Zouden sommigen er in deze duistere tijden nog eens aan terugdenken? Aan de glorieuze momenten die Lokeren in zijn geschiedenis beleefde? Aan de tijd dat Etienne Rogiers en Gaston Keppens de bestuurlijke kopstukken waren. Dat persconferenties voor het begin van het seizoen rijkelijk werden overgoten met spijs en drank en persdiners tijdens Europese verplaatsingen uitgroeiden tot culinaire hoogstandjes?
...

Zouden sommigen er in deze duistere tijden nog eens aan terugdenken? Aan de glorieuze momenten die Lokeren in zijn geschiedenis beleefde? Aan de tijd dat Etienne Rogiers en Gaston Keppens de bestuurlijke kopstukken waren. Dat persconferenties voor het begin van het seizoen rijkelijk werden overgoten met spijs en drank en persdiners tijdens Europese verplaatsingen uitgroeiden tot culinaire hoogstandjes?Hoe memorabel was het seizoen 1980/81 bijvoorbeeld, toen Lokeren op de tweede plaats eindigde, op vier punten van Anderlecht. De ploeg maakte meer dan tachtig doelpunten en haalde de bekerfinale, waarin er wel met 4-0 werd verloren van Standard. Het elftal zat toen heel evenwichtig in elkaar. Zo was bijvoorbeeld voor 380.000 frank (9500 euro) de achttienjarige Schot James Bett aangetrokken, die het jaar daarop voor 6 miljoen frank (150.000 euro) aan Glasgow Rangers werd verkocht. Bett vormde het middenveld met René Verheyen en Raymond Mommens, het was een perfecte symbiose van kracht en techniek. Achteraan speelde de intelligente Maurice De Schrijver de ballen uitstekend in en de kleurrijke Nederlandse doelman Bouke Hoogenboom pakte ieder seizoen de nodige punten.Maar het gewicht van het elftal lag in de aanval, met de Poolse rechtsbuiten Grzegorz Lato en diens fabuleuze landgenoot Wlodek Lubanski, een van de beste buitenlanders die ooit op onze velden te aanschouwen vielen. Hij kon een bal tot stilstand brengen zonder dat die aan de grond was geweest, gewoon die bal op de wreef leggen en meteen doorspelen. En dan was er nog de rumoerige Deense fantast Preben Larsen die de indruk gaf door het leven te fladderen, maar in werkelijkheid heel professioneel was. Hij wilde alles over zijn tegenstanders weten: moet ik de verdedigers buitenom of binnendoor passeren, kan ik de keeper lobben, waar staat de doelman bij de hoekschoppen, een hele batterij vragen vuurde hij voor iedere wedstrijd op de trainer af.Die trainer was Urbain Haesaert, die zwoer bij een educatieve aanpak, zo het rendement van de spelers verhoogde en graag analytisch werkte. Het was toen heerlijk toeven op Daknam, de ploeg flitste en wervelde. Nu overheerst de troosteloosheid, de ambitieuze plannen die de nieuwe voorzitter Louis De Vries in het begin van het seizoen ontvouwde ten spijt. Oude tijden keren er nooit meer terug.