Vorige week werden een aantal spelers van KAS Eupen ondervraagd over wat zich afspeelde tijdens en vooral voor de slotwedstrijd van de competitie, Eupen-Mouscron. Deze week komen de overigen die in die wedstrijd op het veld stonden aan de beurt. Na de match laaiden de emoties bij de thuisspelers hoog op. Die waren verontwaardigd over wat zich in de rand van de wedstrijd had afgespeeld. 'Het laagste van het laagste', was een zin die toen een paar keer viel. Ongerust zijn de spelers van Eupen niet, integendeel. Ze zijn blij dat ze eindelijk gehoord worden in die zaak. Doelman Hendrik Van Crombrugge: 'Onze uitlatingen na die match van toen kwamen er na alle kritiek en de verdachtmakingen rondom ons. We waren ook verontwaardigd omdat er dingen waren gebeurd die niet zouden mogen gebeuren in het voetbal. Zeker dat de zwarte piet naar ons werd toegeschoven, vond ik niet kunnen in die omstandigheden, maar er is nu een onderzoek gaande. Wij zijn gehoord, en ik ga daar niets meer over zeggen.'

Verdediger Siebe Blondelle: 'Ik vind het alleen jammer dat het zo lang heeft geduurd eer men ons ondervraagd heeft. Dat had veel eerder moeten gebeuren. Wij, spelers van Eupen, weten dat we niets misdaan hebben in heel dat verhaal, al zijn er ook veel dingen die wij niet weten. Maar we hadden wel het gevoel dat iedereen op onze wedstrijd gefocust was. Daarom gaf die uitslag ons een goed gevoel, in de zin van: ze hebben van alles geprobeerd, en we hebben het toch gedaan op het veld.'

Van Crombrugge: 'Wij staan recht in onze schoenen. Veel mensen hebben me toen gezegd dat ze niet begrepen dat we toen niet zijn ondervraagd, meteen na die uitspraken. Dat dat zo lang op zich heeft laten wachten, vind ik vreemd. Met de operatie Propere Handen is toch gebleken dat er van alles gebeurd lijkt te zijn wat niet had mogen gebeuren.'

Vorige week werden een aantal spelers van KAS Eupen ondervraagd over wat zich afspeelde tijdens en vooral voor de slotwedstrijd van de competitie, Eupen-Mouscron. Deze week komen de overigen die in die wedstrijd op het veld stonden aan de beurt. Na de match laaiden de emoties bij de thuisspelers hoog op. Die waren verontwaardigd over wat zich in de rand van de wedstrijd had afgespeeld. 'Het laagste van het laagste', was een zin die toen een paar keer viel. Ongerust zijn de spelers van Eupen niet, integendeel. Ze zijn blij dat ze eindelijk gehoord worden in die zaak. Doelman Hendrik Van Crombrugge: 'Onze uitlatingen na die match van toen kwamen er na alle kritiek en de verdachtmakingen rondom ons. We waren ook verontwaardigd omdat er dingen waren gebeurd die niet zouden mogen gebeuren in het voetbal. Zeker dat de zwarte piet naar ons werd toegeschoven, vond ik niet kunnen in die omstandigheden, maar er is nu een onderzoek gaande. Wij zijn gehoord, en ik ga daar niets meer over zeggen.' Verdediger Siebe Blondelle: 'Ik vind het alleen jammer dat het zo lang heeft geduurd eer men ons ondervraagd heeft. Dat had veel eerder moeten gebeuren. Wij, spelers van Eupen, weten dat we niets misdaan hebben in heel dat verhaal, al zijn er ook veel dingen die wij niet weten. Maar we hadden wel het gevoel dat iedereen op onze wedstrijd gefocust was. Daarom gaf die uitslag ons een goed gevoel, in de zin van: ze hebben van alles geprobeerd, en we hebben het toch gedaan op het veld.' Van Crombrugge: 'Wij staan recht in onze schoenen. Veel mensen hebben me toen gezegd dat ze niet begrepen dat we toen niet zijn ondervraagd, meteen na die uitspraken. Dat dat zo lang op zich heeft laten wachten, vind ik vreemd. Met de operatie Propere Handen is toch gebleken dat er van alles gebeurd lijkt te zijn wat niet had mogen gebeuren.'