De transferperiode trekt zich op gang in het mannenvoetbal, met Engelse middenmoters die miljoenen uitgeven. Maar hoe gaat dat nu concreet in zijn werk in het vrouwenvoetbal, zeker op een moment dat er in ons land eindelijk meer belang gehecht wordt aan de damesploegen op alle niveaus?

Bij gebrek aan buitengewone middelen prospecteren de vrouwenclubs vooral op de Belgische markt. 'We hebben geen scout die zich uitsluitend bezighoudt met het bekijken van wedstrijden, dus baseren we ons op de matchen van de Super League en eerste klasse', zegt Patrick Wachel, de coach van de RSCA Women. 'Het feit dat we tot afgelopen seizoen elke ploeg vier keer tegenkwamen, vergemakkelijkte onze taak.'

Hetzelfde geluid horen we in Genk, waar 'we vragen aan onze trainers om in de gaten te houden wat er in hun afdeling gebeurt, net als we hen vragen om jeugdspelers te volgen', voegt Jacqueline Mahieux, de voorzitster van het vrouwenteam van KRC Genk, eraan toe.

Bij Charleroi heeft Covid-19 de plannen van Delphine Préaux in de war gestuurd. Préaux is technisch coördinator, maar maakt ook deel uit van de spelerskern. 'We zijn begonnen met ons project in maart, toen alles werd stilgelegd. Matchen konden we dus niet zien', rakelt ze op. 'Dankzij mijn persoonlijk netwerk heb ik toch 300 speelsters kunnen contacteren, maar sommigen hadden al een club. Anderen zijn er dan weer niet zo happig op om naar ons te komen, want behalve de naam 'Sporting Charleroi' zijn we natuurlijk onbekend.'

Het gebeurt dat clubs de grenzen over trekken om hun kern aan te vullen, naar Frankrijk, de Balkanlanden, Oost-Europa, maar ook naar Duitsland en vooral naar Nederland. Het voornaamste obstakel is dan om de concurrentie aan te gaan met clubs die veel professioneler werken. 'We hebben vijf Nederlandse speelsters binnengehaald', zegt Dominique Reyns, de bazin van de Gent Ladies. 'Bij hen zijn er drie studentes, maar de twee anderen zullen een job moeten vinden, want laat ons eerlijk zijn: het is niet mogelijk om te leven van het loon dat wij hen betalen.'

Fatsoenlijke lonen

'Het grote verschil met de mannen is dat er geen transfervergoeding of opleidingsvergoeding wordt betaald', betreurt Reyns. 'Dat is iets waar de bevoegde instanties zich toch eens over moeten buigen, vooral als men wil dat het vrouwenvoetbal professioneler wordt.'

De situatie is vervelend omdat KAA Gent, net zoals KRC Genk, een club is die het accent legt op opleiding. Dat is een keuze die 'tijd en geld kost'. 'Onze speelsters zien vertrekken zonder dat we daarvoor betaald worden, dat doet pijn', zegt Reyns. Denk maar aan de Red Flames Kassandra Missipo en Marie Minnaert, die deze zomer hun koffers pakten richting Anderlecht en Club YLA (Club Brugge). Voor nul euro dus...

Aangezien de grote meerderheid van de speelsters geen professioneel statuut hebben noch interessante voordelen, sluiten ze vaak slechts een contract voor één jaar af. Het gevolg is dat ze vanaf de maand april vrij zijn om te vertrekken. In een ideale wereld zou de professionalisering van de speelsters dus verder doorgedreven moeten worden, zodat hun contractduur verlengd kan worden (wat nu al stilaan gebeurt) en er, op termijn, transferbedragen gevraagd kunnen worden en zelfs opleidingsvergoedingen. Dat geld kan dan geïnvesteerd worden in de vrouwenafdeling.

Het probleem: hoe kan je fatsoenlijke lonen aanbieden terwijl vrouwenclubs nog altijd een flagrant gebrek aan middelen hebben en geen inkomsten ontvangen wanneer hun beste speelsters vertrekken?

Steeds meer makelaars

Wat bij de mannen al jaren schering en inslag is, is iets wat zich bij de vrouwen maar het afgelopen jaar heeft doorgezet: de meeste speelsters doen nu een beroep op een makelaar.

'Dat is niet altijd gemakkelijk. Vroeger was alles geregeld in een half uur. Dan overlegden we met de vader of de vriend. Nu hebben we te maken met mensen die buiten de familiale cirkel staan', zegt een clubbestuurder.

Maar hoe worden die dan betaald, in de wetenschap dat hun cliënten niet de gigantische bedragen verdienen die hun mannelijke collega's opstrijken? Sommige clubs bieden commissies aan ('die niet te vergelijken zijn met die in het mannenvoetbal', maakt men ons echter duidelijk). Daarbovenop komt dan de regeling die de speelster zelf met haar makelaar getroffen heeft.

Het zijn niet alleen Belgische speelsters die een makelaar inschakelen. Verschillende clubs geven aan dat ze nog nooit zo vaak gecontacteerd werden door buitenlandse makelaars dan dit jaar (uit de Verenigde Staten, Portugal, Congo zelfs,...). Ze proberen een aantal van hun speelsters hier te plaatsen. Vaak gaat hun voorstel vergezeld van een compilatie van de hoogtepunten van de voetbalster in kwestie, ook al zijn die video's veel moeilijker te maken dan bij de mannen, waar er overvloedig beeldmateriaal is.

Bepaalde makelaars zijn dus al bezig met het uitzetten van hun pionnen, hoewel het vrouwenvoetbal nog geen lucratieve business is. Ze willen gewoon de trein niet missen.

Aurélie Herman

De transferperiode trekt zich op gang in het mannenvoetbal, met Engelse middenmoters die miljoenen uitgeven. Maar hoe gaat dat nu concreet in zijn werk in het vrouwenvoetbal, zeker op een moment dat er in ons land eindelijk meer belang gehecht wordt aan de damesploegen op alle niveaus?Bij gebrek aan buitengewone middelen prospecteren de vrouwenclubs vooral op de Belgische markt. 'We hebben geen scout die zich uitsluitend bezighoudt met het bekijken van wedstrijden, dus baseren we ons op de matchen van de Super League en eerste klasse', zegt Patrick Wachel, de coach van de RSCA Women. 'Het feit dat we tot afgelopen seizoen elke ploeg vier keer tegenkwamen, vergemakkelijkte onze taak.'Hetzelfde geluid horen we in Genk, waar 'we vragen aan onze trainers om in de gaten te houden wat er in hun afdeling gebeurt, net als we hen vragen om jeugdspelers te volgen', voegt Jacqueline Mahieux, de voorzitster van het vrouwenteam van KRC Genk, eraan toe.Bij Charleroi heeft Covid-19 de plannen van Delphine Préaux in de war gestuurd. Préaux is technisch coördinator, maar maakt ook deel uit van de spelerskern. 'We zijn begonnen met ons project in maart, toen alles werd stilgelegd. Matchen konden we dus niet zien', rakelt ze op. 'Dankzij mijn persoonlijk netwerk heb ik toch 300 speelsters kunnen contacteren, maar sommigen hadden al een club. Anderen zijn er dan weer niet zo happig op om naar ons te komen, want behalve de naam 'Sporting Charleroi' zijn we natuurlijk onbekend.' Het gebeurt dat clubs de grenzen over trekken om hun kern aan te vullen, naar Frankrijk, de Balkanlanden, Oost-Europa, maar ook naar Duitsland en vooral naar Nederland. Het voornaamste obstakel is dan om de concurrentie aan te gaan met clubs die veel professioneler werken. 'We hebben vijf Nederlandse speelsters binnengehaald', zegt Dominique Reyns, de bazin van de Gent Ladies. 'Bij hen zijn er drie studentes, maar de twee anderen zullen een job moeten vinden, want laat ons eerlijk zijn: het is niet mogelijk om te leven van het loon dat wij hen betalen.''Het grote verschil met de mannen is dat er geen transfervergoeding of opleidingsvergoeding wordt betaald', betreurt Reyns. 'Dat is iets waar de bevoegde instanties zich toch eens over moeten buigen, vooral als men wil dat het vrouwenvoetbal professioneler wordt.'De situatie is vervelend omdat KAA Gent, net zoals KRC Genk, een club is die het accent legt op opleiding. Dat is een keuze die 'tijd en geld kost'. 'Onze speelsters zien vertrekken zonder dat we daarvoor betaald worden, dat doet pijn', zegt Reyns. Denk maar aan de Red Flames Kassandra Missipo en Marie Minnaert, die deze zomer hun koffers pakten richting Anderlecht en Club YLA (Club Brugge). Voor nul euro dus...Aangezien de grote meerderheid van de speelsters geen professioneel statuut hebben noch interessante voordelen, sluiten ze vaak slechts een contract voor één jaar af. Het gevolg is dat ze vanaf de maand april vrij zijn om te vertrekken. In een ideale wereld zou de professionalisering van de speelsters dus verder doorgedreven moeten worden, zodat hun contractduur verlengd kan worden (wat nu al stilaan gebeurt) en er, op termijn, transferbedragen gevraagd kunnen worden en zelfs opleidingsvergoedingen. Dat geld kan dan geïnvesteerd worden in de vrouwenafdeling. Het probleem: hoe kan je fatsoenlijke lonen aanbieden terwijl vrouwenclubs nog altijd een flagrant gebrek aan middelen hebben en geen inkomsten ontvangen wanneer hun beste speelsters vertrekken?Wat bij de mannen al jaren schering en inslag is, is iets wat zich bij de vrouwen maar het afgelopen jaar heeft doorgezet: de meeste speelsters doen nu een beroep op een makelaar. 'Dat is niet altijd gemakkelijk. Vroeger was alles geregeld in een half uur. Dan overlegden we met de vader of de vriend. Nu hebben we te maken met mensen die buiten de familiale cirkel staan', zegt een clubbestuurder.Maar hoe worden die dan betaald, in de wetenschap dat hun cliënten niet de gigantische bedragen verdienen die hun mannelijke collega's opstrijken? Sommige clubs bieden commissies aan ('die niet te vergelijken zijn met die in het mannenvoetbal', maakt men ons echter duidelijk). Daarbovenop komt dan de regeling die de speelster zelf met haar makelaar getroffen heeft.Het zijn niet alleen Belgische speelsters die een makelaar inschakelen. Verschillende clubs geven aan dat ze nog nooit zo vaak gecontacteerd werden door buitenlandse makelaars dan dit jaar (uit de Verenigde Staten, Portugal, Congo zelfs,...). Ze proberen een aantal van hun speelsters hier te plaatsen. Vaak gaat hun voorstel vergezeld van een compilatie van de hoogtepunten van de voetbalster in kwestie, ook al zijn die video's veel moeilijker te maken dan bij de mannen, waar er overvloedig beeldmateriaal is.Bepaalde makelaars zijn dus al bezig met het uitzetten van hun pionnen, hoewel het vrouwenvoetbal nog geen lucratieve business is. Ze willen gewoon de trein niet missen. Aurélie Herman