Toen Lierse in 1997 kampioen werd, kleurde heel de stad geel en zwart. De haast sacrale stilte die doorgaans langs de boorden van de Nete heerst werd doorbroken, supporters vierden in het schilderachtige centrum van Lier, voor één keer had niemand nog aandacht voor de andere smukstukken van de stad: het rijzige, gotische, witzandstenen belfort, het in rococostijl gebouwde stadhuis en de Zimmertoren, het symbool van de stad.
...

Toen Lierse in 1997 kampioen werd, kleurde heel de stad geel en zwart. De haast sacrale stilte die doorgaans langs de boorden van de Nete heerst werd doorbroken, supporters vierden in het schilderachtige centrum van Lier, voor één keer had niemand nog aandacht voor de andere smukstukken van de stad: het rijzige, gotische, witzandstenen belfort, het in rococostijl gebouwde stadhuis en de Zimmertoren, het symbool van de stad.Wie de gebeurtenissen van de afgelopen jaren aan zich laat voorbijtrekken, houdt het niet voor mogelijk: de titel kwam er door een weldoordachte beleidsvisie. Met een aantal mensen die de lethargie van de ingedommelde en onder een schuldenberg kreunende club wilden bestrijden, zorgde trainer Erik Gerets voor de creatie van een nieuw elftal. Met andere spelers, maar vooral met een andere mentaliteit en met die voetbalfilosofie die als gegoten past binnen het aanvallende karakter van deze ploeg, ooit een kweekvijver van talent. Nooit zag je Lierse achter de bal opereren, steeds weer was de helft van de tegenstander het territorium waarop de acties moest worden uitgetekend. Uit en thuis. Dat libero Eric Van Meir met zestien goals de topschutter was van de ploeg stond model voor het sprankelende, avontuurlijke spel van Lierse dat tal van machtsverhoudingen binnen het Belgisch voetbal doorbrak. De ploeg stak toen in een ontwikkelingsproces, bezield door de Poolse regisseur Andrzej Rudy die met zo'n beleving voetbalde dat het aanstekelijk werkte op de hele groep.Maar de successen kregen geen vervolg. Eric Gerets vertrok en werd vervangen door Jos Daerden. In de voorronde van de Champions League werd het Cypriotische Famagusta uitgeschakeld, maar in de groepsfase waren Monaco, Sporting Lissabon en Bayer Leverkusen een maat te groot. Lierse zou uiteindelijk in de competitie op een grijze zevende plaats eindigde. Te groot was het kwaliteitsverlies geweest. Niet alleen de trainer liet een leemte na, ook een paar steunpilaren waren vertrokken en de nieuwe aankopen - waaronder de huidige trainer van RB Leipzig, Ralph Hasenhüttl - zorgden niet echt voor een meerwaarde.Het zijn lang vervlogen tijden. Lierse ging over in Egyptische handen, voorzitter Maged Samy nam het woord Champions League nog wel eens in de mond, maar hij liep zich voorbij in zijn ambitie. Wat nu blijft is een achterban die voor een deel leeft van vergeelde herinneringen.(Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine en al ruim 40 jaar in de journalistiek, graaft iedere zaterdag in zijn archief)