Ooit was er een tijd dat voetballers nog heel gemakkelijk te strikken waren voor interviews. Er waren geen regels en er moesten geen procedures worden gevolgd. Er waren ook geen perschefs die de afspraken regelden en bepaalden wat wel en niet kon.

Je belde voetballers gewoon op en hooguit twee dagen later zat je bij hen thuis. Of je vroeg hen op zaterdagavond, na een wedstrijd, of ze op zondagochtend tijd hadden voor een gesprek. In tegenstelling met nu mochten journalisten toen de kleedkamer binnen. De contacten werden dus gemakkelijk gelegd.

Zo klampten we Franky Van der Elst na een wedstrijd van Club Brugge op zaterdagavond ooit aan of hij de ochtend daarop tijd had voor een gesprek. Franky fronste even de wenkbrauwen. Want, zei hij, hij moest naar een communiefeest. Maar op hetzelfde moment bedacht hij een oplossing: 'Kom gewoon anderhalf uur vroeger.'

Gecensureerde interviews

Natuurlijk is dit vergeelde romantiek. Het was de tijd dat voetballers nog ongeremd spraken. Dat ze nadien vaak een sanctie kregen, pakten ze er gewoon bij.

Lei Clijsters hekelde na de succesrijke periode van KV Mechelen ooit de gang van zaken bij zijn club, werd geschorst, maar bleef wel achter zijn woorden staan.

En Walter Meeuws, die journalisten bij hem thuis in Gierle uitstekend ontving,legde in zijn periode bij Standard ooit de vinger op de wonde in een tijd dat het minder liep. 'Standard gaat ten onder aan de machtsstrijd in het middenveld', riep hij. Zijn vrouw schrok toen ze dat hoorde. Maar Walter vond dat dit maar eens geschreven moest worden. De uitspraak stond als titel boven het verhaal en zorgde voor veel opschudding in de kleedkamer.

Dat soort kreten zijn tegenwoordig onmogelijk. Alle interviews worden nagelezen. Dat mag, het is zelfs een vorm van professionalisme. Op voorwaarde dat het schrappen zich beperkt tot feitelijke onjuistheden. Sommige clubs houden zich daaraan. Andere iets minder. Soms worden interviews gewoon gecensureerd.

De evolutie van de sport

Maar de grootste verandering is dat voetballers anders praten met de pers dan vroeger. Ze hebben mediatraining gekregen, ze weten wat ze mogen zeggen en wat niet. Het kadert in de evolutie van deze sport, in het veranderend tijdsbeeld.

Dat is jammer. Interviewen blijft het mooiste aspect van de journalistiek. Alleen wordt dat steeds moeilijker. Tenzij met voetballers die na een mindere ervaring over hun vroegere club praten. Maar dat is dan weer heel gemakkelijk.

Ooit was er een tijd dat voetballers nog heel gemakkelijk te strikken waren voor interviews. Er waren geen regels en er moesten geen procedures worden gevolgd. Er waren ook geen perschefs die de afspraken regelden en bepaalden wat wel en niet kon. Je belde voetballers gewoon op en hooguit twee dagen later zat je bij hen thuis. Of je vroeg hen op zaterdagavond, na een wedstrijd, of ze op zondagochtend tijd hadden voor een gesprek. In tegenstelling met nu mochten journalisten toen de kleedkamer binnen. De contacten werden dus gemakkelijk gelegd. Zo klampten we Franky Van der Elst na een wedstrijd van Club Brugge op zaterdagavond ooit aan of hij de ochtend daarop tijd had voor een gesprek. Franky fronste even de wenkbrauwen. Want, zei hij, hij moest naar een communiefeest. Maar op hetzelfde moment bedacht hij een oplossing: 'Kom gewoon anderhalf uur vroeger.'Natuurlijk is dit vergeelde romantiek. Het was de tijd dat voetballers nog ongeremd spraken. Dat ze nadien vaak een sanctie kregen, pakten ze er gewoon bij. Lei Clijsters hekelde na de succesrijke periode van KV Mechelen ooit de gang van zaken bij zijn club, werd geschorst, maar bleef wel achter zijn woorden staan. En Walter Meeuws, die journalisten bij hem thuis in Gierle uitstekend ontving,legde in zijn periode bij Standard ooit de vinger op de wonde in een tijd dat het minder liep. 'Standard gaat ten onder aan de machtsstrijd in het middenveld', riep hij. Zijn vrouw schrok toen ze dat hoorde. Maar Walter vond dat dit maar eens geschreven moest worden. De uitspraak stond als titel boven het verhaal en zorgde voor veel opschudding in de kleedkamer.Dat soort kreten zijn tegenwoordig onmogelijk. Alle interviews worden nagelezen. Dat mag, het is zelfs een vorm van professionalisme. Op voorwaarde dat het schrappen zich beperkt tot feitelijke onjuistheden. Sommige clubs houden zich daaraan. Andere iets minder. Soms worden interviews gewoon gecensureerd.Maar de grootste verandering is dat voetballers anders praten met de pers dan vroeger. Ze hebben mediatraining gekregen, ze weten wat ze mogen zeggen en wat niet. Het kadert in de evolutie van deze sport, in het veranderend tijdsbeeld.Dat is jammer. Interviewen blijft het mooiste aspect van de journalistiek. Alleen wordt dat steeds moeilijker. Tenzij met voetballers die na een mindere ervaring over hun vroegere club praten. Maar dat is dan weer heel gemakkelijk.