Geboren 13/07/1914
...

Constant Vanden Stock voetbalde bij de jeugd van Anderlecht. Tijdens zijn eerste seizoen in het eerste elftal speelde paars-wit nog in tweede afdeling. In zijn tweede campagne viel hij geblesseerd uit lang voor het einde van de competitie waarin Sporting kampioen werd en naar eerste klasse promoveerde. In oktober 1935, zijn eerste seizoen in de hoogste afdeling, liep hij een driedubbele beenbreuk op en was ongeveer een jaar onbeschikbaar. Hij brak een paar jaar later opnieuw zijn been. Hij vertrok naar Union. Meneer Constant had intussen de brouwerij van zijn vader Philémon overgenomen, maar de liefde voor het voetbal was gebleven. Na de oorlog werd hij voorzitter van La Forestoise en midden jaren vijftig lid van de selectiecommissie van de voetbalbond, die de spelers voor de Rode Duivels aanwees. In 1958 werd hij de enige selectieheer. Hij besliste wie er international werd en had een trainer die met de jongens op het veld werkte. Een van hen was Raymond Goethals, die in 1968 - toen Vanden Stock zich terugtrok - bondscoach werd. In plaats van Anderlecht koos hij voor Club Brugge, waar hij gedurende één seizoen technisch directeur was. In 1969 keerde hij terug naar wat toen nog het Verséstadion heette - en bracht Robbie Rensenbrink mee - en twee jaar later werd hij voorzitter van Anderlecht. Constant Vanden Stock droeg de club in 1996 aan zijn zoon Roger over. Anderlecht was in zijn ambtsperiode tien keer landskampioen geworden en had zeven nationale bekers gewonnen. Paars-wit won als eerste Belgische club een Europese beker (Europacup II in 1976 tegen West Ham, 4-2) en deed dat twee jaar later nog eens over (finale tegen Austria Wien, 4-0). In 1983 won Anderlecht de UEFA Cup tegen Benfica. Een jaar later werd de finale van diezelfde beker verloren tegen Tottenham. Bij het afscheid van Constant Vanden Stock probeerden twee gangstertjes, Jean Elst en René Van Aken, zoon Roger te chanteren met een omkoopaffaire. Bij de halve finale van de UEFA Cup in 1984 tegen Nottingham Forest had vader Vanden Stock 1 miljoen frank (25.000 euro) aan de Spaanse scheidsrechter Emilio Guruceta Muro gegeven om de 2-0-achterstand uit de heenmatch goed te maken. De Spaanse ref deed wat hem gevraagd was en hielp mee aan de 3-0-zege. Tomek de clown werd hij genoemd. Een echte showman in doel, maar toch ook een goede keeper. Op het Kiel waren ze gek van hem. Hij was al onsterfelijk toen hij bij Beerschot arriveerde. Op 17 oktober 1973 speelde hij met Polen op Wembley. Engeland had een zege nodig om zich te plaatsen voor het WK van een jaar later in West-Duitsland. Jan Domarski zette de bezoekers op voorsprong, waarna de Engelsen begonnen aan een heuse belegering van het Poolse doel. Slag om slinger bracht Tomek hen de wanhoop nabij. Lange Jan bleef de ballen uit zijn doel ranselen, soms op een onorthodoxe wijze. Hij werd alleen geklopt op een strafschop van Allan Clarke. Engeland was uitgeschakeld. De Polen mochten naar het WK. Tomaszewski werd de eerste goalie die op een Wereldbeker twee strafschoppen stopte: tegen Zweden van Staffan Tapper en tegen West-Duitsland van Uli Hoeness. Polen pakte brons en was er ook vier jaar later in Argentinië bij. Dat toernooi verliep minder succesrijk, maar met vijf clean sheets in elf wedstrijden (in beide WK's) maakte Tomaszewski zijn faam waar. Tussendoor (1976) had hij met de Poolse staatsamateurs zilver behaald op de Olympische Spelen van Montréal. In de finale werd verloren van de DDR (3-1). Jan Tomaszewski groeide op in Wroclaw. Zijn ouders waren na WO II uitgeweken uit Vilnius (Litouwen). Hij zette zijn eerste stappen als voetballer bij het plaatselijke Slask, verhuisde naar legerploeg Legia Warschau (waarmee hij tweede en derde werd in de competitie) en belandde bij LKS Lodz. Hij mocht pas op zijn dertigste naar het buitenland en koos voor Beerschot. Ook in België liet hij zich opmerken met een combinatie van knappe saves en frivole fratsen. Op Club Brugge stopte hij twee strafschoppen in één wedstrijd en in een thuiswedstrijd tegen RWDM verlengde hij in de toegevoegde tijd met het hoofd een hoekschop, waardoor Emmanuel Sanon gelijk kon maken (2-2). Hij liet zich ook geregeld in het Antwerpse nachtleven opmerken, vaak in het gezelschap van basketballegende Willy Steveniers.Laurent Verbiest kwam in 1960 van derdeklasser AS Oostende naar Anderlecht. Ging heen op 2 februari 1966, op de snelweg naar de dood. Zijn vroegtijdige overlijden ontregelde het Anderlecht van Pierre Sinibaldi - le football champagne - en bracht een breuklijn aan in de combinatie. Vergelijk het aantal doelpunten de eerste drie jaar mét en de volgende twee jaar zonder Verbiest tijdens het magnum opus van les mauves, zijnde de vijf opeenvolgende landstitels van 1964 tot 1968: 77, 87, 88 versus 63, 67. Libero Lorenzo liet het team beter voetballen, opende als eerste Belgische opkomende verdediger de aanvallende impulsen en bracht dat tot stand met zwier en zorgeloosheid. Hij wist wat hij deed voor hij de bal liet vertrekken: de factor-Verbiest vernieuwde het Belgische voetbal, want van het klassieke beeld van de beperkte en buffelende achterspeler liet hij weinig over. De dribbel in het eigen strafschopgebied, het een-tweetje als vrije man en het welgevormde schot op doel. De loftuitingen gingen ver: de beste verdediger die ooit onze velden heeft betreden. Na zijn transfer naar Anderlecht in 1960 bleef hij in zijn geboortestad wonen. Hij debuteerde in een demonstratiewedstrijd tegen het Braziliaanse Santos met wereldkampioen Pelé als rechtstreekse tegenstrever. Verbiest gaf de Anderlechtdefensie een ander aanzicht. Mét hem werd er voor het eerst gewonnen in de Europacup, zelfs tegen Real Madrid! De media schreven hem snel de hemel in. En benaderden hem kritisch voor zijn uitspattingen. Want in het vermaak van het publiek kende hij geen limiet: uit bij Crossing Schaarbeek grijnzend op de bal gaan zitten, wachtend op een tegenstander. Op Thor Waterschei vijf keer dezelfde aanvaller opnieuw dribbelen, louter voor het eigen plezier en om hem te kleineren. De scheidsrechter met de vinger naar het oog priemen, hem bij de keel grijpen of over de bol aaien. Met de woorden: 'Daar zit precies niet veel onder.' De opeenvolgende incidenten kostten hem in 1965 acht maanden schorsing. Op 2 februari 1966 werd hij brutaal uit het leven gerukt. Hij keerde met zijn vrouw laattijdig terug van een bezoek aan de dokter en haastte zich naar huis om de Europacupmatch tussen Manchester United en Benfica Lissabon op televisie te volgen. Hij reed zich te pletter aan de Kennedyrotonde in Oostende. Zijn vrouw overleefde het dramatische ongeval. Zijn uitvaart werd omgeschreven als 'die van een president'. Hij ontving postuum de Gouden Schoen van 1966. François Tuyaerts groeide op in een 'Malinoisgezin'. Hij stond met zijn ouders te supporteren bij het geel-rode landskampioenschap van 1948 en tekende meteen zijn aansluitingskaart. Van 1955 tot 1967 vestigde hij zijn reputatie als linkerflankaanvaller. Hij werd geboren met een halve linkerarm. Hij overschreed de kaap van driehonderd wedstrijden in het eerste elftal en droeg zelfs de aanvoerdersband. Tuyaerts was voldoende getalenteerd om in aanmerking te komen voor de nationale B-ploeg, maar selectieheer Constant Vanden Stock vertrouwde hem toe dat hij hem niet mocht oproepen voor de bondsleiding wegens 'zijn handicap'. Tuyaerts hield van het technische voetbal en blonk uit in de derby's met Racing. Zijn beste vertoning bracht hij in de halve finale van de beker van België tegen Anderlecht in 1967, waar hij met zijn snelle dribbels de verdediging van de landskampioen in de luren legde. Hij verloor de bekerfinale tegen Standard, maar het leverde hem een transfer op naar Racing White.Jules-François Bertrand Bocandé is voor veel Senegalezen nog altijd de beste voetballer aller tijden van zijn land. In 2009 werd hij door de Afrikaanse voetbalbond verkozen tot African Legend. Een schitterende carrière dreigde echter al snel afgebroken te worden. Hij won in 1979 de beker met Casa Sport en stond een jaar later weer in de finale. Toen de scheidsrechter een dubieuze strafschopbeslissing nam, verkocht hij hem een oplawaai. Hij werd voor het leven geschorst in eigen land, maar de straf werd later ongedaan gemaakt, zodat hij met het nationale team kon aantreden. Na zijn schorsing week Bocandé uit naar België. Via derdeklasser US Doornik belandde hij bij eersteklasser Seraing, dat vooral dankzij hem de seizoensrevelatie van jaargang 1983/84 werd. De Senegalees had de aandacht van de Franse clubs getrokken en verhuisde naar FC Metz, dat in 1984 verrassend zesde werd - vooral dankzij de 23 treffers van Bocandé, die topschutter van Frankrijk werd. Hij had ook een belangrijk aandeel in de sensationele uitschakeling van Barcelona in de Europacup na een 1-4-zege in Camp Nou. Nu stonden de topclubs in de rij, maar zijn verblijf bij Paris Saint-Germain werd een afknapper. Hij werd, volgens eigen zeggen, geboycot door Dominique Rocheteau. Na één seizoen was hij alweer weg. Bij OGC Nice en Racing Lens moesten zijn goals het behoud verzekeren. Voor zijn allerlaatste voetbalseizoen keerde hij terug naar België, naar Eendracht Aalst, dat net naar tweede klasse was gezakt. Jules Bocandé nam aan drie eindrondes van de Afrika Cup deel. In 1986 overleefde Senegal de eerste ronde niet. Vier jaar later bereikte het de halve finales en nog twee jaar later de kwartfinales. Tussen 1993 en 1995 was hij bondscoach van Senegal en later bleef hij voor de voetbalbond werken. Hij werd alom geprezen voor zijn rust, eerlijkheid en nederigheid. Bocandé overleed op 54-jarige leeftijd in Metz tijdens een chirurgische ingreep. Arsenal, dat in 1980 nog de Europacupfinale bij de Bekerhouders had gespeeld. Enkele minuten voor tijd leidde Winterslag met 1-0. In de slotfase schudde Jean-Paul nog drie prachtreddingen uit de mouwen om de gelijkmaker te verhinderen. Op Highbury herhaalde hij dat kunstje: nadat de Gunners een 0-1 hadden omgebogen in een 2-1 leek het derde noodzakelijke doelpunt een kwestie van tijd. De Bruyne stopte alles en hield er de bijnaam Tarzan aan over. De flink uit de kluiten gewassen doelman bezat een verbazende soepelheid als het op zweefsprongen aankwam. Hij had ook een bijzonder eigenaardige manier van voorbereiden. Het trainingsveld aan de Noordlaan lag aan de overkant van de straat. Voor elke thuismatch slenterde hij naar de hotdogkraam en trakteerde hij zichzelf op een dampende 'worst met zuurkool'. Die verorberde hij tussen de supporters en stapte dan pas naar de spelerstunnel. De Bruyne genoot sindsdien een enorme populariteit bij de fans. Hij voelde zich één met de symboliek van de Vieze Mannen. Hij hield van de over-mijn-lijkmentaliteit, van de slechte kwaliteit van de grasmat, van de moddervorming op het veld, van de halve ijsvlakte in de winter en de 'woestijnzone' in de zomer. Hij vereenzelvigde zich met het 'arbeidersvolk' op de staanplaatsen. In zijn tweede seizoen degradeerde hij, maar hij werd een steunpilaar van de heropbouw van de rood-zwarten, tevens de laatste 'stuiptrekking'. Derde plaats en eindronde in 1985, periodekampioen in 1986 en tweede mét promotie in 1987. Jean-Paul De Bruyne hield in 1988 Winterslag op het hoogste niveau. De fusie met aartsrivaal Thor Waterschei - met wie hij vele derby's had uitgevochten - was van dan af onvermijdelijk geworden. Jean-Paul kwam aanvankelijk niet in de nieuwe plannen voor en stapte over naar Patro Eisden. Een seizoen later sloot hij toch zijn loopbaan af bij KRC Genk. Voor de Winterslagsupporters bleef hij de 'held van Highbury'.De Haspengouwse buitenspeler trok van Zuid-Limburg naar West-Vlaanderen, via Antwerpen. Hij debuteerde in 1981 bij de vierdeklasser van zijn geboortestreek, Stade Borgworm. Van 1983 tot 1996 volgde een pad langs vijf profploegen: drie seizoenen bij SK Tongeren in tweede klasse, drie bij KV Kortrijk, twee bij Germinal Ekeren, drie bij SV Waregem, ten slotte twee bij Sint-Truiden. Bijna driehonderd wedstrijden op topniveau. Wisselde grilligheid met grollen af. Een speelvogel die kon uitbarsten als hij er zin in had. Zocht zowel op de linker- als de rechterflank de ruimte met zijn snelheid en dribbels. Vormde bij Germinal eerst met Simon Tahamata en later met Tomasz Radzinski een moeilijk af te stoppen duo en zocht zijn momenten in de bekercampagnes van 1990 (finale Club Luik) en 1995 (finale Club Brugge). De uitdrukking 'op vinkenslag liggen' is op hem van toepassing. Ze betekent zowel 'ongeduldig zitten wachten om iets te kunnen doen' als 'de vinken gevangennemen om deel te nemen aan zangwedstrijden'. Op het veld gedroeg hij zich vaak zeer rumoerig en als hobby bestudeerde hij het leven van de vink. Op zo'n manier dat hij bij het einde van zijn loopbaan gerechtelijke vervolging riskeerde voor het illegaal vangen en smokkelen van de zangvogels. René van der Gijp werd bij Sporting Lokeren de opvolger van Grzegorz Lato. Hij was een heel ander type. Lato was watervlug, Van der Gijp moest het van zijn verwoestende schot hebben. Hij was in Daknam ook befaamd voor de grappen en grollen die hij uithaalde. Van der Gijp verliet het Waasland voor PSV, waar hij zijn succesrijkste periode beleefde. Hij werd twee keer Nederlands kampioen en zette er zijn interlandcarrière voort die hij bij Lokeren was begonnen. Hij was de tweede speler van Oranje van wie ook de vader international was geweest. Naast vader Wim speelde ook zijn oom Cor van der Gijp ooit voor het Nederlands elftal. Na het voetbal bouwde hij een mediacarrière uit. Hij schoffeerde aan de zijde van journalist Johan Derksen geregeld de goegemeente in de tv-praatprogramma's Voetbal Inside en Veronica Inside. Van zijn biografie Gijp werden maar liefst 350.000 exemplaren verkocht. Dik stekelhaar, donkere wenkbrauwen, wat scheve ogen. Anderlecht begroette in 1996 een nieuw wonderkind. Nauwelijks zestien jaar oud en al de dubbel in Roemenië gewonnen. Zijn naam klonk meteen bekend in de oren, want zijn vader Tudorel Stoica had in 1986 de Europacup I gewonnen met Steaua Boekarest. Hij was pas zeventien toen hij bij Anderlecht debuteerde. Een echte voetballer voor het Astridpark: fluwelen techniek, fraaie trap. Hij werd meteen in de armen gesloten door de fans. Le Petit Prince, zo werd de nieuwe chouchou liefkozend genoemd. Helaas, de jonge Roemeen had ook een aantal gebreken. Hij miste de juiste profmentaliteit, had een broertje dood aan trainen, wilde van niemand raad aanvaarden, was waanzinnig eigenzinnig en vertoonde al snel vedetteallures. Na enkele mooie jaren met twee titels en een plaats in de tweede ronde van de Champions League stelde hij buitensporige eisen bij zijn contractverlenging. Het bestuur had het stilaan gehad met de kleine spelmaker en al helemaal toen hij 'verraad' pleegde en voor Club Brugge tekende. In zijn eerste seizoen bij Club kwam hij nog regelmatig aan spelen toe en werd de titel gewonnen, maar in de tweede campagne was hij in het beste geval invaller. In de bekerfinale van 2004 tegen SK Beveren werd geen beroep op hem gedaan. De nieuwe Gheorghe Hagi bleek finaal een van de jongste has-beens uit de voetbalgeschiedenis. Mede door blessures kregen we hem nog nauwelijks aan het werk te zien. Bij Siena speelde hij niet één officiële wedstrijd. Zijn doortocht bij KAA Gent was allesbehalve een succes en bij Moeskroen was hij na drie maanden alweer weg. Hij was toen nog altijd geen dertig. Zelfs bij Standaard Wetteren werd de echte Stoica nog zelden aan het werk gezien. De speler met de mooiste naam: Gilles Yapi Yapo. Hij werd opgeleid bij ASEC Mimosas uit Abidjan en door Jean-Marc Guillou naar SK Beveren geloodst. Met een bijna voltallig Ivoriaans elftal bracht hij wervelend voetbal naar de Freethiel. Na drie seizoenen vertrok hij naar FC Nantes, maar het grootste deel van zijn carrière speelde zich af in Zwitserland. Het hoogtepunt was de uitschakeling in de halve finale van de Champions League met FC Basel tegen Chelsea. Yapi Yapo won veel trofeeën in Zwitserland, maar werd er ook het slachtoffer van twee horrortackles. De eerste keer in de tweede match van het seizoen 2011/12, waardoor hij tot februari out was. De tweede keer was in november 2014 en er werd gevreesd dat hij nooit meer zou kunnen voetballen. FC Zürich spande een rechtszaak aan tegen Sandro Wieser (FC Aarau), de beul met dienst. Yapi Yapo was jarenlang een vaste waarde in het Ivoriaanse elftal, waarmee hij aantrad op het WK 2006 en zilver won op de Afrika Cup in datzelfde jaar.