Een uur na een alweer gewonnen match draagt zowat één op de drie aanwezigen in Bar du Matin een sjaal van Union. Het etablissement ligt op goed tien minuten (wel flink omhoog) stappen vanaf het Joseph Mariënstadion, langs het Dudenpark en het Park van Vorst. In tegenstelling tot de op wedstrijddagen voor het verkeer afgesloten Brusselse Steenweg, waar het stadion van Union ligt, kun je hier voor en na de wedstrijden nog rustig een Jambe du Bois drinken.
...

Een uur na een alweer gewonnen match draagt zowat één op de drie aanwezigen in Bar du Matin een sjaal van Union. Het etablissement ligt op goed tien minuten (wel flink omhoog) stappen vanaf het Joseph Mariënstadion, langs het Dudenpark en het Park van Vorst. In tegenstelling tot de op wedstrijddagen voor het verkeer afgesloten Brusselse Steenweg, waar het stadion van Union ligt, kun je hier voor en na de wedstrijden nog rustig een Jambe du Bois drinken. Het café aan het Albertplein staat nog net op het grondgebied van Vorst. Het is in volle renovatie voor de nieuwe metrolijn die het plein in twintig minuten wil verbinden met Bordet, aan de andere kant van de stad in Evere. Aan de overkant loopt de Alsembergse Steenweg verder omhoog, met de nieuwe trendy bakkerij-brouwerij Jeannine die er onlangs opende. Waarom hier? 'Door de mogelijkheid om een heel huis te kopen voor een prijs waar we in Sint-Gillis maar een appartement voor konden krijgen', legde bakker Bertrand onlangs uit in het Vlaamse Brusselse weekblad Bruzz. De titel boven het stuk luidde: Vorst, het nieuwe Sint-Gillis. Aan de overkant van het Albertplein wandel je langs het park van Vorst - dat slechts door een weg gescheiden is van het veel grotere Dudenpark - omhoog naar het hoogste punt van Brussel: Altitude Cent/Hoogte Honderd, dat exact aangeeft hóé hoog je hier zit. Het is, wandelend langs de Jupiterlaan, een opeenvolging van prachtige art-nouveau en art-deco huizen en statige appartementsgebouwen. Het is wat je in Vorst, met zijn vele groene ruimtes, én het volgebouwde Sint-Gillis, zónder veel groen, altijd doet: bergop of bergaf lopen. Vandaag geeft het plein van de Hoogte Honderd rond de Sint-Augustinuskerk, een prachtig van ver te zien art-deco gebouw weer. Vroeger zaten hier de oudste en meest Belgische inwoners van het Brusselse gewest, nu wonen er ook jonge gezinnen. De Brusselse brasserie Skievelavabo is er al langer, het Italiaanse wijnhuis Mangiavino en restaurant Picpoul zijn nieuwe trendy zaken. Op wedstrijddagen kom je bijna niet meer vooruit op de volgelopen Brusselse Steenweg, die samen met een paar aanpalende straten afgesloten is. Tot groot ongenoegen van veel buurtbewoners, die net als veel Unionfans niet dachten dat hier ooit nog eens eersteklassevoetbal zou gespeeld worden in een vol stadion en zich nu bedrogen voelen. Tot een paar jaar geleden leek dit een rustige woonzone met prachtige huizen en appartementen met op zondagmiddag hooguit 1000 à 2000 man die naar de wedstrijden afzakten. Toen verdrong men zich op wedstrijddagen vooral in het Club House onderaan de hoofdtribune, waar de spelers lang verbroederden met de fans. Sinds een paar jaar gebeurt dat niet meer. Sinds kort is het Club House overgenomen door de club zelf. Op weekdagen fungeert het als Fanshop, waar men het succes van de ploeg ook al amper kan bijhouden. De blauwgele sjaals zijn uitverkocht, zegt de bediende die ook tickets en de weinige overgebleven mini-abonnementen voor de rest van het seizoen verkoopt. Je kunt op wedstrijddagen ook iets drinken in het Club House, maar de echte fans zoeken tegenwoordig vooral de twee café's rechtover het stadion op: Union's Tavern, waar je door de week ook kan eten, is de thuisbasis van Les Fidèles, één van de twee oudste supportersclubs. Chez Katy werd dit jaar overgenomen door Dylan, de capo van de Union Bhoys die in de niet-overdekte staantribune de spionkop van Union tot zingen aanzet. Dylans vriendin is de dochter van Kostas, de mythische uitbater van het vroegere Club House. Op niet-wedstrijddagen is de Brusselse Steenweg de rust zelve. Voorbij het stadion staat de straat aan de overkant van het Dudenpark vol met charmante oude villa's, af en toe wat verkommerd, maar vaak ook prachtig opgeknapt. Een zijstraat, de Kastanjestraat, voert omlaag naar een restaurant. Brasserie des Allies wordt uitgebaat door een Siciliaanse familie. Op wedstrijddagen kom je er hier niet in als je niet een week van tevoren gereserveerd hebt, zegt Luca die zelf van kinds af supporter is van Union en alle thuiswedstrijden bijwoont op de niet-overdekte staantribune. 'Nu al bellen mensen om te reserveren tegen Anderlecht in het weekend van 29 januari, maar we kennen nog niet eens de precieze dag of het precieze uur.' Luca is in tegenstelling tot veel buurtbewoners wél blij met het plotse succes van Union. 'Tegen KV Mechelen hadden we twee shiften: één voor en één na de wedstrijd. In totaal zo'n 100 klanten die een pizza of een pasta van het wedstrijdmenu aten. Tegen Charleroi kwam ook Angèle, u bekend van radio en/of tv, hier eten. Haar broer Roméo Elvis woont in Vorst, maar neigt net als zijn vader, Marka, begin jaren '80 een bezielend lid van de rockgroep Allez Allez, meer naar RWDM.' Voorbij is de tijd dat Vorst een slechte reputatie had toen het in het nieuws kwam door de rellen in 1991 omdat jongeren uit de buurt geen toegang kregen tot de toen befaamde discoheek Les Bains. Vandaag de dag is het na Sint-Gillis (beide gemeentes hebben elk een goeie 50.000 inwoners) een plek voor bobo's geworden. Het leven is een stuk gezapiger, maar ook duurder. Met name Hoog-Vorst is het nieuwe Sint-Gillis aan het worden. Hoog-Vorst begint aan de tramlijn aan de Van Volxemlaan, en loopt zo omhoog, voorbij het Unionstadion, langs de steile hellingen van het Dudenpark tot Hoogte Honderd. Sint-Gillis is nog steeds een mix van alle nationaliteiten nadat hier vanaf de jaren '60 vooral Spanjaarden, Grieken en Portugezen toe stroomden. De prijzen worden er onbetaalbaar en wie op zoek is naar een huis of een appartement trekt dan ook naar Vorst. De twee gemeenten lopen ook bijna naadloos in mekaar over. Nu al kost de huur van een beetje deftig appartement in Hoog-Vorst 900 tot 1000 euro per maand. In Laag-Vorst is dat amper 500 à 600 euro per maand, maar erg kieskeurig mag je daarvoor niet zijn. Laag-Vorst is het centrum en het minder mooie gedeelte van de gemeente. Je komt er vanzelf als je op de tram blijft zitten na Vorst Nationaal en onder de spoorweg mee naar rechts draait, tot aan het gemeentehuis dat in de bouwsteigers staat. Aan de overkant vind je de vervallen abdij van Vorst. Het Sint-Denijsplein even verderop heeft een mooie oude kiosk maar dit is zichtbaar een arme buurt, met veel nachtwinkels. Alleen biowinkel La Vivrière en het Portugese eethuis Le Sagitaire, waar supporters de matchen op tv volgen even verderop, springen er uit. Voorbij het eethuis begint natuurgebied Bempt met zijn ministoomtrein en uitgestrekte sportvelden. Hier voetballen de provinciale clubs uit Vorst en sommigen zien een mogelijke plek voor een nieuw modern stadion voor Union tussen het natuurgebied en de Audifabriek, die hier in 1970 opgericht werd als Volkswagenfabriek en nog altijd een grote werkgever in de regio is. In dat geval moeten de arme bewoners, die al uit de rest van Vorst gedreven zijn door de stijgende prijzen, op zoek naar een nieuw, goedkoop onderkomen, bijvoorbeeld in Anderlecht, dat amper een paar honderd meter verderop ligt. Vroeger gingen de fans van Union te voet naar het Astridpark, een wandeling van 3,5 kilometer. Rijd niet naar Union met de auto. Zelfs de spelers hebben geen parkeerplaatsen aan het stadion, behalve tijdens die ene training tijdens de week, wanneer hun wagens tussen het doel en de niet-overdekte zittribune staan. Makkelijkst is het openbaar vervoer. Precies zeven haltes ver en elf minuten lang is het met tram 82 van station Brussel-Zuid naar halte Union. Twee tramhaltes voorbij de halte Union en je bent aan de halte Zaman-Vorst Nationaal. Vlak achter de tweede grootste concertzaal van Brussel (na Paleis 12) ligt het oude sportcomplex van Vorst. Kort na WOII speelden de Suzannen, zoals CS Vorst/La Forestoise genoemd werd, onder het stamnummer 51 vijf jaar in de hoogste klasse, maar in 1947 verdwenen ze voorgoed. Dat seizoen had de hoofdstad naast Vorst nog vier andere clubs in eerste klasse: Anderlecht, Racing Club Brussel, White Star en Union. Vorst werd vervangen door een andere Brusselse club, Ukkel Sport, dat na één seizoen alweer zakte en niet meer terugkwam. Stap na stap gleed FC Vorst verder af, tot het in 1992 uit de nationale reeksen naar provinciale verdween en vier jaar later samenging met Leopold Club. Het verdween uit het stadion aan de Globelaan en sinds het vertrek van Maccabi - dat een paar jaar geleden een nieuwe start nam op de terreinen aan het Bemptpark - voetbalt niemand meer in het oude stadion. De kleinere clubs (FC Forest, Renaissance en Olympia) spelen net als Maccabi op de Bempt, met het geraas van de Brusselse ring op de achtergrond. Hier, nog geen kilometer van het centrum van Vorst, trainde tot 2018 ook het eerste elftal van Union. Omwille van het gebrek aan faciliteiten moest het geen moment nadenken toen na het failliet van Lierse de accommodatie op de grens van Duffel en Lier vrijkwam. Vandaag zijn in het oude stadion van Vorst de gradins met de ijzeren steunhekken vervallen. De hoofdtribune met zijn zes persplaatsen staat er nog, voetbaldoelen niet meer. Het stadion wordt alleen nog gebruikt door gemeentelijke scholen en de atletieksectie. Het enige wat nog aan voetbal herinnert is dat Vorst Nationaal bij de opening van de zaal in 1970 de naam kreeg die men voorheen aan het oude stadion met zijn atletiekpiste gaf. Toen Constant Vanden Stock nationaal selectieheer was van de Rode Duivels, trainden die hier in Vorst en niet op de Heizel. Op 14 juni 1914 vertrok een lange feestelijke stoet van het Sint-Gillisvoorplein, in het Frans de Parvis, naar het Dudenpark. Daar had de toen thuisloze club Union voor dertig jaar een nieuw onderkomen gekregen in het park, dat toebehoorde aan de Koninklijke Schenking. Een rijke Duitse kanthandelaar, Guillaume Duden die er zijn buitenverblijf van maakte, liet het na aan Leopold II op voorwaarde dat het een publiek park zou worden én zijn naam zou dragen. Vandaag is de band tussen de club en de Parvis een stuk minder hecht, al blijft het Voorplein een trekpleister voor jong en oud in deze levendige gemeente. Vooral op zondag wanneer het markt is the place to be. In café Le Louvre volgen de fans die niet in het stadion zitten op wedstrijddagen de matchen op een groot scherm. In Café l'Union herinnert behalve de naam niets nog aan de elfvoudige Belgische kampioen, zegt Fabrice die zijn blauwe hoodie draagt met daarop in witte letters Since 1897. Fabrice, lid van de Union Bhoys, gaat naar het stadion sinds 1995. 'Nooit gedacht dat we nog eens naar eerste klasse zouden gaan. Unionsupporters waren losers, maar altijd antifascisten. De sfeer is altijd relaxed gebleven. Vroeger waren we soms maar met 500, nu loopt het vol met nieuwe supporters die de gezangen niet eens kennen.' Zelf volgt hij dit seizoen de thuiswedstrijden van zijn favoriete ploeg op tv. 'Sorry, maar aan dat covidpasgedoe die ik niet mee. Uit principe. Ook al heb ik een abonnement.' Dat gaf hij, afgelopen weekend, aan supporters van Cercle. 'Want die van Cercle zijn, net als de fans van Club Luik, onze gezworen vrienden. Bezoekende fans mogen officieel niet binnen, maar wij zorgen ervoor dat zij bij ons staan in het thuisvak, net zoals Unionfans in het Cercleblok staan.' Aan de andere kant van het Voorplein ligt Brasserie Verschueren, nog zo'n mythische naam. In de jaren '50 was dit dé verzamelplaats voor Unionisten, ook omdat Frans Verschueren, kleinzoon van de stichter van het art-deco etablissement, dertien jaar verdediger was in de eerste ploeg en later Unionbestuurder werd. Aan de muur hangen nog de oude voetbalrangschikkingen, van eerste klasse tot en met vierde klasse, waar in de jaren '50 elke zondagavond in een gewijde stilte de uitslag met krijt werd genoteerd. Van hier trok Heli Opdebeeck (77) op zondag naar het stadion, met zijn ouders. 'Een half uur stappen. Nu leeft de club niet meer zo, hier op het plein.' Vandaag is hij nog altijd een fervent supporter van de club én de gemeente, maar naar het stadion gaat hij niet meer. Het Dudenpark, waar de stoet op die 14e juni 1914 vanaf het Voorplein naartoe trok, onwetend dat kort nadien Wereldoorlog I de verbouwingswerken vier jaar zou stilleggen, was al de zesde locatie van de nog maar zeventien jaar oude club. Het speelde geen enkele officiële match op het grondgebied van Sint-Gillis, dat toen al in snel tempo verstedelijkte en waar ook in die tijd net als vandaag amper grond te vinden was. Enkel de eerste vriendschappelijke wedstrijden werkte Union af in Sint-Gillis, op het Van Meenenplein, waar in 1904 het nieuwe gemeentehuis opgetrokken werd. Kortom: Union Sint-Gillis behaalde geen enkele van zijn elf titels in de gemeente Sint-Gillis. Straffer nog: zijn eerste landstitels won het in Ukkel. Eerst in de Kersbeekstraat waar het van 1901 tot 1908 huisde. Daarna voetbalde het nog elf jaar in Ukkel, in de Joseph Bensstraat net achter Vorst Nationaal, op de grens tussen Vorst en Ukkel, waar vandaag nog een deel van de Union-jeugd vertoeft. Pas in 1914 verhuisde de club naar Vorst, waar toen nog veel groen was. In het Dudenpark werd door het uitbreken van de oorlog de hoofdtribune niet gebouwd. Zo kwamen er geïmproviseerde kleedkamers naast de villa net bovenaan de niet-overdekte staanplaatsen, die vandaag deel uitmaakt van de Vlaamse Filmschool. Vanuit dat bijgebouw, dat inmiddels afgebroken is, daalden de spelers van 1919 tot 1926 langs de trappen af naar het veld. Pas vanaf 1926 namen ze hun intrek in de vestiaires in de nieuwe hoofdtribune die toen geopend werd. Uiteindelijk veroverde Union slechts vier van de elf landstitels in zijn huidige stadion.