Toen Lierse SK aan de voetbaljaargang 1996/97 begon, spatte het optimisme niet echt van de muren. De club, intussen na een moeilijke periode schuldenvrij, was in de twee seizoenen daarvoor wel telkens vijfde geëindigd, maar nu waren een aantal basisspelers vertrokken. Onder hen Eddy Snelders, de tot libero omgevormde middenvelder, die traag was maar heel snel dacht. Meer nog dan Snelders leek Kjetil Rekdal een leemte na te laten. De Noor zette de lijnen uit met een flegma en een vista die slechts weinigen zijn gegeven. Hij scoorde en dirigeerde, maar net zo vaak kankerde hij of schold hij zijn ploegmaats de huid vol. Sommigen hadden het zeer moeilijk met zijn lastig karakter, maar Rekdal haatte het om te verliezen en stelde heel zijn leven in het teken van het voetbal. Lange tijd woonde hij helemaal alleen in Lier, doelbewust, om zich ten volle op de club te kunnen concentreren.
...

Toen Lierse SK aan de voetbaljaargang 1996/97 begon, spatte het optimisme niet echt van de muren. De club, intussen na een moeilijke periode schuldenvrij, was in de twee seizoenen daarvoor wel telkens vijfde geëindigd, maar nu waren een aantal basisspelers vertrokken. Onder hen Eddy Snelders, de tot libero omgevormde middenvelder, die traag was maar heel snel dacht. Meer nog dan Snelders leek Kjetil Rekdal een leemte na te laten. De Noor zette de lijnen uit met een flegma en een vista die slechts weinigen zijn gegeven. Hij scoorde en dirigeerde, maar net zo vaak kankerde hij of schold hij zijn ploegmaats de huid vol. Sommigen hadden het zeer moeilijk met zijn lastig karakter, maar Rekdal haatte het om te verliezen en stelde heel zijn leven in het teken van het voetbal. Lange tijd woonde hij helemaal alleen in Lier, doelbewust, om zich ten volle op de club te kunnen concentreren. Maar er was bij Lierse goed gescout. Er werden enkele spelers aangetrokken die elders waren gebuisd, maar in wie de drang woekerde om zich weer te bewijzen. Zoals de Poolse middenvelder Andrzej Rudy, die bij FC Köln op een zijspoor belandde en trainer Eric Gerets had gesmeekt om hem een kans te geven. Rudy sleepte geen al te beste reputatie met zich mee, hij werd in Keulen een luierik genoemd. Heel vreemd was het dus om hem te horen zeggen dat de spelers van Lierse te snel tevreden waren en dat hij bij sommigen gedrevenheid en verbetenheid miste. Hij vond ook dat er niet hard genoeg werd getraind. Zelfs Eric Gerets schrok van die uitspraak. Eric Gerets was medio 1994 bij Lierse beland. Eerder had hij het vak geleerd bij het zieltogende FC Liège. En ook al waren de beste spelers daar verkocht om het faillissement te verhinderen, Gerets verbaasde er zich over dat hij de oefenstof snel in de vingers kreeg en dat hij spelers naar een hoger niveau tilde. Dat was Lierse, ooit een kweekvijver van talent, niet ontgaan. Ze zagen in Gerets de ideale man om met jonge spelers te werken. Het was het begin van een sprookje dat in Gerets' derde seizoen, 1996/97, zijn hoogtepunt kende. Het vertrek van Rekdal, die alle ballen opeiste, had een aantal spelers bevrijd. Nieuwelingen, zoals Rudy, trokken de anderen mee. De Pool was de regisseur van het elftal, maar cijferde zich ten voordele van de ploeg helemaal weg. Ook de secure Nederlandse doelman Stanley Menzo, die bij PSV op de bank was beland, speelde daar met zijn persoonlijkheid een grote rol in. Hij leidde en coachte jonge voetballers. Er was Gerets vanuit Eindhoven nochtans afgeraden om Menzo te nemen, maar na een lang gesprek ging de trainer af op zijn gevoel. Gerets was de architect van de titel die Lierse behaalde. Hij kreeg in dat gouden seizoen 1996/97 meer dan ooit een collectieve gedachte in de ploeg, een echte groepsvorming, en hij constateerde dat de menselijke relaties goed waren. Later vertelde hij vaak dat hij in drie jaar Lierse geen negatieve puntjes kon vinden. Er deed zich wel af en toe een rondje bekvechten voor, vooral dan met voorzitter Freddy Van Laer, een zeer emotionele man. Gerets zette hem eens uit de kleedkamer toen hij daar na een 1-8-nederlaag tegen Anderlecht binnen plofte. Hij vond het gewoon het moment niet om de spelers nog dieper in de put te duwen. Nadien liet Van Laer zich veertien dagen niet zien. Uiteindelijk kwam hij op kousenvoeten weer af. Nooit bespeurde Gerets bij Lierse ook maar iets van vijandigheid. Dat paste bij de Limburger, die van warmte houdt, ook al kwam hij, een furie langs de lijn, heel anders over. Toen Gerets bij Lierse begon, hadden de spelers schrik van hem. Ze dachten dat hij zich hautain en afstandelijk zou gedragen. Terwijl hij iemand is die zich doorgaans heel kwetsbaar opstelt. Dan trok Gerets bijvoorbeeld met de spelers naar een café in Leuven en ging hij met hen op de banken staan. Maar de dag daarop werd er keihard gewerkt. Anderzijds was Gerets tijdens de besprekingen hard en zeer direct. Hij zorgde voor heel duidelijke richtlijnen en bracht de spelers zelfkritiek bij, maar ook zelfvertrouwen. Een harde hond werd Gerets in momenten dat hij uitvloog weleens genoemd. Of beter nog: een menselijke hond. Toch stond bij hem voorop dat de spelers zich goed voelden. Zo was er bijvoorbeeld de Rus Denis Kljoejev. Die werd gehuurd nadat hij bij Feyenoord was weggekwijnd. Hij groeide met zijn technische kwaliteiten en zijn spelinzicht uit tot een van de dragende spelers. In het begin miste hij spontaniteit en plezier, tot hij kon communiceren met een verzorger die Russisch sprak. Later nam Gerets hem eens mee om een terrasje te doen. Kljoejev wilde water bestellen, maar Gerets liet hem een paar Duvels drinken. Toen zag je de Rus helemaal loskomen. Het is met die benadering dat Gerets van zijn verblijf bij Lierse uiteindelijk een idylle van familiaal geluk maakte. Met de titel als kroonstuk. Gerets sprak voor het begin van het seizoen zijn ambitie uit: tussen de vijfde en achtste plaats eindigen. Hij liet als enige een kampioenenpremie in zijn contract opnemen. Het bestuur deed daar niet moeilijk over. Hoe kon Lierse nu kampioen worden, werd er schamper opgemerkt. Lierse begon aarzelend aan de competitie, met vijf gelijke spelen in de eerste zeven matchen. Gerets, die eigenlijk altijd met vier verdedigers wilde spelen, startte met een 3-5-2 die soms overging in een 3-4-3. Hij streefde naar bewegingsvoetbal, met snelle, zuivere combinaties, met spelers die de vrijheid hebben om te voetballen. Dat was altijd zijn uitgangspunt: nooit zag je Lierse áchter de bal opereren, altijd weer was de helft van de tegenstander het territorium waarop de acties moesten worden uitgetekend. Uit en thuis. Je had achteraan bijvoorbeeld Eric Van Meir, die nooit beter speelde dan toen en met zestien doelpunten de topschutter werd van de ploeg. Hij stond model voor het sprankelende, avontuurlijke spel. Van Meir was een schrik voor iedere tegenstander, hij had een vrije rol, de tegenpartij werd door het inschuiven van de libero uit zijn organisatie gehaald. En je had ook Nico Van Kerckhoven, een topper die altijd in het belang van het elftal dacht, die bijna niet te passeren viel en bij balbezit altijd het overzicht bewaarde. Zo schoof de ploeg steeds meer als een puzzel in elkaar en kwam het ontwikkelingsproces in een stroomversnelling. Ook dankzij Andrzej Rudy, die met zo'n bezieling bleef voetballen dat het aanstekelijk werkte op de hele groep. Na de matige competitiestart herpakte Lierse zich. Op 1 januari stond het derde, na het verrassende Excelsior Mouscron en Club Brugge. Maar de Henegouwse club kende een terugval na het vertrek van trainer Georges Leekens naar de nationale ploeg. De goede resultaten maakten ook van Lierse een interessante club. Begin februari bracht Gerets het bestuur op de hoogte dat hij voor Club Brugge had getekend. Eerder had ook Bob Peeters laten weten dat hij op het einde van het seizoen zou vertrekken. Intussen reisde Stanley Menzo naar Bordeaux om met de Girondins te praten. De naderende uittocht bleek geen rem te zetten op de prestaties. Op een gegeven moment zei Gerets tijdens een bespreking, tot verbijstering van de hele groep: 'We kunnen kampioen spelen, maar hou het stil.' Maar echt geloven in de titel deden de spelers pas op de voorlaatste speeldag, toen voor 14.000 toeschouwers een achterstand tegen Racing Genk werd omgezet in een 5-2-winst. Op hetzelfde moment verloor Club Brugge op Antwerp en maakten een paar spelers die van het veld stapten volop ruzie. Lierse speelde de laatste match op Standard en barstte van het zelfvertrouwen. Ze zagen op Slessin een geel-zwarte muur van supporters. In het centrum van Lier brak een groot volksfeest los. De hele stad kleurde geel en zwart, de haast sacrale stilte die doorgaans langs de boorden van de Nete heerst, werd doorbroken. Het was een prachtig sprookje, dat snel ten einde liep. Eric Gerets vertrok en werd vervangen door Jos Daerden. In de voorronde van de Champions League werd het Cypriotische Famagusta uitgeschakeld, maar in de groepsfase waren AS Monaco, Sporting CP en Bayer Leverkusen een maat te groot. Met het geld van het kampioenenbal werd wel een nieuwe tribune bekostigd. In de competitie zou Lierse uiteindelijk op een grijze zevende plaats eindigen.