Ook het Bulgaarse café aan het Schaarbeekse Lehonplein heeft de Belgische driekleur uitgehangen. Een teken van voortschrijdende integratie? Of gewoon successupporters die de afwezigheid van de Bulgaarse ploeg verteren door de kleuren van hun adoptieland te dragen?
...

Ook het Bulgaarse café aan het Schaarbeekse Lehonplein heeft de Belgische driekleur uitgehangen. Een teken van voortschrijdende integratie? Of gewoon successupporters die de afwezigheid van de Bulgaarse ploeg verteren door de kleuren van hun adoptieland te dragen? In steden zoals Brussel is een mix van vlaggen tijdens een EK en WK normaal. Dit jaar zijn de meeste wel Belgisch, net als in Wallonië, maar ook in Vlaanderen. Soms verbaast dat, zoals in Lennik. De gemeente in het Pajottenland haalde in 2008 het nieuws toen toenmalig VLD-burgemeester Willy De Waele de Belgische driekleur uit de gemeente bande en verving door de Vlaamse Leeuw. Tien jaar later hangen er de dag na de Vlaamse feestdag wel enkele Vlaamse Leeuwen in de gemeente, maar in aantal moeten ze het flink afleggen tegen de Belgische driekleur. Zelfs het standbeeld van het Brabantse trekpaard Prins dat sinds 1992 op het marktplein van Sint-Kwintens-Lennik staat, is met een grote rood-geel-zwarte strik getooid. Al komt dat ook omdat de wedstrijden van de Rode Duivels hier op een groot scherm getoond worden. Het betekent niet dat de fiere Vlamingen plots allemaal overtuigde Belgicisten zijn geworden, en dat het WK een invloed zal hebben op het stemgedrag bij de komende verkiezingen, zegt de Brusselse politicoloog Jean-Michel De Waele (géén familie van de voormalige Lennikse burgemeester), professor aan de ULB. De Waele is Franstalig maar wél supporter van Club Brugge, door veel fiere Vlamingen ook wel eens FC Vlaanderen genoemd. 'Hadden de verkiezingen deze week plaatsgevonden, een paar dagen na de WK-finale, zou het succes van de Duivels geen enkel verschil gemaakt hebben', zegt hij. 'Net zoals de Brugse burgemeester straks niet herverkozen zal worden omdat Club dit jaar kampioen is geworden.' Dat voetbal en politiek mekaar niet altijd beïnvloeden, bleek in 1998, toen Frankrijk wereldkampioen werd met een mix van verschillende huidskleuren en nationaliteiten. Heel Frankrijk ging juichend de straat op, maar een paar jaar later was het Front National van Jean-Marie Le Pen wel de grote overwinnaar bij de volgende verkiezingen. Vier jaar geleden stonden de Franstalige media in de rij aan De Waeles bureau, herinnert hij zich. 'Alle Franstalige politici haastten zich toen naar Brazilië of naar de luchthaven om geassocieerd te worden met de Rode Duivels. Ze hoopten dat de successen van de nationale ploeg vooral de mensen in het noorden van het land zouden laten inzien hoeveel voordelen België bood. Ze meenden dat de Duivels België weer sterker en de N-VA kleiner zou maken. Maar het effect was nul. De N-VA is, net als voor Brazilië, nog altijd de grootste partij van het land. Logisch ook. Als de toekomst van België afhangt van het feit of Romelu Lukaku scoort of niet, ziet het er niet goed uit voor dit land. Als dat het enige is wat ons nog samen kan houden, laten we dan maar splitsen.' De reden waarom voetbalsucces niets verandert, is heel simpel, stelt de wetenschapper vast. 'Men is niet fier om Belg te zijn. Vroeger niet, en nu niet. Al is de opleving wél sterker geworden. Wij deden zo gek niet, toen België in 1986 de halve finales bereikte. Terwijl ik, toen ik vorige week in mijn warenhuis om de hoek mosselen ging kopen, de Brabançonne hoorde. Ik denk niet dat ze in een Frans warenhuis de Marseillaise draaien. We ontdekken voor het eerst hoe goed het voelt als je fier kan zijn op iets wat je land doet.' Want wat er ook gebeurt, één ding zijn we na de kwaliteit die de Duivels op het voorbije WK toonden wel voorgoed kwijt: ons minderwaardigheidscomplex. Buitenlanders konden zich in het verleden al eens opwinden wanneer een Belgische topsporter (uit noorden of zuiden, maakt niet uit) als zijn grootste kwaliteit 'bescheidenheid' naar voor schoof. Hoe kan je nu topsporter zijn en de top ambiëren, wanneer je bescheidenheid je voornaamste eigenschap vindt? Het was ook wat de voormalige Italiaanse bondscoach Arrigo Sacchi een paar jaar geleden het grootste obstakel noemde voor een ploeg als de Rode Duivels om een groot toernooi te winnen: 'De kunst van het winnen, de ervaring van het allemaal al eens gedaan te hebben.' Winnen is nog niet gelukt, maar de ambitie werd wél uitgesproken en leefde ook in heel het land. Het gevolg? Jongeren zijn niet blij met de kleine WK-finale, zoals hun ouders dat een generatie geleden wel waren, na die vierde plaats op het WK '86. Zij vinden gewoon dat we hadden moeten winnen, met al die topvoetballers samen: Kevin, Eden, Thibaut, Romelu, Jan en Marouane.Dit blad bracht naar aanleiding van het eerste grote toernooi van deze generatie Rode Duivels, de Olympische Spelen in Peking in 2008, een verhaal onder de titel 'United Colors of Belgium'. Een verhaal met de stelling dat verschillende talen en afkomsten samen meer kunnen bereiken, en de hoop dat dat een voorbeeld kon zijn voor andere sectoren buiten het voetbal. Het leverde vooral negatieve reacties op van lezers. 'Ik voel me niet langer vertegenwoordigd door deze spelers. Dit is mijn team niet meer, met al die kleuren en talen. Voor mij is het wachten op een Vlaamse ploeg', schreef een lezer. Hij zou het volkomen eens geweest zijn met Bart Maddens, politicoloog aan de KUL. Die vroeg zich eind juni in de krant De Standaard en op Radio Eén af waarom Vlaanderen niet meedeed aan het Andere WK dat half juni van start ging in Londen. De CONIFA World Cup, wat staat voor de Confederation of Independant Football Associations, verenigt naties, territoriale minderheden of culturele regio's die niet aangesloten zijn bij de FIFA. Ze bieden hen de kans te spelen voor de entiteit waartoe ze zich voelen behoren. Het is een associatie waarbij onder meer Koerdistan, Tibet, Québec en de Westerse Sahara aangesloten zijn. Niet Catalonië en Baskenland, die van de FIFA de toestemming hebben gekregen om af en toe vriendschappelijke wedstrijden te spelen. 'Tijd voor Vlaamse Duivels' , luidde de titel van het opiniestuk. Hadden Kevin De Bruyne en Jan Vertonghen beslist om uit Vlaamsgezindheid in Londen aan te treden, dan had u waarschijnlijk niet eens geweten wat ze ervan gebakken hebben op dat toernooi. Net zoals u vermoedelijk niet eens weet wie er de finale haalde (Karpatalya, een regio in Oekraïne met een Hongaarse minderheid, klopte in de finale Noord-Cyprus met 3-2). 'Pleiten voor een splitsing van de Rode Duivels is in de gegeven omstandigheden weinig realistisch', stelt Maddens. 'Maar met een Vlaamse ploeg deelnemen aan de CONIFA-competitie, dat zou moeten kunnen. Er zijn genoeg goede Vlaamse voetballers die voor een Vlaams team kunnen uitkomen en toch nooit kans maken om de selectie van de Rode Duivels te halen.' De laatste jaren domineert niet langer één taal of afkomst binnen de nationale ploeg. In de WK-selectie van 1986 in Mexico waren 16 van de 22 geselecteerden Nederlandstalig en 6 Franstalig. In 2002 waren er veertien Nederlandstalige spelers, zeven Franstaligen en één genaturaliseerde, Branko Strupar. In de huidige selectie zitten er, als je de in Antwerpen geboren Romelu Lukaku als Nederlandstalige neemt, twaalf Nederlandstaligen en elf Franstaligen. De tijd dat smalend gezegd werd dat de Franstalige spelers alleen maar mee mochten om het communautair evenwicht niet te verstoren, is voorbij. De tijd dat de Duivels een blank elftal waren met jongens van onder de kerktoren, waar andere kleuren of afkomst niet bij leken te horen, is ook voorbij. Liefst 11 van de 23 Belgen op het WK zijn van gemengde afkomst, maar ze zijn wél allemaal geboren in België. Het maakt dat deze selectie, die voorheen vooral bestond uit spelers die van Vlaamse of Franstalige afkomst waren, zich nog amper interesseert voor typisch Belgische communautaire toestanden. Deze Duivels zijn wereldburgers geworden die allemaal op zijn minst twee talen spreken, en het Belgische minderwaardigheidscomplex ontstegen zijn, precies door de sportieve successen die ze behaalden en de waardering die ze, Belg zijnde, in het buitenland voelen. En heel belangrijk: alle Belgen houden van hen, of ze nu Kevin, Romelu, Marouane of Jan heten. Dat ze allemaal aanvaard worden, komt volgens Jean-Michel De Waele, 'omdat de typische Belg niet bestaat. Hoe zou hij er trouwens uitzien, en welke taal zou hij spreken? De typische Zweed, daar kan je je wél wat bij voorstellen. Bij de typische Italiaan ook. Dat is niet Mario Balotelli. Dus kan men een Belg van vreemde origine nooit verwijten dat hij geen zuivere Belg is, want die bestaat niet. Wat is dat, onze nationale identiteit? Ik ga het racisme dat nog in de samenleving zit niet minimaliseren, maar wie zich hier vanuit een buitenlandse achtergrond kan opwerken, wordt makkelijker aanvaard in onze elite dan in de ons omringende landen. In welk land hebben ze zoals bij ons een premier gehad die de zoon is van Italiaanse migranten die in de mijnen werkten ( Elio Di Rupo, nvdr)? Of een staatssecretaris die Koerdische roots heeft ( Zuhal Demir, nvdr)? Dus horen ook in de nationale ploeg spelers met een vreemde achtergrond er hier makkelijker bij dan pakweg in Duitsland of in Frankrijk, waar de spelers van vreemde afkomst na een zege mee bejubeld worden maar na een nederlaag opnieuw ' des gamins des banlieues' worden genoemd. In België leeft die discussie minder. Lukaku is Belg, punt.' Dat alle Belgen van hun Duivels houden, komt ook omdat ze iets gedaan hebben wat nog nooit iemand gelukt is. En dat, zegt Jean-Michel De Waele, is het enige wat hem het voorbije WK echt verrast heeft. 'De Duivels hebben ons laten dromen, en ons ambitieus gemaakt. Wij, Belgen, hebben nooit ambitie gehad, verwoord of getoond, op geen enkel domein. Alle succes wat ons overkwam, kwam per toeval, of was geïsoleerd. We zijn te weinig ambitieus, maar om ambitieus te zijn, moet je eerst een project hebben. Dat hadden de Duivels, en dat straalde af op de fans. Voor het eerst hebben we vorige week even gedroomd dat we de besten ter wereld zouden zijn.' Alleen volstaat dat niet om een zware steen die er al lang ligt, om te keren. Daarvoor zijn ook andere impulsen uit andere domeinen dan het voetbal nodig. Maar het kan. Pas over vijf of tien jaar zal duidelijk worden of de Rode Duivels mee hebben geholpen de Belgische mentaliteit een nieuwe inhoud te geven, of dat ze alleen maar een kleine steen in de stroom verlegd hebben.