Als ik het allemaal narekende, zou ik als prof minder gaan verdienen dan wat ik als schrijnwerker/ober/voetballer bij Diest opstreek

Als je kunt kiezen tussen verder voetballen in derde klasse of debuteren in eerste op voorspraak van een monument als Lei Clijsters, dan lijkt de keuze snel gemaakt. Maar zo simpel was het niet. Ik twijfelde, want er waren ook risico's aan verbonden. Om te beginnen financieel. Ik had een vaste job en deed het voetbal erbij als hobby. Bij Lommel zou ik dan wel een vast maandloon krijgen, maar ik had echt een minimumcontract. Als ik het allemaal narekende, zou ik als prof minder gaan verdienen dan wat ik als schrijnwerker/ober/voetballer bij Diest opstreek. Niet dat dat gigantische bedragen waren - zeker niet als je, zoals ik, uit de eigen jeugd kwam - maar ik had tenminste wel werkzekerheid.

Veel voetballers met veel meer talent dan ikzelf zijn om die reden blijven hangen in de lagere regionen van het Belgisch voetbal. Spelers waarvan ik nochtans wist dat ze de kwaliteiten hadden om mee te draaien in eerste klasse. Maar die gasten wilden niet weg. Als je een vrouw en kinderen hebt, en je moet bijvoorbeeld ook nog eens een huis afbetalen, dan snap ik wel dat je niet zomaar van 2000 naar 1000 euro in de maand wilt gaan.

Belga Image
© Belga Image

Ik heb het risico toen gelukkig wel genomen, al verliep de overgang niet zonder slag of stoot. Diest had geld nodig en mijn vader, die er jeugdcoördinator was, zat enorm met de zaak verveeld. Hij wilde natuurlijk het beste voor de club, maar ook voor mijn carrière. En bij Diest blijven was wat dat betreft geen goede optie.

Na veel vijven en zessen kwam de transfer uiteindelijk toch in orde. Ik zei mijn job als schrijnwerker op en zette mijn krabbel onder een vierjarig contract bij SK Lommel. Alles op het voetbal! Mijn baas was er het hart van in. 'Mijn beste werkkracht verdwijnt', had hij tegen mijn pa gezegd, eraan toevoegend dat ik altijd mocht terugkeren als het in het voetbal niet zou lukken. Zo'n gekke gedachte was dat niet: het was allesbehalve zeker dat ik met voetballen mijn brood zou kunnen verdienen. Of blijven verdienen.

Want ook sportief zat ik met heel wat twijfels. Zou ik het niveau van eerste klasse wel aankunnen? Dat viel nog af te wachten. In derde klasse trok ik goed mijn streng, maar Lommel speelde letterlijk twee niveaus hoger.

Gaston Peeters, ex-bestuurslid bij KTH Diest en SK Lommel:

'Ik was van Diest naar Lommel gegaan en moest proberen om ook Timmy naar daar te halen. Dat was niet zo makkelijk als je zou denken. Onze toenmalige voorzitter was niet onder de indruk en vroeg zich af of Timmy wel zo'n aanwinst was. "Zoals die Simons hebben we er bij de reserves toch een stuk of vijf lopen?" Maar Lei wilde Timmy écht in de ploeg.'

Samen met mij was ook Wim van Diest naar Lommel vertrokken. Wim en ik konden het goed met elkaar vinden. Ze noemden ons Peppi en Kokki, en omdat we ook uiterlijk op elkaar leken, dachten velen dat we broers waren. Eigenlijk was het vooral Wim die binnengehaald werd als basisspeler. Hij was het grote talent, ik zat bij wijze van spreken mee in het pakket, als mogelijke optie voor de toekomst.

Ik was al blij dat ik kon meegaan, dat ik op mijn 21ste überhaupt nog een profcontract kon tekenen, en ging er niet van uit dat ik meteen in de ploeg zou belanden. Dat niemand erg veel van mijn verwachtte, zou in mijn voordeel spelen. In het zog van Wim en zonder al te veel druk van buitenaf kon ik wennen aan mijn nieuwe bestaan als profvoetballer.

Geen Mercedes nodig

Mijn ploegmaats vonden het maar een vreemd gezicht toen ze de bestelwagen van Ramen en Deuren Simons op de spelersparking zagen staan

SK Lommel was de ideale biotoop om dat te doen. Een gezellige, provinciale club, met een goede mix van ervaren spelers en jong talent. Ik voelde me er meteen op mijn gemak. Toch was het best een grote stap, van derde naar eerste klasse. Alles ging natuurlijk een stukje sneller en ook praktisch moest ik het een en ander nog gewoon worden. Zo hadden we niet één, maar twee trainingen per dag. Daar had ik vooraf niet bij stilgestaan. Het was dus even slikken toen ze mij na mijn eerste ochtendtraining kwamen zeggen dat er na de middag nóg zo'n training op het programma stond. Ik had net anderhalf uur lang getraind alsof mijn leven ervan afhing en ik wist niet of ik dat kunstje die namiddag, laat staan élke dag, zou kunnen herhalen.

Plots had ik ook een pak meer vrije tijd. Ik verzorgde me goed en lette erop dat ik voldoende rustte, maar dan nog waren mijn dagen een stuk minder gevuld dan voorheen. Ik besliste daarom om de door de club aangeboden Mercedes niet te aanvaarden en bleef in de plaats daarvan rondrijden met de bestelwagen van mijn vader. Zo kon ik tussen twee trainingen door in de streek nog wat vliegenramen afleveren bij klanten van mijn vader.

Mijn ploegmaats vonden het maar een vreemd gezicht toen ze de bestelwagen van Ramen en Deuren Simons op de spelersparking zagen staan. Omdat ik doorgaans als eerste op de club aankwam, stond die ook altijd prominent in het gezichtsveld van de supporters. Die vroegen zich af wanneer die aannemer uit Rillaar aan zijn werkzaamheden zou beginnen en waarom hij zo brutaal was geweest om zijn bestelwagen op de spelersparking te zetten.

Ik liet het allemaal niet aan mijn hart komen en probeerde intussen mijn uiterste best te doen om de trainer van mijn kunnen te overtuigen.

Van Halewyck
© Van Halewyck

'1000'

Timmy Simons

Uitgeverij Van Halewyck

ISBN 978-94-6131-649-3

19.90 euro

Als je kunt kiezen tussen verder voetballen in derde klasse of debuteren in eerste op voorspraak van een monument als Lei Clijsters, dan lijkt de keuze snel gemaakt. Maar zo simpel was het niet. Ik twijfelde, want er waren ook risico's aan verbonden. Om te beginnen financieel. Ik had een vaste job en deed het voetbal erbij als hobby. Bij Lommel zou ik dan wel een vast maandloon krijgen, maar ik had echt een minimumcontract. Als ik het allemaal narekende, zou ik als prof minder gaan verdienen dan wat ik als schrijnwerker/ober/voetballer bij Diest opstreek. Niet dat dat gigantische bedragen waren - zeker niet als je, zoals ik, uit de eigen jeugd kwam - maar ik had tenminste wel werkzekerheid.Veel voetballers met veel meer talent dan ikzelf zijn om die reden blijven hangen in de lagere regionen van het Belgisch voetbal. Spelers waarvan ik nochtans wist dat ze de kwaliteiten hadden om mee te draaien in eerste klasse. Maar die gasten wilden niet weg. Als je een vrouw en kinderen hebt, en je moet bijvoorbeeld ook nog eens een huis afbetalen, dan snap ik wel dat je niet zomaar van 2000 naar 1000 euro in de maand wilt gaan.Ik heb het risico toen gelukkig wel genomen, al verliep de overgang niet zonder slag of stoot. Diest had geld nodig en mijn vader, die er jeugdcoördinator was, zat enorm met de zaak verveeld. Hij wilde natuurlijk het beste voor de club, maar ook voor mijn carrière. En bij Diest blijven was wat dat betreft geen goede optie. Na veel vijven en zessen kwam de transfer uiteindelijk toch in orde. Ik zei mijn job als schrijnwerker op en zette mijn krabbel onder een vierjarig contract bij SK Lommel. Alles op het voetbal! Mijn baas was er het hart van in. 'Mijn beste werkkracht verdwijnt', had hij tegen mijn pa gezegd, eraan toevoegend dat ik altijd mocht terugkeren als het in het voetbal niet zou lukken. Zo'n gekke gedachte was dat niet: het was allesbehalve zeker dat ik met voetballen mijn brood zou kunnen verdienen. Of blijven verdienen.Want ook sportief zat ik met heel wat twijfels. Zou ik het niveau van eerste klasse wel aankunnen? Dat viel nog af te wachten. In derde klasse trok ik goed mijn streng, maar Lommel speelde letterlijk twee niveaus hoger.Samen met mij was ook Wim van Diest naar Lommel vertrokken. Wim en ik konden het goed met elkaar vinden. Ze noemden ons Peppi en Kokki, en omdat we ook uiterlijk op elkaar leken, dachten velen dat we broers waren. Eigenlijk was het vooral Wim die binnengehaald werd als basisspeler. Hij was het grote talent, ik zat bij wijze van spreken mee in het pakket, als mogelijke optie voor de toekomst.Ik was al blij dat ik kon meegaan, dat ik op mijn 21ste überhaupt nog een profcontract kon tekenen, en ging er niet van uit dat ik meteen in de ploeg zou belanden. Dat niemand erg veel van mijn verwachtte, zou in mijn voordeel spelen. In het zog van Wim en zonder al te veel druk van buitenaf kon ik wennen aan mijn nieuwe bestaan als profvoetballer.SK Lommel was de ideale biotoop om dat te doen. Een gezellige, provinciale club, met een goede mix van ervaren spelers en jong talent. Ik voelde me er meteen op mijn gemak. Toch was het best een grote stap, van derde naar eerste klasse. Alles ging natuurlijk een stukje sneller en ook praktisch moest ik het een en ander nog gewoon worden. Zo hadden we niet één, maar twee trainingen per dag. Daar had ik vooraf niet bij stilgestaan. Het was dus even slikken toen ze mij na mijn eerste ochtendtraining kwamen zeggen dat er na de middag nóg zo'n training op het programma stond. Ik had net anderhalf uur lang getraind alsof mijn leven ervan afhing en ik wist niet of ik dat kunstje die namiddag, laat staan élke dag, zou kunnen herhalen.Plots had ik ook een pak meer vrije tijd. Ik verzorgde me goed en lette erop dat ik voldoende rustte, maar dan nog waren mijn dagen een stuk minder gevuld dan voorheen. Ik besliste daarom om de door de club aangeboden Mercedes niet te aanvaarden en bleef in de plaats daarvan rondrijden met de bestelwagen van mijn vader. Zo kon ik tussen twee trainingen door in de streek nog wat vliegenramen afleveren bij klanten van mijn vader.Mijn ploegmaats vonden het maar een vreemd gezicht toen ze de bestelwagen van Ramen en Deuren Simons op de spelersparking zagen staan. Omdat ik doorgaans als eerste op de club aankwam, stond die ook altijd prominent in het gezichtsveld van de supporters. Die vroegen zich af wanneer die aannemer uit Rillaar aan zijn werkzaamheden zou beginnen en waarom hij zo brutaal was geweest om zijn bestelwagen op de spelersparking te zetten.Ik liet het allemaal niet aan mijn hart komen en probeerde intussen mijn uiterste best te doen om de trainer van mijn kunnen te overtuigen.'1000'Timmy SimonsUitgeverij Van HalewyckISBN 978-94-6131-649-3 19.90 euro