Hoe slaagde Charleroi erin zijn doel te vergrendelen?

Drie tegengoals tegen OH Leuven net voor de winterstop, drie tegengoals op de Bosuil net na de herneming: de verdedigende prestaties van de Zebra's konden Edward Still niet echt geruststellen. 'Ik ging het instinctief hebben over ploegen die goed verdedigen', antwoordde de Brabander nochtans op de vraag wat hem het meeste aantrok toen hij zich voor voetbal begon te interesseren.
...

Drie tegengoals tegen OH Leuven net voor de winterstop, drie tegengoals op de Bosuil net na de herneming: de verdedigende prestaties van de Zebra's konden Edward Still niet echt geruststellen. 'Ik ging het instinctief hebben over ploegen die goed verdedigen', antwoordde de Brabander nochtans op de vraag wat hem het meeste aantrok toen hij zich voor voetbal begon te interesseren. Rond de feestdagen toonde Charleroi zich verdedigend te laks, maar de laatste vier wedstrijden herpakte het zich. Tegen Gent, Kortrijk, STVV en Seraing gaven de Henegouwers geen enkele keer meer dan één expected goal per negentig minuten weg. Alleen Kortrijk wist Bingourou Kamara te verschalken. Daarmee benutte het één van de amper twee big chances (een kans die meer dan 0,2 expected goals waard is) die de Carolo's de laatste 360 minuten toestonden. De incarnatie van deze nieuwe defensieve stevigheid is zonder twijfel Valentine Ozornwafor. De Nigeriaanse verdediger is niet altijd zo goed met de bal aan de voet, maar hij is onverzettelijk in de duels. Hij lijkt wat op een ouderwetse mandekker, wakend over zijn grote rechthoek en heel zijn lichaam in de strijd gooiend om de aanvallers van de tegenstander op te peuzelen. Collectief gezien heeft de pressing flink aan intensiteit gewonnen. Daarbij coacht Still bij balverlies met veel lawaai, om de defensieve energie van zijn manschappen op te poken. Dat recept heeft Charleroi dicht bij de top vier gebracht. Het valt nu af te wachten of die aanpak ook vruchten afwerpt wanneer de tegenstanders van een hoger niveau zijn. Als eerste achtervolger van de leider kon de Great Old voor zijn eigen publiek het kampioenschap nieuw leven inblazen. Maar stamnummer 1 kwam er nauwelijks aan te pas tegen een oorlogszuchtig en ambitieus Union. De ruit die Brian Priske op het middenveld neerzette, had de Antwerpenaren een numerieke meerderheid moeten opleveren tegenover de Brusselaars, die in die sector eveneens sterk staan. Maar het defensieve plan van Felice Mazzu klopte eens te meer als een bus en de club van Paul Gheysens moest haar meerdere erkennen. Priske had nochtans voor Koji Miyoshi gekozen om tussen de linies voor de verrassing te zorgen. De Japanner aanspelen kon zeker gevaar creëren, maar was ook een heikele missie. Flankspelers Guillaume François en Bart Nieuwkoop van Union trokken naar binnen om het centrum af te sluiten en lieten het aan Lazare Amani of Teddy Teuma over om het de Antwerpse backs lastig te maken. Alles was er dus op gericht om de centrale verdedigers van de thuisploeg een lange bal te laten trappen naar het luchtruim waar Christian Burgess voortdurend heerste. Van zodra de bal heroverd werd en naar de Brusselse aanvallers gestuurd werd, begonnen de middenvelders van Union aan hun ondertussen klassiek geworden diagonale loopacties in de diepte, zodat de Antwerpse ruit helemaal ontregeld geraakte. De Nederlandse coach van Club Brugge arriveerde met de belofte van dominant voetbal, maar sinds zijn komst naar het Venetië van het Noorden staat Club meer stil dan het vooruitgaat. Het werd onder de knoet gehouden door Union en vervolgens eerst verrast en vervolgens verslagen door Gent. Blauw-zwart is op zoek naar zichzelf in dit nieuwe spelsysteem, dat er niet in slaagt om de sleutelspelers in de juiste positie te brengen. De vrijheid die Charles De Ketelaere krijgt, is een cadeau voor de wonderboy (3 goals en 1 assist sinds de winterstop), maar het systeem doet Hans Vanaken wegdeemsteren omdat hij meer moet controleren dan creëren, en het maakt de rug van Tajon Buchanan bijna gevaarlijker dan zijn balaannames. Wanneer er bij de tegenstander spelers rondlopen die sterk zijn in de omschakeling en zo de kwetsbaarheid van de Brugse organisatie kunnen uitbuiten, berokkent dat de verdediging bijna onmiddellijk schade. In die verdediging, die vaak te veel wordt blootgesteld, mist Club iemand die scheve situaties kan rechtzetten, zoals Odilon Koussounou vorig seizoen. Het grootste probleem is evenwel dat Brugge met de bal speelt alsof het die nooit zal verliezen. Sinds vorig seizoen is de aanvallende sector van Wouter Vrancken een nationale bezienswaardigheid. Een soort rechthoekig aquarium waarin iedereen zwemt zoals het hem het beste past, zonder dat er een al te groot stuk van de watermassa onbemand blijft. De rechtsback houdt zich over het algemeen bezig met zijn flank en Nikola Storm vertrekt graag vanop links om zijn acties af te ronden, maar voor de rest blinken de offensieve elementen van KV vooral uit door hun capaciteit om op verschillende posities op te duiken. Hugo Cuypers is een eerder beweeglijke spits, Marian Sjved duikt liefst centraal op en Rob Schoofs houdt ervan om in de vijandelijke defensie te infiltreren. En dan is er nog Kerim Mrabti. De Zweed heeft niet echt een vaste positie, hij kan zowel op de flank als tussen de linies spelen, als valse nummer 9 of als echte middenvelder. Hij loopt gewoonweg daar waar de spelsituatie het verlangt. Hij heeft een neus voor de ruimte en duikt vlot in de bressen die geslagen worden door de bewegingen van zijn ploegmaats. Zo vindt hij altijd de zwakke plekken in de vijandelijke verdediging. Vaak met dodelijk succes. Het is ondertussen negen maanden geleden dat Beñat San José de Oostkantons verliet. Een tijdsspanne die te kort is om vertrouwd te geraken met nieuwe spelprincipes, maar lang genoeg om de bestaansreden van de oude te vergeten. De Bask was een trouwe aanhanger van positiespel en zag zijn spelers het liefst heel precies opgesteld op het veld, linie na linie, tot de flankaanvallers toe, die het verschil moesten maken in de duels die door het systeem werden gecreëerd. Weet Eupen vandaag eigenlijk nog wel waarom het kort uitverdedigt? Als je de eerste twee tegengoals in het competitieduel tegen Anderlecht ziet, dan mag je die vraag wel stellen. Het circuit van korte passes oogt wat roestig en brengt een essentieel spelprincipe in herinnering: van achteren uit opbouwen mag geen modeverschijnsel zijn maar moet als bedoeling hebben om dichter bij het doel van de tegenstrever te geraken. Dat verhindert uiteraard niet dat er fouten gemaakt worden, zoals blijkt uit de enige goal die de Oostkantonners maakten na een slechte opbouw van paars-wit, maar het vermijdt dat men zich kwetsbaar opstelt zonder er voordeel uit te halen.