Door Pierre Danvoye en Johan Serkijn
...

Door Pierre Danvoye en Johan SerkijnHet volk, de boeren, de harde werkers van West-Vlaanderen. De elite, de stadsmensen, de artiesten uit de hoofdstad. Twee keer per jaar - minstens - staan ze tegenover elkaar voor de topper Club Brugge-Anderlecht of Anderlecht-Club Brugge. Spanning gegarandeerd in de tribunes. We herinneren ons zelfs enkele keren dat het ontspoorde. Maar ook sterke beelden van spelers die de titel vierden op het veld van de aartsrivaal. De laatste topper, in oktober in Brussel, kende nog een vervolg bij de KBVB. Beide clubs werden bestraft wegens discriminatie en racisme. De reden: de supporters van Anderlecht hadden de vijanden homo's genoemd en die van Club hadden de fans van paars-wit met joden vergeleken. Komend weekend staan ze opnieuw tegenover elkaar. Voor de 204e keer, alle competities samengenomen. Maar vooral: de topper viert dit jaar zijn honderdste verjaardag. De reeks begon op 4 september 1921 op het veld van Brugge. Het was trouwens de allereerste wedstrijd van Anderlecht in de hoogste afdeling. We konden onze hand leggen op dé sportbijbel van die tijd, het blad Vélo-Sport, dat zichzelf omschreef als de spreekbuis voor alle sporten. Eén nummer kostte destijds 20 centiem, een abonnement voor drie maanden 9 frank. Ziehier het verslag van de allereerste 'topper', gepubliceerd op 5 september 1921. U zult merken dat de taal sindsdien ook geëvolueerd is. 'R.F.C. Brugeois - S.C. Anderlechtois 1-1 Deze match, die de gewezen kampioen van België tegenover de poulains van Emile Versé plaatste, werd een zeer interessant duel, uitgevochten met veel hardnekkigheid door twee ploegen die met hartstocht streden om twee kostbare punten aan deze ontmoeting over te houden. Terwijl men mag stellen dat de Bruggelingen vooral naar het einde der wedstrijd toe de besten waren, is het eveneens gepast om een pluim te geven aan de Anderlechtenaren, die tegenover het vurige spel der Bruggelingen een voetbal op de mat legden dat hen nu al bij 's lands beste ploegen klasseert. Ziehier de ploegen die onder de hoede van de arbiter het veld betraden: R.F.C. Brugeois: Jean De Pierre, Ernest Rachels, Charles Cambier, Marcel Moeyaert, Camille Moeyaert, Jozef Delporte, Hector Goetinck, Emile Pollet, Félix Balyu, Léon Vandevoorde, Emile Van Belle. S.C. Anderlechtois: Alphonse Heymans, Antoine Voeten, Charles Gilis, Emile Van Rothem, Emile Defevere, Henri Marcus, Henri De Buyst, Henri Thaels, Charles De Munter, Pierre Borremans, André Versé. De heer John Langenus leidde de wedstrijd. Vanaf de eerste minuten toog Club ten aanval en Balyu kwam verscheidene malen dicht bij de goal, zonder dat hij er evenwel in slaagde de bal in het net van de Sportingmen te krijgen. Het dient gezegd dat Heymans zijn uiterste best deed om weerwerk te bieden aan de pogingen van de Brugse centervoor. Goetinck van zijn kant ondernam enige rushes, maar Gilis en Voeten namen hem telkenmale de bal af op het moment dat hij wilde schieten en zo waren de gastheren eraan voor hun moeite. De Anderlechtenaren togen op hun beurt ten aanval en een schot van Versé scheerde de paal, terwijl de keeper bijzonder weinig kans had om het tegen te houden. Een eerste corner werd afgedwongen door de mannen uit de hoofdstad. Maar bij de rust was er nog niks gewijzigd, aan beide zijden was de score nog maagdelijk. Kort na de herneming dreef Thaels het tempo op en aanstonds scoorde hij het eerste punt voor Anderlecht te midden van het applaus van de talrijk aanwezige supporters. De Bruggelingen schenen enigszins aangedaan door het zelfvertrouwen van de paars-witten en lieten zich door hun tegenstanders met veel vuur aanvallen. Maar Rachels waakte en wist in het gezelschap van Cambier het gevaar te bezweren. Rachels stuurde zijn forwards ten aanval en ondernam een knappe poging, die Heymans met verve stopte. Daarop volgde een schone aanval van De Munter, die werd afgeslagen in corner. Van Belle forceerde op zijn beurt twee corners die niks opleverden. En dan, op een aanval van Goetinck, nam Balyu de bal met een volley over en zond hem naar de goal, terwijl zijn rechterextreem naar de goal snelde en samen met de bal in de goal belandde van Heymans, die zich door de twee Bruggelingen geklopt wist. Het einde van de ontmoeting gaf een voordeel aan de Bruggelingen, maar de mannen van Sporting verdedigden zich met de moed der wanhoop. Ondanks alle inspanningen der Bruggelingen moesten dezen zich tevredenstellen met het delen van de punten. Onder de spelers vielen op te merken: Balyu en Cambier en niet te vergeten Rachels bij Brugge, terwijl de halfbacks een magere wedstrijd speelden. Goals: 0-1 Thaels voor Anderlecht / 1-1 Goetinck voor Brugge' Scheidsrechter John Langenus zou negen jaar later de allereerste WK-finale fluiten. Charles Cambier werd beschouwd als de beste Belgische voetballer vóór de Eerste Wereldoorlog. Hij speelde mee in de allereerste interland van België. In het seizoen 1924/25 werd hij de oudste veldspeler in de Belgische competitie (41 jaar en 27 dagen), een record dat in 2018 verbeterd werd door een andere speler van Club Brugge, Timmy Simons. Na zijn spelerscarrière werd Hector Goetinck trainer van Brugge en van de nationale ploeg (van 1930 tot 1934 en nog eens in 1940). Hij stond aan het hoofd van de selectie van België op de eerste twee WK's (1930 en 1934). Félix Balyu werd in 1920 olympisch kampioen. In 1928 speelde hij met US Tourquennoise de finale van het Franse landskampioenschap. Charles Cambier, Emile Pollet, Ernest Rachels, Hector Goetinck, Léon Vandevoorde, Félix Balyu, Emile Van Belle en Jozef Delporte werden in 1920 kampioen van België. Emile Defevere werd door de Belgische voetbalbond gedwongen om Anderlecht te verlaten, wegens zijn beroep van caféhouder. Hij speelde twee jaar in Roubaix en was tussen 1939 en 1946 trainer van Sporting. Charles De Munter was de eerste Anderlechtspeler die uitkwam voor de nationale ploeg (in 1924 tegen Denemarken). Hij deelde die eer met Ferdinand 'Cassis' Adams en doelman Jean Caudron. Charles Gilis was trainer van Anderlecht tussen 1932 en 1936. Hij zorgde in 1935 voor de definitieve promotie van de club naar eerste klasse. Henri Thaels was dus de eerste speler die voor Anderlecht scoorde in eerste klasse. André Versé was de zoon van de eerste grote mecenas van Sporting Anderlecht, Emile Versé, naar wie het stadion vernoemd was tot in 1983. De twee broers van André, Gaston en Maurice, hebben ook bij Anderlecht gespeeld. Antoine Voeten speelde de allereerste bekermatch in de geschiedenis van Anderlecht, in 1926 tegen Tamines.