"Eerst een goeie organisatie neerzetten. Het voetbal is iets minder oogstrelend dan voorheen, maar we halen wel zes op zes", verdedigt Van Meir zijn visie. "Je moet verdedigers hebben die verdedigen, die geen tikitakavoetbal willen spelen. Aanvallers en aanvallende middenvelders mogen dat wel. Te allen tijde en in alle zones van het veld proberen mooi te voetballen lukt niet, dat is gebleken."

"Het klopt dat de jonge spelers uit de academie het moeilijk hebben met wat we nu doen. Zij zijn gewend om in de eigen zestien meter te spelen zoals in de zestien meter van de tegenstander, maar dit is geen jeugdvoetbal meer. Als wij met ons tikitakavoetbal niet bij de eerste acht eindigen, is de hele investering in de academie weggegooid geld geweest."

Wennen aan tweede

Het is voor Van Meir, ex-international en WK-ganger, aanpassen in de tweede divisie van ons Belgisch voetbal. Al ziet hij ook voordelen. "Het is moeilijk, met veel minder volk en kleinere stadions. We hebben al tegen drie voormalige derdeklassers gespeeld, die onlangs zijn gepromoveerd. Soms krijg je bij de opwarming geen trainingsballen, zie je de spelers van de tegenpartij niet allemaal in dezelfde uitrusting maar in vrijetijdskledij naar het stadion komen. Dat heb ik nooit eerder meegemaakt. Je moet alles zelf voorzien. Wat bij ons altijd vanzelfsprekend was, is dat in tweede niet."

"Het voordeel is dat alles gemoedelijker is, vriendelijker. De haat of tegenkanting die je op sommige plaatsen voelde, is weg. De voorzitter van Coxyde was zeer blij om ons te zien, omdat Lierse 1800 man naar zijn stadion lokte, waaronder 900 van ons. Ons sterk punt is dat wij wel professioneel werken op ons trainingscentrum dat alle faciliteiten bevat. Op termijn kan dat ons een bonus geven."

Lees de vijf vragen aan Eric Van Meir in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 23 september.

"Eerst een goeie organisatie neerzetten. Het voetbal is iets minder oogstrelend dan voorheen, maar we halen wel zes op zes", verdedigt Van Meir zijn visie. "Je moet verdedigers hebben die verdedigen, die geen tikitakavoetbal willen spelen. Aanvallers en aanvallende middenvelders mogen dat wel. Te allen tijde en in alle zones van het veld proberen mooi te voetballen lukt niet, dat is gebleken." "Het klopt dat de jonge spelers uit de academie het moeilijk hebben met wat we nu doen. Zij zijn gewend om in de eigen zestien meter te spelen zoals in de zestien meter van de tegenstander, maar dit is geen jeugdvoetbal meer. Als wij met ons tikitakavoetbal niet bij de eerste acht eindigen, is de hele investering in de academie weggegooid geld geweest."Het is voor Van Meir, ex-international en WK-ganger, aanpassen in de tweede divisie van ons Belgisch voetbal. Al ziet hij ook voordelen. "Het is moeilijk, met veel minder volk en kleinere stadions. We hebben al tegen drie voormalige derdeklassers gespeeld, die onlangs zijn gepromoveerd. Soms krijg je bij de opwarming geen trainingsballen, zie je de spelers van de tegenpartij niet allemaal in dezelfde uitrusting maar in vrijetijdskledij naar het stadion komen. Dat heb ik nooit eerder meegemaakt. Je moet alles zelf voorzien. Wat bij ons altijd vanzelfsprekend was, is dat in tweede niet." "Het voordeel is dat alles gemoedelijker is, vriendelijker. De haat of tegenkanting die je op sommige plaatsen voelde, is weg. De voorzitter van Coxyde was zeer blij om ons te zien, omdat Lierse 1800 man naar zijn stadion lokte, waaronder 900 van ons. Ons sterk punt is dat wij wel professioneel werken op ons trainingscentrum dat alle faciliteiten bevat. Op termijn kan dat ons een bonus geven."Lees de vijf vragen aan Eric Van Meir in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 23 september.