Grasduinend door je eigen archief stuit je op interviews die zijn blijven hangen. Bijvoorbeeld van trainers die veel beloofden, verbaal imponeerden, scherp analyseerden, maar het uiteindelijk nooit echt waarmaakten.

Willy Reynders was zo iemand. In zijn eerste periode als trainer van Lokeren (1997-1999) bepaalde hij op een resolute manier de koers van de club. Tijd om met hem te gaan praten, dachten we.

Zelden een trainer ontmoet die meer fanatisme uitstraalde dan de Limburger. Hij had de veiligheid van het onderwijs verlaten voor een onzekere job in het voetbal omdat hij niet kon leven zonder stress. Daarom stelde hij zichzelf al meer dan twintig jaar bloot aan, zoals hij het zelf formuleerde, hormonale schommelingen.

Reynders, een licentiaat lichamelijke opvoeding, gold als een meester in het geven van bal- en conditietraining. Hij was een van de eerste trainers in dit land die putte uit wetenschappelijke bevindingen. Hij ontleende zijn voetbalfilosofie om achteraan met vier man op een lijn te spelen en vooruit te verdedigen aan Tomislav Ivic die Anderlecht destijds in deze toen revolutionaire vorm probeerde te gieten. Reynders ging vaak stiekem naar de trainingen van Ivic kijken. Verdoken achter een haagje. Hij zag dat Ivic een enorm hoog werkritme eiste en wist dat dit de juiste aanpak was.

Het ging Reynders nooit om de duur van de trainingen, maar om de intensiteit. Je moest, zei hij, de temperatuur van de groep voelen. Dat vond hij het moeilijkste aspect van het vak. Als trainer, zei hij, balanceer je constant op een fragiele draad. Omdat je je voortdurend moest afvragen hoe ver je mocht gaan. Hij was wat dat betreft constant verwikkeld in een tweestrijd met zijn ideeën.

Uren en uren praatte Reynders op deze koude winterdag, in de behaaglijke warmte van zijn woning in Tessenderlo. Over de spelvormen die hij bedacht en verbeterde, over zijn pogingen om naar perfectionisme te streven, over de begeestering die de spelers moesten uitstralen in de manier waarop ze naar de bal gingen en acties ondernamen. De overwinningsdrang die je in een elftal steekt, zo doceerde Reynders, diende je als het ware van de zijlijn op te snuiven.

Willy Reynders was nog een van die Belgische trainers die een verhaal hadden. Net zoals bijvoorbeeld Hein Vanhaezebrouck of Philippe Clement nu. Alleen had hij hun succes niet. Terwijl je er niet aan twijfelde dat een man met zoveel bagage het in het wereldje zou maken. Maar dat draaide anders uit. Bij STVV, in zijn tweede ambtsperiode bij Lokeren, als technisch directeur van KRC Genk en later weer bij Lokeren, nu als sportief directeur, telkens weer werd Willy Reynders ontslagen. En dat voor iemand die heel gedetailleerd kon vertellen hoe je snelheid in al zijn facetten kon trainen, omdat het in het voetbal niet alleen gaat om snel te lopen, maar ook om snel te zien, snel te denken en snel te handelen.

Willy Reynders is inmiddels 66 jaar. En al een tijd van het toneel verdwenen.

Grasduinend door je eigen archief stuit je op interviews die zijn blijven hangen. Bijvoorbeeld van trainers die veel beloofden, verbaal imponeerden, scherp analyseerden, maar het uiteindelijk nooit echt waarmaakten.Willy Reynders was zo iemand. In zijn eerste periode als trainer van Lokeren (1997-1999) bepaalde hij op een resolute manier de koers van de club. Tijd om met hem te gaan praten, dachten we.Zelden een trainer ontmoet die meer fanatisme uitstraalde dan de Limburger. Hij had de veiligheid van het onderwijs verlaten voor een onzekere job in het voetbal omdat hij niet kon leven zonder stress. Daarom stelde hij zichzelf al meer dan twintig jaar bloot aan, zoals hij het zelf formuleerde, hormonale schommelingen.Reynders, een licentiaat lichamelijke opvoeding, gold als een meester in het geven van bal- en conditietraining. Hij was een van de eerste trainers in dit land die putte uit wetenschappelijke bevindingen. Hij ontleende zijn voetbalfilosofie om achteraan met vier man op een lijn te spelen en vooruit te verdedigen aan Tomislav Ivic die Anderlecht destijds in deze toen revolutionaire vorm probeerde te gieten. Reynders ging vaak stiekem naar de trainingen van Ivic kijken. Verdoken achter een haagje. Hij zag dat Ivic een enorm hoog werkritme eiste en wist dat dit de juiste aanpak was. Het ging Reynders nooit om de duur van de trainingen, maar om de intensiteit. Je moest, zei hij, de temperatuur van de groep voelen. Dat vond hij het moeilijkste aspect van het vak. Als trainer, zei hij, balanceer je constant op een fragiele draad. Omdat je je voortdurend moest afvragen hoe ver je mocht gaan. Hij was wat dat betreft constant verwikkeld in een tweestrijd met zijn ideeën.Uren en uren praatte Reynders op deze koude winterdag, in de behaaglijke warmte van zijn woning in Tessenderlo. Over de spelvormen die hij bedacht en verbeterde, over zijn pogingen om naar perfectionisme te streven, over de begeestering die de spelers moesten uitstralen in de manier waarop ze naar de bal gingen en acties ondernamen. De overwinningsdrang die je in een elftal steekt, zo doceerde Reynders, diende je als het ware van de zijlijn op te snuiven.Willy Reynders was nog een van die Belgische trainers die een verhaal hadden. Net zoals bijvoorbeeld Hein Vanhaezebrouck of Philippe Clement nu. Alleen had hij hun succes niet. Terwijl je er niet aan twijfelde dat een man met zoveel bagage het in het wereldje zou maken. Maar dat draaide anders uit. Bij STVV, in zijn tweede ambtsperiode bij Lokeren, als technisch directeur van KRC Genk en later weer bij Lokeren, nu als sportief directeur, telkens weer werd Willy Reynders ontslagen. En dat voor iemand die heel gedetailleerd kon vertellen hoe je snelheid in al zijn facetten kon trainen, omdat het in het voetbal niet alleen gaat om snel te lopen, maar ook om snel te zien, snel te denken en snel te handelen.Willy Reynders is inmiddels 66 jaar. En al een tijd van het toneel verdwenen.