De terrassen zijn massaal uitgestald op de Oude Markt in Leuven, maar de zon blijft deze zaterdagmiddag verscholen achter een dik pak grijze wolken. We duiken met Cyriel Dessers (24) dan ook Café Metropole in voor een thee.

Het is alweer drie maanden geleden dat hij in Leuven was. De aanvaller van FC Utrecht probeert vaker terug te komen naar de stad waar hij studeerde en zijn beste vrienden leerde kennen, maar het komt er niet meer zo vaak van nu hij in het midden van Nederland voetbalt. Nu er voor het einde van het seizoen een vrij weekend gepland staat, is er dan eindelijk de tijd om bij de wedstrijd van zijn vrienden te gaan kijken en met hen uit eten te gaan.

Dessers leerde de groep kennen op zijn zestiende. OH Leuven had hem gescout bij een wedstrijd van derdeklasser Tongeren - waar hij de jongste debutant in jaren was geweest - en dat kwam perfect uit. Hij zou toch naar de studentenstad vertrekken voor een studie Rechten aan de universiteit. Nu kon hij beide, na eerst nog een jaar middelbaar, combineren: voetbal en studie.

Koeien en tractors

Lange tijd voetbalde de kleine Cyriel Dessers in Vechmaal, tien kilometer ten westen van Tongeren. Het Limburgse dorpje 'telt meer koeien dan inwoners', zegt de spits. Amper 600 om precies te zijn. Het gehucht kende geen frituur, geen supermarkt en geen school; daarvoor ging Dessers naar Tongeren. 'Ik voetbalde in het dorp en reed in alle rust rond op mijn fietsje. Dat kon gemakkelijk: er waren haast geen auto's, hooguit wat tractors. Met mijn overbuurjongen, die ook Cyriel heette, speelden we in de velden, we skateten en voetbalden. We maakten plezier en waren zorgeloos. Zoals een kind behoort te zijn. En ik denk dat veel voetballers van nu juist dat gemist hebben. Zij hebben de zorgen en de druk van een jeugdopleiding. Mocht ik die hebben gehad, dan had ik het profvoetbal denk ik niet gehaald. Ik zou voetbalmoe zijn geweest voor ik vijftien of zestien jaar was geworden.'

Ik heb met mijn moeder nooit over haar Nigeriaanse verleden gesproken. We zijn niet zo'n praatfamilie.

Cyriel Dessers

Als zoon van een Belgische papa en een Nigeriaanse mama was hij er een van de weinige donkere jongetjes. Last van racisme kende Dessers in zijn eigen dorp niet, daar heerste een sfeer van ons kent ons. Maar zodra hij met het jeugdteam van Vechmaal het veld op stapte en als spits het ene na het andere doelpunt maakte, werd het uiterlijke verschil weleens benoemd. 'Dan hoorde ik ouders van de tegenstanders iets over mijn huidskleur zeggen. In het dorp ernáást... Als kind kun je dat gewoon níet begrijpen. Nu nog niet... Ik word bijna nooit boos, alleen racisme maakt me woedend. Dat haalt iets in mij naar boven... iets komt er los wat ik bijna niet ken. Maar ik uitte me nooit, als kind. Ik bewaarde die woede en zocht nog meer dan anders naar de goal. Als ik scoorde, gleed ik daarna voor de neus van de supporters op mijn knieën over het gras.'

Geen verwachtingen

Over het verleden van zijn moeder blijft hij op de achtergrond. 'Daar heb ik met haar nooit over gesproken. We zijn niet zo'n praatfamilie. We praten allemaal wel gemakkelijk, maar over moeilijke dingen delen we niet zo veel. Soms denk ik dat we het er eens over zouden moeten hebben, maar er zal misschien een reden zijn dat het nog niet ter sprake is gekomen.'

De eerste vijf jaar van zijn leven woonde Dessers in het centrum van Brussel. Eenmaal in Vechmaal kreeg hij er een broertje bij, Emile, die zes jaar jonger is dan hij. 'Mijn moeder heeft altijd alles voor ons gedaan. Echt álles. Als ik zie hoeveel uren zij met ons heeft rondgereden en heeft staan wachten bij en na een training, waar ik weer als laatste uit de douche kwam gestrompeld. Dat deed ze met zoveel liefde voor mij. En waarvoor? Puur voor mijn plezier. Want toen was er geen sprake van profvoetbal.'

Ook zijn vader was nauw betrokken: elke zaterdagmiddag stond hij langs de lijn bij Tongeren. 'Hij vertelde mij in de auto op weg naar huis wat de ouders van mijn teamgenootjes hadden gezegd. Dat ze verwachtten of vonden dat hun zoon het seizoen erop bij de beloften of bij de eerste ploeg moest spelen. Mijn ouders hebben nooit zulke uitspraken gedaan. Verwachtingen hebben, heeft geen enkele zin. Ze gaven me mee om in het nu te leven en te werken, en daar alles uit te halen. Dan zal de toekomst vanzelf een uitkomst hebben. En die zal nooit tegenvallen; je weet dat je er alles hebt uitgehaald.'

Grote broer

Om er zelf alles uit te halen, ging Dessers al vroeg uit huis. Pas met de jaren kwam het besef dat hij zijn ouders en broer gemist heeft. 'Vooral voor mijn moeder was het moeilijk. Zij heeft haar kind al vroeg moeten loslaten, terwijl ik gewoon mijn dromen achterna ging.' Dessers denkt even na. 'Dat klinkt misschien wat egoïstisch... En misschien had ik haar toen wel meer kunnen steunen...' Dan resoluut: 'Maar ik heb niet vaak spijt. Ik kijk liever vooruit dan terug, en probeer datgene wat ik in het verleden minder heb gedaan, nu te compenseren en anders aan te pakken. Door meer tijd te maken of een cadeautje te geven, ook richting mijn broertje. Ik heb hem voor mijn gevoel tekortgedaan.'

Cyriel Dessers: 'Mocht ik een jeugdopleiding gehad hebben, dan zou ik nu voetbalmoe geweest zijn.', koen bauters
Cyriel Dessers: 'Mocht ik een jeugdopleiding gehad hebben, dan zou ik nu voetbalmoe geweest zijn.' © koen bauters

Hij zag zijn vrienden onder één dak opgroeien met hun broers. 'Zij stonden echt naast elkaar. Ze steunden elkaar, gaven tips, wisten bijna alles van elkaar. Emile was pas twaalf toen ik uit huis ging en ik heb het gemist om een grote broer voor hem te kunnen zijn. Daar heb ik wél veel spijt van. Ik hoop dat vanaf nu goed te maken. Sinds dit jaar is hij begonnen met studeren en ik merk dat we in eenzelfde leeftijdscategorie komen. Hij komt bij mij met vragen over schema's en blokperiodes en dan vertel ik hem hoe ik dat aanpakte. Hij houdt ook van uitgaan en ik zeg hem dat hij daarvan moet genieten. Voor je het weet is je studententijd voorbij.'

Voetbal al achterlaten

Dessers was ondertussen twee jaar bezig met zijn studie Rechten toen hij er alweer drie jaar in de jeugd van OH Leuven had opzitten. Hij was negentien en een doorbraak kwam er vooralsnog niet. 'Ik dacht: het is wel goed zo, ik zoek wel een clubje op het derde niveau waar ik wat zakgeld kan verdienen en dan ga ik verder met studeren. In mijn hoofd had ik het profvoetbal eigenlijk al achter me gelaten. Zonder daar heel teleurgesteld over te zijn.' Maar plots was daar de interesse van Lokeren. 'Ik kreeg ineens de kans om prof te worden. Ook mijn vrienden en mijn ouders zagen dat niet meer gebeuren.' Daarna volgde NAC Breda en FC Utrecht. 'Ik heb mezelf wel verbaasd. En ik ben ook trots op de manier waarop ik mijn weg heb afgelegd.

Ik word bijna nooit boos, alleen racisme maakt me woedend.

Cyriel Dessers

'In mijn laatste jaar bij OH Leuven zei mijn omgeving: 'Cyriel, hoe zit het?' Ik was twee jaar ouder dan mijn teamgenoten en ben nooit het toptalent van een generatie geweest. Maar ik bleef rustig en ging door, zonder verwachtingen, met in mijn achterhoofd dat ik voor mijn studies zou gaan als er geen kans als prof zou komen. Plan A was studeren en plan B was voetbal. Terwijl het bij de meesten andersom is. Ik heb met zoveel betere voetballers dan ik samengespeeld, maar ze hebben het uiteindelijk niet gered omdat ze te onrustig werden wanneer ze niet snel genoeg doorbraken. Terwijl... Ik had geen stress. Ik had mijn leven naast het voetbal al helder: ik zou jurist worden. Het liefst bij een groot internationaal bedrijf of voetbalclub.'

Dessers vond het moeilijk om zijn studie af te breken, maar het leven als profvoetballer riep nu eenmaal harder. En juist in die job heeft hij profijt van zijn periode als student. 'Ik heb de gewone kant van het leven meegemaakt. Ik heb moeten plannen, moeten studeren, met het zakgeld van mijn ouders een week moeten rondkomen; op de laatste dag van de week telde ik de euro's om nog een broodje te kunnen kopen. Daar ben ik nu zó blij mee. Het maakt me een rijker mens. Ik kijk heel nuchter en realistisch en vooral met een grote dankbaarheid naar mijn leven als profvoetballer.'

Intuïtie

Dat houdt zijn blik ook open. Hoewel voetbal het belangrijkste blijft, houdt Dessers daarnaast van reizen, studeren en talen. Vorig jaar begon hij bijvoorbeeld met een cursus Spaans. 'Ik wil naast het voetbal nieuwe prikkels krijgen: leren, mezelf ontwikkelen. Zeker toen ik meer op de bank terechtkwam, probeerde ik dat gemis op te vangen door boeken te lezen. Maar na een tijd had ik er al zo veel gelezen dat ik voelde: ik wil iets nieuws aanpakken, iets doen.'

Hij las van romans tot educatieve boeken. 'Een paar boeken over sportpsychologie spraken me enorm aan. Het hoofdstuk dat mij het meest is bijgebleven, gaat over de flow waarin een sporter kan komen. Dat betekent dat de acties vanzelf gaan: je denkt niet meer na. Want als je nadenkt zit er altijd nog een restwaarde in je acties. In een flow overstijg je die.'

Dessers dacht direct terug aan de periode van de play-offs met NAC twee jaar geleden. De club uit Breda promoveerde dankzij de spits, die zeven van de negen doelpunten maakte. 'Ik heb heel weinig herinneringen aan die wedstrijden. Ik was zo gefocust en zo bezig met dat ene doel, dat alles errond wegviel. Dat is het moment waarop je tot de beste prestaties komt: je speelt op je intuïtie.

'Intuïtie is voor mij iets onbewust dat in je zit. Als je links of rechts moet gaan zegt iets in je: nu naar links. Vooral voor een spits is dat heel belangrijk. Ik moet op het juiste moment op de juiste plaats staan. Mensen vragen zich dan af: hoe gaat dat? En als je er over nadenkt, is het eigenlijk zo bijzonder wat je op zo'n moment doet. Een wedstrijd duurt negentig minuten en je bent als spits misschien dertig seconden aan de bal, waarbij je uiteindelijk in die ene fractie van een seconde op de juiste plek moet staan om op de juiste manier de bal te raken en die op de juiste plek moet schieten... En vaak dóé je dat gewoon. Juist als het niet lekker loopt, is dat omdat je te veel nadenkt. Dat is funest.

Cyriel Dessers: 'Soms is het toeval te toevallig om nog toeval te kunnen zijn.', koen bauters
Cyriel Dessers: 'Soms is het toeval te toevallig om nog toeval te kunnen zijn.' © koen bauters

'Buiten het voetbalveld zijn die momenten er ook, maar minder duidelijk. Je ziet ze terug in de beslissingen die je neemt. Vaak is het de intuïtie die je dan volgt. En dan gebeuren er weleens dingen die... noem het toeval. Maar soms vind ik het té toevallig hoe dingen kunnen samenkomen.'

Hij noemt de knieblessure die hij begint dit jaar opliep. De oefenwedstrijd van FC Utrecht tegen VfB Stuttgart zou voor Dessers voorlopig de laatste zijn in het rood-witte shirt van de Domstedelingen. Die avond nog zou de aanvaller worden uitgeleend aan - volgens de geruchten - De Graafschap of Waasland-Beveren. 'Ik ga niet zeggen aan welke club, maar er waren al wat dingen gebeurd waardoor de afhandeling wat langer duurde. Ik dacht toen al: vreemd. Toen kwam die wedstrijd en in de allerlaatste minuut geraak ik op de stomste manier geblesseerd ( Dessers blokkeerde een bal verkeerd, nvdr). Die uitleenbeurt ging niet door.

In de woestijn die sterrenhemel zien en denken: wow, hoe klein zijn wij eigenlijk in het geheel?

Cyriel Dessers

'Ik kwam uit de kleedkamer op mijn krukken en ik keek mijn zaakwaarnemer, Stijn Francis, aan. We schoten allebei keihard in de lach: 'Dit kan toch niet', zeiden we tegen elkaar. 'Dit is toch té toevallig om toeval te kunnen zijn.' Een paar jongens in de ploeg zeiden het ook onmiddellijk. 'Dit is geen toeval, er is nog een andere reden waarom je moet blijven. Je gaat nog iets voor ons moeten betekenen.' Toen heb ik ook onmiddellijk de klik gemaakt en ben ik heel positief geweest rondom die blessure en het afbreken van de transfer. Misschien moet het dan zo zijn dat ik voor Utrecht in de play-offs de beslissende maak.'

Sterrenhemel

En wat bleek... de spits scoorde twee keer en FC Utrecht plaatste zich voor Europees voetbal. Maar wat dat dan is: het lot... Dessers vindt het lastig om daar woorden aan te geven. 'Dat is een vraag die nog openstaat voor mij. Want aan de ene kant zie ik graag bewijzen, en voor dat soort zaken heb je die natuurlijk niet. Langs de andere kant hoor ik mezelf soms zeggen: 'Toeval bestaat niet', waarop ik meteen denk: maar geloof ik dan in iets? Of geloof ik er niet in? Op beide kan ik geen antwoord geven. Dat onzichtbare is voor mij eigenlijk een groot vraagteken. En dat vind ik juist leuk. Sommige zaken in het leven mogen een vraagteken blijven, en dan vind ik het mooi om daar over te praten en filosoferen. Dat doe ik bijvoorbeeld graag met de moslims of christelijke jongens in ons team.'

Vandaar ook zijn behoefte om te reizen, om andere culturen op te snuiven en te ervaren hoe die in verschillende landen samenkomen. In de winter vertrok Dessers met twee vrienden naar Jordanië, om een gezamenlijke vriend op te zoeken die er Arabisch studeerde. 'Dat was de mooiste reis die ik tot nu toe heb meegemaakt. Ten eerste vanwege de natuur. Dat land is zo fantastisch mooi. Je hebt daar het natuurwonder Petra, dat was onbeschrijflijk.'

In de hoge rotswanden van kalksteen, die roze, rood, geel en bruin kleuren, zijn graven en tempels van tientallen meters hoog gehakt. En dat midden in de woestijn. 'We sliepen daar een nacht, ín de woestijn. Om negen uur werd het donker, we keken omhoog en zagen een stérrenhemel... echt... zo zien wij 'm hier echt niet. Dat vond ik het meest speciale van die reis. Daar, in de woestijn, die sterrenhemel zien en denken: wow, hoe klein zijn wij eigenlijk in het geheel? Zelfs de aarde... Dan komen we weer terug op dat grote vraagteken: wat is er nog, daarboven?'

Ook de mensen lieten een blijvende herinnering achter. 'Ze waren zó behulpzaam, zó zacht en zó genereus. We kwamen voorbij een taxistandplaats en bovenop een motorkap lagen allerlei broden, falafels en ander eten verspreid. De mensen hielden ons tegen; we mochten gewoon niet verder voor we iets gegeten hadden. 'Probeer dit eens, en neem nog wat mee voor onderweg, en hebben jullie wel genoeg gehad?' Echt... Dat had ik nog nooit meegemaakt. Die ervaring heeft bijgedragen aan de persoon wie ik nu ben. Als ik zie hoe die mensen daar zijn, wil ik dat als een voorbeeld nemen. Ik wil anderen ook zo behandelen.

'Dat vind ik misschien wel het belangrijkste in mijn leven: dat mensen me zien als een beleefd persoon. Dat is ook wie ik hoop te zijn. En ik denk dat mijn moeder dat ook zo heeft gewild. Ze zei me altijd: wees een beleefde jongen, en dan maakt het niet uit hoe goed je kunt voetballen, hoe slim je bent en hoe goed je het doet op school. Zo zie ik dat ook. De mens zelf is veel belangrijker dan zijn prestaties. Absoluut.'

'In Nederland vinden ze mij supersoft'

'In België kreeg ik vaak de reactie dat ik iets te eerlijk en te direct ben, maar in Nederland vinden ze mij supersoft', zegt Cyriel Dessers lachend. 'Als kind was ik buiten het veld een rustige en aardige jongen, maar óp het veld veranderde ik bijna in een dier. Dan was ik zó maniakaal bezig met winnen dat het doel de middelen heiligde. Ik zei of deed dingen waarvan ik een seconde later dacht: wow, wie nam hier over? Dat temperament is er uiteindelijk uitgegaan; ze waren er niet van gediend dat ik zo reageerde en ik had ook onmiddellijk het besef dat ik te ver ging. Dan liep ik direct naar mijn ploeggenoot, tegenstander of de scheidsrechter om excuses te maken. Dat deed ik toen al, als kind. Want uiteindelijk ben ik gewoon echt een vriendelijke jongen. En zo wil ik ook dat mensen mij zien. Ik zou het heel erg vinden mochten mensen een verkeerd beeld van mij hebben.

'Dat is niet altijd gemakkelijk in het voetbal. Je krijgt snel kritiek. Dat is voetbal, en dat is zeker social media. Als ik een slechte wedstrijd heb gespeeld, blijf ik soms een week van social media weg, haha! Als je soms die reacties ziet, dat is ongelooflijk. Er zijn jongens die dat helemaal loslaten. Ik had daar vroeger wel moeite mee, maar heb inmiddels geleerd om daarmee om te gaan.

'Bij NAC werd ik op handen gedragen. Daar was de liefde tussen het publiek en mij wederzijds en ik merk dat ik op die momenten het beste in mezelf kan bovenhalen. In Utrecht is het publiek soms heel kritisch voor mij, al dan niet terecht, en onbewust vreet dat toch aan mij: waarom doen ze dat? Wat doe ik verkeerd? Het tast mijn vertrouwen aan en dan ga ik nadenken. Dat is wel het laatste wat je moet doen als spits.

'Ik heb daar met verschillende trainers over gesproken, en waar ik vroeger te veel temperament had, vinden ze mij nu te braaf. En dat temperament mis ik zelf ook wel. Want ik merkte dat dat de beste Cyriel was: de jongen die zijn voetbalkwaliteiten kon combineren met het vuur. Eigenlijk zou ik terug moeten gaan naar dat vuur. Leren om meer schijt te hebben, zoals ze het in Nederland zeggen.'

De terrassen zijn massaal uitgestald op de Oude Markt in Leuven, maar de zon blijft deze zaterdagmiddag verscholen achter een dik pak grijze wolken. We duiken met Cyriel Dessers (24) dan ook Café Metropole in voor een thee. Het is alweer drie maanden geleden dat hij in Leuven was. De aanvaller van FC Utrecht probeert vaker terug te komen naar de stad waar hij studeerde en zijn beste vrienden leerde kennen, maar het komt er niet meer zo vaak van nu hij in het midden van Nederland voetbalt. Nu er voor het einde van het seizoen een vrij weekend gepland staat, is er dan eindelijk de tijd om bij de wedstrijd van zijn vrienden te gaan kijken en met hen uit eten te gaan. Dessers leerde de groep kennen op zijn zestiende. OH Leuven had hem gescout bij een wedstrijd van derdeklasser Tongeren - waar hij de jongste debutant in jaren was geweest - en dat kwam perfect uit. Hij zou toch naar de studentenstad vertrekken voor een studie Rechten aan de universiteit. Nu kon hij beide, na eerst nog een jaar middelbaar, combineren: voetbal en studie.Lange tijd voetbalde de kleine Cyriel Dessers in Vechmaal, tien kilometer ten westen van Tongeren. Het Limburgse dorpje 'telt meer koeien dan inwoners', zegt de spits. Amper 600 om precies te zijn. Het gehucht kende geen frituur, geen supermarkt en geen school; daarvoor ging Dessers naar Tongeren. 'Ik voetbalde in het dorp en reed in alle rust rond op mijn fietsje. Dat kon gemakkelijk: er waren haast geen auto's, hooguit wat tractors. Met mijn overbuurjongen, die ook Cyriel heette, speelden we in de velden, we skateten en voetbalden. We maakten plezier en waren zorgeloos. Zoals een kind behoort te zijn. En ik denk dat veel voetballers van nu juist dat gemist hebben. Zij hebben de zorgen en de druk van een jeugdopleiding. Mocht ik die hebben gehad, dan had ik het profvoetbal denk ik niet gehaald. Ik zou voetbalmoe zijn geweest voor ik vijftien of zestien jaar was geworden.' Als zoon van een Belgische papa en een Nigeriaanse mama was hij er een van de weinige donkere jongetjes. Last van racisme kende Dessers in zijn eigen dorp niet, daar heerste een sfeer van ons kent ons. Maar zodra hij met het jeugdteam van Vechmaal het veld op stapte en als spits het ene na het andere doelpunt maakte, werd het uiterlijke verschil weleens benoemd. 'Dan hoorde ik ouders van de tegenstanders iets over mijn huidskleur zeggen. In het dorp ernáást... Als kind kun je dat gewoon níet begrijpen. Nu nog niet... Ik word bijna nooit boos, alleen racisme maakt me woedend. Dat haalt iets in mij naar boven... iets komt er los wat ik bijna niet ken. Maar ik uitte me nooit, als kind. Ik bewaarde die woede en zocht nog meer dan anders naar de goal. Als ik scoorde, gleed ik daarna voor de neus van de supporters op mijn knieën over het gras.' Over het verleden van zijn moeder blijft hij op de achtergrond. 'Daar heb ik met haar nooit over gesproken. We zijn niet zo'n praatfamilie. We praten allemaal wel gemakkelijk, maar over moeilijke dingen delen we niet zo veel. Soms denk ik dat we het er eens over zouden moeten hebben, maar er zal misschien een reden zijn dat het nog niet ter sprake is gekomen.' De eerste vijf jaar van zijn leven woonde Dessers in het centrum van Brussel. Eenmaal in Vechmaal kreeg hij er een broertje bij, Emile, die zes jaar jonger is dan hij. 'Mijn moeder heeft altijd alles voor ons gedaan. Echt álles. Als ik zie hoeveel uren zij met ons heeft rondgereden en heeft staan wachten bij en na een training, waar ik weer als laatste uit de douche kwam gestrompeld. Dat deed ze met zoveel liefde voor mij. En waarvoor? Puur voor mijn plezier. Want toen was er geen sprake van profvoetbal.' Ook zijn vader was nauw betrokken: elke zaterdagmiddag stond hij langs de lijn bij Tongeren. 'Hij vertelde mij in de auto op weg naar huis wat de ouders van mijn teamgenootjes hadden gezegd. Dat ze verwachtten of vonden dat hun zoon het seizoen erop bij de beloften of bij de eerste ploeg moest spelen. Mijn ouders hebben nooit zulke uitspraken gedaan. Verwachtingen hebben, heeft geen enkele zin. Ze gaven me mee om in het nu te leven en te werken, en daar alles uit te halen. Dan zal de toekomst vanzelf een uitkomst hebben. En die zal nooit tegenvallen; je weet dat je er alles hebt uitgehaald.' Om er zelf alles uit te halen, ging Dessers al vroeg uit huis. Pas met de jaren kwam het besef dat hij zijn ouders en broer gemist heeft. 'Vooral voor mijn moeder was het moeilijk. Zij heeft haar kind al vroeg moeten loslaten, terwijl ik gewoon mijn dromen achterna ging.' Dessers denkt even na. 'Dat klinkt misschien wat egoïstisch... En misschien had ik haar toen wel meer kunnen steunen...' Dan resoluut: 'Maar ik heb niet vaak spijt. Ik kijk liever vooruit dan terug, en probeer datgene wat ik in het verleden minder heb gedaan, nu te compenseren en anders aan te pakken. Door meer tijd te maken of een cadeautje te geven, ook richting mijn broertje. Ik heb hem voor mijn gevoel tekortgedaan.' Hij zag zijn vrienden onder één dak opgroeien met hun broers. 'Zij stonden echt naast elkaar. Ze steunden elkaar, gaven tips, wisten bijna alles van elkaar. Emile was pas twaalf toen ik uit huis ging en ik heb het gemist om een grote broer voor hem te kunnen zijn. Daar heb ik wél veel spijt van. Ik hoop dat vanaf nu goed te maken. Sinds dit jaar is hij begonnen met studeren en ik merk dat we in eenzelfde leeftijdscategorie komen. Hij komt bij mij met vragen over schema's en blokperiodes en dan vertel ik hem hoe ik dat aanpakte. Hij houdt ook van uitgaan en ik zeg hem dat hij daarvan moet genieten. Voor je het weet is je studententijd voorbij.' Dessers was ondertussen twee jaar bezig met zijn studie Rechten toen hij er alweer drie jaar in de jeugd van OH Leuven had opzitten. Hij was negentien en een doorbraak kwam er vooralsnog niet. 'Ik dacht: het is wel goed zo, ik zoek wel een clubje op het derde niveau waar ik wat zakgeld kan verdienen en dan ga ik verder met studeren. In mijn hoofd had ik het profvoetbal eigenlijk al achter me gelaten. Zonder daar heel teleurgesteld over te zijn.' Maar plots was daar de interesse van Lokeren. 'Ik kreeg ineens de kans om prof te worden. Ook mijn vrienden en mijn ouders zagen dat niet meer gebeuren.' Daarna volgde NAC Breda en FC Utrecht. 'Ik heb mezelf wel verbaasd. En ik ben ook trots op de manier waarop ik mijn weg heb afgelegd. 'In mijn laatste jaar bij OH Leuven zei mijn omgeving: 'Cyriel, hoe zit het?' Ik was twee jaar ouder dan mijn teamgenoten en ben nooit het toptalent van een generatie geweest. Maar ik bleef rustig en ging door, zonder verwachtingen, met in mijn achterhoofd dat ik voor mijn studies zou gaan als er geen kans als prof zou komen. Plan A was studeren en plan B was voetbal. Terwijl het bij de meesten andersom is. Ik heb met zoveel betere voetballers dan ik samengespeeld, maar ze hebben het uiteindelijk niet gered omdat ze te onrustig werden wanneer ze niet snel genoeg doorbraken. Terwijl... Ik had geen stress. Ik had mijn leven naast het voetbal al helder: ik zou jurist worden. Het liefst bij een groot internationaal bedrijf of voetbalclub.' Dessers vond het moeilijk om zijn studie af te breken, maar het leven als profvoetballer riep nu eenmaal harder. En juist in die job heeft hij profijt van zijn periode als student. 'Ik heb de gewone kant van het leven meegemaakt. Ik heb moeten plannen, moeten studeren, met het zakgeld van mijn ouders een week moeten rondkomen; op de laatste dag van de week telde ik de euro's om nog een broodje te kunnen kopen. Daar ben ik nu zó blij mee. Het maakt me een rijker mens. Ik kijk heel nuchter en realistisch en vooral met een grote dankbaarheid naar mijn leven als profvoetballer.' Dat houdt zijn blik ook open. Hoewel voetbal het belangrijkste blijft, houdt Dessers daarnaast van reizen, studeren en talen. Vorig jaar begon hij bijvoorbeeld met een cursus Spaans. 'Ik wil naast het voetbal nieuwe prikkels krijgen: leren, mezelf ontwikkelen. Zeker toen ik meer op de bank terechtkwam, probeerde ik dat gemis op te vangen door boeken te lezen. Maar na een tijd had ik er al zo veel gelezen dat ik voelde: ik wil iets nieuws aanpakken, iets doen.' Hij las van romans tot educatieve boeken. 'Een paar boeken over sportpsychologie spraken me enorm aan. Het hoofdstuk dat mij het meest is bijgebleven, gaat over de flow waarin een sporter kan komen. Dat betekent dat de acties vanzelf gaan: je denkt niet meer na. Want als je nadenkt zit er altijd nog een restwaarde in je acties. In een flow overstijg je die.'Dessers dacht direct terug aan de periode van de play-offs met NAC twee jaar geleden. De club uit Breda promoveerde dankzij de spits, die zeven van de negen doelpunten maakte. 'Ik heb heel weinig herinneringen aan die wedstrijden. Ik was zo gefocust en zo bezig met dat ene doel, dat alles errond wegviel. Dat is het moment waarop je tot de beste prestaties komt: je speelt op je intuïtie. 'Intuïtie is voor mij iets onbewust dat in je zit. Als je links of rechts moet gaan zegt iets in je: nu naar links. Vooral voor een spits is dat heel belangrijk. Ik moet op het juiste moment op de juiste plaats staan. Mensen vragen zich dan af: hoe gaat dat? En als je er over nadenkt, is het eigenlijk zo bijzonder wat je op zo'n moment doet. Een wedstrijd duurt negentig minuten en je bent als spits misschien dertig seconden aan de bal, waarbij je uiteindelijk in die ene fractie van een seconde op de juiste plek moet staan om op de juiste manier de bal te raken en die op de juiste plek moet schieten... En vaak dóé je dat gewoon. Juist als het niet lekker loopt, is dat omdat je te veel nadenkt. Dat is funest. 'Buiten het voetbalveld zijn die momenten er ook, maar minder duidelijk. Je ziet ze terug in de beslissingen die je neemt. Vaak is het de intuïtie die je dan volgt. En dan gebeuren er weleens dingen die... noem het toeval. Maar soms vind ik het té toevallig hoe dingen kunnen samenkomen.' Hij noemt de knieblessure die hij begint dit jaar opliep. De oefenwedstrijd van FC Utrecht tegen VfB Stuttgart zou voor Dessers voorlopig de laatste zijn in het rood-witte shirt van de Domstedelingen. Die avond nog zou de aanvaller worden uitgeleend aan - volgens de geruchten - De Graafschap of Waasland-Beveren. 'Ik ga niet zeggen aan welke club, maar er waren al wat dingen gebeurd waardoor de afhandeling wat langer duurde. Ik dacht toen al: vreemd. Toen kwam die wedstrijd en in de allerlaatste minuut geraak ik op de stomste manier geblesseerd ( Dessers blokkeerde een bal verkeerd, nvdr). Die uitleenbeurt ging niet door. 'Ik kwam uit de kleedkamer op mijn krukken en ik keek mijn zaakwaarnemer, Stijn Francis, aan. We schoten allebei keihard in de lach: 'Dit kan toch niet', zeiden we tegen elkaar. 'Dit is toch té toevallig om toeval te kunnen zijn.' Een paar jongens in de ploeg zeiden het ook onmiddellijk. 'Dit is geen toeval, er is nog een andere reden waarom je moet blijven. Je gaat nog iets voor ons moeten betekenen.' Toen heb ik ook onmiddellijk de klik gemaakt en ben ik heel positief geweest rondom die blessure en het afbreken van de transfer. Misschien moet het dan zo zijn dat ik voor Utrecht in de play-offs de beslissende maak.' En wat bleek... de spits scoorde twee keer en FC Utrecht plaatste zich voor Europees voetbal. Maar wat dat dan is: het lot... Dessers vindt het lastig om daar woorden aan te geven. 'Dat is een vraag die nog openstaat voor mij. Want aan de ene kant zie ik graag bewijzen, en voor dat soort zaken heb je die natuurlijk niet. Langs de andere kant hoor ik mezelf soms zeggen: 'Toeval bestaat niet', waarop ik meteen denk: maar geloof ik dan in iets? Of geloof ik er niet in? Op beide kan ik geen antwoord geven. Dat onzichtbare is voor mij eigenlijk een groot vraagteken. En dat vind ik juist leuk. Sommige zaken in het leven mogen een vraagteken blijven, en dan vind ik het mooi om daar over te praten en filosoferen. Dat doe ik bijvoorbeeld graag met de moslims of christelijke jongens in ons team.' Vandaar ook zijn behoefte om te reizen, om andere culturen op te snuiven en te ervaren hoe die in verschillende landen samenkomen. In de winter vertrok Dessers met twee vrienden naar Jordanië, om een gezamenlijke vriend op te zoeken die er Arabisch studeerde. 'Dat was de mooiste reis die ik tot nu toe heb meegemaakt. Ten eerste vanwege de natuur. Dat land is zo fantastisch mooi. Je hebt daar het natuurwonder Petra, dat was onbeschrijflijk.' In de hoge rotswanden van kalksteen, die roze, rood, geel en bruin kleuren, zijn graven en tempels van tientallen meters hoog gehakt. En dat midden in de woestijn. 'We sliepen daar een nacht, ín de woestijn. Om negen uur werd het donker, we keken omhoog en zagen een stérrenhemel... echt... zo zien wij 'm hier echt niet. Dat vond ik het meest speciale van die reis. Daar, in de woestijn, die sterrenhemel zien en denken: wow, hoe klein zijn wij eigenlijk in het geheel? Zelfs de aarde... Dan komen we weer terug op dat grote vraagteken: wat is er nog, daarboven?' Ook de mensen lieten een blijvende herinnering achter. 'Ze waren zó behulpzaam, zó zacht en zó genereus. We kwamen voorbij een taxistandplaats en bovenop een motorkap lagen allerlei broden, falafels en ander eten verspreid. De mensen hielden ons tegen; we mochten gewoon niet verder voor we iets gegeten hadden. 'Probeer dit eens, en neem nog wat mee voor onderweg, en hebben jullie wel genoeg gehad?' Echt... Dat had ik nog nooit meegemaakt. Die ervaring heeft bijgedragen aan de persoon wie ik nu ben. Als ik zie hoe die mensen daar zijn, wil ik dat als een voorbeeld nemen. Ik wil anderen ook zo behandelen. 'Dat vind ik misschien wel het belangrijkste in mijn leven: dat mensen me zien als een beleefd persoon. Dat is ook wie ik hoop te zijn. En ik denk dat mijn moeder dat ook zo heeft gewild. Ze zei me altijd: wees een beleefde jongen, en dan maakt het niet uit hoe goed je kunt voetballen, hoe slim je bent en hoe goed je het doet op school. Zo zie ik dat ook. De mens zelf is veel belangrijker dan zijn prestaties. Absoluut.'