Hoe paste Alfred Schreuder zijn 3-5-2 aan?
...

Hoe paste Alfred Schreuder zijn 3-5-2 aan?Het zou best kunnen dat sommige waarnemers de veranderingen niet hebben opgemerkt. Zeker zij die voor tactische aanpassingen niet verder kijken dan de verandering van systeem. Maar Alfred Schreuder heeft weldegelijk wijzigingen doorgevoerd. Zijn Club Brugge speelde in het begin ook in een 3-5-2, maar met een defensiever ingestelde rechterflank - die door Clinton Mata werd bezet - en een centrum dat meer lef toonde, getuige daarvan de positie van Ruud Vormer, net voor de verdediging. Het Club Brugge cuvée 2022 was daardoor kwetsbaar bij tegenaanvallen, die vaak over de vleugels kwamen.In de nieuwe Brugse formule wordt het middenveld bevolkt door Mats Rits en Dennis Odoi, waarbij Hans Vanaken voor de offensieve bevliegingen moet zorgen. Op de flanken moeten echte wingers voor dynamiet zorgen: Tajon Buchanan op links en vooral Andreas Skov Olsen op rechts. Het brede palet van de Deen, die kan voorzetten maar ook al combinerend naar binnen kan snijden, schudt de Brugse rechterflank weer wakker, nadat die was ingedommeld sinds het vertrek van Krepin Diatta. Daardoor kan Club voortdurend gevaar creëren zonder de deur achteraan open te zetten. Als Club dat evenwicht kan bewaren op weg naar play-off 1, dan moet het zeker bij de titelfavorieten gerekend worden.Heeft Union het echt lastig tegen een laag blok?Net als tegen STVV vond Union ook tegen Eupen de weg naar het net niet, ondanks een veelbelovend wedstrijdbegin. De leider, die het zoals bekend zonder Deniz Undav en Dante Vanzeir moest doen, liep zich vast op een compacte verdediging, die het balbezit en het initiatief helemaal aan de thuisploeg overliet. De Kanaries verlieten het Dudenpark met 38 procent balbezit, de Oostkantonners met amper meer: 43 procent. De analyse lijkt eenvoudig: Union heeft moeite met balbezit en het gebrek aan ruimte. Op zich niet zo vreemd, aangezien de leider in het klassement pas op de zesde plaats staat wat betreft percentage balbezit. Maar er speelt nog wat anders mee. Wanneer de Luxemburgse doelman Anthony Morris de lange bal hanteert, lanceert hij daarmee een gedwongen jacht op de tweede bal. Lazare Amani, Teddy Teuma en Casper Nielsen storten zich vol overgave op de afvallende bal. Wanneer ze die veroveren zorgen ze voor de omschakeling en kan hun ploeg een aanval lanceren op het verdedigende blok van de tegenstander, dat na het luchtduel enigszins verbrokkeld is. Bernd Hollerback had dat goed begrepen en stelde spelers op die in staat zijn om centraal veel sprintjes te trekken. Michael Valkanis kopieerde dat plan, vooral met de energieke Gary Magnée, om te vermijden dat zijn ploeg na een luchtduel (vaak gewonnen door de sterke Emmanuel Agbadou) in de problemen zou komen. De vraag stelt zich dan: kun je Union afstoppen door centraal brandweerlui op te stellen die even snel lopen als de pyromanen op het Brusselse middenveld? Miste Anderlecht wat durf tegen het plan van Marc Brys?Sinds een jaar heeft iedereen zo wel zijn eigen methode om de atypische 4-2-2-2 van Vincent Kompany te bestrijden. Om het centrum te beschermen zonder de flanken te bloot te laten - daar richten de vleugelspelers van paars-wit immers ravages aan - liet Marc Brys de dekking van Lior Refaelov en Yari Verschaeren over aan zijn middenvelders Mandela Keita en Siebe Schrijvers. Zo konden zijn flankspelers zich bezighouden met de Brusselse flankaanvallen en konden zijn drie centrale verdedigers zich concentreren op het duo Zirkzee-Kouamé. Verstrikt in dat Leuvense web vergat Anderlecht te vaak wat de zwakte van het OHL-recept was: namelijk dat het slechts drie man over had om zich te bekommeren om het viertal Hoedt, Debast, Cullen en Ashimeru. Het was pas na de lange onderbreking in de eerste helft (waarvan de coach handig gebruikmaakte om dat aspect bij te sturen) dat Anderlecht erdoor kwam. Ashimeru en nadien ook Debast namen het initiatief om van de numerieke meerderheid te profiteren en met de bal aan de voet op te rukken. Zo werd de individuele dekking van Marc Brys overhoop gehaald, want elke speler van OHL twijfelde of hij de man aan de bal moest opvangen of in de dekking moest blijven. Toch hield het Leuvense plan stand. Allicht omdat het oprukken met de bal aan de voet te zelden gebeurde en omdat paars-wit er ook wel kwetsbaar door werd: het gaf de thuisploeg namelijk kansen om te counteren, iets waar die erg goed in is. Twee ploegen met duidelijke ideeën tegenover elkaar: wat geeft dat?Voor hij naar Mechelen afzakte, voorspelde Dominik Thalhammer dat de durf van KV perfect zou passen bij de pressing in zone van zijn eigen ploeg. Een beetje zoals Alexander Blessin bij Oostende organiseert de Oostenrijker zijn balrecuperatie rond het principe dat zijn manschappen meer volk rond de bal moeten hebben dan de tegenstander. Tegen een KV Mechelen dat geobsedeerd is door uitvoetballen maar daarbij af en toe wel eens een misstap begaat, zou dat volgens de trainer in het voordeel van Cercle moeten uitdraaien. De mannen van Wouter Vrancken hebben daar anders over geoordeeld. Ze stonden aan hun gasten wel enkele kansen toe, maar door hun hardnekkigheid konden ze er zelf ook wel wat creëren. De match werd uiteindelijk opengebroken door die tegenstelling van twee uitgesproken stijlen, waarbij de voortdurende en harmonieuze loopbewegingen van de thuisploeg de pressing van de bezoekers kon ontregelen. Malinwa dacht met de 2-0 een defintieve voorsprong bereikt te hebben, maar de linkervoet van Dino Hotic en de defensieve beperkingen van KV beslisten daar anders over.Was Standard liever tegen elf man blijven voetballen?Wat is het plan van Luka Elsner wanneer zijn mannen in balbezit zijn? Door de rode kaart voor Vadis Odjidja net voor de rust mocht de Franse Sloveen daar vijftien minuten lang over nadenken. In de eerste helft had zijn ploeg immers slechts 46 procent balbezit gehad en bood ze vooral weerstand aan de bezoekers. Het antwoord kwam er met vier schoten op doel, die allemaal van buiten de grote rechthoek vertrokken en Davy Roef niet echt konden verontrusten. De Rouches slaagden er geen moment in om de match echt te domineren, alsof hun numerieke meerderheid een vergiftigd geschenk was. Bij Kortrijk voelde Luka Elsner zich ook al meer op zijn gemak als zijn mannen ver van de bal bleven. Is het toeval dat de opvallendste momenten van zijn Standard er kwamen in wedstrijden waarin de dominantie logischerwijze aan de tegenstander werd overgelaten (zoals bij het gelijkspel tegen Club Brugge en de zege op Antwerp)? Van zodra ze de wedstrijd zelf in handen moeten nemen, lijken de Luikenaars onder Elsner de bal op het middenveld zonder enig idee rond te spelen. De flater van Arnaud Bodart aan het einde van de wedstrijd zorgt er misschien voor dat de aandacht wat afgeleid wordt, maar het lijkt er sterk op dat de problemen van de Rouches eerder voortkomen uit een gebrek aan creatief samenspel dan uit individuele fouten.