In een moment van onduidelijkheid over de toekomst verkocht Club Brugge in korte tijd 12.000 abonnementen voor volgend seizoen. Het toont hoe groot de impact van blauw-zwart is geworden: iedereen wil verder meegenieten van het succes. Die gebondenheid en verbondenheid is en blijft het handelsmerk van Club Brugge.

Je houdt het niet voor mogelijk dat er een andere tijd is geweest. Het was op 1 september 1974 dat we voor de allereerste keer als journalist naar Club Brugge trokken. Er werd toen nog gespeeld op de mythische Klokke, op een zondagnamiddag, de mensen stonden tot tegen de zijlijn geplakt, de sfeer was overweldigend, je kreeg er kippenvel van. Club speelde tegen Berchem, een formaliteit leek dit te zijn.

Ernst Happel zat als trainer op de bank, hij was acht maanden eerder in Brugge gearriveerd. Club startte in een 3-3-4 opstelling, het was met zeven punten op negen aan de competitie begonnen. Maar in de match tegen Berchem miste Raoul Lambert een strafschop en plots was Club alle vertrouwen kwijt. En werd er zo wanordelijk gespeeld dat het pijn deed aan de ogen. Het werd 0-3. De supporters floten en Ernst Happel kwam op de persconferentie niet verder dan wat gebrom. Naast hem zat Harry Heylen ,de trainer van Berchem, te spinnen van tevredenheid.

Club Brugge lag met zichzelf in de knoop, het speelde een paar weken later een thuiswedstrijd tegen Club Luik. Voor die match kregen de supporters een strooibief in de hand geduwd waarin hen werd gevraagd meer... sympathie op te brengen voor de spelers. Die werden toen zo uitgejouwd dat sommigen met bibberende knieën aan een wedstrijd begonnen. Dat moet nog maar zelden zijn vertoond.

Het was een en al tristesse rond Club Brugge. Hoe moet je in deze donkere tijden wat licht brengen, vroegen we ons op de redactie af. Misschien door een jonge voetballer te interviewen, bedacht iemand. Dus trokken we naar de Brugse Pastoriestraat waar een 21-jarige Limburgse voetballer, samen met een paar andere jongeren, bij een hospita inwoonde. Hij wilde het als profvoetballer maken, maar helemaal zeker was hij toch niet. Daarom volgde hij toch twee keer per week avondlessen voor handelsingenieur.

Niemand die wist dat Club Brugge een paar maanden later met die jonge voetballer voor de meest vergulde periode uit zijn geschiedenis zou staan. Het was René Vandereycken.

In een moment van onduidelijkheid over de toekomst verkocht Club Brugge in korte tijd 12.000 abonnementen voor volgend seizoen. Het toont hoe groot de impact van blauw-zwart is geworden: iedereen wil verder meegenieten van het succes. Die gebondenheid en verbondenheid is en blijft het handelsmerk van Club Brugge.Je houdt het niet voor mogelijk dat er een andere tijd is geweest. Het was op 1 september 1974 dat we voor de allereerste keer als journalist naar Club Brugge trokken. Er werd toen nog gespeeld op de mythische Klokke, op een zondagnamiddag, de mensen stonden tot tegen de zijlijn geplakt, de sfeer was overweldigend, je kreeg er kippenvel van. Club speelde tegen Berchem, een formaliteit leek dit te zijn. Ernst Happel zat als trainer op de bank, hij was acht maanden eerder in Brugge gearriveerd. Club startte in een 3-3-4 opstelling, het was met zeven punten op negen aan de competitie begonnen. Maar in de match tegen Berchem miste Raoul Lambert een strafschop en plots was Club alle vertrouwen kwijt. En werd er zo wanordelijk gespeeld dat het pijn deed aan de ogen. Het werd 0-3. De supporters floten en Ernst Happel kwam op de persconferentie niet verder dan wat gebrom. Naast hem zat Harry Heylen ,de trainer van Berchem, te spinnen van tevredenheid.Club Brugge lag met zichzelf in de knoop, het speelde een paar weken later een thuiswedstrijd tegen Club Luik. Voor die match kregen de supporters een strooibief in de hand geduwd waarin hen werd gevraagd meer... sympathie op te brengen voor de spelers. Die werden toen zo uitgejouwd dat sommigen met bibberende knieën aan een wedstrijd begonnen. Dat moet nog maar zelden zijn vertoond.Het was een en al tristesse rond Club Brugge. Hoe moet je in deze donkere tijden wat licht brengen, vroegen we ons op de redactie af. Misschien door een jonge voetballer te interviewen, bedacht iemand. Dus trokken we naar de Brugse Pastoriestraat waar een 21-jarige Limburgse voetballer, samen met een paar andere jongeren, bij een hospita inwoonde. Hij wilde het als profvoetballer maken, maar helemaal zeker was hij toch niet. Daarom volgde hij toch twee keer per week avondlessen voor handelsingenieur.Niemand die wist dat Club Brugge een paar maanden later met die jonge voetballer voor de meest vergulde periode uit zijn geschiedenis zou staan. Het was René Vandereycken.