Toen Wilfried Van Moer voor de interland van 17 oktober 1979 door bondscoach Guy Thys werd opgeroepen voor de interland tegen Portugal stonden de Rode Duivels er niet briljant voor na vier gelijke spelen (twee tegen Oostenrijk, één in Portugal en één thuis tegen Nederland). Het was op dat moment vier jaar geleden dat Van Moer met de Rode Duivels had gevoetbald sinds zijn laatste interland in april 1975 onder Raymond Goethals tegen Nederland (1-0-verlies).
...

Toen Wilfried Van Moer voor de interland van 17 oktober 1979 door bondscoach Guy Thys werd opgeroepen voor de interland tegen Portugal stonden de Rode Duivels er niet briljant voor na vier gelijke spelen (twee tegen Oostenrijk, één in Portugal en één thuis tegen Nederland). Het was op dat moment vier jaar geleden dat Van Moer met de Rode Duivels had gevoetbald sinds zijn laatste interland in april 1975 onder Raymond Goethals tegen Nederland (1-0-verlies). Mét Van Moer klopten de Rode Duivels Portugal met 2-0. De naar Limburg uitgeweken Waaslander maakte zelf het eerste doelpunt. Met hem won België ook de twee interlands tegen Schotland en plaatste zich zo toch nog voor het EK van 1980. Je hebt heel wat belangrijke momenten meegemaakt: titels met Standard, twee WK's en een EK. Waar zet je dat EK 1980 in je persoonlijke hitparade? Wilfried Van Moer: 'Ik vond dat de eerste keer het kampioenschap winnen met Standard toch nog iets meer cachet had. Naar dat EK zijn we gewandeld zonder enige ambitie. We werden geloot tegen grote ploegen en vatten dat aan met als enige intentie: we zien we hoe ver we geraken. Nu gaan de Belgen om te winnen, toen gingen wij omdat we ons geplaatst hadden en dat fijn vonden. Dat was de sfeer in de groep.... ' ...toeristen? Van Moer: ' Voilà. Iedereen was content dat we al zo ver geraakt waren. Engeland was meteen een topland, maar zelfs de trainer had het daar amper over. We dachten vooraf: als het hier geen 4-0-pandoering wordt, zal het al goed zijn. Uiteindelijk viel het allemaal erg mee ( het werd een 1-1-gelijkspel, nvdr), misschien net omdat we zo relaxed aan de aftrap kwamen.' Maakte dat voor jou een verschil: supergeconcentreerd of relaxed? Van Moer: 'Nee, ik speelde altijd mijn wedstrijd. Wij moesten toen ook niet naar een groot toernooi om voor een grote transfer te spelen. In gans onze selectie zat maar één speler die niet in België voetbalde, Swat ( François, nvdr) Van der Elst die bij New York Cosmos zat. Eén jaar later vertrok Theo Custers naar Spanje. Wij waren profvoetballers op papier, maar in feite waren we amateurs.'Vanaf wanneer ben je profvoetballer geworden, Wilfried? Van Moer: 'Toen ik naar Standard trok, in 1968. Daar was iedereen prof en waren het dagtrainingen. Bij Antwerp was ik van beroep elektricien. Ik werkte overdag bij de voorzitter, en we trainden pas 's avonds om zeven uur. De dag na de wedstrijd moest ik bijvoorbeeld niet komen. 'Blijf maar thuis en rust wat uit', zei de voorzitter. Ook wanneer we verloren hadden. Iedereen deed iets naast het voetbal. Karel Beyers had een koffiebranderij in het Antwerpse, zoals Paul Van Himst Brésor had in Brabant.' Maar bij Standard was dus alles in orde. Van Moer: 'Dacht ik. Terwijl we daar nooit ingeschreven zijn geweest. Dat ontdekte ik pas toen ik een paar jaar voor mijn pensioen alles in orde probeerde te maken. Overal elders was ik netjes ingeschreven: bij Antwerp, bij Beveren, zelfs bij het bescheiden Assent in tweede klasse en bij STVV. Maar niet bij Standard. Léon Semmeling heeft daar heel zijn carrière gespeeld: niet ingeschreven, nul euro gestort voor de pensioenkas. Een paar jaar geleden belde Eddy Voordeckers me die in die tijd mee was op het EK 1980. Of ik die papieren van Standard had? Zo krijg ik door die zeven jaar die ontbreken een goeie 250 euro minder per maand dan waar ik recht op heb.' Had je boekhouder of je manager je daar nooit op gewezen? Van Moer: 'Manager? Wij? ( lacht) Hoe ging dat toen? Op het einde van de maand gingen we ons loon ophalen, premies en zo: dat lag daar in een envelop. Iedereen pakte de zijne.' Het moet wel een verschil gemaakt hebben, eerst elektricien zijn en dan profvoetballer. Van Moer: 'Een ongelofelijk verschil: om tien uur trainen, dan eten, weer trainen en in het weekend je wedstrijd spelen. Ik woonde in Tongeren, vertrok om negen uur en was om vijf uur thuis. Een echt luxeleven. Die vijf jaar in Tongeren tot ik in Hasselt mijn zaak opstartte waren de vijf mooiste jaren van ons leven.' Vond je het zwaar om later terug te beginnen werken? Van Moer: 'Ik heb nog zeven jaar gevoetbald, mijn vrouw runde de zaak, onze oudste dochter deed mee, we hadden personeel. In Tongeren kon ik niets beginnen, want mijn ploegmaats Leon Dolmans en Nico Dewalque hadden daar al een café, ik kon toch mijn ploegmaats niet beconcurreren? Dus zijn we op zoek gegaan in Hasselt en hebben daar een oude patisserie in het centrum omgevormd tot taverne De Wembley. Ik ben wel in een café geboren, in Beveren, maar dat was echt een volks café terwijl we in Hasselt iets uitbouwden waar je ook kon eten en zo. Op mijn 56e heb ik de zaak verkocht aan Dirk Degraen ( ex-algemeen directeur van KRC Genk, nvdr). Dat was het einde van mijn actieve leven. Intussen hadden we hier een oud boerderijtje gekocht dat we langzaam hebben opgeknapt, en waar we eerst enkel in de weekends verbleven, omdat we in de week boven de zaak in Hasselt woonden.' Kortom: je zat niet te wachten op een transfer naar pakweg Italië. Van Moer: 'Ik heb Italië ontdekt dankzij het EK 1980. Mijn vrouw zat toen de tweede week op een hotel in Rome. Toen de anderen na de finale naar huis trokken, zijn wij nog samen twee weken rondgetrokken. Later gingen we er drie keer per jaar met vakantie bij Limburgse vrienden met roots in de buurt van Treviso. Toen ik begon met golfen trokken we vaker naar Spanje, omdat je daar meer grote golfcourses had.' Je hebt pech gehad met Italiaanse tegenstanders die je wel eens viseerden, Wilfried, maar eigenlijk had je het perfecte profiel om in de Serie A te voetballen. Van Moer: 'Dat klopt. Ik kon wat aanvallen en wat verdedigen, schuwde geen duel. Ik was niet groot maar stond wel stevig op mijn benen.' Was er ooit een buitenlandse competitie waar je jezelf wel zag voetballen? Van Moer: 'Toen ik bij Antwerp zat, kon ik naar FC Köln. Maar dat mocht niet. Dus gaven ze me bij Antwerp een dikkere envelop, en ik bleef. In die tijd koos je niet waar je ging. Anders was ik niet naar Standard, maar naar Club Brugge gegaan. Ik had daar getekend en al, Norberto Höfling was er trainer, ik had mijn medische testen al gedaan, toen Standard plots op de laatste dag van de transfermarkt om half negen bij mij thuis aanbelde. Ik wilde niet tekenen, ik had mijn woord gegeven en getekend bij Club en verwees ze door naar Eddy Wauters, maar die zei: 'Jij moet naar Standard gaan. Als je niet akkoord gaat, ga je maar mee naar tweede klasse met Antwerp.' Paul Van Himst heeft toen nog geprobeerd om me naar Anderlecht te laten gaan, want bij de nationale ploeg klikte dat wel tussen ons, maar Wauters had een overeenkomst met Roger Petit van Standard. 'Zo belandde ik bij Standard, terwijl ik nog nooit in Luik was geweest en evenmin als mijn vrouw één woord Frans sprak. Roger Petit, die in Nederland had gestudeerd en goed Nederlands sprak, zei dat we in Tongeren mochten gaan wonen. Maar al gauw kende ik Luik en de Carré op mijn duimpje, dankzij mijn ploegmaat van bij de nationale ploeg, Nico Dewalque. Hij nam me op sleeptouw. Nico kende elke zaak in Luik. Al heel gauw voelde ik me er thuis. Ik kom nog altijd graag in Luik.' Zijn er ooit nog contacten in het buitenland geweest, behalve FC Köln? Van Moer: 'Ja. Elke zomer speelden we in het buitenland een voorbereidingstoernooi. Op die manier kwam ik in de belangstelling van een paar Spaanse eersteklassers. De man die die contacten had, zou op een dag naar België komen om over een transfer te spreken. Ik ben die samen met Dewalque op de luchthaven in Brussel gaan oppikken. We brachten hem naar Luik, maar Roger Petit weigerde hem te ontvangen. 'Breng hem maar terug naar de luchthaven', zei hij. 'Anders transfereer ik je naar een derdeklasser en kan je daar gaan voetballen in plaats van in Spanje.' Nu kunnen spelers einde contract geraken. Wij waren nooit einde contract. Dat was een verbintenis voor onbepaalde duur.' Uiteindelijk vertrok je in 1976 niet naar Spanje, maar naar Beringen, omdat Standard op jouw plaats Asgeir Sigurvinsson had gehaald... Van Moer: 'Dat speelde mee, maar de voornaamste reden was dat ik van Petit geen zaak mocht uitbaten. Hij was tegen de taverne in Hasselt. Hij vond dat niet te verenigen met de job van profvoetballer.' Andere spelers deden dat toch ook? Van Moer: 'Maar allemaal op naam van hun vrouw. Petit stuurde spionnen naar Hasselt om te zien of ik niet in de zaak werkte. Maar ik zag ze van ver zitten, de Limburgse Standardsupporters. Daarom wilde ik naar Beringen, omdat die pas om vijf uur 's middags trainden en ik gewoon in mijn zaak kon staan wanneer ik wilde. Want de mensen kwamen ook omdat ze Van Moer wilden zien.' Met alle respect, Wilfried: van de strijd om de titel en de Europese matchen naar het degradatievoetbal met Beringen... Lukte dat een beetje? Van Moer: 'Slechts één van die vier jaar eindigden we in de middenmoot, de andere jaren was het knokken om niet te zakken. Maar ik vond daar een fijne groep, met een paar goeie voetballers zoals Guy François. Een groot talent maar te braaf, daar zat te weinig drive in. Er waren ook de opkomende Raymond Jaspers en Walter De Greef die daarna naar Anderlecht trokken.' Hoe belandde je daar? Van Moer: 'Standard had verdediger Theo Poel van Beringen op het oog. Dus ruilden ze ons, en gaf Standard Beringen nog wat geld bij.' Heb je geaarzeld toen Guy Thys je vier jaar later opriep om terug te keren bij de Rode Duivels? Van Moer: 'Toch wel. Kon ik na vier jaar afwezigheid nog wel de motor aan de praat krijgen in een ploeg die niet draaide? Maar Thys kon goed op mensen inpraten: 'Je speelt zoals je zelf wil, Wilfried, geef maar een teken als er iets is. Trouwens: je bent nog altijd top in de topwedstrijden tegen Club, Standard en Anderlecht.' Dat klopte overigens. 'Ik ben toen in mijn eentje gaan bijtrainen in de Wase polders. Fysiek was ik in orde op het EK. Ik ben maar één keer voortijdig van het veld moeten gaan, tegen Italië, omdat die me weer stevig hadden aangepakt en alles duizelde bij de rust. Op ons middenveld keken René Vandereycken en Julien Cools niet op een meter. Achter mij stelde Eric Gerets me gerust: 'Wilfried, als er iets is, spring ik wel bij.'' Hadden jullie een tactisch plan voor de wedstrijden? Van Moer: 'Een wat? ( lacht) Guy Thys was een peoplemanager die ons vertrouwen en een goed gevoel gaf. Raymond Goethals gaf de ploeg een tactisch plan, onder Thys trokken wij zelf onze plan. Kijk eens naar de namen in die ploeg, bijna allemaal mannen die later zelf een mooie trainerscarrière hebben gemaakt: Gerets, Walter Meeuws, Vandereycken. Als de tegenstander een vervanging deed, moesten wij niet naar de bank kijken met de vraag wat we moesten doen. We losten dat onder elkaar op.' Hoe pakten jullie Engeland aan? Van Moer: 'De Engelsen hadden een vaste manier van spelen: een verre bal vooruit en daar achteraan. Op dat moment zette Walter Meeuws een stap vooruit en stonden ze keer op keer buitenspel. Ik denk dat dat wel 25 keer gebeurd is. De Engelsen konden niet bijsturen en Walter deed dat meesterlijk. Met dat gelijkspel tegen Engeland was ons toernooi in feite al geslaagd.' Wat opvalt als je die resultaten bekijkt: jullie hebben maar één van de vier matchen gewonnen, tegen Spanje. Van Moer: 'Plots stonden we met één been in de finale. Met als enige probleem dat we toen hoorden wat die andere ploegen als finalepremie konden krijgen, terwijl wij voor een habbekrats speelden. Maar onderling was de sfeer heel plezierig, het was een groep die goed samenhing, ook de bankzitters. Maurice Martens bijvoorbeeld kwam op een dag verkleed als mummie in de eetzaal, helemaal ingepakt in toiletpapier. Als je drie weken samen zit, is het belangrijk dat de sfeer goed is, dat de bankzitters niet gaan zeuren. Een paar uur voor de match tegen Italië hadden we na het eten zin in een pintje. Dus vroegen we de trainer of we naar dagelijkse gewoonte weer een pintje mochten drinken. Thys knikte. Die Italiaanse obers wisten niet wat ze zagen. Een paar uur later pakten we de Italianen op zijn Italiaans aan: alles dicht achterin, laat hen maar komen. Dat konden ze niet.' Op het WK 1970 had jij als enige een ijskast en een platendraaier in je kamer, zodat alle anderen bij jou kwamen wanneer de heimwee opstak. Had je die in 1980 ook mee? Van Moer: 'Nee, alleen mijn boeken. Zonder boek ging ik niet naar een wedstrijd of op afzondering. Ik was wel opgegroeid in een café, maar ik kon niet kaarten en niet biljarten.' Opvallend: in alle oefenwedstrijden voor het EK verdedigde Theo Custers het doel, maar in Italië stond plots Jean-Marie Pfaff tussen de palen. Van Moer: 'Theo was ook een hele goeie keeper. Die deed dat goed in de voorbereidingsmatchen, maar de klasse van Jean-Marie stond buiten kijf. Alleen was in de groep Jean-Marie wat speciaal, die zonderde zich wat af. Custers lag heel goed in de groep, daar kon je plezier mee hebben. Jean-Marie keepte op dat EK sterk. Hij maakte maar één foutje, bij die winning goal van Horst Hrubesch in de finale. In de eerste helft waren de Duitsers beter, daarna werden wij sterker. Als we de verlengingen halen, worden we Europees kampioen.' Wie was voor jou de revelatie in jullie ploeg? Van Moer: ' Jan Ceulemans brak op dat EK door. Ik speelde graag samen met Jan, zoals ik dat voorheen met Van Himst deed. Jan begreep voetbal, had een goed positiespel en werkte hard. Op rechts had Swat Van der Elst een enorme demarrage op de eerste vijf meter. Die liep altijd waar hij moest lopen. Als hij weg was, haalde geen verdediger die nog terug en wanneer hij alleen voor doel kwam, zat de bal altijd binnen. Maar de meest onderschatte voetballer was Luc Millecamps. Over hem sprak niemand, maar hij neutraliseerde wel de sterkste spitsen ter wereld. 'Als je Luc bij Waregem bezig zag, zou je hem vijf frank gegeven hebben, maar bij de nationale ploeg viel die niet te herkennen. Daar deed die wat hij kon en waagde hij zich niet aan wat hij niet kon. Walter Meeuws regisseerde Luc perfect.' Na het EK heb je nog een WK meegemaakt, in 1982. Van Moer: 'En een transfer na dat EK. Terug naar mijn oude club Beveren. Heinz Schönberger, die toen spelverdeler was, heb ik meteen gerustgesteld, om geen tweede geval Sigurvinsson mee te maken. Ik zei hem: 'Heinz, als jij gaat, neem ik over.' Dat klikte twee jaar perfect tussen ons.' Je nam in schoonheid afscheid als international, op het WK 1982 in Spanje. Van Moer: 'Ik twijfelde om nog mee te gaan naar Spanje, maar Thys overtuigde me: 'We hebben je nodig, je hebt alle oefenmatchen al meegemaakt.' Ik heb me laten overhalen. Maar de dag voor de openingsmatch ben ik uit mijn bungalow gestapt, om Guy Thys te zeggen dat hij me toch beter op de bank zette tegen Argentinië. Net op dat moment stapt hij ook uit zijn bungalow. Hij kwam me vertellen dat ik misschien beter niet startte. We zijn mekaar toen letterlijk halverwege tegengekomen. Zo zat ik tegen Argentinië op de bank, en ben ik nog ingevallen tegen Hongarije en gestart tegen Polen. Het was genoeg geweest.'