Trainers blijven in de voetbalwereld de meest eenzame mensen. In het beste geval hebben ze een adjunct op wie ze kunnen terugvallen, maar vaak ook werken die met een dubbele agenda. Een trainer moet tegenwoordig een heel gamma aan eigenschappen hebben, voetbalverstand alleen volstaat al lang niet meer. Je moet daarnaast ook psycholoog zijn, je public relations onderhouden, je moet tactisch en pedagogisch onderlegd zijn, hard zijn, maar op hetzelfde moment ook diplomatisch.
...

Trainers blijven in de voetbalwereld de meest eenzame mensen. In het beste geval hebben ze een adjunct op wie ze kunnen terugvallen, maar vaak ook werken die met een dubbele agenda. Een trainer moet tegenwoordig een heel gamma aan eigenschappen hebben, voetbalverstand alleen volstaat al lang niet meer. Je moet daarnaast ook psycholoog zijn, je public relations onderhouden, je moet tactisch en pedagogisch onderlegd zijn, hard zijn, maar op hetzelfde moment ook diplomatisch. Een trainer moet goed kunnen praten, overtuigend overkomen en in staat zijn zich aan de buitenwereld te verkopen. Trainers worden niet uitsluitend beoordeeld op het essentiële onderdeel van hun werk. Je moet horen wat er gezegd wordt, weten wat een ander denkt, in de gaten houden wie wat tegen een ander vertelt. Arie Haan, die in zijn trainerscarrière vaak voortijdig werd ontslagen, vergeleek het gebeuren rond een voetbalclub ooit met een toneelstuk. Als trainer, zei hij, moet je proberen de regie in handen te krijgen. Maar als je niet weet waarover het toneelstuk gaat, dan ben je kansloos. Ook tijdens deze competitie viel de trainersdans niet te stoppen. Het is een toenemende trend. Sommige clubs versleten er zelfs drie. Telkens weer is het bouwen op los zand, opportunistisch handelen, een filosofie overboord kieperen, een nieuwe speelstijl installeren. Alfred Schreuder met zijn combinatievoetbal bij Club Brugge, waar met Vincent Mannaert nochtans geen gebrek aan voetbalkennis zit; Bernd Storck bij KRC Genk, het is ergens in het midden van het seizoen qua spelstijl een verloochening van de clubcultuur. Slechts in een uitzonderlijk geval, zoals met Dominik Thalhammer bij Cercle Brugge, leveren die andere accenten succes op. Van alle trainerswissels heeft de Oostenrijker het hoogste percentage in punten gehaald. Wat gaat er na het einde van het seizoen gebeuren? Wil Club Brugge met Alfred Schreuder verdergaan? Hoe evalueert Antwerp het werk van Brian Priske? Welke koers gaat Standard na deze stormachtige campagne varen? Welke buitenlander tovert KV Oostende straks uit zijn hoed en welke krijtlijnen gaat die trekken? En hoe ziet de toekomst van KV Mechelen eruit waar verschillende spelers zich in de etalage zetten en Wouter Vrancken na vier jaar allicht op een hoger niveau naar zijn grenzen wil zoeken? Het zijn maar enkele van de vele vragen. Beginnen en herbeginnen, het is het credo in deze voetbalwereld. Van alle clubs in 1A koestert Anderlecht nog het meest zijn cultuur en identiteit. Natuurlijk is het Lotto Park niet langer een tempel van academisch voetbal, maar Vincent Kompany blijft wel streven naar de schoonheid van het spel. Dat gebeurt met vallen en opstaan, met concessies aan de ideologie waarmee hij bij paars-wit begon. Kompany is in de meest zware momenten natuurlijk overeind gebleven door zijn goddelijke status, ook dat kan: een icoon dat niemand durft te ontslaan. Onaantastbaar is nu ook Felice Mazzu bij Union. Hij werkte wel verder op het goede voetbal toen dat bij zijn komst, medio 2020, werd gespeeld, maar zorgde voor wat misschien het belangrijkste is: een ploeg zonder ego's, met spelers die voor elkaar door het vuur gaan. Dat spitsen als Dante Vanzeir en Deniz Undav in hun honger naar doelpunten nooit in egoïsme vervallen, is veelzeggend. Het is ook dat wat Eric Gerets deed toen in 1997, 25 jaar geleden, met Lierse de laatste zogenaamd kleine club kampioen werd. Gedragen door een uniek groepsgevoel.