Tom Pietermaat: 'Terwijl ik mijn dochtertje in slaap probeerde te krijgen, keek ik met een half oog naar Standard-Seraing. Na dat laatste fluitsignaal sijpelde plots het besef door: het is gedaan. Ik voelde een enorme persoonlijke teleurstelling enerzijds en schaamte naar de supporters anderzijds. Wij hebben hen een heel seizoen lang in dit kloteverhaal meegesleurd. Tegelijkertijd was er ook een soort opluchting - al voelt het heel raar om dat luidop te zeggen. Ook al bleven we erin geloven zolang het mathematisch kon, soms voelden we ons als een vis die op het droge bleef spartelen, tegen beter weten in. Het was een lange lijdensweg.
...

Tom Pietermaat: 'Terwijl ik mijn dochtertje in slaap probeerde te krijgen, keek ik met een half oog naar Standard-Seraing. Na dat laatste fluitsignaal sijpelde plots het besef door: het is gedaan. Ik voelde een enorme persoonlijke teleurstelling enerzijds en schaamte naar de supporters anderzijds. Wij hebben hen een heel seizoen lang in dit kloteverhaal meegesleurd. Tegelijkertijd was er ook een soort opluchting - al voelt het heel raar om dat luidop te zeggen. Ook al bleven we erin geloven zolang het mathematisch kon, soms voelden we ons als een vis die op het droge bleef spartelen, tegen beter weten in. Het was een lange lijdensweg. 'Ik nam dat gevoel ook mee naar huis. Onder een aantal ploegmaats belden we nog geregeld 's avonds na de training. Soms ging dat over tactische zaken, bepaalde ideeën die we bij de coach wilden aftoetsen. Wedstrijd na wedstrijd voelde je het belang stijgen. Wat ik spijtig vond, is dat ik niet altijd diezelfde betrokkenheid voelde van iedereen. Misschien wel logisch als je met veel buitenlanders, huurlingen en jongeren in de groep zit. Die beseffen niet altijd wat zo'n degradatie kan betekenen, ook voor hun persoonlijke toekomst trouwens. In oktober dachten we nog: als we met vier of vijf de rest kunnen meetrekken, lukt het wel. Soms was dat zo, maar dan ga je bijvoorbeeld naar Waregem en merk je dat er geen fut in zit. Wat je ook probeert. Uiteindelijk stop je dan enkel nog energie in die jongens van wie je denkt dat ze mee willen, maar dan ben je natuurlijk geen collectief meer op het veld en wordt het moeilijk. 'Die degradatiestrijd is een waanzinnig mentaal spelletje; je probeert elke week weer je moed bijeen te rapen zonder de rugzak van de vorige wedstrijden mee te nemen. Op een bepaald moment kregen we toch weer hoop, maar dan ging Cercle plots aan het winnen en kregen wij een dreun met een 0 op 15. Ook na de winterstop dachten we een momentum te creëren, met onder meer winst tegen OH Leuven, maar dan volgde een 1 op 6 en waren we weer naar af. We wilden wel, maar de cruciale momenten pakten we niet. Door die opeenvolging van ontgoochelingen sluipt er op een gegeven moment toch een soort moedeloosheid in de groep. Je kunt je daar niet op voorbereiden. Tot vorig seizoen had ik het nooit meegemaakt dat wij twee keer of drie keer op rij punten lieten liggen. En dan sta je daar plots met 1 op 27 bij de start van dit seizoen.' ( zucht) 'Vorig seizoen zaten we in een flow van na onze promotie, maar we wisten in die goede periode ook wel dat het niet zou blijven duren. Defensief kenden we toen al problemen, wat gecompenseerd werd door een offensief overpresteren. Alle ballen vlogen binnen bij ons. Iedereen in de ploeg wist dat we aan de basis niet klaar waren om dat niveau aan te houden, vooral extrasportief dan. Daar werd met het bestuur over gepraat, maar zij gaven ook aan dat ze niet boven bepaalde budgetten konden gaan, dus toen beseften we dat de club op zijn limieten botste. 'In de voorbereiding op dit seizoen voelden we al dat het een lastige campagne zou worden. We begonnen met 7 of 8 spelers. De oefenwedstrijden verliepen zeer moeizaam. Je verwacht dan dat er snel versterkingen bijkomen, maar die kwamen er niet. Dat was ook lastig voor de coach natuurlijk. De klik met Peter Maes was er niet echt, de club moest ingrijpen om iets teweeg te brengen. Toen kwam Javier Torrente en die bracht weer even positivisme in de groep; hij benadrukte de kwaliteiten van de spelers. Dat was welkom na de harde en directe stijl van Maes, die bij sommige spelers een averechts effect had. Pas op, Maes heeft daar in het verleden zijn resultaten mee gehaald, maar in onze situatie pakte het niet. 'Eigenlijk wilde een deel van de spelersgroep verder met Will Still. Die hier na het vertrek van Hernán Losada goed werk leverde met beperkte middelen. Het bestuur vond hem iets te laks in zijn omgang met ons. Te speels op training. Terwijl hij dat eigenlijk gewoon heel goed aanvoelde, dat we na een zwaar jaar mentaal en fysiek leeg waren. Nu goed, vanuit hun redenering was die keuze voor Peter Maes logisch. Ook omdat ze een moeilijk tweede jaar verwachtten en iemand wilden die al voldoende bewezen had in de JPL. 'Het is natuurlijk klote dat je degradeert, maar dit biedt de mogelijkheid om lessen te trekken richting de toekomst en te zorgen dat we bij een volgende promotie wél klaar zijn. We hebben de voorbije acht jaar een enorme sportieve evolutie ondergaan, misschien te snel om op andere vlakken bij te benen. Dat je elke dag met busjes of auto's naar de trainingsvelden moet rijden, of dat er soms een tekort aan trainingsfaciliteiten is: wanneer het goed gaat, zoals vorig seizoen, wordt dat charmant genoemd. Maar wanneer het slecht gaat met een ploeg is dat een bijkomende mentale uitdaging. Een state-of-the-artoefencomplex kan in zulke situaties een trigger zijn om je niveau op te trekken. Met het goedkeuren van een budget voor een nieuw oefencomplex is een belangrijke eerste stap gezet. Het wordt nu een kwestie van niet langer te spreken, maar te doen. Proactief werken in plaats van reactief. Ik heb alleszins een positief gevoel bij de plannen van het bestuur. Hoe je het draait of keert: een club in het Antwerpse biedt sowieso mogelijkheden.' 'Vorig seizoen wonnen we tegen Anderlecht, Club Brugge, Genk... maar er was niemand om die vreugde mee te delen. Het enige wat onze supporters te zien kregen in die twee jaar terug op het hoogste niveau was ons klotevoetbal dit seizoen. Om eerlijk te zijn had ik de voorbije maanden verwacht dat ze op het veld zouden stormen en bij wijze van spreken ons truitje zouden afnemen omdat we het niet waard zijn. Het Beerschotpubliek blijft een raar beestje om te begrijpen: er zit vaak dat cynische, rauwe kantje in, wat hen onvoorspelbaar maakt, maar als ze beseffen dat het serieus wordt, gaan ze wel achter de ploeg staan. 'Toegegeven: ik heb in de lagere reeksen vaak op hen gevloekt, als ze ons na een 0 op 6 al onder vuur namen. Dan dacht ik: jullie zijn rotverwend. Het gebeurde dat wij bij een ereronde uitgejouwd werden en de tegenstander bejubeld. Maar kijk, dit seizoen dacht ik dat ze ons hard zouden aanpakken en uiteindelijk steunden ze ons. Nu pas besef ik hoe loyaal ze eigenlijk zijn. 'De strijd met de supporters kan je niet winnen. Zoals Thibault De Smet, die heel het seizoen afgemaakt werd door de eigen achterban. Hij is dan nog linksback, dan speel je echt vlak voor de tribunes waar de hevigste supporters zitten. Ik heb hier al vaak linksbacks onderuit zien gaan door die druk. Ik heb zelfs geweten dat we bij de toss voor de aftrap rekening moesten houden in welke richting we zouden voetballen in de eerste helft, zodat onze linksback zo lang mogelijk gespaard zou blijven. Complete waanzin eigenlijk. Je countert hun aparte vorm van humor best met zelfspot. Toen Thibault na een mindere periode eens een assist uitdeelde, zongen ze schertsend "Thibault Gouden Schoen!", na de wedstrijd reageerde Thibault door effectief zijn schoen uit te trekken en aan het publiek te tonen... dat vonden ze dan weer geweldig.' 'Vorig seizoen was ik tevreden van mijn niveau, dit seizoen niet. Als de ploeg minder draait en vaak in andere constellaties speelt, sta je minder in blok en worden de ruimtes groter. Daardoor liep ik te vaak verloren en kon ik te weinig ballen veroveren, terwijl dat net mijn kwaliteit is. Jammer, want ik had graag bevestigd. 'Ik heb altijd gedacht: ooit ga ik in eerste klasse geraken. Al heeft Marc Brys me enkele jaren geleden in eerste amateurs moeten overtuigen om verder te doen. Ik combineerde toen voetbal met studies en kluste bij als ramenwasser. Achteraf bekeken is dat mijn beste en leukste seizoen geweest. Elke wedstrijd, uit en thuis, was een feest. In de week trainden we superscherp en we walsten over onze tegenstanders, dat heb ik nadien nooit meer meegemaakt. Maar elke periode had zijn charme, ook in vierde klasse met Urbain Spaenhoven. Die verplaatsingen naar Leopoldsburg of Bree zullen mij altijd bijblijven. Mij zul je zeker niet neerbuigend horen doen over die lagere reeksen. Je ziet er best veel talenten, gasten van wie je later denkt: jammer dat die nooit de kans kregen om hoger te spelen. 'Ik hoef niet heel mijn carrière in 1A te spelen. Voor mij was het belangrijk om eens enkele topaffiches te kunnen beleven, mét publiek. De Antwerpse derby, de wedstrijden op Anderlecht, Standard of Club Brugge. Ik dacht dat ik nerveuzer zou zijn voor zulke belangrijke wedstrijden. Op de dag zelf voel je wel een gezonde stress, maar eerder van ongeduld. De uren gaan traag voorbij. Eens je buiten komt voor de opwarming valt plots al die stress weg. Een heel stadion dat op je roept of je uitfluit, dat geeft gek genoeg een enorme adrenalineboost. Ik ben blij dat ik dat toch allemaal bewust heb kunnen meemaken.'