'Mijn eerste wedstrijd voor België?', lacht Cécile De Gernier (34) wat ongemakkelijk bij het aanhoren van de vraag. 'Het was in the middle of nowhere, met minikleedkamers waar je met je hoofd boven de douchekop uitstak en alles was gemaakt van oude steen. Je had ook nog van die houten banken. Het deed me terugdenken aan de jeugdtoernooien.'
...

'Mijn eerste wedstrijd voor België?', lacht Cécile De Gernier (34) wat ongemakkelijk bij het aanhoren van de vraag. 'Het was in the middle of nowhere, met minikleedkamers waar je met je hoofd boven de douchekop uitstak en alles was gemaakt van oude steen. Je had ook nog van die houten banken. Het deed me terugdenken aan de jeugdtoernooien.' Van zodra de voormalige international (tussen 2011 en 2016) haar doos vol herinneringen opent, hoor je plezier in haar stem en intonatie. Dit verhaal gaat over de wedstrijd uit mei 2011 tegen Noord-Korea, waarbij speelsters als Heleen Jaques (die stopt na de play-offs met de KAA Gent Ladies), Janice Cayman (Ol. Lyon), Davina Philtjens (US Sassuolo) en Aline Zeler (contract recent ontbonden bij KRC Genk Ladies) het veld betraden bij Excelsior Veldwezelt. Een Limburgse amateurclub, niet ver verwijderd van de Belgisch-Nederlandse grens. 'Er waren in totaal misschien tweehonderd mensen aanwezig', weet de 29-voudig international. Ze maakte het ook nog mee dat Ryanairvluchten werden geboekt om zes uur 's ochtends; kwestie van de vervoerskosten zo laag mogelijk te houden. Bovenstaande situatie is helemaal anders dan het duel van april 2018 aan Den Dreef in Leuven, toen maar liefst 17.000 fans zich verzamelden. Tot op vandaag is dat een recordaantal toeschouwers voor een interland van de Belgische nationale vrouwenploeg. Of neem het verschil van comfort: het OH Leuvenstadion, dat wordt gemoderniseerd dankzij geld van King Power (Leicester City), de faciliteiten van het nationaal trainingscentrum in Tubeke en de uitgebreide staf die bondscoach Ives Serneels (48) bijstaat. Laatstgenoemde vierde in maart zijn tiende verjaardag aan het hoofd van de Red Flames. Een nationale ploeg die nu in de subtop van Europa staat en op de zeventiende plek prijkt van de officiële FIFA-ranking. In 2011 waren de omstandigheden totaal anders. Het was een ander tijdperk ook, waarin de wereld net het sociale netwerk Instagram ontdekte en de Belgische nationale vrouwenploeg op de 35e plaats stond op de wereldranglijst. Ook het vrouwenvoetbal in zijn geheel genoot in ons land nog lang niet de aandacht die het vandaag heeft. Serneels leerde een nationale ploeg kennen met weinig middelen. Hij selecteerde meteen een grote groep van 35 speelsters, die tien maanden niet samen waren gekomen, en beschikte over een technische staf van amper vier of vijf leden. Niemand werkte toen al voltijds voor de Belgische voetbalbond. Serneels zag zich zelfs genoodzaakt om een vriend in te schakelen om de keepsters te trainen.Vandaag is dit ondenkbaar, net zoals het gegeven dat een nationale ploeg het hele land doorkruist voor een promotietoer: Loenhout, Strombeek, Ath, Nieuwpoort, Verviers. De Rode Duivelinnen deden het; ze werden naar alle uithoeken van ons land gestuurd. 'Niemand kende ons, dus was het een mooie manier om ons te laten zien', rakelt recordinternational Aline Zeler (37, 111 caps) op. 'Ik ben afkomstig uit de provincie Luxemburg. Als tiener wist ik niet eens dat er een nationale voetbalploeg voor vrouwen bestond.' Er werd een deal gesloten waarbij ze konden gebruikmaken van een betere infrastructuur dan op clubniveau, 'waar we één keer op twee maar warm water hadden', aldus De Gernier. 'Zo kwamen we voor de kwalificatieduels voor het EK van 2013 terecht in het Armand Melisstadion in Dessel', vervolgt Zeler. 'Een arena, met een tribune. En er was plaats voor duizend mensen. Het werd daar een beetje een 'thuis', door de goede herinneringen aan een veld en kleedkamers van goede kwaliteit.' Ook De Gernier beaamt dit. 'Het was een positieve ontwikkeling dat we nu een vast onderkomen hadden. Net als de mannen hebben wij rituelen nodig. Dat is belangrijk in topsport.' Op vijf jaar tijd speelde ze als Standardkapitein 'op duizend velden'. De Gernier heeft het dan over omzwervingen langs het Kiel van K Beerschot VA, het Leburtonstadion van AFC Tubize, maar ook de Kehrweg van KAS Eupen en het Regenboogstadion van SV Zulte Waregem.Uiteindelijk is het Den Dreef die tijdens de kwalificatiecampagne voor het EK van 2017 in Nederland officieel wordt betrokken als vaste thuisbasis voor de Red Flames. 'Dat betekende een ongelofelijk verschil', zegt De Gernier enthousiast. 'Vooral qua omkadering was de ommekeer enorm. Er was plots een verzorgster, twee dokters, drie kinesisten, twee videoanalisten enzovoorts. De Red Flames werkten nu zoals de Rode Duivels.' Slechts zes Red Flames die geselecteerd werden voor de partijen tegen Noorwegen en Ierland zijn vandaag profvoetbalster. De Gernier: 'Wij kregen hooguit 100 euro bruto per dag. Niet veel inderdaad voor vrouwen die daarnaast allemaal nog een job hadden.' Dat vindt ook Zeler. 'We hadden toen zeker ook potentieel. Maar het bleek niet altijd mogelijk om alles te combineren: professioneel, persoonlijk, een club en de nationale ploeg. Hadden we dezelfde trainingen gekregen als nu, dan was er iets mogelijk geweest!' Het EK van 2017 betekende een stap vooruit qua media-aandacht. De rechtstreekse uitzending van de laatste (verloren) groepswedstrijd tegen Nederland zorgde in Vlaanderen voor 892.000 kijkers. Ook de resultaten stegen sterk het afgelopen decennium en de speelsters onderhandelden over premies voor hun deelname aan een EK. Het WK van 2019 werd niet bereikt, door een pijnlijke exit tegen Zwitserland in de barrages. Door de klinkende 4-0-zege tegen datzelfde land in december vorig jaar plaatsten de Flames zich wél voor het EK van 2022. In februari volgde de ontnuchtering, bij oefeninterlands tegen Nederland (1-6) en Duitsland (2-0), twee topteams. 'Een teleurstelling, maar de houding veranderde', merkte De Gernier op. 'Want we denken niet enkel meer aan verdedigen in blok. We wilden iets bieden en konden kansen creëren. Dat is interessant!' Naast een algemene mentaliteitswijziging en meer financiële steun vanuit de FIFA en de UEFA veranderde er nog iets fundamenteels. 'Het is vooral omdat we nu de juiste mensen op de juiste plaats hebben', beweert Serneels. 'We besteden meer aandacht aan de redenen waarom iemand wel of niet in de groep zit. Iedereen kent zijn rol beter. We werden ook volwassener.' De Gernier volgt die redenering. 'Vanaf de komst van Serneels werd iedereen gelijk behandeld', oppert ze. 'Daarvoor bestond er vriendjespolitiek. Serneels bracht ook ambitie, de wens dat de vrouwen vooruit gingen. Als je iemand hebt zoals hij, die uit het profvoetbal komt en tegen je zegt: 'Je moet het beter doen', dan luister je.' En blijkbaar gebeurt dat ook op een hoger niveau binnen de werking van de Belgische voetbalbond. 'Niet in het begin', relativeert Serneels. 'Soms moest je vier tot vijf mails sturen vooraleer je een antwoord kreeg, om contact te hebben met bepaalde afdelingen. Maar Steven Martens, die toen CEO was, geloofde sterk in het vrouwenvoetbal. Hij was de eerste die er een echte strategie voor uitstippelde. Waarschijnlijk ook omdat hij uit het vrouwentennis kwam.' Op verzoek van de bondscoach werd de staf verder uitgebreid, kwam er een meer gedetailleerde individuele opvolging van alle speelsters (ook met hun clubs), een beter jeugdbeleid, een nauwere samenwerking met Roberto Martínez en het gebruik van videoanalyses. 'Zeer veel kleine details die een verschil maken', besluit Serneels.