Eén jaar geleden werd Glen De Boeck als trainer van Excel Mouscron ontslagen. De Antwerpenaar had de club het seizoen daarvoor gered, maar na een reeks teleurstellende resultaten en een 1-0-nederlaag in een rechtstreeks degradatieduel met STVV werd hij op de keien gezet. Met Mircea Rednic kwam er snel een opvolger. De Roemeen zei meteen dat er op Moeskroen genoeg kwaliteit voorhanden is, maar dat er geen ploeg stond. Een steek naar Glen De Boeck.
...

Eén jaar geleden werd Glen De Boeck als trainer van Excel Mouscron ontslagen. De Antwerpenaar had de club het seizoen daarvoor gered, maar na een reeks teleurstellende resultaten en een 1-0-nederlaag in een rechtstreeks degradatieduel met STVV werd hij op de keien gezet. Met Mircea Rednic kwam er snel een opvolger. De Roemeen zei meteen dat er op Moeskroen genoeg kwaliteit voorhanden is, maar dat er geen ploeg stond. Een steek naar Glen De Boeck. Terecht vond die dat van de kant van Rednic niet collegiaal en professioneel, ook al niet omdat die twee maanden eerder had gezegd dat hij binnen de drie weken op de bank van een Belgische club zou zitten. Sinds twee weken is Glen De Boeck trainer van KV Kortrijk. Zijn voorganger Yannis Anastasiou had anderhalve maand aan een stuk in de krant moeten lezen dat KV Kortrijk met andere trainers sprak. Hij moest met de hakbijl boven het hoofd functioneren. Maar toch spaart De Boeck de Griek niet. Na de zege van KV Kortrijk tegen STVV, anderhalve week geleden, zei hij dat hij bij Jovan Stojanovic de juiste snaar had geraakt omdat die meer had gelopen dan in de vijf matchen daarvoor onder leiding van zijn voorganger samen. Hij prees Jérémy Perbet, de spits die Anastasiou niet wilde, de hemel in, Perbet die van Anastasiou in het tweede elftal moest spelen en zich daardoor niet welkom voelde. Waarmee hij laat verstaan dat zijn voorganger het niet goed aanpakte. En De Boeck sprak verder over een ploeg die al vier systemen speelde en met verschillende ideeën op het veld stond. Vreemd dat De Boeck, die je zeker geen gebrek aan intelligentie kan aanwrijven, dat doet waar hij zich een jaar eerder nog aan ergerde. Om zichzelf nog meer de hemel in te prijzen en zijn voorganger nog dieper onder de grond te stoppen? Na de 4-0-nederlaag op Anderlecht is enig realisme wel weer aangewezen. Loyaliteit en trainers, het gaat heel vaak niet samen. Toen Yves Vanderhaeghe bij KV Oostende moest opstappen, trappelde zijn assistent Adnan Custovic van ongeduld om het over te nemen. Hij zei dat de ploeg ziek was. Bizar want was het niet Custovic die samen met Vanderhaeghe de spelersgroep leidde en ook een deel van de verantwoordelijkheid droeg? Zelfs iemand als Hein Vanhaezebrouck, van wie je verwachtte dat hij boven dat soort dingen zou staan, maakte na zijn komst naar Anderlecht opmerkingen over een gebrekkige fysieke conditie. Later zwakte hij dat af en zei hij dat hij op een aantal spelers doelde en verkeerd was geciteerd. Trainers die in de loop van het seizoen ergens overnemen horen zich in hun uitspraken niet bezig te houden met het verleden. En ze moeten zeker geen meningen formuleren over het werk van degene die ze opvolgen. Dat is echt een manifest gebrek aan collegialiteit. Maar zo gaat dat kennelijk in een wereldje waar de plaatsen dun zijn gezaaid en waar er geen goed functionerende trainersvereniging bestaat. In het buitenland zie je dat soort uithalen amper. Het zou ook niet getolereerd worden. Nieuwe trainers zorgen vaak ook naast het veld voor een nieuwe wind. Zonder zich te storen aan de geplogenheden van een club. Na de komst van Claude Makélélé bij KAS Eupen liet de Fransman horen dat hijzelf en de spelers voorlopig geen individuele interviews geven. Een revolutie in een van de meest toegankelijke verenigingen van het land. Maar het werd van bovenaf aanvaard. Terwijl je zou verwachten dat een clubcultuur gerespecteerd wordt. Hoog tijd wordt het dat clubs eindelijk eens werk maken van een gedegen communicatiebeleid. Dat niet afhankelijk is van de grillen van een trainer.