Hoe vond Brian Priske evenwicht in een ruitvorm?

Zodra hij naar de Bosuil kwam, had Brian Priske allicht al begrepen dat hij tijdens de transferperiode een heleboel spelers zou krijgen, maar dat het wat tijd zou kosten om daar een ploeg van te maken. Eerder talenten dan profielen, plus een hoop jonge spelers die het niet gemakkelijk maken om de puzzel te leggen.
...

Zodra hij naar de Bosuil kwam, had Brian Priske allicht al begrepen dat hij tijdens de transferperiode een heleboel spelers zou krijgen, maar dat het wat tijd zou kosten om daar een ploeg van te maken. Eerder talenten dan profielen, plus een hoop jonge spelers die het niet gemakkelijk maken om de puzzel te leggen. De Great Old was lang naar zichzelf op zoek, maar het slaagde er ondertussen wel in om niet te veel punten te morsen. En nu lijkt de Deense coach het evenwicht gevonden te hebben in een 4-4-2 met een hybride ruit die voor dynamiek en verticaliteit zorgt rond twee ervaren spelers: Radja Nainggolan bepaalt met zijn aura de energie van een wedstrijd, terwijl Michael Frey scoort met zoveel overgave dat het lijkt of hij bang is om na een match zonder goals op de bank te belanden. Rond hen beiden verloopt het spel van Antwerp. Benson, in theorie een aanvaller, houdt het spel breed en gebruikt tegelijk de kleinste gelegenheid om diep te gaan of een tegenstander uit te schakelen en zo de verdediging achteruit te dwingen. Achter hem wordt daarvan geprofiteerd door Michel-Ange Balikwisha, die tussen de lijnen handig uit de dekking kan lopen, terwijl de hyperactieve Yusuf het systeem van de tegenstander ontregelt. Stamnummer 1 creëert chaos wanneer het aanvalt, want die chaos helpt de eigen talenten meer dan de verdediging van de tegenstander. Antwerp lijkt een ernstige titelkandidaat te zijn. Luka Elsner was bij Kortrijk de coach die het minste balbezit had van eerste klasse, en bij Standard lijkt hij daar ook van uit te gaan. Hij behaalde slechts één punt in wedstrijden met een balbezit boven de 50 procent. Voor de rest hebben de Luikenaars hun punten geoogst vanuit de omschakeling.Uiteraard lukt dat plan het best wanneer de tegenstanders enige naam en faam hebben: noch Antwerp, noch Anderlecht, noch Club Brugge kregen Standard op de knieën, ook al is het nog niet nauwkeurig genoeg in zijn tegenaanvallen. Bij Club was in balverlies het evenwicht zoek en die zwakke plek hadden de Luikenaars duidelijk gespot. Stanley Nsoki werd door zijn ploeg in de steek gelaten en had zich niet eenzamer kunnen voelen wanneer hij in een kano de oceaan moest bewaken. Daardoor konden de Rouches vanop rechts hun aanvallen opzetten, waaruit twee doelpunten en in de laatste minuten nog een enorme kans volgden.Gaat het om een echte evolutie na de transferperiode? Standard speelde eerder ook gelijk in Jan Breydel en het won op de Bosuil, toen er van de huidige versterkingen nog geen sprake was. Of het echt om een nieuw Standard gaat, zal later moeten blijken, wanneer het aan een wedstrijd als favoriet begint en daardoor meer balbezit voor lief zal moeten nemen. De Gentse kern was onthoofd door blessures en spelers die op de Afrika Cup zitten en dus was Vanhaezebrouck op zijn hoede voor Charleroi, dat net als zijn eigen ploeg volgens uitgetekende patronen voetbalt. Daarom ruilde de coach van de Buffalo's zijn gebruikelijke 5-2-2-1 in voor een meer compacte 5-3-2 lager op het veld. Door de rangen te sluiten werd verhinderd dat de Zebra's een numeriek overwicht op het middenveld zouden creëren, wat ze doorgaans proberen te doen vanuit hun 3-1-5-1. In de eerste helft vonden de Carolo's geen ruimte. Na de rust lukte dat al beter, door Ali Gholizadeh en Anass Zaroury verder uiteen te trekken zodat Loïc Bessilé en Stefan Knezevic voor een numeriek overwicht konden zorgen. Er kwamen voorzetten maar geen kansen. De jonge Ken Nkuba had het begrijpelijk lastig in een zone die verdedigd werd door de sterke en harde Joseph Okumu. De wedstrijd leek bijwijlen op een partij schaak op een stille avond zonder publiek. Het streven naar controle maakte dat er weinig spektakel te beleven viel. In de laatste zes competitiewedstrijden kon alleen kampioen Club Brugge meer dan één expected goal creëren tegenover Hendrik Van Crombrugge. Pep Guardiola, en via hem dus ook Vincent Kompany, wordt vaak gezien als een idealist van het balbezit en een van de voornaamste troeven daarvan is dat er amper kansen worden weggegeven. In het begin van het seizoen was Anderlecht kwetsbaar en toonde het zich defensief niet efficiënt, maar het heeft een evenwicht gevonden dat moeilijk te ontwrichten is en het kan in de meeste gevallen de plannen van de tegenstander neutraliseren. Zonder de bal organiseert paars-wit zich in een compacte 4-4-2, waarbij enkele dynamische spelers opleven bij elke bal die in de diepte gaat. Zo'n laag blok draagt ook de voorkeur weg van Wesley Hoedt en Lisandro Magallan, die zich goed voelen bij luchtduels. Aangezien Sporting het toch vooral van zijn offensieve ideeën moet hebben, wordt het defensieve evenwicht bewaard door de plichtbewuste Josh Cullen en de positioneel sterke Kristoffer Olsson. Zij zorgen ervoor dat de flankverdedigers mee kunnen oprukken zonder dat de centrale verdedigers in de problemen komen bij het bestrijken van de hele breedte van het veld. Balverlies hoog op het veld wordt daardoor goed opgevangen. KV Mechelen beet de tanden stuk op dat steeds beter gerodeerde evenwicht. Vóór die honderdste minuut met de winnende strafschop van Dante Vanzeir mocht KRC Genk er prat op gaan dat het de ploeg was die sinds het begin van het seizoen het best de aanvallen van Union had afgeslagen. Slechts 0,55 expected goals werden toegestaan. Bernd Storck is wantrouwiger en dus beter georganiseerd dan zijn voorganger op de Genkse bank. Hij zorgde ervoor dat er geen ruimte was voor de beruchte Brusselse omschakelingen, ook al moest hij daarvoor veel van zijn eigen offensieve ambities opofferen. Junya Ito en Théo Bongonda stonden er alleen voor om het verschil te maken. Dat kwam ook door de afwezigheid van Paul Onuachu in de basiself, die na een afvallende lange bal in staat is om zijn ploeg tientallen meters te laten opschuiven. Zonder hun Gouden Schoen moesten de Limburgers uitsluitend rekenen op hun flankspelers. Die werden door het Union van Felice Mazzu goed afgeschermd en kregen zelden steun van Gerardo Arteaga en Daniel Muñoz. De Colombiaan en de Mexicaan, die gewoonlijk dichter bij de achterlijn van de tegenstander spelen dan die van hun eigen team, liepen in het Dudenpark rond met een achteruitkijkspiegel. Een van beiden positioneerde zich steevast als verdedigende middenvelder om bij de omschakeling als extra buffer te dienen, terwijl de andere geregeld heel laag bleef hangen om de vleugel af te dekken, waar Vanzeir en Deniz Undav graag de ruimte zoeken om de verdediging te verschalken en een voorzet te geven naar hun spitsbroeder. Genk slaagde er zo in de meest flamboyante ploeg van de competitie te versmachten, maar het kon op de valreep niet verhinderen dat het de hoofdstad zonder punten moest verlaten.