen en zich vier jaar lang bezig te houden met jeugdrekrutering.

Wanneer Constant Stock in 1971 voorzitter wordt, heeft RSC Anderlecht al 14 landstitels gehaald. Met hem komen er tussen 1971 en 1996 nog eens tien bij, plus drie Europese bekers (Europacup II in 1976 en 1978, en de UEFA Cup in 1983).

Op 20 juni 1996 draagt Constant de macht over aan zijn zoon Roger die al sinds 1972 bestuurder is van de club. Rogers eerste titel komt pas na vijf jaar in 2000, maar met tien titels in 22 jaar doet hij even goed als zijn vader.

Allemaal journalisten met een das, in de zomer: dit moet de jaarlijkse persconferentie van Royal Sporting Club Anderlecht zijn. Noblesse oblige. Roger Vanden Stock, breed lachend, zit ook mooi in het pak voor wat zijn laatste persvoorstelling bij Anderlecht zal worden. Het dragen van dassen bij de pers was al een gewoonte toen Rogers vader Constant voorzitter was. Het was een raad die je van de oudere generatie meekreeg, als je voor het eerst op Anderlecht uitgenodigd was. 'Draag maar een das.' Jan Mulder, voormalig topspits bij paars-wit, nu analist, moet even lachen als hij dat hoort. 'Dat is toch een klein misverstand, hoor. Anderlecht is een club van het Pajottenland. Veeboeren. Het is niet de high society. Union was chiquer. Het chique was te zien op het veld, te beginnen met Jef Mermans. Ook dat champagnevoetbal kwam niet van de voorzitters. Dat was van de hand van trainer Pierre Sinibaldi die daarvoor kon rekenen op Paul Van Himst, Jef Jurion en LaurentVerbiest. Dat waren de Busby babes van Anderlecht. Daar kwam ik in, daar werd ik beter. Ik heb alles te danken aan Van Himst en Jurion.' In 1968 stopt Constant Vanden Stock als selectieheer bij de Rode Duivels. Constant is een echte Anderlechtenaar, oud-speler van de club en na zijn carrière vooral actief met het uitbouwen van de brouwerij die uiteindelijk in 1989 zal verkocht worden aan Interbrew. Er wordt in 1968 van verschillende kanten aan zijn mouw getrokken. Union, net naar tweede klasse gezakt en de ploeg waar hij zijn eersteklassecarrière als speler beëindigde, wil hem graag. Daring wil hem als voorzitter, maar Constant kiest voor Club Brugge, ook omdat hij net een buitenverblijf had gebouwd in Knokke. Al na één jaar neemt hij echter afscheid. Dat de vergaderingen in het voor hem onbegrijpelijke Brugse dialect worden gevoerd, stoort hem. En vooral dat Club weigert Wilfried Van Moer te halen, ook al is Constant bereid een deel van de transfersom zelf te betalen, zit hem hoog. Maar dé aanleiding voor zijn vertrek is de overname van een paar kleinere Brusselse brouwerijen, waardoor zijn aanwezigheid in de hoofdstad bijna onafgebroken vereist is. Het is voorzitter Albert Roosens die Vanden Stock in 1969 terugvraagt bij de club waar hij op zijn tiende een aansluitingskaart had getekend. Anderlecht zit financieel krap, en Vanden Stock brengt geld binnen, wat op dat moment meer dan welkom is. De spelers schrikken wanneer Constant Vanden Stock arriveert bij Anderlecht. Mulder: 'Hij kwam van Club Brugge! Wij vonden dat vreemd. Roosens was toen voorzitter, maar de club werd geleid door Eugène Steppé. Dat was de grote man van Anderlecht. Die deed dat op een ouderwetse manier, vriendelijk, met een hart voor Anderlecht. En met een netwerk. Steppé was de ziel van de club. Toen ik daar kwam, traden The Kinks op in het Astridpark voor een Europacupmatch.' Maar tussen Vanden Stock senior en Steppé klikt het niet. De secretaris had de nieuwkomer uit de hoogte behandeld toen die met een blanco cheque van 450.000 frank (een goeie 11.000 euro) zijn bureau binnenstapte, en meteen weer weggestuurd. Vanden Stock van zijn kant vond dat de ideeën van Steppé veel geld kostten. 'De man had een gat in zijn hand.' Zelf rekent Constant uit dat Anderlecht ongeveer 25 miljoen frank (625.000 euro) te kort heeft bij zijn komst. Maar een mecenas is hij nooit geweest. 'Ik stond borg, maar dat heb ik altijd teruggekregen. Mijn mensen weten dat er geen frank buiten gaat zonder dat hij opbrengt.' Twee jaar nadat hij in april 1971 voorzitter wordt, maakt Constant komaf met de invloed van de 1200 leden van de vzw die in ruil voor 100 frank (2,5 euro) een abonnement en zeggenschap in het beleid kregen. Wie met hem in zee wil, moet bereid zijn financieel bij te dragen. Amper 33 man blijven over. Daardoor kan Anderlecht de stap zetten naar het professioneel voetbal, dat in België in 1974 wordt opgestart. Voor Paul Van Himst is het in 1971 de derde keer dat hij Constant op zijn weg tegenkomt. De eerste keer was toen hij als negenjarig menneke met zijn neefje meeging naar de training. Constant liet hem gauw een aansluitingskaart tekenen. Later krijgt Van Himst hem als selectieheer bij de nationale ploeg, en in 1971 als voorzitter. 'Constant is de man die Anderlecht financieel gered heeft. Een van de weinigen die voetbal en zaken kon combineren, die van beide veel kende.' De eerste keer dat Constant in de kleedkamer komt, is als vicevoorzitter in 1970 na de Europese wedstrijd in Newcastle, waar Anderlecht met 3-1 verliest, maar zich in extremis voor de volgende ronde plaatst met een uitgoal van Thomas Nordahl. Mulder: 'Hij kwam de kleedkamer binnen, en weende om dat wonder in de laatste minuut. Toen zag ik opeens zijn grote liefde voor ons allemaal. Constant was als voorzitter een persoonlijkheid, maar hij bleef gewoon. Hij kwam niet met de allerduurste Mercedes aanrijden. Hij was een erg sober persoon, maar ook niet echt een man van de wereld. Altijd keek hij op naar Europese topclubs. Een soort bescheidenheid waarvan ik wel eens dacht: gooi dat nu eens van je af. Hij hield wel van lachen, Constant lachte graag. Een voornaam mens, zonder uitspattingen, met weggemoffelde humor.' 'De spelers pak ik nooit aan uit de hoogte', zegt Constant over de omgang met voetballers. 'Een voorzitter mag er ook niet te kort bij zitten, maar als ge er met uw neus op staat als er iets gebeurt, moet ge direct ingrijpen. Dat is gevaarlijk, omdat er geen tijd is voor bezinning. Dat heb ik altijd gezocht, zo'n beetje afstand nemen om de zaken beter te overpeinzen. Soms kook je van binnen, maar je kan je toch niet altijd laten gaan? Dat is trouwens ook geen voorbeeld voor de spelers. Iemand die bepaalde verantwoordelijkheden draagt, moet zich kunnen beheersen. Er zullen niet veel mensen zijn die mij ooit hebben weten roepen of tieren.' Mulder bevestigt dat: 'Constant in de kleedkamer, dat was geen groot redenaar, hoor. Dat was meer in de trant van: ' Allez mannen, dit kan niet langer.' Waarop trainer Georg Kessler dan heel plechtig zei: 'Dank u, president!' ( lacht) Dat-ie daar even verscheen, was wel voldoende. Dat gebeurde één, twee keer per seizoen. Soms passeerde hij doordeweeks op training. Dan gaf hij je zo'n tip mee, aan de kant van het trainingsveld: 'Iets minder dribbelen, Jan!' Je voelde dat hij er verstand van had. Hij gaf handige tips, waar je als speler iets aan had. Vanden Stock was een kenner, als oud-eersteklassespeler. Een voormalige linksback, maar gek genoeg hield hij van aanvallers. Vooral van Robbie Rensenbrink. Ik heb hem eens op de man af gevraagd wat hij zo geweldig vond aan Robbie. 'Zijn overzicht in het strafschopgebied, en zijn beheersing in een scrimmage. Iedereen in paniek, behalve Robbie, die zag dat gaatje en schoot die bal er gewoon in.'' Maar nog voor een andere speler had Constant een zwak: 'Iemand die ik altijd diep heb bewonderd, is Jan Mulder. Die speelde toen al het voetbal van de toekomst.' Mulder aanhoort het gelaten: 'In die tijd hadden wij geen spelershome, je had na de wedstrijd een receptie waar wij passeerden. Zei hij terwijl ik voorbijliep tegen de voorzitter van Luik: quelle belle plante! Had-ie het over mij.' In 1980 pikt Vanden Stock onder de neus van Standardbaas Roger Petit Michel Verschueren weg, toen nog manager van aartsrivaal RWDM. De manager stroopt na onderling overleg de mouwen op, de voorzitter kijkt goedkeurend toe. Wekelijks gaat Constant tafelen met Raymond Goethals. Telkens Verschueren een speler aanprijst, vraagt de voorzitter aan Goethals of dat wel een goeie investering is. 'Als ik 'prendre' zei, wist hij hoe laat het was', zei Goethals daarover. Op een dag vroeg hij Goethals of hij niets gezien had in tweede klasse. 'Ik zei dat ik er één van 17 gezien had bij Winterslag, maar dat hij zich moest haasten, want PSV zat erachter. Bij de volgende thuismatch had Constant een ticket van 100 frank gekocht voor de staanplaatsen achter de goal. Hoewel het 30 graden was had hij een hoed op om niet herkend te worden. Hij kocht Luc Nilis voor 17,7 miljoen frank ( 440.000 euro, nvdr) en verkocht hem acht jaar later voor het zesvoudige.' Af en toe mist het duo Vanden Stock-Goethals een topper. Uiteindelijk wil de voorzitter niet de tien miljoen frank (250.000 euro) betalen die Lierse vraagt voor Jan Ceulemans, en die Club Brugge wel ophoest. 'Raymond Goethals had een aantal bezwaren, maar het moet toch zijn dat ik ook een beetje getwijfeld heb. Uiteindelijk heb ik gezegd: nee, we nemen Ceulemans niet. Een vergissing, geef ik toe.' Op 20 juni 1996 poseren vader en zoon lachend met een glas champagne in de hand, maar veel redenen om te lachen heeft paars-wit niet wanneer Roger, opgegroeid in Anderlecht, de vijfde voorzitter wordt in de clubgeschiedenis. Anderlecht is tweede geworden, op tien punten van kampioen Club. Nog harder was de dreun van het Bosmanarrest een half jaar eerder in december 1995. Plots willen de spelers die eind contract zijn hun kersverse vrijheid verzilveren. Bertrand Crasson kiest voor Napoli, John Bosman keert terug naar Nederland. Roger probeert doelman Filip De Wilde te overtuigen om te blijven door hem 'de Jan Ceulemans van Anderlecht' te noemen, maar die wist wat hij bij Sporting Lissabon kon verdienen. Roger reageert ontgoocheld: 'Spelers worden huurlingen.' Zijn doel is simpel: 'Ik zou heel blij zijn als ik dezelfde resultaten zou halen als mijn vader: één keer op twee kampioen worden. Een van mijn ambities is aan de Europese top terugkeren. Mijn internationale doelstellingen zullen moeilijker te bereiken zijn dan de nationale.' In februari 1997 krijgt de familie Vanden Stock een nieuwe klap wanneer 'de affaire' in de pers komt. In 1991 vernam Roger van zijn vader dat Anderlecht gechanteerd werd, met betrekking tot de halve finales van de UEFA Cup tegen Nottingham Forest in 1984. Roger dient klacht in wanneer de bemiddelaars in 1995 terug geld eisen. 'Ik vond die hele chantage zo moreel verkeerd dat ik niet anders kon dan alles opbiechten. Maar mijn vaders imago lag aan diggelen en hij heeft daar voor de rest van zijn leven onder geleden.' Als voorzitter komt Roger, in tegenstelling tot zijn vader, elke wedstrijd in de kleedkamer. Even iedereen een hand geven. Niets meer. Ariël Jacobs, van 2007 tot 2012 bij paars-wit, noemde Roger 'de ideale voorzitter om als trainer mee te werken. Iemand die erin slaagt om in een club waar altijd druk is redelijk wat rust te bewaren. Ik vind trouwens dat Roger in gesprekken over spelers en prestaties toonde veel van voetbal te kennen. Hij heeft ook een goed luisterend oor.' Communicatiedirecteur David Steegen herinnert zich een wedstrijd, toen hij anderhalf uur voor de aftrap een ploegopstelling aan de voorzitter gaf. 'Die wierp er één blik op en riep: enfin, is hij nu zot geworden? We gaan hier verliezen!' We hébben die match met 3-0 verloren. Ook al deed men in het begin smalend over zijn voetbalkennis, ik durf te zeggen dat hij een geweldige voetbalkenner is. Zijn analyses na een wedstrijd zijn top. Hij ziet het.' Toch zal hij nooit aan de trainer zeggen wat hij moet doen. 'De voorzitter laat mensen werken. Hij luistert altijd, dringt zijn wil niet op.' Dat betekent niet dat hij geen ruggengraat heeft. Na het incident met Witsel-Wasilewski wil Roger de hand schudden van Luciano D'Onofrio. Steegen: 'Iedereen raadde hem dat af, zijn eigen vrouw inbegrepen. We zijn dan gaan eten en hij zei: overtuig me om het niet te doen. Na dat etentje zei hij: ik ga het toch doen.' In de biografie van zijn vader, geschreven door Hugo Camps, gaf Roger aan wat hij zelf het verschil vond tussen vader en zoon: 'De mensen denken dat Constant Vanden Stock een geboren optimist is. Een misverstand. Hij neigt naar een zekere zwaarmoedigheid. Ik ben wel een optimist. Vanuit die houding geef ik mensen vertrouwen. Als mijn vader naar een voetbalwedstrijd gaat, denkt hij altijd dat we zullen verliezen. Ik denk altijd dat we zullen winnen.' Wel bracht Constant zijn zoon de kunst van het relativeren bij. 'Mijn vader zei altijd: 'Als het goed gaat, gaat het minder goed dan je denkt. En als het slecht gaat, gaat het heus niet zo slecht als je denkt. Wees niet te vlug euforisch of depressief.'' Het is een uitspraak die hij ook intern doet na de 5-0-pandoering op Club Brugge eerder dit seizoen. 'We moeten nu niet denken dat alles slecht is.' Aan het weekblad Humo biecht Roger in 2013 op wat het leven hem geleerd heeft: 'Respect en trouw. Ik weet dat het een beetje afgezaagde waarden zijn, maar ik houd mij eraan. Je moet de ander, je tegenstander, zelfs je vijand, altijd in zijn waarde laten. Wie respect toont, krijgt dat respect meestal terug. En trouw vind ik nog belangrijker. Een woord is een woord. Ik geloof niet in eendagsvliegen, ik geloof in mensen op wie je een huis kan bouwen.' David Steegen: 'Roger is iemand met een zeer goeie inborst. Een goed mens. Dat is erg belangrijk in dit milieu van geld en macht. Zijn allergrootste verdienste is dat hij altijd aan het algemeen belang denkt. Dat heeft hij geleerd van zijn vader. Constant besefte ook dat de clubs mekaar nodig hadden.' Maar die kocht wel telkens de beste spelers van de concurrentie weg, net zoals hij als zakenman de kleinere brouwerijen opkocht. 'Dat is juist, maar hij betaalde voor die spelers ook veel geld. Roger gunt anderen iets. Zijn motto is: wat heb je aan één groot Anderlecht in een competitie met nog vijftien kleintjes? Zijn toegevoegde waarde is dat hij altijd compromissen heeft kunnen sluiten, ook intern, en daarbij altijd zichzelf is gebleven.' Op de fandag in juli 2011 wordt algemeen manager Herman Van Holsbeeck genadeloos uitgefloten door de fans, en stapt helemaal aangedaan binnen. Van Holsbeeck: 'Als je door 15.000 man uitgefloten wordt en de voorzitter daarna zegt: 'Trek het je niet aan. Zolang ik hier voorzitter ben, mag heel België je uitspuwen. Ik ben tevreden over jou en wil dat je blijft', dan ga je voor die man door het vuur. Roger Vanden Stock is iemand met veel emotionele intelligentie, die bij mensen altijd op zoek gaat naar hun kwaliteiten in plaats van naar hun gebreken. Ik heb van hem geleerd dat het in het leven altijd geven en nemen is, en niet alleen maar nemen.' De laatste jaren krijgt Vanden Stock steeds meer moeite met bepaalde aspecten van het voetbal: de rauwheid op de tribunes, het gebrek aan normen en waarden. Maar dat hij de laatste jaren niet met zijn tijd is meegegaan, vindt Steegen niet. 'Hij heeft toch maar gekozen om de vzw om te vormen tot een nv, en andere stemmen toe te laten in het beleid. Daarmee heeft hij de moeilijkste weg gekozen. Hij besliste zelf om de macht te delen, iets wat hij niet moest doen. Net zoals hij beslist heeft te stoppen toen hij merkte dat zijn kinderen het niet wilden overnemen.' Paul Van Himst leerde Roger Vanden Stock goed kennen sinds hij als ambassadeur van paars-wit de Europese wedstrijden volgt. 'Roger is een van de meest correcte mensen die ik ken. Ik vind dat hij het ook niet zo slecht gedaan heeft in die 22 jaar. Er is toch veel gebeurd, onderweg, met die affaire, met de overgang van Michel Verschueren, die toch een speciaal karakter heeft, naar Van Holsbeeck. Dat heeft Roger goed aangepakt, vind ik.' Jan Mulder: 'Constant kon soms afstandelijk zijn. Roger is iets zwieriger dan Constant. Ik hoorde wel eens dat hij een soort fils à papa was: nooit iets van gemerkt. Integendeel. Zijn achting voor zijn vader, dat vond ik zo mooi. Roger heeft die club toch ook op een heel beschaafde manier geleid, vooral de laatste jaren. Geduld, zich niet gek laten maken. Ook met René Weiler bleef hij heel geduldig. Zo van: iedereen blaft, maar ik blijf rustig. Dat vond ik knap.' Is de voorzitter ook niet een té goed mens om voorzitter te zijn van een profclub. Mulder blaast: 'Ja zeg, wat is daar op tegen, een goed mens te zijn? Sorry, hoor.' 'Je kan ook niet zeggen dat de zoon het veel slechter heeft gedaan dan de vader. Roger is in een stroomversnelling van het voetbal beland waar je weerloos bent. Leuk vond ik dat hij bij de spelers zijn lievelingen had met Pär Zetterberg, net zoals Constant Robbie had. Dat is een goed teken, als een president zo'n affectie voor zijn spelers heeft. Al hadden die voor zijn vader meer vrees dan voor Roger. Roger heeft de club met zachte hand geleid. Jaap van Praag deed dat destijds ook met Ajax. Die vertelde graag Amsterdamse moppen. Ik hoor Roger ook graag praten, net als Constant, met dat Brusselse accent. Geweldig toch, een club al die jaren geleid door mensen uit Anderlecht zelf?' 'Uiteindelijk', besluit Mulder, 'is Anderlecht onder vader en zoon Vanden Stock altijd gebleven wat het sinds Jef Mermans was: de beste club van België. Dat zou ook mijn streven zijn, vooral in deze financiële onzintijd. Je moet houden van wat goed is. Dat hebben de Vanden Stocks voorbeeldig gedaan: houden van Frankie Vercauteren, van Ludo Coeck. Mulder vindt Marc Coucke een verandering die op deze tijd toegesneden is. 'Op voorwaarde dat hij er geld in stopt. Anders gaat het mis, hoor.' Maar het liefst had hij gezien dat één van de dochters van Roger de club had overgenomen. 'Op een dag klampte Constant me aan. Of ik uit Nederland geen schaatsjes mee kon nemen voor zijn kleindochter. Zo ééntje met twee ijzers. Het heeft haar niet kunnen overtuigen om Anderlecht over te nemen.'